Het Ik en het Zelf

essay vrijdag 10 januari 2003

Butler Shaffer

Ik leer doorgaans meer van mensen met wie ik sterke meningsverschillen heb, dan van hen met wie ik het altijd eens ben. Die eersten doen me immers nadenken over de essentie van de problemen, terwijl de anderen me, in het beste geval, bijkomende informatie of inzicht verschaffen in zaken waarin ik reeds geloofde en, in het slechtste geval, mijn bestaande denken versterken. Ayn Rand en Max Stirner zijn twee mensen die model staan voor dit fenomeen. Beiden inspireerden me in mijn denken, ook al ben ik het finaal niet eens met hun standpunten. Zonder in detail uit te leggen waarom ik met hen van mening verschil, wens ik toch in te gaan op een element dat ze gemeen hadden: hun genegenheid ten aanzien van het egoïsme. Beiden verdedigden ze een ethiek van egocentrisme, die zelf zo ver ging dat ze zich afvroegen of iemands motivatie om anderen te bevoordelen geen daad van 'zelfopoffering' was. De titel van dit artikel, die refereert naar de titel van Stirners voornaamste werk, weerspiegelt deze houding. Zolang ik me het kan herinneren, ben ik een exponent geweest van zowel individualisme als van de visie dat mensen niet in staat zijn te handelen vanuit een andere motivatie dan vanuit eigenbelang. De vraag, waarmee ik vele jaren worstelde - en waarbij Rand en Stirner me hielpen een antwoord te vinden - was de volgende: is individueel eigenbelang synoniem voor egoïsme? Met andere woorden, kan iemand handelen met de bedoeling anderen te bevoordelen en toch een door eigenbelang gemotiveerd persoon blijven? De meeste problemen komen voort uit conflicten veroorzaakt door denkwijzes die tot tweedracht leiden. De politiek georganiseerde slachting van ongeveer 200 miljoen medemensen in de 20ste eeuw kon alleen maar plaatsvinden door theorieën waarbij we onszelf onderscheiden in wederzijds exclusieve politieke, religieuze, culturele en ideologische kampen, en ons vervolgens afzetten tegen hen die niet tot onze groep behoren. Deze obsessie blijft slachtoffers maken in de wereld, met de politieke leiders in Washington die deze tweedracht blijven uitbuiten. Als men het Amerikaanse volk wil overtuigen om deel te nemen aan deze absurde razernij, dan volstaat het hen erop te wijzen dat hun belangen niet verenigbaar zijn met die van anderen in de wereld, dat het leven in feite altijd neerkomt op een strijd van 'wij' tegen 'zij'. Egoïsme draagt bij tot die tweedracht. Omdat het alleen het product van zijn eigen denken is, scheidt het 'ik' zichzelf van anderen. Het 'ik' kent geen grenzen behalve de reikwijdte van het eigen bewustzijn. Omdat hij zichzelf van de anderen afgescheiden heeft, gelooft de egoïst dat anderen bestaan om zijn doelstellingen te dienen en daartoe dan ook mogen worden gebruikt. De egoïst maakt van het utilitarisme eerder de doctrine het hoogste goed voor de beste persoon. Een individualist daarentegen erkent het eigenbelang van alle leven. Maar, in plaats van dit feit te interpreteren als bewijs van een inherent conflict met anderen, ziet hij het als een basis waarop hij en zijn buren kunnen samenwerken om doelstellingen te bereiken, die ze, elk afzonderlijk, niet zouden kunnen bereiken. Omdat hij zijn gemeenschappelijkheid met anderen inziet, is hij geneigd sociale systemen te ondersteunen die onze eigenbelangen harmoniseren, eerder dan ze teniet te doen. Daarom is de individualist minder geneigd om de 'markt' te zien als een geografische locatie maar eerder als een proces waarin mensen vredevol onderhandelen over hun eigen doelstellingen. Aangezien de markt opereert via het principe van de vrijwilligheid, is de individualist zich ervan bewust dat, om zijn eigenbelang te promoten, hij beroep moet doen op het eigenbelang van de anderen. Dat resulteert niet alleen in ongeplande voordelen voor anderen, maar tevens in geplande voordelen. Dit is een andere manier om te stellen dat alle wilskrachtige handelingen gemotiveerd worden door onze verwachting dat we na de handeling er beter aan toe zullen zijn dan wanneer we niet gehandeld zouden hebben. De egoïst opereert, zoals de statisticus, vanuit de verdelende premisse wie niet met mij is, is tegen mij en hij is bereid alle middelen, met inbegrip van geweld, te gebruiken om de eigengereide motivaties van diegenen die niet meegaan in zijn denkbeelden te overwinnen. Voor zo iemand, is een maatschappij met anderen een potentieel gevaar waartegen men zich dient te beschermen omdat, net zoals hijzelf, ook anderen voor hem geen voordeel opleveren. Dat is waarom zoveel egoïsten zich aangetrokken voelen tot het kluizenaarsbestaan, een terugtrekking uit de rest van de mensheid, op een geïsoleerd eiland, een bergtop of in een ruimtestation. De individualist daarentegen erkent de sociale natuur van zijn bestaan. Alles wat hij is en alles waartoe hij in staat is te worden, is gevormd door zijn miljoenen voorouders en door zijn constant fluctuerende relaties met generatiegenoten. Zijn taal en kennis, net zoals de kwaliteit van zijn materieel bestaan werden immers enorm beïnvloed door anderen. We ontdekken wie we zijn via de relaties met anderen. Het is geen toeval dat seriemoordenaars vaak door anderen als éénzaten worden beschreven. Wanneer we niemand hebben om mee te praten, worden we vatbaar voor het ontwikkelen van scheefgetrokken definities van de realiteit die er ons toe kunnen brengen om iedereen te zien als een 'gevaar' dat dient te worden overwonnen. Het is in het hedendaagse debat omtrent 'kloning' dat het onderscheid tussen egoïsme en individualisme het duidelijkst wordt. Kloning is de perfecte uitdrukking van egoïsme aangezien het toelaat om unilateraal te reproduceren, namelijk zonder er iemand anders bij te hoeven betrekken. Zoals een kopieermachine, wordt bij kloning het DNA van het origineel betrouwbaar gekopieerd waardoor een schijnbaar eindeloze collectie kopieën kan worden gemaakt. Kies het gewenste aantal kopieën, druk op de 'start'-knop en je kan een éénpersoons-bevolkings-explosie creëren! Individualisme daarentegen komt voort uit de diversiteit die eigen is aan seksuele reproductie. Bij seksuele reproductie is elke persoon immers biologisch gezien uniek met een specifieke DNA - structuur afgeleid van een gedeelde genengroep. Daarin ligt ook de paradoxale aard van ons bestaan: onze individueel uniek zijn hebben we gemeen met elkaar. We zijn gelijk in het ongelijk zijn, en we delen deze eigenschap omdat we verwanten van elkaar zijn. De enige en unieke natuur van onze individuele persoonlijkheid stamt met andere woorden voort uit het feit dat we biologisch verbonden zijn met de gehele mensheid en niet doordat we kopieën zijn van elk van onze ouders of duplicaten van een geïdealiseerd wezen. De Staat heeft - opdat het ons zou kunnen controleren- verdeeldheid in ons denken geïntroduceerd, opdat we elkaar zouden wantrouwen en ons tot de staat zouden richten voor bescherming! Maar de wortels van ons individualisme herinneren er ons aan dat we onafscheidbaar zijn van de bron waaruit alle anderen voortkomen; dat dwingende praktijken die onze buur bedreigen ook ons bedreigen. Daarom kan vrijheid nooit bestaan voor slechts enkelen en daarom vermindert slavernij zowel het leven van de slaaf als van de meester. Het enige element in de geschriften van Ayn Rand die me is bijgebleven en die haar voornaamste bijdrage tot individuele vrijheid betekent, is haar frontale aanval op de doctrine van het collectivisme. Ze was de meest zichtbare criticus van deze verderfelijke ideologie lang voordat 'libertariërs' bestonden. Collectivisme is een ontmenselijkende filosofie omdat het gebaseerd is op verdeeldheid met name de gedwongen onderdrukking van onze eigen individuele belangen ten voordele van zogezegde 'gemeenschappelijke' belangen die, bij nader onderzoek in feite staatsbelangen zijn. Collectivisme dwingt ons tot een conflict tussen het nastreven van onze eigenbelangen en de gehoorzaamheid aan de staat. Maar de kritiek van Rand op deze doctrine was gebaseerd op de al even verdelende notie van het egoïsme. Terwijl Rand frequent openlijk haar steun betuigde aan het individualisme, was haar filosofie er één van egocentrisch egoïsme. Ze duldde geen individualiteit van haar volgelingen en dit kwam voort uit het belang dat ze hechtte aan ideologische conformiteit. Haar pleidooien voor 'rede' en 'vrijheid' brachten haar er niet toe tolerant te zijn ten aanzien van zij die niet in de pas liepen. Artistieke, muzikale en literaire smaak werden voor haar volgelingen gedefinieerd net zoals haar meningen omtrent geschiedenis, filosofie en de aard van het regeren. Zij die betrouwbaar bleken, dit wil zeggen kopieën waren van haar visie, werden als 'rationeel' bestempeld. De anderen werden gekastijd als eigenaardige aanbidders. Ze benadrukte en genereerde intellectuele klonen; mannen en vrouwen die zich lieten intimideren tot het geloof dat de subjectieve meningen omtrent de wereld van deze vrouw, een uitdrukking van een objectieve realiteit waren. Ayn Rand - met het belang dat ze aan 'rationaliteit' hecht - minachtte diegenen die zich inlieten met zo ontastbare kwaliteiten als gevoelens, emoties en alles wat neigde naar de 'spirituele' zijde van het menselijk zijn. Mannen en vrouwen die zulke trekjes tentoonspreiden werden als 'mystiek' afgedaan. Voor egocentrici wordt alles dat buiten het ego staat een obstakel voor het vervullen van de eigen wil. Het innerlijke 'zijn' van anderen is te onvoorspelbaar, te ontastbaar, te oncontroleerbaar om uiting te geven aan meer dan onmiddellijke, oppervlakkige noden. Wat zou iemands reden zijn om een biologische kloon te hebben? Zou het om iets anders gaan dan het beschikbaar hebben van reserveonderdelen mocht de meester een orgaantransplantatie nodig hebben? Of verheugt de meester zich in zulke creatie enkel uit narcistische overwegingen; om zijn eigen spiegelbeeld in een ander te kunnen bewonderen. De kloon is een biologische replica van iemand. In tegenstelling tot ééneiige tweelingen, die hetzelfde DNA delen door de toevallige omstandigheden der geboorte, wordt bij kloning iemands ego op iemand anders overgedragen. Zo een handeling ontkent de individualiteit van de andere in die mate dat de andere weinig meer wordt dan een materiële bron voor het vervullen van de doelstellingen van de meester. Maar wat met die ontastbare menselijke karaktertrekken die niet via DNA worden overgedragen, zoals emoties, waarden, smaken, leerprocessen en andere persoonlijke ervaringen? Zulke uitdrukkingen van het innerlijke leven dat wij als de 'menselijke geest' beschouwen zou dan ook weinig uitstaans hebben met zowel de materiële wereld der klonen als met de innerlijke wereld van de egoïsten die zichzelf hebben afgescheiden van de spirituele belevenissen van anderen. Aldus vinden we in de verdediging van klonering even onmenselijke, geestesloze en mechanische premissen die onze erg gestructureerde wereld uitmaken. Of de kloon dient te worden gezien als een persoon wiens wil over het eigen leven ongeschonden is en zal dan ook even weinig aandacht krijgen als de rest van ons, wanneer onze politieke leiders ons als reserveonderdelen in hun machinerie beschouwen. Er zijn andere tegenstrijdige gevolgen van een unilaterale replicatie van zichzelf, of het nu via egoïstisch gedrag gaat of via kloning. Het leven moet, indien het zichzelf wil bestendigen, veerkrachtig zijn ten aanzien van de inconsistente aard van de wereld. In de woorden van iemand die ik me niet herinner de enige echte zekerheid is dat je een veranderlijk persoon in een veranderlijke wereld bent. Dit is het geval zowel voor gemeenschappen als voor individuen. Het ineenstorten van vroegere beschavingen werd vaak uitgelokt door de institutionaliserende maatregelen die het voortbestaan van bestaande regelingen verkozen boven de processen van aanpassing en vindingrijkheid. Net zoals de biologische wortels van het individu, komt de creativiteit voort uit verschillende invloeden, en niet uit het obsessief herhalen van het bekende. Het leven is een constant spel tussen veranderlijke en stabiliserende krachten, maar met de nood aan verandering die de neiging tot duurzaamheid constant aanport om starheid te vermijden. Dat is waarom vrijheid en spontaniteit zo essentieel zijn voor alle levensprocessen. Als we onze levens creatief wensen te houden, moeten we elke overtolligheid eigen aan kloning verwerpen. Kloning brengt ons terug tot de reproductieve methodes van ééncellige deling; een proces die de amoebe al een miljoen jaar in dezelfde onveranderlijke staat houdt. Om te leven als creatieve, geestrijke menselijke wezens, moeten we vermijden onze successen uit het verleden te willen herhalen. We moeten ontdekken dat de gezondheid van elke maatschappij ligt in de wederzijdse erkenning van onze individualiteit.


Teacher at the Soutwestern University School of Law



Deze tekst werd vertaald door Sofie Bracke.

Butler Shaffer

Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be