Geweld haalt de laatste decennia steeds meer de krantenkoppen. Meestal wordt dit geweld in verband gebracht met het agressiever optreden van individuen in de publieke ruimte, en dan vooral in de stad. Bij die stelling wil ik, als historicus, toch enkele kanttekeningen plaatsen. De huidige golf van berichten over aanstootgevende geweldplegingen heeft andere oorzaken dan de invidualisering van de samenleving, de verstedelijking van onze maatschappij of het agressieve karakter van het publieke domein, zoals vaak wordt aangenomen. De studie van het verleden kan op dit vlak een aanzienlijke bijdrage leveren om de problemen van onze huidige samenleving beter te begrijpen. Één van de markantste ontwikkelingen van de Europese samenleving, is de afname van interpersoonlijk geweld sinds de Middeleeuwen. Het wetenschappelijke onderzoek heeft op dit vlak de laatste jaren zoveel vooruitgang geboekt dat het als een vaststaand feit mag worden beschouwd dat onze huidige, westerse samenleving veel veiliger en minder gewelddadig is dan pakweg één, twee of drie eeuwen geleden. Die vaststelling mag ons natuurlijk niet verleiden om het geweld van de laatste maanden te trivialiseren of af te doen als spijtige ongelukken. Wél moeten we proberen te leren uit het verleden en ons de vraag stellen waarom het geweld in Europa zo sterk daalde tijdens de afgelopen eeuwen. De afname van interpersoonlijk geweld was weliswaar geen exclusief Europese ontwikkeling, want ook bijvoorbeeld in Japan daalde de geweldgraad sterk sinds de late Middeleeuwen, maar vele regio’s maakten een andere ontwikkeling door en hebben vandaag nog steeds te kampen met een hoge gewelddadigheid. In Sub-Sahara-Afrika en Latijns Amerika werden in 2000 respectievelijk acht en zes keer meer doodslagen gepleegd dan in Europa. Ook de beschikbare doodslagcijfers voor Oost Europa, Rusland, de Verenigde Staten en Zuid Oost Azië lagen aanzienlijk hoger dan in Europa. Vreemd genoeg behoorden verstedelijking, een doorgedreven individualisering en de opkomst van de publieke ruimte tot de belangrijkste redenen voor de afname van geweld in Europa. Als historicus is het dan ook vreemd te moeten constateren dat de huidige uitbarstingen van geweld net aan die factoren worden toegeschreven. De hoge verstedelijkingsgraad van de Nederlanden was bijvoorbeeld één van de redenen waarom gewelddadig gedrag in onze streken al sinds de Middeleeuwen sterk terugliep. Dat had te maken met de alomtegenwoordigheid van de publieke ruimte in stedelijke leefomgevingen. Doordat mensen in steden letterlijk dicht op elkaar leefden, was de sociale controle er veel groter dan op het platteland. Hetzelfde gold voor de aanwezigheid van openbare plaatsen in steden: pleinen, winkelstraten en marktplaatsen zijn typisch stedelijke ruimtes en vergrootten in het verleden de sociale controle. Het is dus niet zo dat verstedelijking altijd en overal geweld in de hand werkt, integendeel, in onze Europese steden was de drempel voor geweldpleging veel hoger door de grotere sociale controle. Ook het opkomende individualisme hoeft niet meteen met de vinger gewezen te worden om ‘geweldexplosies’ te verklaren. Vele preïndustriële samenlevingen kennen vandaag net een groot geweldprobleem doordat de individualisering er minder groot is dan in westerse landen. Nauwe samenlevingsverbanden en hechte familierelaties werken geweld immers in de hand. Dat gold zo voor middeleeuwse wraaknemingen, maar hetzelfde is evengoed van toepassing op de eermoorden of andere vergeldingsacties in de preïndustriële samenlevingen van vandaag. In West Europa plaatste de toenemende verstedelijking vanaf de Middeleeuwen de bestaande verwantschapsrelaties onder druk waardoor het geweld in de maatschappij sterk daalde. Door het uiteenvallen van het hechte sociale weefsel namen geweldplegingen af, omdat fysieke conflicten net typisch zijn voor kleine face-to-face gemeenschappen. Hoe nauwer de banden met elkaar, hoe groter de bereidheid van vrienden en verwanten om anderen bij te staan, zelfs met fysiek geweld. Enkel de groeiende individualisering en de verstedelijking in West Europa kon een tegengewicht bieden en de geweldspiraal doen uitdoven. Vandaag ligt de situatie enigszins anders en vinden geweldplegingen vaker in steden plaats dan op het platteland, maar dat wil niet zeggen dat de stedelijke samenlevingsvorm dit verschijnsel veroorzaakt of in vraag moet worden gesteld. Typische stedelijke kenmerken zoals individualisering en een hoge bevolkingsdichtheid leidden in het verleden eerder tot een afname van geweld dan tot gewelduitbarstingen. Misschien moeten we als ‘moderne’ burgers daarom de hand in eigen boezem durven steken en erkennen dat onze burgerzin is afgenomen: we zijn hoe langer hoe minder bereid om tussenbeide te komen als conflicten op straat uit de hand dreigen te lopen. Die tendens lijkt één van de grote verschillen te zijn tussen hedendaags en vroegmodern Europa. Mogelijk hebben we nood aan een diepgaande mentaliteitsverandering om het huidige geweld een halt toe te roepen. Daarover kan de geschiedenis spijtig genoeg geen uitsluitsel geven, maar vanuit historisch oogpunt staat het vast dat het geweldniveau in Europa vandaag lager ligt dan ooit. Zelfs in vergelijking met andere regio’s krijgen we de dag van vandaag weinig met geweld te maken. Alleen is het opvallen dat de afname van geweld in Europa al sinds de zestiende eeuw hand in hand gaat met een groeiende aandacht in de media voor geweldplegingen. Slechts één ding kan met zekerheid worden geconcludeerd: de gevoeligheid voor geweld is kleiner dan ooit en de publieke opinie pikt agressieve uitschuivers absoluut niet meer, misschien maar best ook.
dr. Maarten Van Dijck Maarten van Dijck Linksmailto:maarten.vandijck@ua.ac.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|