Spinoza. Bruggenbouwer uit Holland

essay maandag 05 november 2007

Peter Van Rietschoten

In lijn met de wijze waarop Salman Rusdie, Ayaan Hirsi Ali en Theo Van Gogh de maat zijn genomen, wordt dat hier ter lande nu ook met Spinoza gedaan: is hij atheïst of niet en is dat wederom een verkettering waard of juist te prijzen? Terwijl de vraag beter zou kunnen zijn: kan Spinoza – nationaal en mogelijk mondiaal – van dienste zijn bij de zo noodzakelijke religieuze integratie?

Dat Baruch de Spinoza (1632-1677) als atheïst moest worden beschouwd, was in ieder geval voor veel van zijn tijdgenoten een uitgemaakte zaak. Iemand die het aandurfde de almachtige God op één lijn te stellen met de doorgaans toch al weinig verheven natuur vroeg er natuurlijk om hem bij zijn leven te vervloeken en dood te wensen. Een mislukte aanslag en zijn excommunicatie uit de joodse gemeenschap (1656) onderstreepten die opvatting; Spinoza zelf droeg er nog aan bij door zich achter de schrijftafel terug te trekken en zijn meesterwerk Ethica pas uit te laten geven toen de dood bij hem voortijdig in bed was gekropen.

En heden ten dage zijn er – in eigen land en elders – voldoende stromingen en groeperingen die het gedachtengoed van de Hollandse filosoof blasfemisch vinden dan wel een heftige belediging voor de eigen godsdienst. Zo vindt christelijk Nederland het eigenlijk onbegrijpelijk dat Spinoza is toegevoegd aan de Nederlandse canon, en gezien zijn afkeer van sektarische religies is he niet waarschijnlijk dat de Ethica in bijvoorbeeld het Noord-Ierland van de IRA of in het Irak van de elkaar op leven en dood bestrijdende sjiieten en soennieten veel volgers zal hebben. Zijn biograaf Steven Nadler is ervan overtuigd dat Spinoza de in religieuze verdeeldheid gedrenkte joodse staat ‘vanzelfsprekend zou verafschuwen’; en de kans is klein dat er boeken van Spinoza te vinden zullen zijn op de nachtkastjes van de Turkse president Gül of zijn VS-collega Bush. De lijn die hen allen verbindt is: wij zijn tegen Spinoza, want hij is atheïst.

Atheïsme bindt tegen en voor

Opvallend is dat de voorstanders van Spinoza op hetzelfde argument zijn verenigd: ‘...want hij is atheïst.’ Uit dat atheïsme zou zijn pleidooi voortkomen voor de volstrekte scheiding tussen kerk en staat en voor vrijheid, tolerantie en vrijheid van meningsuiting, allemaal vaandels waarachter de hedendaagse seculiere liberalen en andere vrijdenkers zich gaarne scharen. Daarnaast zijn er meerdere wetenschappelijke disciplines (antropologie, milieukunde, ecologie) en spirituele scholen (Gaia-hypothese, soefi) die de mens bepaald niet los van de natuur zien staan en Spinoza’s kerngedachte ‘God = Natuur = Ene Substantie’ derhalve niet zullen bestrijden. En uit Spinoza’s opvatting ‘kennis is alles’ mag worden aangenomen dat de humanisten, voor wie de menselijke vrijheid en autonomie, verantwoordelijkheid, waarachtigheid en zelfontplooiing van wezenlijk belang zijn, hem ook hiervoor een warm hart toedragen.

Waar nog aan moet worden toegevoegd dat er een flink aantal kenners (...) annex bewonderaars is dat bijna eist dat Spinoza als atheïst wordt beschouwd. (Plus een flink aantal modieuze woordvoerders van de tijdgeest, die elders al te veel aandacht krijgen.) Voorbeelden zijn de eerder genoemde Spinoza-biograaf Steven Nadler, die niet alleen hoogleraar filosofie en joodse studies is in de VS, maar momenteel ook de Spinoza-wisselleerstoel van de Universiteit van Amsterdam bekleedt. Hetgeen hij onder andere doet met collega-hoogelaar en historicus Jonathan Israël, die eveneens een uitgesproken adept is van de ‘Spinoza is een atheïst’-opvatting. Nadler vindt dat men Spinoza ‘als een atheïst’ moet lezen; Israël stelt dat het leggen van een harmonieus verband tussen het denken van Spinoza en religie onjuist is en zelfs ‘politiek en sociaal uiterst schadelijk’.

Of is atheïsme ook een geloof

De discussie over het wel of niet atheïst zijn van Spinoza kan echter ook als volstrekt onbelangrijk worden beschouwd. Wellicht zal de Engelse filosoof John N. Gray dat doen. Over het atheïsme schrijft hij: 'In intellectuele termen is het atheïsme een fossiel uit Victoriaanse tijden. In freudiaanse termen is het een vorm van onderdrukking.' En als veel anderen vindt hij atheïsme niet een, laat staan dé vorm van geestelijke vrijheid, maar hooguit een geloof in niet geloven. In Strohonden schrijft hij: ‘...een wereld die wordt gedefinieerd door de afwezigheid van de god der christenen is nog steeds een christelijke wereld’. Met geloof in het algemeen (religie) is Gray ook snel klaar. Alle religies zijn volgens hem wanhopige pogingen om de toevalligheid van de mens te ontkennen. Het Christendom is gebaseerd op het geloof dat waarheid vrij maakt. De passie voor waarheid is verworden tot een cultus. De drijfveer daarvan wordt weer helder door Spinoza verwoord: ‘Godsdienst is een krampachtige poging om Gods toorn af te wenden en zich van Zijn gunstbewijzen te verzekeren. Godsdienst berust op angst.’

Ook in het humanisme ziet Gray geen onderscheidend denken. Het is volgens hem een niet-religieuze religie die bestaat uit bij elkaar geraapte, wegrottende restjes van christelijke mythen. Hij bestrijdt de humanistische gedachte dat ‘waarheid kennen’ leidt tot vrij zijn. Dat de weg naar de vrijheid bij humanisten via de wetenschap leidt en bij religies via het geloof, maakt volgens Gray niets uit. Het humanisme is een verlossingsleer – het geloof dat de mens de touwtjes van zijn lot in handen kan nemen, dat de mens voor de aarde van groter belang is dan welk levend wezen ook. maar ook daarbij is er volgens Gray geen enkele reden voor de mens om zich verheven boven al het andere te achten. Daarmee produceert Gray overigens een opvallende parallel met Spinoza, die immers keer op keer herhaalt dat de mens er ten onrechte van uitgaat dat Gods doel op de mens betrekking heeft.

Pluralisme vraagt om brug

Met andere woorden: de vraag of Spinoza wel of geen atheïst is (was), levert niets op. Die kan gemakkelijk in de doodlopende straat eindigen van ‘iedereen is het met elkaar eens over iets dat niet is wat het lijkt te zijn’. Wel of geen atheïst is een dispuut dat nauwelijks enige academische of maatschappelijke waarde heeft en veeleer als hype lijkt mee te deinen op de fundamentalistische dan wel angstgestuurde herleving van religies. Beter zou zijn de inhoud van Spinoza’s gedachtengoed (nogmaals) grondig tot ons te nemen en te bezien in hoeverre daarmee een brug is te slaan tussen partijen die elkaar nu en al veel langer het licht in de ogen niet gunnen. Waarbij het dan bij voorkeur niet moet gaan om deuren van studeerkamers die moeten worden geopend, maar begrepen moet worden dat steeds meer staten (snel of langzaam) meer en meer pluralistisch worden en religieuze uitsluiting derhalve steeds meer een bron van onrust zal zijn. Beter dus is te onderzoeken in hoeverre Spinoza zou kunnen helpen bij de nationale en mondiale (religieuze) integratie in een wereld die volgens John Gray helemaal niet wordt gekenmerkt door secularisatie, maar waarin het ongewenst is om de politiek permissie te geven religie buiten het openbare leven te houden.

Meer om onszelf doen

Waar we het moeten zoeken (en dát we moeten zoeken) wordt bijvoorbeeld aangegeven door Herman Vuijsje met zijn nieuwe boek Tot hier heeft de Heer ons geholpen. Atheïst Vuijsje stelt daarin dat christenen en moslims over en weer minder angst voor elkaar moeten hebben. Dat zou ook meer vrijheid van geloven impliceren en dat zou tevens beter passen bij het christelijke Godsbeeld dat aan het vervagen is. Volgens Vuijsje van ‘Oud-Testamentische macho-generaal’ tot ‘een entiteit die in onszelf en overal is.’ Degenen die zich in Spinoza hebben verdiept, zal dit maar al te bekend voorkomen.

Zo ook Vuijsjes (sociologische) gedachte dat goede daden niet meer worden verricht om een toegangsbewijs voor het hiernamaals te krijgen, maar eenvoudigweg omdat de mens beschaafd is en goed wil leven. Zelfs zonder beloning van anderen kunnen er voor onbekenden aan de andere kant van de wereld goede daden worden verricht. Hedendaags goed doen (beschaafd leven) verschilt volgens Vuijsje dan ook maar weinig van de orthodox-religieuze opvatting dat de mens met zijn handelen niets kan bereiken, omdat God alles al heeft voorbestemd. Hetgeen eveneens volledig in overeenstemming is met Spinoza die stelt dat er geen vrije wil is, ‘alles vloeit noodzakelijk uit God voort’. En ook het ‘niet meer leven om de complimenten en goedkeuring van God’ en dus de gedachte dat de mens het nu zelf moet doen, is zonder meer op Spinoza terug te voeren.

Het bepaalde begrijpen

Nog directer dan Vuijsje geeft theoloog Jan Knol in zijn boek Spinoza, uit zijn gelijkenissen en voorbeelden aan wat de hoofdlijnen in het denken van de Hollandse filosoof zijn. Eigenlijk doet Knol dat zo helder en begrijpelijk (en is Spinoza zo modern!), dat de pragmatische toepassingen voor het opscheppen liggen. Die komen erop neer dat God bepaald niet passief is maar ook niet enkel en alleen gericht op de mens, dat de heilige schriften de belangrijkste oorzaken zijn van het geloof in God in de vorm van een persoon, dat God en natuur een zijn, alles is een eenheid. En Knol levert en passant ook een bijdrage aan de non-discussie over het al dan niet atheïst zijn van Spinoza: ‘Alleen iemand zonder verstand kan Spinoza voor een atheïst uitmaken. Niemand heeft zich ooit verhevener over God uitgelaten dan hij.’

In feite pelde Spinoza ruim 300 jaar geleden al alle verduisterende, angstaanjagende, verdelende en misleidende rokken af en legde hij toen al op tafel wat vandaag de dag weleens dé sleutel voor een succesvolle integratie van elk denken zou kunnen zijn: het gaat niet om de waarheid van de vrije mens, het gaat om het begrijpen door de mens die weet dat hij in alles door het Ene bepaald is.

Voor velen misschien nog een (idealistische, vreeswekkende dan wel blasfemische) brug te ver, maar het is goed te weten dat die brug er is. Dat die al zo lang geleden is gebouwd en nog steeds staat, is op zich al mooi. De energie die wordt gestoken in ‘wel/niet atheïst’ zou beter kunnen worden besteed aan hoe de brug meer kan worden gebruikt.


Deze tekst verscheen eerst in De Humanist, nummer 3, 2007

Peter Van Rietschoten

Peter Van Rietschoten

Links
mailto:egbert@liberales.be
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be