Vorige eeuw werd onze Belgische reporter nog met alle honneurs in Kongo ontvangen. Van de volgepropte straten van de havenstad tot een jachtpartij met het traditionele dorpshoofd, steeds opnieuw had onze landgenoot recht op een ontvangst een staatshoofd waardig. Maar tijden veranderen en het terug op de rails zetten van een trein die men zelf heeft aangereden, kan tegenwoordig niet meer op een beate, bijna naïeve bewondering rekenen, zeker niet als die trein vervolgens met een touw wordt verder getrokken. Gelukkig maar, laten we zeggen, en drie topleden van onze huidige regering stonden deze week dan ook maar een hele dag maniok te schieten. De Democratische Republiek Kongo laat net een cyclus achter zich van oorlogen en plunderingen die zelfs voor het hedendaagse Afrika van een zeldzame intensiteit waren. Niet voor niets spreekt men van de eerste Afrikaanse oorlog, een oorlog die tussen 1998 en 2007 meer dan vijf miljoen doden heeft gebracht, ontelbare gewonden en gemutileerden, en een onbeschrijfelijk lijden. De vreselijke schendingen van mensenrechten in het Oosten van het land, vooral tegen vrouwen, zijn vandaag de dag nog een gevolg van deze oorlogen. De Kongolese staat is van plan zijn fundamenten terug op te bouwen maar de verschillende publieke diensten zijn er nog niet. Rechtzekerheid kan niet gegarandeerd worden, administratieve en economische voorspelbaarheid evenmin. Gezondheidszorg en onderwijs zijn voor een kleine minderheid toegankelijk, water en elektriciteit voor een grote meerderheid van de Kongolezen een luxe. De transportinfrastructuur is in het beste geval in aanbouw. En met een begrotingsbudget van 3 miljard dollar voor het jaar 2008 valt in een land groot als een continent nu niet echt veel te bouwen. Gegeven deze voorwaarden is het dan ook niet verwonderlijk dat het Kongolese ondernemersklimaat geclassificeerd wordt als één van de moeilijkste ter wereld. Het lokaal initiatief als directe buitenlandse investeringen in de locale productie zijn dan ook zeldzaam. Stabiel en waardig werk zijn veel te schaars en de staatsinkomsten uit de economische sector al te beperkt. Geen Kongolees zal het ontkennen, en zelfs onze minister van Buitenlandse Zaken heeft het begrepen: de weg is nog lang, al is spreken van een voorbeeld van een Afrikaanse democratie voorbarig. Er moeten wegen gebouwd worden, havens en luchthavens. De waterkrachtcentrales en de elektriciteit- en watervoorzieningnetwerken moeten gerenoveerd worden. Over ziekenhuizen, scholen, politiediensten, ministeries en rechtbanken is dan nog niet gesproken. Hier is dan ook geen plaats voor nostalgisch sentimentalisme noch idealistisch gemijmer. Als de Chinezen bereid zijn te investeren, en veel te investeren, dan is het begrijpelijk dat de Kongolese overheid hierop ingaat. Niemand verwacht hier daden van Christelijke barmhartigheid, voor wat de Chinese implicatie in Kongo zeker niet kan gehouden worden. Het gaat hier over een platvloerse ruilhandel, waar primaire goederen voor investeringen geruild worden. Maar deze koehandel levert ondertussen wel een bijdrage aan de wederopbouw van het land, waarvoor blijkbaar geen andere middelen voorhanden zijn. Dat het neokoloniale tijdperk definitief voorbij mag zijn: de voor het land interessantste partner haalt het. Misschien is het wel naar dit keerpunt in de Kongolees-Belgische relatie dat onze Minister van Buitenlandse Zaken verwees. En als de interessantste partner (tijdelijk) niet degene lijkt die met respect voor mens en natuur handelt en verhandelt, dan moeten we dit kunnen aanvaarden. Maar laten we ondertussen ook met het nodige pragmatisme en begrip van de lokale context handelen: Kongolese opportuniteiten zijn er immers genoeg, Kongolese noden ook. Amartya Sen wees in zijn Freedom as development reeds op de relatie tussen het ontwikkelingsniveau van een land en de corruptiegraad. Het schrikwekkende corruptieniveau in een land als Kongo is vanuit deze analyse geen verrassing. Het land voor dezelfde reden echter links laten liggen is het ontsluiten in zijn valluik van armoede. Geduld moet uitgeoefend worden, beseffend dat ondertussen een deel van de inspanningen verloren gaat.
Kevin Torck Kevin Torck Linksmailto:kevin.torck@gmail.com |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|