Nooit waren inhoud en ideologie zo belangrijk

essay vrijdag 08 oktober 2010

Noël Slangen

De politiek van de laatste decennia wordt gekenmerkt door steekvlampolitici. De vlam verblindt door haar omvang, maar deemstert ook razendsnel weg. Zo werden achtereenvolgens Steve Stevaert, Yves Leterme en Bart De Wever voorzien van het eponiem ‘God’. Sommige anderen, Jean-Marie Dedecker om hem niet te noemen, domineerden maanden steekvlamgewijs de agenda en verdwenen met een zucht.

Er tekent zich een patroon. Een intern of extern politiek feit zet een politiek figuur op het voorplan. Die figuur scoort bij de bevolking, of zeg maar in pers en opiniepeilingen. Iedere partij kijkt vervolgens in de richting van dit figuur. Binnen alle partijen ontstaan interne discussies over de partijlijn, namelijk of men toch niet meer het voorbeeld van het populaire figuur moet volgen. Dat figuur wordt daardoor het thema van de verkiezingen, scoort daardoor uitmuntend en wordt daags na de verkiezingen tot God gebombardeerd. Of er springt bij die verkiezingen zelfs een nieuwe God uit de coulissen waar men hem helemaal niet verwachtte. Waarna partijen hun wonden likken en zich afvragen hoe ze meer op de partij van deze nieuwe godheid kunnen lijken. Tot bij publiek, pers en in de peilingen het nieuwe er wat van af is, en men zijn blikken richt op weer een nieuw figuur. Waarna alle politieke schepen de steven wenden naar de nieuwe vuurtoren en het hele verhaal van voor af aan begint.

Niet enkel ons land, maar ook de politieke partijen sukkelen van crisis naar crisis. Van hoogten naar laagten. Alleen al een blik op de afgelopen tien jaar is verbazend. Zowel CD&V, SP.a, Open Vld en NV-a hebben in de afgelopen 10 jaar zowel hun hoogste hoogten als diepste dalen meegemaakt. Ieder van de vier is op een of ander punt afgeschreven geweest en absolute overwinnaar geweest. En dat op amper 10 jaar. Het partijlandschap is kortom onvoorspelbaar en volatiel geworden. Je kan dat zien als een maximale benutting van de democratische stem. Maar tot op heden heeft het de kiezer niet gelukkiger gemaakt. De steekvlamstem zorgt er immers ook voor dat geen enkele partij nog aan de gewekte verwachtingen kan voldoen.

Wie echter vindt dat de kiezer zich vergist en zelf maar op de blaren van zijn rondschietende stem moet zitten, gaat voorbij aan de essentie van democratie. Wie geloof heeft in democratie, moet vertrekken vanuit het paradigma dat de kiezer altijd gelijk heeft, zelfs wanneer hij dwaalt. Het is de politieke wereld die hier in eigen boezem moet kijken. De politiek mist duurzaamheid, en mist daardoor aan kracht. Hoe is die duurzaamheid verloren gegaan? En wat kunnen we eraan doen?

De waan van de dag

Waarop baseert politiek zich vandaag als ze uitdagingen en problemen bekijkt? Alvast niet op de ideologische bronnen van waaruit de partij ontstaan is. Wie kent die teksten trouwens nog? Welke christen-democraat weet nog wat er in Rerum Novarum staat, hoeveel liberalen zijn vertrouwd met de Magna Carta en zijn er nog socialisten die weten wat Marx nu werkelijk schreef? De belangrijkste bron waarop politiek vandaag gebouwd wordt is ook niet het inhoudelijk werk van sterke studiediensten. We moeten vaststellen dat in het afgelopen decennium het aantal studiemedewerkers kleiner geworden is dan het aantal woordvoerders. Parlementaire medewerkers en studiediensten zijn dan bovendien vooral bezig met de productie van een eindeloze stroom aan vaak futiele parlementaire vragen om het parlementslid één keer per jaar op een schavotje in een krant te plaatsen.

Als de politieke lijn niet gebaseerd is op studie of ideologie, waarop wordt politiek dan wel gebaseerd? De politieke lijn van ons land wordt vaak gebaseerd op de media. Op de krant van die ochtend. Zo heeft een maandagkrant meer politieke impact dan een vrijdagkrant, want op maandag zijn er partijbureaus. Door de snelheid van media en informatie is de waan van de dag de belangrijkste politieke motor geworden. Het antwoord op de vraag hoe ons politiek bestel duurzamer kan worden is dan ook niet zo moeilijk: we moeten de waan van de dag overstijgen.

Daarvoor is het goed om ons de vraag te stellen hoe de volatiliteit die aan de oorsprong van die waan ligt ontstaan is. Twee van de belangrijkste redenen hiervoor zien wij bij de evoluties die de pers en het middenveld in de laatste decennia hebben doorgemaakt. In de afgelopen tientallen jaren hebben wij gezien dat pers en middenveld minder verbonden zijn met politiek, minder afhankelijk en minder gekleurd dan in het verleden. Maar in plaats van tot meer duurzaamheid leidt dit tot minder duurzaamheid van politiek. Omdat er tot op heden niets voor in de plaats kwam.

Laten we even naar de pers kijken. Een dagblad had vroeger een duidelijke kleur. Een krant was verbonden met een politieke voorkeur. Wie diezelfde voorkeur had, las die krant. En je wist dat de krant vanuit die politieke voorkeur naar de maatschappij en de gebeurtenissen zou kijken. Die samenhang tussen de ideologie van pers en publiek had een stabiliserend effect. Vandaag staan de kranten los van politieke partijen, wat niet betekent dat er geen voorkeuren meer bestaan op het niveau van een redactie of journalist. Maar de voorkeuren zijn net zo onvast, veranderlijk en volatiel geworden als die van het publiek. Het is wat dat betreft een wijdverbreid misverstand dat de media opiniemakers zouden zijn. Ze zijn opinievolgers. Ook journalisten denken op hun manier als marketeers en willen hoge lezersaantallen. Net zoals televisiemakers graag veel kijkers hebben en ondernemers graag veel klanten hebben. Eerder dan een baken dat richting geeft, zijn media een weerspiegeling van wat zij denken dat de mening van de lezer is. Zij zijn een megafoon, een vergrootglas, dat versterkt en vergroot.

Men kan zich de vraag stellen of het loskomen van ideologieën, zonder dat een ander richtsnoer hiervoor in de plaats komt, wel zo’n goede zaak is. Zou iedere redactie een duidelijke missie moeten omarmen en een visie voor staan, die evolutief kan zijn, maar die wel duidelijk is? Wie dit een terugkeer naar het verleden noemt, zal moeten toegeven dat het alternatief niets meer dan een vorm van marketing is. Een stukje realityshow, zoals Robinson Island, Mijn restaurant of Big Brother. Wanneer het publiek de ene hoofdrolspeler moe is, wordt die vlot afgeserveerd en vervangen door een nieuwe. Dat is nu eenmaal de logica van de realityshow, waarbij pittige en bizarre kandidaten, ruzies en vertrouwensbreuken, blunders en verrassingen stuk voor stuk essentieel zijn. En wanneer die niet voorhanden zijn, wordt via handige montage en manipulatie eenvoudigweg de perceptie gecreëerd. Ziet u enig verschil met de lekken, de typecasting en de opiniepeilingen in kranten die een virtuele realiteit creëren, die enige tijd later moeiteloos wordt ingewisseld door een volgende?

Een andere evolutie is die van het middenveld. Nog niet zolang geleden was het middenveld uitgesproken politiek gekleurd. Een organisatie had een kleur en iedereen kende die kleur. Vandaag lijkt dit enkel nog zo. Groen! is in belangrijke mate ontstaan uit het christelijke middenveld (in tegenstelling overigens tot hun Franstalige broeders van Ecolo). Unizo, vroeger nog met ‘christelijk’ in de naam, onderhoudt vandaag contacten met heel wat partijen. En de kleur van de mutualiteit waarbij mensen aansluiten is al lang niet meer vanzelfsprekend de kleur waarachter ze bij verkiezingen het bolletje kleuren. Deze ontvoogding is een goede zaak op zichzelf. Maar ze heeft ook gevolgen. Partijen kunnen minder politiek personeel rekruteren in deze omgeving. Maar die evolutie gaat ook ten koste van de kennisopbouw binnen de politiek.

Er ontstaat een kloof tussen de kennis die bestaat bij het middenveld en de vaak zeer lamentabele terreinkennis in de politiek. Het is duidelijk wat weg is, en de evolutie lijkt gezond en noodzakelijk, maar er is tot nog toe nog niets voor in de plaats gekomen. De politiek lijkt zich voorlopig niet bewust van de noodzaak aan een nieuwe duurzaamheid. Nochtans zijn er drie duidelijke domeinen die het verschil kunnen maken. Drie kritische succesfactoren die het fundament kunnen zijn voor een duurzamer politiek milieu. Die drie domeinen zijn het belang van ideologie, het belang van rekrutering en het belang van inhoud.

Het belang van ideologie

Eerst over dat belegen, maar zeer belangrijk woord: namelijk het belang van ideologie. Hoeveel leden van nationale partijbesturen en partijbureaus zouden kunnen antwoorden op de vraag waarin het ideologisch verschil ligt tussen hun partij en de andere? De meesten vallen terug op een amalgaam van vooronderstellingen, kreten en vijandbeelden, maar ze missen behoorlijk ideologisch inzicht. Dat leidt er zelfs toe dat clichés door het eigen partijvolk niet bestreden, maar gecultiveerd worden. In die omstandigheden is het niet vreemd dat ook het publiek er niet meer wijs uit kan en het partijlandschap bekijkt als een inwisselbaar amalgaam van inconsequenties en slogans. Het probleem is enkel dat in de kern van al deze partijen, en zeker bij de militanten, wel degelijk personen zijn die de clichés bevestigen en vanuit die karikaturale ideologie redeneren. En dat hun stem merkelijk zwaarder draagt, omdat de gematigde meerderheid onvoldoende kan terugvallen op ideologische onderbouw.

De essentie van een ideologie is het fundament – noem het een grondwet – waarop het gezichtspunt gestoeld is van waaruit men uitdagingen, problemen en kansen benadert. Het is de basisformule waarvan men vertrekt als men de maatschappij vorm wil geven. Ideologie is een anker dat partijen op koers houdt en ontsporingen vermijdt. Dat is ook een van de redenen waarom de volatiliteit van traditionele partijen al bij al beperkter is dan die van partijen met minder diepe ideologische wortels. Zo was het voorspelbaar dat ook in hun donkerste dagen de kans dat de christen-democratie zou verdwijnen onbestaande was. Je hebt al een feit nodig dat rechtstreeks op de geschiedenis ingrijpt, zoals een wereldoorlog, om ideologieën van de kaart te vegen. Een herwaardering van het ideologisch debat, waarbij men de waan van de dag kan overstijgen, is het fundament voor het herstel van politieke duurzaamheid.

Een tweede kritische succesfactor is het politiek personeel. Politiek is mensenwerk. Ik ben geen groot voetbalspecialist. Maar het is een wetmatigheid dat voetbalclubs die volledig rekenen op spraakmakende aankopen en hun jeugdbeleid verwaarlozen, vroeg of laat in de problemen komen. En als diezelfde voetbalploeg de supportersbasis als vanzelfsprekend of zelfs overbodig beschouwt, omdat de televisierechten toch zoveel belangrijker zijn, kunnen ze wel eens tegen een ploeg aanlopen die met supporters als twaalfde speler de match naar hun hand zetten. De personeelspolitiek van de meeste politieke partijen is in het beste geval onbestaande en in het slechtste geval rampzalig.

De essentie is dat men minder moet inzetten op aangekochte spelers, want ooit raakt het vaatje met BV’s leeg, en dat men meer moet investeren in het eigen netwerk. In wat men in voetbaltermen ‘jeugdwerking’ noemt. Maar daarvoor is het noodzakelijk om het systeem te veranderen. Want niet de individuele politici zijn verantwoordelijk voor deze situatie, maar het systeem dat ze gecreëerd hebben. In tegenstelling tot Nederland heeft België bijvoorbeeld geen mogelijkheid waarbij politici gemakkelijk uit de job kunnen stappen. Het gevolg is dat politici zich vastklampen aan hun job en er naar streven dat een parlementair mandaat voor de eeuwigheid is. Natuurlijk zal men in die omstandigheden niet geneigd zijn om een omgeving te creëren waarin nieuw politiek talent ontstaat. Het bijzonder tijdelijk kader van de politiek heeft ook tot gevolg dat men van verkiezing tot verkiezing denkt. Ook daar weer moeten we vaststellen dat het middenveld in het verleden een stabiliserende en verantwoordelijke factor was, waarvoor helaas nog niets in de plaats gekomen is.

Laat het mij tenslotte over de derde en laatste kritische succesfactor hebben: het belang van inhoud. Het valt op dat politici die roepen dat er niet genoeg inhoud in de politiek is zelf zo weinig inhoud bijdragen. Maar het is mijn overtuiging dat als men een inhoudscultuur creëert, dat zelfs bij het minst creatieve en minst kennisgerichte parlementslid er een verandering optreedt. Partijen zullen echter opnieuw in studiediensten moeten investeren. Studiediensten met slagkracht, zoals destijds het legendarische Cepess onder leiding van Herman Van Rompuy. De permanente afbouw van studiediensten,waarbij het aantal woordvoerders en communicatiemedewerkers wel groter lijkt geworden dan het aantal medewerkers aan de studiedienst, zorgt ervoor dat de inhoudelijke onderbouwing van vraagstukken meer en meer neerkomt op het doornemen van kranten en het eindeloos opmaken van vaak ridicule parlementaire vragen.

Politici en partijen lopen bovendien op wankele benen wanneer ze buiten de oevers van hun core-thema’s moeten treden. De visie op cultuur of media bijvoorbeeld ontbreekt vaak. Opvallend is dat zelden pogingen ondernomen werden om op deze uitdagingen een nieuw antwoord te formuleren, waarbij vanuit de ideologie naar deze thema’s gekeken wordt. Hoe vertaal je personalisme in de manier waarop je naar media kijkt? Moet je als socialist tegen opera zijn omdat het voor een elite is, of moet opera net gratis en voor iedereen zijn? En reikt een liberale visie op cultuur echt niet verder dan de grijsgedraaide plaat over tax-shelters en vrije markt?

Nooit eerder waren inhoud en ideologie zo belangrijk. Zij zijn het anker dat het schip van een partij op koers houdt, wanneer de zee woelig wordt. En iedereen ziet dat de zee zelden woeliger was dan nu. Wanneer de helden van vandaag de verliezers van morgen zijn. Wanneer wie na de ene verkiezing met één zetel verkommert in een hoekje van de kamer, een volgende verkiezing met een veroveringsmacht van 16 zetels binnen rolt. Wanneer de houdbaarheidsdatum van een politicus korter wordt dan de houdbaarheidsdatum van een jurk van Lady Gaga. Op dat ogenblik is de centrale vraag of het anker voldoende houvast biedt. Dat anker, dat focuspunt en de richting die vervat zitten in ideologie en inhoud.

Het valt te vrezen dat als de politieke wereld er niet in slaagt om op een duurzamere manier aan politiek te doen, door te investeren in rekrutering en kennis, ze alsmaar minder impact heeft op de samenleving. Politici worden op dat ogenblik gedegradeerd tot ceremoniemeesters van de macht, die de ene dag als pispaal mogen fungeren en de volgende dag een obligaat applaus in ontvangst mogen nemen wanneer ze een lintje doorknippen. Maar zonder een duurzame politiek liggen ze niet langer aan de basis van werkelijke veranderingen.


Openingslezing aan de Universiteit Antwerpen, 27 september 2010.

Noël Slangen

Noël Slangen

Links
http://www.slangen.be
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be