De grote truc

essay vrijdag 28 januari 2011

György Konrád

Nieuwe censuur, nieuwe partijstaat. De nieuwe censuur weegt zwaar, het gewicht van de wet verlamt de arm. 180 bladzijden. En de bijbehorende toelichtingen. Op vragen en kritiek reageren de Hongaarse verantwoordelijken als volgt: „Zolang u de hele wetstekst niet grondig hebt gelezen, valt er niets te bespreken.” Omdat de tekst alleen nog maar in het Hongaars beschikbaar was, werden geďnteresseerden in hoopvolle spanning gehouden en verwezen naar de Engelse vertaling die in de maak was. Het bericht dat het vertaalwerk was voltooid, werd blij ontvangen. Maar wat bleek, er waren stukjes weggelaten. Bijvoorbeeld dat de ongekend hoge geldboetes pas vanaf de tweede helft van 2011 worden opgelegd. Zolang de Hongaarse regering haar collega’s tijdens het EU-voorzitterschap als gasten ontvangt, zijn er geen boetes, worden de zondaars slechts geregistreerd.

Ook nu weer is een zondaar, Tilos Rádió, de verboden radiozender, gewaarschuwd vanwege de voor kinderen ongeschikte tekst van een oude Amerikaanse rapper. Maar met deze waarschuwing liet men intussen de aankondiging achterwege dat de terechtgewezene om die reden niet langer een frequentie zou kunnen aanvragen. De makers, commentatoren en hoeders van de wet doen alsof zij niet begrijpen waarom de intelligentsia in binnen- en buitenland zo verontwaardigd is over zoveel agressie. Gisteren kreeg ik een kopie onder ogen van een officieel schrijven van de sinds kort geďnstalleerde media-autoriteit: Hoofdafdeling Inhoudbewaking. Dat stond erboven. Meteen al rijst de vraag wat de regering met de inhoud te maken heeft. Mocht de inhoud haar daadwerkelijk iets aangaan, dan zijn toezichthoudende instanties noodzakelijk, allereerst een Hoofdafdeling Inhoudbewaking. De controle van werken zal vermoedelijk lucratiever zijn dan het schrijven ervan.

Een tot het doen van mededelingen bevoegde, overigens intelligente en goed opgeleide diplomaat motiveerde de noodzaak van deze wet onder andere met het argument de verspreiding van antisemitische teksten te voorkomen. Dezelfde dag hoorde ik een gesprek waarin werd beweerd dat Zsolt Bayer, vriend van de minister-president en hoofdredacteur van Magyar Hírlap (Hongaarse nieuwsbode), een dagblad dat diens partij na aan het hart ligt, mensen die zich kritisch hebben uitgelaten over de mediawet (een Britse journalist genaamd Andrew Cohen, Daniel Cohn-Bendit en de in Hongarije geboren pianist András Schiff), in een gepassioneerd hoofdartikel heeft afgedaan als stinkend eindproduct.

Voor het station West steekt de minister van Buitenlandse Zaken op Chanoeka de lichtjes aan, terwijl de vriend die de minister-president op persfoto’s omhelst er alles aan doet om in zijn hetze tegen Joden in niets onder te doen voor de metaforen in de Stürmer van weleer. In de wetenschap van de hypocrisie zouden zij een goede beurt maken. Vervuld van trots kan de regeringsleider neerzien op de door hem aangevoerde schare ambtenaren. Wie tegenstribbelt, wordt de laan uit gestuurd. Het ontslag behoeft geen opgaaf van reden. Wie de ontslagene werk geeft, maakt zich verdacht. Ook de vriend van de vijand is de vijand. De heerser van de partijstaat wordt omgeven door een aureool van almacht. Sacralisering van de macht – een oeroude geschiedenis. Waar een opperbevelhebber nodig is, of zo men wil: een leider wiens mening bij de besluitvorming rond om het even welke aangelegenheid doorslaggevend is, is het voor een functionaris in het belang van zijn carričre niet aan te bevelen naar eigen goeddunken te handelen zonder de instructie van de voorzitter af te wachten.

Nodig zijn een grondig geschoold kaderapparaat en een duidelijk doelgerichte politieke opvoeding. In volgzaamheid ligt het geheim van de macht. Ver daarboven heerst slechts de gezamenlijke kracht die HIJ beveelt. Overbodig daar nog meer woorden aan vuil te maken. Hoe moeten we dit regime noemen? Pseudorechtsstaat? Autocratie? Conservatief-autoritaire staat? Opnieuw partijstaat? Wat levert dit denken op? Wil je beschikken over loyale functionarissen, dan moet je het hele personeel vervangen. Geen vermenging, geen verstrengelde vriendschap! Meerderheidsdemocratie! De vrijbuiters, de herrieschoppers en stenengooiers voorop. De aan de rand van Fidesz, het Verbond van Jonge Democraten, in het leven geroepen „burgerkringen” konden als stormtroepen worden georganiseerd. Voor een gering soldij konden de over veel tijd beschikkende jongeren worden gemobiliseerd om de rood-wit gestreepte vaandels te zwaaien van de pijlkruisers van weleer, de Hongaarse fascisten. Orbán deed alsof hij er niets van merkte. Zou Orbán aan de macht komen, dan zouden de vaandels van de pijlkruisers verdwijnen. Zonder Orbán zouden er vaandels zijn, maar met hem niet. Wat een geheimzinnige regisseur! Draagt het raadsel de sporen van zijn handschrift?

In ieder geval bestaat er tussen het in 1989 gevallen staatssocialisme en het nieuwe Rechts in zoverre een grote gelijkenis dat het zowel bij het laatste als bij het eerste om etatisten gaat. Alles wat mogelijk is, willen zij opnieuw nationaliseren en centraliseren. Van de staat verwachten zij mooie posities en een gemakkelijke toegang tot het budget. Later kan dan ten gunste van een politiek betrouwbare nationale elite nog een privatiseringsronde plaatsvinden. De personen die dankzij de regeringsleider in een sneltreinvaart promotie hebben gemaakt, streven voor zichzelf naar een hogere levensstandaard, ten koste van de belastingbetaler en door middel van herverdeling bij de overheid. Daarvoor zijn ongebruikelijke en snelle veranderingen nodig, die ook achteraf nog kunnen worden gestileerd tot een revolutie. Zelfs tot een stemhokjesrevolutie. Dat is een metafoor die nieuw is in zijn soort, te meer daar wij bij een revolutie tot nu toe altijd grote pleinen en massa’s mensen voor ons zagen. Nu volstaat zelfs een stemhokje, met daarin de eenzame staatsburger. In zijn binnenste woedt de revolutionaire storm, die slechts door één enkele visie, die van minister-president Orbán, kan wegebben. De fraseologie van het enthousiasme verandert, de organisatie en de menselijke inhoud blijven gelijk.

Het staatssocialisme was een politieke maatschappij waarin geen wettelijke, van de regering onafhankelijke controlemechanismen bestonden. Elke dictator in spe zal in de eerste plaats proberen openbare lichamen en personen uit te schakelen, die hem de weg naar de top zouden kunnen versperren. Zij verdienen het niet te worden ontzien. In de jaren na hun ontslag lijkt het niet raadzaam hen een aangenaam leven te bezorgen – ze zouden immers overmoedig kunnen worden en geloven dat zij ooit weer aan de macht zullen komen. Zij moeten leren dat daarvan geen sprake kan zijn. Al wie de regering van nationale eenheid van de macht berooft, moet voorgoed verstoten zijn en mag deze slag nooit meer te boven komen.

Waarin het vergrijp bestaat? In het verzet tegen de visie van de grote ziener. Hij beschikt niet alleen over een eigen economisch beleid, maar ook over een geschiedfilosofie, een particuliere garde en ook over een onder hem ressorterende geheime dienst die beschermt tegen terrorisme, tegenstanders registreert en afrekent met verslagen politieke rivalen. Ze moeten wel bang zijn! Ze werden geobserveerd. Na het ene bastion van immuniteit volgt het andere; de nieuwe regering neemt ze alle in. Ook de zondige hoofdstad heeft de regering bezet. Gezin, orde, werk, kerk, voetbal, de provincie rukt op, we lusten Hongaarse knakworst, ook sterkedrank mogen we al stoken, goede Hongaren dat we er zijn. ’s Avonds zou het televisiepubliek graag ooit beroemde, nu aan handen en voeten geketende mensen aangapen, terwijl deze, omgeven door bewaarders, door een kale gang lopen.

Het is gelukt de Hongaarse mediawet uitgerekend op Stalins geboortedag aan te nemen. Voor de makers van de tekst zou de associatie met de Sovjetleider wel eens niet zo prettig kunnen zijn, maar diens nalatenschap, een staat met onbeperkte bevoegdheden, is hun niet vreemd en niet onbemind, zou zelfs nostalgische gevoelens kunnen opwekken. Hoe maak je een partijstaat die ondergeschikt is aan persoonlijke heerschappij en door eenieder wordt gezien als democratie? En je kunt niet anders dan verbaasd zijn, hoe origineel hij is en hoe handig hij zich voegt naar de randvoorwaarden van de Europese Unie. We spreken van een mediawet, maar in essentie gaat het om de verstikking van de persvrijheid en de culturele vrijheid. Ze hebben dat van ons gestolen waarin het doel van de openbare en illegale democratische beweging en het wonder van 1989 bestond. De publieke televisie en de radio zijn al aan een strenge censuur onderworpen en ontwikkelen zich steeds nietszeggender. Iets goeds zeggen over de aan de top van radio en tv benoemde personen – een moeilijke opgave.

Er is sprake van de vestiging van een dictatuur die nieuw is in zijn soort, maar die zijn weerga wel kent. Het nieuwe is dat zij tracht binnen de Europese Unie te bestaan en te functioneren. Hongarije biedt steun aan de ook in de westelijke helft van Europa gewortelde populistische denkbeelden waarin reikhalzend wordt uitgekeken naar de door één sterke man geleide Ordestaat. Dit regime zal de Unie niet plechtig de rug toekeren, maar het trotseert haar en verandert de schandelijke wet niet. Enkele honderden collega-auteurs, de bond van literaire schrijvers, en onder hen al diegenen wier naam de Duitse literatuurvrienden vertrouwd in de oren zal klinken, hebben de volgende verklaring ondertekend en gepubliceerd: “Protest. De bond van literaire schrijvers protesteert tegen de door het parlement aangenomen mediawet. De wet schendt op grove wijze het in internationale akten vastgelegde basisrecht op vrijheid van meningsuiting. Met gebruikmaking van belastinggelden creëert zij institutionele mogelijkheden om de pers voortdurend gade te slaan en te intimideren, om de regerende partijen onwelgevallige kranten uit de weg te ruimen. De wet herstelt de censuur in ere, minacht het beginsel van de scheiding der machten, kant zich in al zijn facetten tegen de grondbeginselen van de democratie en tegen de vrijheidsgedachte. Bond van literaire schrijvers. 3 januari 2011.”

De Hongaarse en buitenlandse leden van de vóór 1989 bestaande Midden-Europese democratische oppositie, de tot offers bereide vrienden van de vrijheid van denken, zoals Vaclav Havel en Adam Michnik, alsmede naast hen nog vele andere personen die zich in een hoog publiek aanzien mogen verheugen, zoals in mijn engere vriendenkring Miklós Haraszti, László Rajk, Gábor Demszky, Bálint Magyar en Róza Hodosán, alle helden van de toenmalige illegale pers, hebben zich in een oproep gericht tot de Europese instellingen en geschreven dat de democratie in gevaar is: “Het valt niet te verdedigen dat het lidmaatschap van de Europese Unie alleen maar op economische criteria is gebaseerd. Er bestaan geen gezamenlijke Europese democratische waarden als er geen gezamenlijke Europese wet is die deze waarden hooghoudt. Censuur is overal censuur. De minachting van de grondrechten in één land vernedert alle Europeanen. Wat in Hongarije is gebeurd, mag niet nog eens gebeuren, namelijk dat partijpolitiek ons kostbaarste bezit, de collectief verdedigde vrijheid, heeft ondermijnd.”

De Samisdat, de in de illegaliteit bestaande conspiratieve productie en verspreiding van drukwerk, was in het papieren tijdperk het antwoord op de provocaties van de willekeur. Het elektronische tijdperk biedt nieuwe mogelijkheden, waarvan de jonge tijdgenoten gebruik kunnen maken, beter nog dan de censoren. Ambtelijk gereguleerde cultuur is saai en vervelend. De ontstemden zullen na niet eens zo lange tijd de taal en de manier vinden waarmee de hoogmoedigen reddeloos aan de spot – synoniem aan verlamming – worden prijsgegeven.


De auteur is een van de belangrijkste levende schrijvers.


György Konrad

György Konrád

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be