Kunst als economische oplossing

essay vrijdag 14 november 2008

Jan Van Imschoot

België, en daarmee ook zijn kunstwereld, zou uitblinken in middelmatigheid. Het lijkt er sterk op dat dit land, dat het zaniken hoog inschat, hardnekkig aan dit imago vasthoudt uit angst om groter te worden dan zichzelf. Ons land wordt vergiftigd door de drang naar navelstaarderij. We zeuren liever over gemiste kansen dan dat wij constructief zouden denken en samenwerken om tot betere resultaten te komen. Het is de bekende belgitude dat wij trots zouden zijn op onze blunders en valse bescheidenheid. Het stuntelen lijkt onze enige poging om de middelmaat nu en dan te doorbreken. Zeg maar dag tegen de pogingen van getalenteerden om België een interessantere reputatie te geven dan het imago waar het tot nu toe in verstikt.

Het is tevens in de Belgische kunstwereld ’bon ton’ om kunstenaars en instellingen te onderwaarderen, te beschimpen en te bekritiseren op een te weinig onderbouwde manier. Nochtans, kritiek is heel gezond; het ontwikkelen van een discours over kunst een must. Nu en dan worden er pogingen ondernomen om de, door onze eigen ‘aard’ opgelegde, idiomen te doorbreken. Maar deze pogingen verzanden in het niets omdat er hardnekkig wordt vastgehouden aan het beeld dat Belgische kunst zich verschuilt achter het masker van de ironie. Het is een te gemakkelijke houding om complexe oeuvres te benaderen en het getuigt van een angst om andere dan Belgische invloeden te ontdekken in producties van kunstenaars. Het is ook een feit dat teveel kunstenaars met het erfgoed van Magritte en Broodthaers hebben gespeeld en daardoor, in samenwerking met te middelmatige curatoren, een fris erfgoed hebben verspeeld. Daarom, en vergeef mij deze brutale en weinig respectvolle uitspraak, Mijnheer Broodthaers: “Excusez-moi, Monsieur Marcel mais… FUCK YOU”. Trek Broodthaers uit de Belgische brij en schenk zijn oeuvre aan de wereld.

Niemand kan ontkennen dat er vanuit de kunstwereld zelf geen moeite is gedaan om enige beweging te krijgen in dit stormvrij land. Er zijn genoeg voorbeelden van zowel individuen als organisaties die initiatieven hebben genomen en nog nemen om de Belgische kunstwereld impulsen te bezorgen zodanig dat deze uit de modderpoel van middelmaat geraakt. Elk hoopvol teken wordt telkens weer gesmoord in de mist van het infantiele gekissebis van onze beleidsmensen. Op het moment dat onze politici met de handen in het haar zitten omdat banken zieltogend hun kapitaal zien verdwijnen, aandelen momenteel nog van weinig waarde zijn, en het met de dag duidelijker wordt dat investeren in lucht, wat aandelen grotendeels zijn, niet de beste manier is om hebzucht te verzilveren, verdient de Britse kunstenaar Damien Hirst in één weekend hetzelfde bedrag waar bedrijven jaren voor nodig hebben. Het economische genie zit dus niet in het bankwezen, maar in de kunstwereld. Het is een geloven in sprookjes als je de logica van grijze droogkloten blijft volgen.

De realiteit blijkt toch net iets anders in mekaar te zitten dan hoe het wordt waargenomen door de politieke en financiële wereld. Volgens een, begin dit jaar verschenen, Europees rapport is cultuur de tweede belangrijkste economische sector van dit continent. De metaalindustrie bekleedt de eerste plaats. Beeldende kunst zou op de zevende plaats staan. Welnu, dan is het hoogdringend tijd dat de kunstwereld wordt erkend als economisch belangrijk en dat het beeld van om geld zeurende bedelaars verandert in een winstgevende en werkgelegenheidsbiedende sector. De lange rij mensen die aanschuiven om toptentoonstellingen te bezoeken, roept het beeld op van voedselbedeling. Kunst is mentaal voedsel, alleen die wachtenden betalen ervoor. Ze kopen een ingangsticket, een catalogus, verblijven in hotels, moeten eten, hebben dorst, kopen al eens een nieuw paar schoenen. De lokale middenstand ziet ze graag komen.

Het is een feit dat wij, kunstenaars, behalve kastelen kopen, ook belastingen betalen en dat onze artefacten grondstoffen zijn die een belangrijk deel van de economie vormen. Hoeveel mensen hebben een inkomen dankzij onze kunst? Werknemers van musea en galerijen, handelaars en verzekeringsmaatschappijen, transportfirma’s en producenten van kunstmateriaal. Kunstwinkels en -tijdschriften. Restaurants en hotels. Critici en curatoren. Kunstenaars zelf en onderwijzend personeel. Reken het verlies maar uit bij een blijvende stiefmoederlijke behandeling van de kunstwereld door de overheid.

Wie winst wil maken, moet investeren. Wel wat houdt onze beleidsmensen tegen? Niet enkel hun eigen bekrompen denken, maar ook de gêne van de kunstwereld zelf om zich te organiseren en zich eveneens als economische sector te profileren, met daar bovenop de perverse idee dat iedereen genoeg aan kunst mag verdienen, behalve de kunstenaar, want die moet zuiver blijven en zijn integriteit behoeden voor de kwalijke invloeden van het kapitaal. Alsof honger inspireert of de voortdurende financiële onzekerheid, die als het zwaard van Damocles boven onze hoofden hangt, ons zal helpen meesterwerken te realiseren. Het wordt dringend tijd dat kunst au serieus wordt genomen in België en dat er meer en beter wordt geïnvesteerd in onze instituten. Musea zijn parameters voor de mentale ingesteldheid van een land. Elke weldenkende staat gebruikt zijn musea als visitekaartje, behalve België. Musea worden hier teveel beschouwd als zorgenkinderen, als stofnesten vol verziekte onzin.

De communautaire afleidingsmanoeuvres zijn daar ook een stuk verantwoordelijk voor. Laat de Mangains en de De Wevers maar zaniken en zeiken over hun eigen culturele achterstand, maar momenteel wint Brussel aan internationale betekenis als stad van hedendaagse kunst. Buitenlandse galeristen komen er zich graag vestigen, net als kunstenaars. Het is de Europese hoofdstad die in de negentiende eeuw al een vluchtoord was voor rebelse en onbekrompen denkers, schrijvers en kunstenaars. Ondermeer Marx, Rimbaud, Verlaine, Courbet en David konden er ongestoord verblijven dankzij het breeddenkende stadsbestuur en weldenkende staatsmannen. Brussel is een boeiende stad die geografisch een interessante want centrale ligging kent. België bevindt zich daardoor niet meer in de periferie van het kunstgebeuren, maar vormt het middelpunt van de draaimolen waarop onder andere Londen, Amsterdam, Keulen, Düsseldorf en Parijs belangrijke spelers zijn.

België echter is waarschijnlijk te klein om een Centre Pompidou of een MOMA te bouwen, maar als er meer zou geïnvesteerd worden in de bestaande instellingen dan zou de som van deze delen een megamuseum kunnen zijn dat afdelingen heeft over heel het land. Opsplitsen en verbrokkelen is nefast voor kunst. cultuur kan gerust regionale materie blijven maar kunst voelt zich niet goed in zijn vel als het gevangen zit in te kleine gebieden. Daardoor is het wenselijk om een Belgische federale artistieke-economische organisatie op te richten, eventueel zelfs een ministerie. Als er ministers bestaan van landbouw, milieu en wetenschapsbeleid, waarom dan niet een minister van hedendaagse kunst aanstellen? Economie en kunst gaan van oudsher hand in hand. Het valt niet te ontkennen dat kunst een oude tante is die zich, opportunistisch als ze is, tegen elke wereld van macht aanschurkt. Hebben kunstenaars als Rubens, Van Eyck of Michelangelo zich laten corrumperen omdat ze voor welgestelde en invloedrijke mensen hebben gewerkt? Is hun oeuvre daardoor van minder belang? Ik dacht van niet.

Belgische kunstverzamelaars, -kopers en –liefhebbers hebben wereldwijd een degelijke reputatie als kenners van wat er gebeurt in het hedendaagse en internationale kunstenveld. Mensen die investeren in kunst en daardoor financiële injecties geven aan de kunstwereld mogen daarvoor fiscaal beloond worden bij eventuele schenkingen aan de staat. Zij kunnen zo meewerken aan het uitbouwen en ontwikkelen van een patrimonium, die een erfenis voor de toekomst inhoudt. Als de overheid er niet in slaagt om een belangwekkende verzameling van kunstwerken aan te leggen biedt het samenwerken met particuliere verzamelaars een oplossing aan voor dit probleem. Het credo dat de kunstwereld enkel op zwart geld draait is een verouderd beeld dat geen steek meer houdt. Mensen van de belastingen weten dit maar al te goed. Tot nu toe zijn er nog geen gevallen bekend van zware fraude in de kunstsector. Vervalsers en hun criminele partners daargelaten.

Door kunst als een economische factor te erkennen kan men eindelijk ook eens werk maken van een fiscaal statuut voor de kunstenaar. Doordat inkomsten onregelmatig zijn en niet kunnen gespreid worden over meerdere jaren is de belastingdruk zeer hoog en in vele gevallen dodelijk nefast in de ontwikkeling van een artistiek oeuvre. Stel je voor dat iedere kunstenaar, van gelijk waar, weigert om nog één werk te verkopen noch te tonen in België, dan ziet het ernaar uit dat de zwanenzang van Fortis en Dexia kinderliedjes zullen blijken vergeleken met dit, voor de economie en de kunstwereld, onvoorziene drama met verstrekkende gevolgen. Wel, mijnheer Leterme, ziehier de oplossing voor uw boekhoudkundig debacle: investeert in kunst en in musea, bouwt hotels en trekt de wereld binnen in ons artistiek ondeelbaar land. En wel NU!


De auteur is een hedendaagse kunstenaar

Jan Van Imschoot

Jan Van Imschoot

Links
mailto:jan.van.imschoot@pandora.be
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be