Door de popularisering van de massamedia heeft emotie de kans gekregen om uit te groeien tot dramatische proporties. De beeldcultuur is hierin bepalend gebleken. Uitvergroting van enkelvoudige beelden en primaire gevoelens zet de literaire samenleving zoals die uit de Verlichting was ontstaan onder druk. De rede is vaak niet meer dominant voor voorkeuren en besluitvorming; vage noties die samenhangen met indringende beelden en emoties spelen evenzeer een belangrijke rol. Dat geldt voor veel mensen bij de keuzes in hun persoonlijke leven, in hun consumentengedrag en in toenemende mate ook bij de bepaling van hun electorale voorkeur. De macht van het beeld en van de direct te raken gevoelssnaar verdringen die van het woord, zoals de televisie als dominante bron van informatie en opinievorming allang de plaats van de krant heeft ingenomen. In deze door de beeldcultuur aangeblazen emotiesamenleving kan politiek populisme een toenemende rol van betekenis spelen. Het zoekt als het ware (net als populaire muziek en beeldcultuur) naar de grootste gemene delers in de maatschappelijke emotie en werkt daardoor in het politieke debat vergroving in de hand. Er is niet veel op tegen om gevoelens van onvrede en onmacht onder delen van de bevolking mee te laten wegen in politieke standpunten – er zijn respectabele partijen voor opgericht - , zolang in die weging ook de feiten en maatschappelijke belangen worden meegewogen. Populisten gaan daar aan voorbij. Zij pretenderen stem te geven aan de door de ‘oude politiek’ vergeten bevolkingsgroepen die zich in hun positie in de samenleving bedreigd voelen door nieuwe groepen en andere culturen. In werkelijkheid vormen zij vooral de stem van de onmacht. In alle opzichten want realistische oplossingen staan zij niet voor. Dat kan ook niet omdat, zoals de vrijzinnige Belgische denker Dirk Verhofstadt heeft opgemerkt, een pessimistisch wereldbeeld kenmerkend is voor populisme. Wie angst en onzekerheid als belangrijkste politieke grondstoffen gebruikt, is niet geïnteresseerd in compromissen en in meerderheden voor beleid. De politieke filosofie van veel populisten bestaat feitelijk maar uit één gedachte: terug naar de tijd waarin de problemen van vandaag nog niet bestonden, waarin de samenleving nog overzichtelijk en veilig was en niet beïnvloed door de onzekerheden van mondiale crises en migratiestromen. In Nederland wordt dit vertaald in het politieke verlangen naar een samenleving zonder files, zonder grote immigratie, zonder een eigen, gelijkwaardige plek in cultuur en religie voor moslims, zonder verdergaande Europese eenwording, als die de deur openzet voor buitenlandse werknemers en multiculturaliteit. Kortom: de politieke exploitatie van de heimwee naar een nationale monocultuur, die overigens in werkelijkheid in ons land nooit echt heeft bestaan. Politiek populisme ontkent de betekenis van compromisvorming en parlementair debat. Het kan nog scherper worden gezegd: populisme is een vorm van gedegenereerde democratie. In Democracy and Populism (2005) stelt John Lukacs dat het liberalisme weliswaar heeft getriomfeerd over andere ideologieën, maar daarmee ook zichzelf heeft volbracht. Zijn belangrijkste geesteskind, de parlementaire rechtsstatelijke democratie, boet aan aantrekkingskracht in en ontmoet steeds meer desillusie, desinteresse en zelfs verveling en apathie. Lukacs ziet de klassieke parlementaire democratie afglijden naar zoiets als ‘popular democracy’, een staat zonder totalitair regime, maar ook zonder krachtige oppositie, met corruptie van woorden en een bijna-monopolie van de televisie als opinie- en emotiemaker. Hij ontwaart een paralelie in de ontwikkeling van de media: de nadruk verschuift onder druk van de commercie geleidelijk van nieuwsgaring en opinievorming naar populair entertainment: ‘for populism is often crudely materialistic’ (p.219). Als we overigens kijken naar de geldschieters achter Nederlandse populistische bewegingen van het laatste decennium, dan is die vergelijking nog niet zo gek. Lukacs schetst een somber perspectief voor de parlementaire democratie en voor de daarachter liggende principes van de rechtsstaat. Zover kan en mag het natuurlijk niet komen. Populisme is een langzaam werkend gif in staat en samenleving. Staatsinstellingen worden bekritiseerd of geridiculiseerd, in de samenleving worden latente tegenstellingen aangeblazen en verhevigd in plaats van beheerst en gekanaliseerd. Dit gif moet krachtig worden bestreden in plaats van lijdzaam geaccepteerd of opportunistisch geïmiteerd.
Thom de Graaf Thom de Graaf Linksmailto:th.de.graaf@nijmegen.nl |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|