Globalisering. Waarom het liberalisme niet de schuldige is.essay vrijdag 17 januari 2003Jules van RieEr loopt heel wat mis in de wereld. Elke dag sterven tè veel mensen van honger of dorst of worden ze onschuldig slachtoffer van gewapende conflicten. Een grote groep mensen kan niet genieten van een vrijheid zoals we die in het westen kennen. Ze lopen het risico vervolgd te worden omwille van hun ideeën of ze moeten van jongsaf aan wroeten om te kunnen overleven wat hen de kans ontneemt om zich ten volle te ontplooien. Deze problematiek is veel belangrijker dan de dagdagelijkse politiek en tegelijk veel interessanter. Hier treden de echte ideeën en ideologieën weer op de voorgrond. De ganse zaak wordt echter ook veel gecompliceerder omdat hier ook veel meer actoren meespelen. Het duurt ontzettend veel langer eer men tot overeenstemming komt. Rond bepaalde deeloplossingen kan men het misschien eens zijn, maar tot een globale oplossing komt men niet. Daardoor veranderen de zaken zeer traag en komt er bijna geen vooruitgang of merkt men die toch niet. Ondermeer daarom komt er tonnen kritiek van de zogenaamde anti- of andersglobalisten. Deze beweging, die in het algemeen wel goede bedoelingen heeft, richt haar pijlen helaas vooral op het liberalisme, dat ze vereenzelvigen met het wilde kapitalisme en dat de wereld zou veroverd hebben. Net daar gaan ze in de fout. Het liberalisme is heel wat meer dan het kapitalisme en zolang er mensen in de wereld sterven of niet in volle vrijheid kunnen leven omwille van honger, dictaturen of oorlogen, kan men niet spreken van een geliberaliseerde wereld. De zogenaamde noord-zuidkloof is immens. Meestal verwijst men daarbij naar het inkomensverschil. Het is echter vooral het welvaartsverschil dat van tel is. Op de ene plaats kan men nu eenmaal meer doen met één dollar dan op een andere plaats. Bovendien is het ook niet nodig dat iedereen even rijk moet zijn. Iedereen maakt een keuze over hoeveel tijd hij wil besteden aan werk of welk soort werk hij doet. Als een ondernemer grote risico's neemt, mag hij daar ook voor beloond worden. Los daarvan is het toch een feit dat het verschil in welvaart tussen noord en zuid veel te groot is. Mensen die nauwelijks aan eten geraken kunnen moeilijk een volwaardig leven leiden. Bovendien brengt het veel te grote verschil een aantal andere problemen met zich mee. Velen proberen om economische redenen naar het westen te vluchten. Iedereen heeft het recht om te gaan en staan waar hij wil en dus zouden we hen moeten toelaten. Helaas is dat op dit ogenblik onmogelijk willen we niet overspoeld worden, wat voor beide partijen een slechte zaak zou zijn. Daarnaast zijn er de terroristische acties van de laatste tijd die duidelijk maken dat de huidige situatie niet meer houdbaar is. Hoe moeten wie die kloof nu trachten te dichten? Grof gezegd komt het er op neer dat de derde wereld het vooral zelf zal moeten doen. Uiteraard moeten we hen daarbij helpen, maar alle hulp zal te kort schieten als die er niet voor zorgt dat de mensen zelf in hun levensonderhoud kunnen voorzien, zelf handel kunnen beginnen drijven en zo uit het moeras kunnen klauteren. Gewoon geld en voedsel geven brengt ons geen stap dichter bij de oplossing, net zoals de armen uit onze streken in de negentiende eeuw ook niet fundamenteel geholpen werden door de aalmoezen die ze kregen. Integendeel, het creëert een afhankelijkheid die de mensen belet zich te ontwikkelen. We moeten dus de omstandigheden scheppen die het de mensen mogelijk maken om deel te nemen aan het beste systeem om welvaart te creëren, het kapitalisme. Iedereen weet wat de maatregelen zijn die we moeten nemen: Zorg dat de mensen op een eenvoudige manier eigendomsrechten kunnen laten gelden op de zaken die ze informeel al bezitten (cf. Hernando de Soto). Op basis van die bezittingen kunnen ze dan beginnen deelnemen aan de vrije markt in hun land en kunnen ze bovendien eindelijk voorzien worden van een aantal nutsvoorzieningen. Zorg dat de mensen voldoende onderwijs kunnen genieten. Voer echte vrijhandel in de ganse wereld door en stap dus af van alle protectionistische maatregelen die in de Verenigde Staten en de Europese Unie van kracht zijn. Schaf dus alle invoerbeperkingen en export-, landbouw- en textielsubsidies af, zodat de derde wereld met hun producten op een eerlijke manier kunnen concurreren op onze markten. De schuld voor de erbarmelijke omstandigheden in het zuiden wordt veelal op de vrijhandel afgeschoven, maar zolang deze maatregelen niet genomen zijn is de realiteit dat er geen vrijhandel ìs voor het overgrote deel van de derdewereldbevolking. Ook de multinationals worden veelal onterecht met de vinger gewezen. Zij zouden de bevolking uitbuiten, maar meestal zijn de arbeidsomstandigheden en de lonen bij een multinational stukken beter dan bij de meeste lokale werkgevers. Die hogere lonen worden dan ook uitgegeven, waardoor de ganse plaatselijke economie op hogere toeren kan beginnen draaien. Elke multinational die in de derde wereld actief wordt, betekent een wezenlijke vooruitgang voor dat gebied. Indien een bedrijf echter zijn boekje te buiten gaat en elementaire, vanzelfsprekende regels overtreedt, moet het daar verantwoording voor afleggen. Bij voorkeur in het land waar de misdaad gepleegd werd, als dat niet kan in het land van de hoofdzetel, al is het dan maar symbolisch, want ook daar zijn de producenten van merkartikelen gevoelig aan. Dat zijn de basisvereisten, daarnaast moeten nog een aantal nevenvoorwaarden vervuld worden. Zeker in de komende jaren zullen we verder ontwikkelingshulp moeten blijven bieden om de acute noden van de derdewereldbevolking te ledigen. Dan denk ik aan voedsel, water, onderdak, basisinfrastructuur, onderwijs en de uitbouw van een werkende, niet gecorrumpeerde overheid. Daarbij gaat het niet alleen om financiële en materiële hulp, maar ook om het overdragen van technische, economische en juridische kennis. Belangrijk is dat we het geld niet aan de heersers van het land geven, want in het verleden is reeds bewezen dat die veelal niet betrouwbaar zijn. Hulp moeten we zoveel mogelijk geven aan de mensen zelf, of aan verenigingen of plaatselijke overheden. Op die manier is de kans groter dat het geld gebruikt wordt voor de zaken die de mensen echt nodig hebben. Zo kunnen ze ook beter zelf vooruitgang boeken. Projecten zoals in Brazilië waar de moeders geld krijgen om hun kinderen naar school te laten gaan verdienen navolging. Ook kleine leningen aan individuen of kleine verenigingen zodat die een zaakje kunnen opstarten bleken al succesvol te zijn. In dit kader moeten we ook de schulden van de derdewereldlanden kwijtschelden. Die landen kunnen nooit vooruitgang boeken als ze jaarlijks immense bedragen moet terugbetalen aan ons. Die schulden zijn ondertussen toch al voor een groot deel terugbetaald, maar zorgen er wel voor dat er geen geld meer is om een beleid voor de bevolking te voeren. Bovendien zijn de slachtoffers van die schulden niet de mensen die ze ooit aangegaan hebben, maar de bevolking van die landen die verstoken blijven van een aantal essentiële voorzieningen. Een kwijtschelding kan uiteraard alleen maar als er voldoende garanties zijn dat de vrijgekomen budgetten ten goede van de bevolking komen en niet gebruikt worden om bv. wapens aan te kopen. Het grootste probleem is de Afrikaanse situatie. De toestand daar is bijzonder schrijnend. Oorzaak daarvan zijn de voortdurende onderlinge en interne conflicten tussen en in een aantal staten. Meestal worden die conflicten verder onderhouden omwille van de commerciële belangen die de strijdende partijen er bij hebben. Zolang ze een gebied bezetten, kunnen ze het leegplunderen en de rijkdommen ervan exporteren. De bevelhebbers van de strijdende partijen worden er rijk van en de bevolking het grote slachtoffer. Dit is zo'n geval waarbij het stilleggen van de handel geoorloofd is. Het is zelfs de enige mogelijke oplossing om dit probleem op te lossen. Daarnaast moet de wapenverkoop aan ondemocratische regimes, rebellen en aan landen die andere landen binnenvallen verboden worden. Het wordt tijd dat het westen zijn verantwoordelijkheid opneemt en met VN-troepen tussenkomt in deze conflicten. Jarenlang buiten we het Afrikaanse continent uit en nu laten we het stikken, simpelweg omdat we er geen commerciële belangen bij hebben. Als er ons later iets zal verweten worden, zal het dit wel zijn. Uiteraard kan het bij interventies niet de bedoeling zijn om landen min of meer te veroveren en een pion van het westen aan de macht te brengen, zoals in het verleden wel meer gebeurde. We moeten zoveel mogelijk rekening houden met de lokale bevolking en er voor zorgen dat ofwel een bestaand democratisch regime terug kan regeren, ofwel zorgen dat een democratisch regime door de bevolking gekozen wordt. We moeten er ook naar streven om in de hele wereld de mensenrechten te laten respecteren en de democratie in te voeren. Het opschorten van diplomatieke relaties en het volledig uitsluiten uit instellingen is daar geen oplossing voor. Men moet blijvende diplomatieke druk uitoefenen en langzaamaan, naarmate er vooruitgang geboekt wordt, het land beter behandelen en meer voordelen geven. Handelsbarrières zijn uit den boze. Vooreerst is het enkel de bevolking die daar het slachtoffer van wordt. Bovendien zal de bevolking door handel te drijven met het westen merken hoe anders de wereld er kan uitzien dan in hun land en daardoor vlugger protesteren tegen hun regering of in opstand komen. Om dezelfde reden moet men met militaire interventies opletten dat een eventuele prille vooruitgang er niet teniet door gedaan wordt. Het spreekt voor zich dat elke militaire tussenkomst moet gebeuren onder VN-mandaat. De internationale instellingen zoals WTO (de Wereld Handels Organisatie), IMF (het Internationaal Monetair Fonds) en de Wereldbank zijn ook regelmatig de kop van jut. Er zijn problemen mee, maar laat ons het kind niet met het badwater weggooien. Deze instellingen hebben elk een belangrijke functie. De WTO waakt over de vrijhandel, vrijhandel die essentieel voor de ontwikkeling van de derde wereld is. Het IMF helpt landen die in financiële problemen zitten uit de nood en biedt technisch advies. De Wereldbank verleent kredieten aan bedrijven die in ontwikkelingslanden willen investeren of vermindert het investeringsrisico. Al deze instellingen hebben dus een taak die vooral ten goede komt of zou moeten komen aan de ontwikkelingslanden. Deze internationale instellingen moeten gedemocratiseerd worden. Nu worden heel wat zaken over de hoofden van de arme landen in achterkamertjes beslist, waarna daar nog weinig aan veranderd kan worden. Veelal hebben die landen ook de kennis en de mensen niet om alle gevolgen van de genomen beslissingen te kunnen overzien, waardoor ze formeel misschien wel evenveel inspraak hebben, maar in de praktijk niet. Daarom moet men er voor zorgen dat die landen budgetten krijgen om onafhankelijke raadgevers in te huren of op te leiden, zodat ze met gelijke wapens kunnen strijden. Ook de zeer strikte, gedetailleerde aanpassingsprogramma's zoals het IMF die bv. oplegde, kunnen niet meer. Theoretisch staken die misschien wel goed in elkaar, maar meestal waren die in de praktijk zeker niet geschikt, ook al omdat diegenen die ze opstelden de plaatselijke situatie onvoldoende kenden. Ook met de WTO is er een probleem. Er is vooreerst het democratisch deficit. Bovendien heeft de WTO enkel als taak om de vrijhandel te vrijwaren. In een beperkt aantal gevallen kan het echter noodzakelijk zijn de vrijhandel in bepaalde goederen te verbieden. Bv. in het geval van Afrika zoals hierboven beschreven, of in het geval van producten die zeer schadelijk zijn voor het milieu of de volksgezondheid. Daarom moet men er ofwel voor zorgen dat de WTO rekening houdt met zulke argumenten ofwel een tegenhanger oprichten die in uitzonderlijke gevallen tegen de WTO kan ingaan. Een laatste misverstand dat ik zou willen uitklaren gaat over milieu. Een aantal anders-globalisten en groenen beweren dat als de derde wereld een vergelijkbaar welvaartspeil als het westen bereikt, onze wereld ten onder zal gaan. Onze grondstoffen en brandstoffen zouden opraken en de natuur zou zodanig vervuild worden dat de aarde niet meer leefbaar zou zijn. Dat hangt samen met het vooruitgangspessimisme dat voor hen bijna een dogma geworden is. Een andere evolutie is echter ook mogelijk en zelfs waarschijnlijker. Naarmate bepaalde brandstoffen opraken, zullen we alternatieve manieren vinden om energie te leveren. We zullen ook andere grondstoffen vinden als dat nodig is. Bovendien moeten de derdewereldlanden niet meer alle vervuilende stappen van de technologische evolutie doorlopen, maar kunnen ze, mits enige hulp vanuit het westen, meteen milieuvriendelijke technieken gebruiken. Om dat te stimuleren moeten we de markt meer laten werken op milieuvlak en dus evolueren naar een systeem waarin de milieukosten geïnternaliseerd worden. Alle milieukosten moeten doorgerekend worden vanaf het begin van de productieketen. Dat kan door o.a. het invoeren van een soort CO2-taks. Daarnaast moet wel een systeem met verhandelbare emissierechten doorgevoerd worden, zodat de investeringen gebeuren daar waar ze het meest efficiënt zijn. Een systeem gebaseerd op het Kyoto-protocol, maar dan op ondernemingsniveau. De opbrengsten kunnen dan gebruikt worden om de derde wereld te helpen een zelfde milieuvriendelijke technologie te doen gebruiken als het westen. De oplossingen voor de derdewereldproblemen zijn niet eenvoudig en zijn zeker niet in een tekst van enkele bladzijden volledig te bespreken, daar is de zaak veel te ingewikkeld voor. Deze tekst is dan ook slechts bedoeld om grofweg te laten aanvoelen dat we het 'systeem' niet volledig moeten afvoeren omdat er een aantal uitwassen zijn, maar dat we het gewoon voldoende moeten verfijnen en consequent doortrekken. Helaas zit vooral in dat laatste het grote probleem: dat doorvoeren kan in een aantal mensen hun vlees snijden en vooral een aantal politici-presidenten veel stemmen kosten. Maar willen of niet, uiteindelijk zullen we het toch ooit moeten doen.
Jules van Rie Linksmailto:julesvanrie@belgacom.net |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|