|
Drie opvallende vaststellingen in een debat over 'vrij verkeer van mensen' of 'migratie':
U merkt het, een uiterst gevoelig debat dat een genuanceerde benadering vraagt maar tegelijk een duidelijke stellingname. Ik heb ze onderverdeeld in 3 deelstellingen. SUBTITELStelling 1: De migratiestop in Europa is voorbijgestreefd "Geef me je uitgeputte en arme mensen. Je opeengepakte massa's die snakken naar vrijheid." Die woorden staan te lezen op het Vrijheidsbeeld in de haven van New York. Op het hoogtepunt van de globalisering -d.i. eind 19e en begin 20e eeuw- kon je in Europa zonder reispas, werkvergunning of identiteitskaart overal rondreizen. De Verenigde Staten van Amerika blijven ook na 11 september het voorbeeld voor vrij verkeer van mensen. Er werken en wonen meer dan 30 miljoen migranten waarvan een vijfde illegaal zijn. Ze vertegenwoordigen 13% van de bevolking en ondanks hun aanwezigheid bedraagt de werkloosheid nauwelijks 4%. Ook Noorderbuur Canada pikt aan bij deze traditie. De toename van het aantal immigranten was tussen 1996 en 2001 groter dan de toename van het aantal mensen dat in Canada werd geboren. Aan onze kant van de plas hoor je andere geluiden. Vol, afficheert Hotel Europa. De vrees om overspoeld te worden, is een van de belangrijkste verkiezingsthema's geworden waar Europese politieke partijen hun fortuin uit halen. Nochtans is sinds midden jaar '70 is de migratiestop het principe en komen er nauwelijks nieuwe migranten bij, illegale goudzoekers niet te na gesproken. In ons land werd de migratiestop in 1974 ingevoerd als een economische maatregel: verzadiging van de arbeidsmarkt. Vandaag wordt dezelfde migratiestop om sociologische redenen verdedigd: de angst voor immigranten. Nochtans heeft een Fort Europa weinig toekomst, noch demografisch noch economisch. Europa vergrijst aan een razendsnel tempo. Als de vruchtbaarheid (in Vlaanderen: 1,7 kinderen per gezin) en de immigratie op hetzelfde peil blijven, zakt het bevolkingsaantal in Europa op 50 jaar tijd met 40 miljoen mensen van 376 naar 336 miljoen inwoners. Het aantal 60-plussers maakt tegen dat ogenblik 30% van de bevolking uit hetgeen al te raden geeft voor de betaalbaarheid van de sociale zekerheid, de pensioenen in het bijzonder. Bovendien zal in de rest van de wereld de beroepsbevolking explosief stijgen. Terwijl in 1995 Europa wereldwijd nog zorgde voor 14 % van de beroepsbevolking zal dat in 2010 tot 11 en in 2050 zelfs tot 6 % zijn gedaald. Vandaar het pleidooi vanuit de Verenigde Naties voor wat men heet replacement migration, vervangingsmigratie. Doel is de actieve bevolking op peil te houden. Voor Europa betekent dit jaarlijks 1,5 miljoen nieuw bloed, voor België tot enkele tienduizenden tegen 2040. Enige nuance bij de oplossing van de vervangingsmigratie is wel op zijn plaats. Migranten die naar hier komen, gaan vroeg of laat ook wel met pensioen en ook die zullen moeten worden betaald. Daarom moet Vlaanderen blijvend geactiveerd worden want in vergelijking met de rest van Europa doen we het bijzonder slecht. Daarom: brugpensioen vanaf 58 is binnenkort over-and-out. Mensen zullen misschien iets rustiger maar wel langer moeten werken. In Groot-Brittannië spreekt men nu al van pensioen vanaf 70 jaar. Ook economisch dreigt er een tekort te ontstaan. Vlaanderen kent steeds meer knelpuntberoepen, jobs waarvoor werkgevers geen handige handen en knappe koppen meer vinden, ook al zit de werkloosheidsgraad niet op zijn laagste. Concreet gaat het onder meer over ziekenhuisverpleegkundigen, technici, lassers, mechanici en elekticiens. De redenen zijn veelvuldig: onvoldoende werkzoekenden, onvoldoende bekwaamheden of zware arbeidsomstandigheden. De vraag naar hooggeschoolde migranten zit eveneens sterk in de lift. Een studiebureau berekende dat Europa in 2003 een tekort van 1,7 miljoen informatici zou tellen. Ook hier ligt de nuance in een sterk activeringsdicours en betere afstemming van onderwijs op het bedrijfsleven. SUBTITELStelling 2: Braindrain is overschat Naast de druk die in onze landen ontstaat, is er vaak sprake van braindrain in de landen waar mensen uit vertrekken. Dat is veruit het belangrijkste argument voor de anti-globalisten of andersglobalisten om talent in eigen land te houden en zo de "hersenroof" tegen te gaan. Recent nog blijken vele Midden- en Zuid-Amerikanen de economische tegenspoed in hun landen te ontvluchten. 600.000 Columbianen minder omwille van de oorlog en de werkloosheid, Ecuador is op 3 jaar tijd 10.000 leraars kwijt, 1 op 7 Haïtianen woont niet langer op het eiland en de Verenigde Staten tellen bijna 8 miljoen Mexicanen. Dit lijkt op het eerste gezicht catastrofaal doch is het niet. De cheques die naar huis worden gestuurd, bedragen een veelvoud van de ontwikkelingshulp. 15 miljard $ tegenover 3 miljard $ richting Midden- en Zuid-Amerika. Bovendien levert elke geïnvesteerde dollar een veelvoud aan economische groei op. Hetzelfde geldt ook voor vele Aziatische migranten, in het bijzonder de Indiërs. Daar speelt een andere reden van vertrek mee. Er zijn gewoon te weinig jobs voorhanden. Jaarlijks studeren 1 miljoen hindu's af aan de hightech-universiteiten van Indië terwijl er maar voor een tiende van hen een arbeidsplaats is. Migrerende Indiërs hebben eveneens gezorgd voor een heuse boom van netwerken in de computerindustrie in het Zuiden van het land (en dat leverde zelfs vluchten op voor Sabena (wschl. verlieslatend)). Betekent dit dat de balans steeds positief te noemen is? Neen. De braindrain uit Afrika is desastreus en zorgt voor een intellectuele woestijn. Daar moet selectieve migratie met de grootste omzichtigheid benaderd worden, best in het kader van bi- of multilaterale akkoorden. Tegelijk moeten de oorzaken van vertrek er worden weggenomen: een manifest gebrek aan economische ontwikkeling, ontzegging van vrijhandel (o.m. landbouw) naar het rijke Noorden, onstabiele en corrupte regimes en bloedige burgeroorlogen. Elke Amerikaanse of Europese multinationale die daarheen delokaliseert, is geen druppel maar een emmer op een hete plaat. Goede arbeidsvoorwaarden aldaar zijn belangrijk maar ze moeten op maat zijn en vormen geen uitgangspunt van economische groei. SUBTITELStelling 3: Geen migratie zonder onthaal en inburgering In het voorgaande heb ik getracht u te overtuigen van het intrinsiek positieve dat aan migratie is verbonden. Deze houding vloeit echter niet voort uit een politiek correct discours van een multiculturele samenleving. Wij mogen immers niet blind zijn voor het echte migratieprobleem, met name: hoe beheers je de migratie zowel wat de culturele, sociale als taalkundige druk aangaat? De keuze is duidelijk: ofwel verwelkomt men de migrant als tijdelijke nieuwkomer en dan moeten er voldoende incentives zijn om hem/haar na een tijd terug te laten gaan, ofwel kiest men voor een permanent verblijf en dan zijn een degelijk onthaalbeleid en een verplichte inburgering onlosmakelijk met elkaar verbonden. Taboes zijn uit den boze. Wat dan politiek correct heet te zijn als de steeds wederkerende discriminatie van allochtonen mag met naam genoemd worden. Een te hoge werkloosheid onder die groep is weerzinwekkend, vaak gestoeld op emotionele argumenten en vormt nog vaker een voedingsbodem voor criminaliteit. Vele van die jongeren willen ook aan de bak komen, een gezellig huis, degelijk onderwijs voor hun kinderen en een mooie zomervakantie met het gezin. Tegelijk mag het anderskleurig zijn geen reden zijn tot verschillende wetten en geplogendheden. Onze sociale zekerheid staat open voor degenen die werken en degenen tijdelijk of langdurig in de onmogelijkheid zich bevinden om te werken. Niet willen werken, kan niet. Canada, eerder door mij aangehaald als immigratieland bij uitstek, heeft een bijzondere voorbeeldfunctie voor België en Europa. Canada is een land met een federale structuur die berust op taalkundige, historische en culturele verscheidenheid. De Franssprekende provincie Quebec zag de Canadese immigratiepolitiek bij aanvang eerder sceptisch aan. Migranten opteerden, in de strijd die talen blijkbaar overal ter wereld ten aanzien van elkaar voeren, eerder voor het Engels. Twee elementen hebben deze negatieve trend in Quebec doen keren: een assertieve taalpolitiek en een strenge taalwetgeving in het openbare leven, waardoor het Frans als taal meer aanzien krijgt en immigranten in Quebec ook voor het Frans kiezen. SUBTITELEen voorstel De politieke discussie moddert in Vlaanderen en Europa verder aan. Ondanks het excellente werk van onder meer uw partijlid Paul Wille in de senaatscommissie Binnenlandse Zaken blijft het politiek windstil. De eerste aanzet was de Europese top in Tampere in oktober 1999 maar ook het Belgisch voorzitterschap tijdens het najaar 2002 heeft geen duidelijk standpunt opgeleverd. Wat kan een 'gereguleerde migratiepolitiek' concreet inhouden? Het huidig stelsel maakt een onderscheid tussen hoogopgeleiden boven een bepaald loonniveau en degenen die daaronder zitten. De eerste groep geniet van een vrijwel automatische toekenning van de nodige kaarten en vergunningen en hier zijn er geen echte problemen. Voor de andere groep kunnen arbeidsvergunningen worden afgeleverd op voorwaarde dat de werkgever kan bewijzen dat invulling van de vacature via rekrutering in eigen land niet mogelijk is. Deze werkwijze kent sterke beperkingen in duur (maximum 4 jaar) en in procedure (werkgever en potentiële werknemer moeten elkaar op voorhand kennen). Het ware beter voor deze groep mensen een green card-systeem in te voeren waarbij aan jaarlijks te bepalen contingenten van werknemers met bepaalde kwalificaties verblijfs- en werkvergunningen worden toegekend. Dit zou beter toelaten om het immigratiebeleid af te stemmen op de behoeften van de arbeidsmarkt. Aangezien het Belgische kader niet los te koppelen is van de Europese Unie worden best afspraken gemaakt op dat niveau waarbij elke lidstaat een bepaald contingent kan opnemen. Parallel met de selectieve opheffing van de migratiestop moet gedacht worden aan inburgering en onthaal. Vlaanderen zou bovenop de bevoegdheid die ze nu op het gewestniveau heeft om de arbeidsvergunning af te leveren, ook de mogelijkheid moeten krijgen om binnen vooraf bepaalde aantallen selectievoorwaarden of voorkeuren te bepalen (bijvoorbeeld het behalen van een Certificaat Nederlands als Vreemde Taal van de Nederlandse Taalunie in het buitenland). Natuurlijk hoeft men zich hier niet toe te beperken. Een sterk inburgeringbeleid met lessen Nederlands, maatschappijoriëntatie en toeleiding naar de arbeidsmarkt kan ook veel opvangen. De inspanningen van deze Vlaamse regering zijn serieus te noemen met een jaarlijkse bijkomende investering van € 20 miljoen doch het is en blijft voorlopig een financiële kwestie waar de politiek niet echt van wakker ligt. SUBTITELConclusie Migratie is niet het wondermiddel voor problemen als arbeidstekorten, vergrijzing en plafond inzake arbeidsactivering. Politici moeten evenveel -zoniet meer- nadruk leggen op de noodzaak van integratie en inburgering. Maar bovenal is een pleidooi voor gereguleerde migratie een pleidooi voor meer globalisering, meer vrijheid en ontplooiing, meer ontmoeting. Mag ik als slot refereren aan Mario Vargas Llosa, geroemd Peruaans auteur en onlangs in Knack bestempeld als rasechte liberaal: "Arbeidsimmigratie kun je onmogelijk tegenhouden. Regeringen kunnen ze maar beter in goede banen leiden en reguleren. Zo voorkomen ze chaos en een woekerplaag van maffiabenden."
Vincent Van Quickenborne |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|