Algemeen belang

essay vrijdag 21 oktober 2005

Geert van Istendael

We hebben hier twee woorden, gekoppeld aan elkaar, getrouwd met elkaar. Passen ze eigenlijk wel bij elkaar? Laten we ze eens goed bekijken, elk woord afzonderlijk. Algemeen. Hoe algemeen is algemeen? De mensheid? Europa? België? Vlaanderen? Één stad?

Toen Rivarol zijn Discours sur l’universalité de la langue française schreef, dus een vertoog over de algemene geldigheid van de Franse taal, bedoelde hij vooral dat die algemeen gangbaar was in de betere kringen van Europa. Zijn verhaal werd in 1784 bekroond, niet door de Académie française, maar door de academie van Berlijn. Hij trad dus buiten de grenzen van Frankrijk, de erkenning was algemener, was Europees. De rest van de wereld werd niet eens waargenomen, de lagere klassen niet, niet de andere continenten. Of nauwelijks. Zou in deze tijden, nu het woord globalisering bij dag in onze hersens wordt gebrand en ’s nachts als reclameboodschap op de wolken wordt geprojecteerd, zou in onze tijd het woord algemeen algemener geldend zijn dan vijf jaar vóór de Franse revolutie? Ik geloof er niets van.

Onlangs werd weer eens een lijst opgesteld van belangrijke mensen, deze keer de invloedrijkste denkers van onze tijd. Wat las ik in een Belgisch krantencommentaar De discussie over de belangrijke problemen van deze tijd speelt zich toch hoofdzakelijk af in de Angelsaksische wereld. Heel de Latijns-Amerikaanse literatuur, van Borges tot Márquez? Nooit van gehoord. Heel de Franse filosofie, tot en met Derrida? Praat voor de vaak. Alles wat in China wordt gedacht en geschreven, ontworpen en uitgevonden, allemaal van geen tel.

Nog een ander voorbeeld. Naar het schijnt moeten we allemaal Engels gaan spreken, sterker, zúllen we ook binnenkort allemaal Engels spreken. Rectoren van Vlaamse en Nederlandse universiteiten, intellectuelen van formaat dus, vinden dat noodzakelijk en onvermijdelijk. Waarom? Omdat Engels overal ter wereld toch de taal is van de zakenmensen. Nee soms? Dus: de taal is sinds de achttiende eeuw veranderd, Engels is in de plaats gekomen van Frans; de klasse die van zichzelf denkt dat ze het recht heeft voor de voltallige mensheid te spreken is ook niet meer dezelfde, de kapitalist is in de plaats gekomen van de aristocraat. Echter, de hersenkronkel is in meer dan tweehonderd jaar geen spat veranderd, geen centimeter, geen duim. Algemeen is wat ik algemeen noem. Waar haal ik het recht vandaan om te bepalen wat algemeen is? Ik ben gewoon beter dan de rest. Ik ben algemeen. De rest van de wereld bestaat niet. En mocht de rest van de wereld al bestaan, dan is hij verwaarloosbaar.

Er is nog een andere kant aan dat woord algemeen. Zodra ik het woord algemeen geografisch beperk, duiken concurrerende algemeenheden op. Wat algemeen aanvaard wordt in België, wordt daarom nog niet algemeen aanvaard in Nederland of Frankrijk en ik wil het niet eens hebben over verder liggende landen en culturen. Dat de Europese constructie zo bizar is en daarenboven kraakt in al haar voegen, heeft onder meer, ik zeg wel, onder meer daar mee te maken. Met botsende evidenties.

Maar ook met botsende belangen. Ik houd niet van het woord belang in het enkelvoud. Het Belang van Limburg is een krant en daarmee uit. Voor de rest zijn er de belangen van allerlei soorten Limburgers. Drie meervouden. Het enkelvoud is altijd vals omdat het altijd al te zeer vereenvoudigt. Het enkelvoud van het woord belang dient altijd om andere belangen toe te dekken die niet mogen worden waargenomen door de buitenwereld. Juist daarom tref je het woord belang, enkelvoud, zo vaak aan in combinatie met het woord algemeen. Mijn naakte eigenbelang stel ik voor als zou het ook uw belang zijn en als u zo gek bent mij te geloven, dan dient u mijn naakte eigenbelang. Mijn eigenbelang wordt gerealiseerd. Daar word ik beter van en u slechter. Ik zal vervolgens niets onverlet laten om u ertoe te brengen ook nog eens te accepteren dat slechter voor u eigenlijk betekent: beter voor u. En geloof me vrij, ik krijg u zo gek. Ik krijg u wel zo gek dat u niet meer in staat bent uw eigen belang te zien, laat staan helder te formuleren waaruit het bestaat, laat staan het te verdedigen. Dat is het abc van alle belangengroepen - met een verhullend woord lobby's genoemd, maar het zijn en blijven natuurlijk gewoon groepen die naakt eigenbelang verdedigen en ze kunnen dat alleen maar verdedigen als ze het voorstellen als het belang van iedereen - als algemeen belang. Één van de bekende technieken die worden toegepast op grote schaal, is het marginaliseren en verdacht maken van iedereen die opkomt voor een werkelijk ander belang. Je moet doen alsof dat andere geen recht van bestaan heeft. Dát dat andere belang bestaat, is op zich al een schandaal.

Ik geef twee recente voorbeelden. Na de referenda over de Europese grondwet, werden de nee-stemmers in Frankrijk en Nederland met de somberste kleuren afgeschilderd in álle kranten, van links tot rechts. Xenofoben, haters van Polen en Turken, extremisten, angsthazen, domoren die de tekenen des tijds niet hadden begrepen, lieden die niet wisten waartegen ze stemden, enzovoort. De dag na het gevreesde nee stonden de redactionele commentaren, van Le Monde tot De Morgen, stijf van de beledigingen. Frankrijk en Nederland werden van de ene dag op de andere hoofdzakelijk bevolkt door idioten, zo niet door gevaarlijke gekken. Ik zeg: alleen maar omdat de Fransen en de Nederlanders voor één keer nee hadden gezegd tegen iets dat hun als algemeen, in dit geval Europees belang werd opgedrongen. Maar de kiezer had nee gezegd omdat de kiezer (zeker de Nederlandse kiezer) op zijn klompen kon voelen dat het Europese belang - volgens Jean-Luc Dehaene zo voorbeeldig verdedigd door een versterkte Europese Commissie - helemaal niet het algemeen belang van alle Europeanen was, maar wel een bundel belangen van machtige, wel ja, belangengroepen, die er dan nog eens belang bij hadden dat de Europese Commissie vooral niet te vaak op de vingers gekeken zou worden.

Tweede voorbeeld. De recente Duitse verkiezingen. Één partij kwam op die werkelijk andere voorstellen had voor de grote problemen die we allemaal kennen: werkloosheid, vergrijzing, staatsschuld en nog een reeks andere. Die partij, de Linkspartei, werd uitgekreten door de voltallige pers, van links tot rechts, kamerbreed. Demagogie, populisme, volksbedrog, haar potentiële kiezers waren louter gefrustreerde mensen, een van haar leiders werd zelfs vergeleken met Goebbels, niet door een rioolkrant, maar door het gerenommeerde, gematigde, links-liberale weekblad Die Zeit. De partij sprong van twee zetels naar vierenvijftig. Dat was de dag na de verkiezingen echter nauwelijks het vermelden waard. Ik zeg hier niet dat ik een voorstander ben van de Linkspartei of dat haar recepten zaligmakend zijn, daar gaat het mij niet om. Maar de partij had de verdienste dat ze tenminste niet deed alsof haar ideeën algemeen geldig waren, alsof zij het algemeen belang diende. Dat deden de andere partijen wel. Er is geen alternatief, zeiden de andere partijen. Het is me genoeg dat iemand zegt er is geen alternatief, of ik ga spoorslags op zoek naar een alternatief. Interessant is ook dat de gezamenlijke linkerzijde een werkbare meerderheid heeft gehaald in het Duitse parlement (327 zetels tegen 287), maar dat zowel sociaal-democraten als groenen zo hopeloos ingepakt zijn door de ideologie van het algemeen belang en die is dezer dagen niet links, dat ze er niet over peinzen die kans met beide handen aan te pakken. En het is niet dat het programma van de Linkspartei morgen de dictatuur van het proletariaat wil invoeren, hoor, het staat net een ietsepietsie links van het beleid dat de regering van een land als Zweden elke dag voert. Daarbij, iedereen weet dat in coalities partijprogramma’s nooit volledig worden uitgevoerd en dat ze altijd worden afgezwakt tijdens regeringsonderhandelingen.

Wie het algemeen belang verkondigt, moet ervan op aan kunnen dat hij de hegemonie van het spreken heeft, in Gramsciaanse zin, de hegemonie van het verspreiden van denkbeelden. Wie de hegemonie niet heeft, faalt jammerlijk. Zijn stem zal zelfs niet worden gehoord, laat staan beluisterd. Ik ben bereid na te denken over een notie algemeen indien dat algemeen belang wordt gezien als een samenstelling of een samenspel van verschillende belangen die duidelijk worden gearticuleerd. Niet een van die belangen kan aanspraak maken op algemeenheid, ze botsen tegen elkaar of ze versterken elkaar misschien (al geloof ik persoonlijk niet zo geweldig in zogenaamde win-win-situaties, maar ik ben nu eenmaal zwartgallig van aard), de resultante is een voortdurend evoluerende definitie van algemeen belang. Algemeen belang wil ik aannemen, op voorwaarde dat de machtsverhoudingen die het algemeen belang produceren niet worden weggemoffeld. In een dictatuur is het duidelijk wat algemeen belang wordt genoemd. De wil van de dictator, basta. In een democratie, waar de macht, om vervaarlijke concentraties te voorkomen, verdeeld wordt en waar de meerderheid dus kan wisselen, is dat veel minder duidelijk en daarom ook vaak hypocrieter. Ik pleit hier zeker niet voor despotisme, ook niet voor een verlicht despotisme, God beware me. Maar ik vraag me soms af of ons type democratie nog echt een democratie genoemd mag worden. Waar is die afwisseling? Meer dan twintig jaar geleden schreef de Gentse filosoof Rudolf Boehm eens dat alle partijen op geringe schakeringen na dezelfde waren, behalve de toen nog zeer kleine Groenen (ze hadden toen net twee zetels in het parlement). In ons land is vandaag de enige partij die werkelijk iets anders in haar programma heeft dan alle andere het Vlaams Belang en dat is geen alternatief, dat is fascisme.

De democratie mankt. Ik was het altijd eens met de Britse romanschrijver Anthony Burgess (auteur van ondermeer A Clockwork Orange) die, geheel volgens het Britse model, zei: democratie betekent dat de meerderheid een deel van het gelijk aan haar kant heeft en de oppositie een ander deel van het gelijk. Met andere woorden, het algemeen belang is verdeeld en dus niet meer algemeen. Slechts door de afwisseling van meerderheid en oppositie ontstaat zoiets als een weg die het algemeen belang doorloopt, niet recht, maar laverend van de linkerkant (als ik in de Britse sfeer mag blijven) naar de rechterkant en terug en de kronkelende resultante zou dan algemeen belang genoemd kunnen worden.

Ik ben er helaas van overtuigd dat in ons land en in menig buurland die afwisseling niet meer bestaat en wat de Europese Unie betreft, waar intussen toch de helft van onze wetgeving vandaan komt, bestaat die afwisseling al heel lang niet meer. In ons land kun je nog enigszins spreken van democratische controle door het parlement. Enigszins, iedere politicoloog zal u vertellen dat de laatste dertig jaar het zwaartepunt verschoven is naar de uitvoerende macht, naar de regering dus. Het Europees parlement controleert nauwelijks de uitvoerende macht, zo die al definieerbaar zou zijn. Bovendien is het Europees parlement, ook in het ontwerp van Europese grondwet, zeker niet de plaats waar de wil van de verzamelde soevereine Europese burgers tot uitdrukking komt. Ik zit nu met een gewetensprobleem. Ik heb de notie algemeen belang gereduceerd tot een dekmantel van een reeks niet zo erg frisse privé-belangen of tot een wankel evenwicht tussen particuliere belangen, al dan niet uitgesproken. Heb ik zodoende niet meegehuild met de neo-liberale wolven die alles wat niet privé is willen vernietigen en daar voor een deel ook in geslaagd zijn? Heb ik de notie algemeen belang niet geprivatiseerd? Is het begrip algemeen belang niet een dam tegen alles wat aanstormt om de openbare dienstverlening af te breken, tegen alles wat aanstormt om ieder spoor van solidariteit uit te wissen? Is het niet dringend geboden om juist vandaag het begrip algemeen belang helder te bepalen, het op te laden met ideeën die het in deze tijden zwaar te verduren krijgen?

Ik denk dat zoiets niet in de eerste plaats een taak is van de politiek, ik denk dat het in de eerste plaats een taak is van mensen die het ongehoorde voorrecht hebben van de tijd. Dat hebben politici juist niet: tijd om na te denken, tijd om op te schrijven wat je zo al hebt bedacht, tijd om het te laten uitgeven, tijd om te debatteren zoals vanavond.

Gebeurt dat allemaal al, zegt u? Het gebeurt niet genoeg. Een mistige consensus blijft zich openspreiden over onze universiteiten, onze media, onze politiek. Mistig, ja, eenkleurig grijs en verhullend dat zeer fundamentele bestanddelen van ons samenlevingsmodel van alle zijden aangetast worden en ik bedoel hier in de eerste plaats de notie solidariteit. Maar ook een notie als recht op werk. Of recht op school. Er zijn er andere. Ik ben waarschijnlijk goedgelovig, maar ik denk niet dat die mensen te kwader trouw zijn, met andere woorden, dat ze er zich allemaal duidelijk van bewust zijn welke enorme privé-belangen ze aan het dienen zijn. Maar zo onnozel ben ik niet dat ik zou geloven dat ze de enig mogelijke weg bewandelen zoals ze dat zelf zo vaak en met nadruk beweren: er is geen alternatief, we hebben geen keuze.

Ik denk dat er twee soorten werk zijn: één, het algemeen belang ontleden in factoren, kijken wat erachter zit, wat het toedekt, wat het weg wil stoppen; twee, het algemeen belang opnieuw definiëren en níét, ik herhaal niet, volgens de schema’s die de opiniërende elites verspreiden. Er zijn wel degelijk andere wegen en het is in ons aller belang die te ontsluiten.


De auteur is schrijver, dichter en essayist.

Geert van Istendael

Geert van Istendael

Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be