De Europese politici lijken de schokken die zijn toegebracht door de Nee-referenda in Frankrijk en Nederland langzamerhand te boven te komen. Nieuwe initiatieven worden ontplooid om de Europese concept grondwet uit haar coma te halen. Zij stond voor het eerst weer op de agenda van de Europese top van december 2006 sinds 18 maanden. De voorstellen die op tafel komen lijken echter niet erg doorbraakgericht. Het geeft eerder de indruk van een gevecht over wie de sterkste is: de lidstaten die de grondwet al hebben geratificeerd tegen de rest. Liberalen zijn in het algemeen voorstander van de Europese grondwet. Weliswaar lijkt niemand echt gelukkig met de voorliggende grondwet, maar iedere stap voorwaarts naar een vrij, geïntegreerd en operationeel sterk Europa is er één vinden zij. De argumenten benadrukken de bereikte vrede, de voordelen van de open markt, de internationaal sterke positie, de benarde energiesituatie, de mondiale milieuproblematiek, de noodzakelijke strijd tegen grensoverschrijdende criminaliteit en terrorisme en zomeer. Met iedere uitbreiding van de EU wordt het moeilijker een politieke consensus te vinden. 27 landen is toch heel andere koek dan de oorspronkelijke 6 van de EEG. De noodzaak aan een werkbaar verdrag dringt zich meer en meer op. De voorstanders zijn tot veel bereid, bijvoorbeeld om een wangedrocht als stemmen met gekwalificeerde meerderheid bijna algemeen te accepteren. Er zijn ten eerste tal van situaties te bedenken waar een voorstel met parlementaire meerderheid wel zou worden aangenomen en met gekwalificeerde meerderheid niet en vice versa. Ten tweede waarom zou je het stemmen met democratische parlementaire meerderheid verwerpen ten gunste van een dubieuze benadering? Het stemmen met gekwalificeerde meerderheid is slechts een benadering voor democratisch parlementair stemmen. Het antwoord op deze zotheid ligt in de confederale opzet van de EU. Is er op de wereld een voorbeeld te vinden van een geslaagde confederatie? Er zijn daarentegen tal van voorbeelden van geslaagde federaties waarvan de meest sprekende de VSA en de bondsrepubliek Duitsland zijn. Iedere weldenkende politicus zal zich van de confederale problematiek bewust zijn. Slechts weinigen durven zich hardop uit te spreken. Guy Verhofstadt is één van de weinige dapperen wanneer hij in De Verenigde Staten van Europa in een hoofdstuk over de ontwikkeling van de VSA duidelijk aantoont hoe het verloop van de geschiedenis drijft naar een federale staat. Deelstaten van een federale staat kunnen aanzienlijke eigen bevoegdheden bezitten. Voorbeelden in de VSA zijn staten waar de doodstraf wordt uitgevoerd, waar het homohuwelijk nog onbespreekbaar is, waar legale casino’s bestaan; in andere gelden deze voorbeelden niet. Een federale staat betekent geenszins een superstaat waar alles wordt geregeld door een ver van de bevolking staande regering. Het referendum in Nederland toonde volgens verschillende enquêtes aan dat het grootste bezwaar van de Nederlanders tegen de grondwet het verlies aan identiteit was. Bestaat er zoiets als een Nederlandse identiteit? Over een Belgische identiteit zal ik het maar niet hebben, alleen schizofrenen lijken die te bezitten. Maar ook de Nederlandse identiteit is een problematisch geval. In de jaren zestig van de vorige eeuw verrichtten twee vooraanstaande Nederlandse psychologen, Duyker en Frijda, een onderzoek naar het nationale karakter en nationale stereotypering. Ze wezen de concepten als onbruikbaar van de hand. En dat was nog voor de grote instroom van allerlei immigranten. Een onderzoek zegt nog niet zo veel; het vaststellen van een nationale identiteit is lastig, toch schijnt er een bepaalde mate van nationale identiteit te bestaan, al was het alleen maar wegens de taal. Er bestaat een confrontatie tussen de concepties van superstaat, federatie en nationale identiteit. Nederlanders willen geen Europese superstaat, ze wensen hun nationale identiteit te behouden. Dit geldt ook voor veel Belgen, dat wil zeggen voor Vlamingen respectievelijk Walen heb ik op menig internetforum gemerkt. Maar als een globale Nederlandse identiteit niet bestaat dan zijn er zeker wel deelaspecten die de Nederlander belangrijk vindt. Nederland heeft een apart softdrugsbeleid, was het eerste land ter wereld met een homohuwelijk, abortus wetgeving werd zwaarbevochten bereikt na lange strijd waarbij een christen-democratische minderheid zich lange tijd succesvol verzette door zodanige coalities te vormen dat een meerderheid die abortus accepteerde geen kans kreeg. De deelaspecten die de Nederlander als Nederlands identificeert wegen voor hem zwaar. Wat voor dit Nederlands voorbeeld geldt is natuurlijk valide op de eigen manier voor ieder Europees land. Maar er schijnt een Babylonische spraakverwarring te heersen tussen voor- en tegenstanders. De eerder genoemde argumenten ten faveure van Europese integratie hebben geen relatie met de ‘zware’ identiteitsargumenten. Het is aan de Europese politici dit gewicht te herkennen en de eigenheid ervan in wetten te erkennen. De burgers van de lidstaten wensen duidelijke grenzen te kennen over wat hun eigen is en wat aan de Europese overheid kan worden overgelaten. Is duidelijkheid over wat op Europees niveau wordt afgehandeld en wat op lidstaatniveau niet de therapie voor de vrees voor de Europese superstaat? Die helderheid kan tot gevolg hebben dat het Europese niveau snel een federaal niveau kan worden zonder angstreflexen van veto’s. De Europese grondwet zit in het slop. Menig politicus stelt voor om de grondwet aan te passen, sommigen zelfs middels een nieuwe conventie. Het zal vooralsnog weinig constructief zijn. Marginale verschillen met de huidige concept grondwet als resultaat zijn de moeite niet waard. Het struikelblok ligt op een subniveau van de grondwet, op de afbakening van bevoegdheden van de lidstaten. Het concept van subsidiariteit - alleen actie op Europees niveau ondernemen als dat van toegevoegde waarde is voor de lidstaten - is veel te slap. Er zit een geweldige rek in. Een EU-conferentie over subsidiariteit in Den Haag 2005 toonde dat overweldigend aan. Eerst is een duidelijke omschrijving van de bevoegdheden van de lidstaten vereist vooraleer een succesvolle implementatie van een grondwet kan plaatsvinden. Dat is a hell of a job. Er zou een conventie georganiseerd moeten worden die de bevoegdheden van de lidstaten regelt, die de zorgen van de Nederlanders over hun wiet, homo’s en abortus wegneemt. De huidige situatie met de drie pijlers waarbij ondermeer justitie, binnenlandse zaken, buitenlandse zaken en defensie onder het vetorecht vallen kan niet zomaar worden overgeheveld, met enige uitzonderingen weliswaar, naar een situatie van stemmen met gekwalificeerde meerderheid. Dan voed je de angst voor een superstaat, dan geef je ammunitie aan de tegenstanders van de Europese integratie. Er bestaat al een geweldige kloof tussen politici en kiezers. Wees verstandig, bouw vertrouwen op over Europa, regel ieders bevoegdheden en maak pas gebruik van subsidiariteit in onvoorziene gevallen.
Sjaak Scheele Sjaak Scheele Linksmailto:jscheele@xs4all.nl |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|