Dat Irak een puinhoop geworden is, hoeft geen duiding. Het land waar de sjiïeten en de soennieten onderling een burgeroorlog uitvechten, met nu en dan bloederige bomaanslagen, is nog moeilijk uit het nieuws weg te denken. Vooral deze onderlinge strijd, de vijandigheid tussen deze twee moslimgroepen - die nochtans zeer weinig tot geen religieuze verschillen kennen - verlamt het vredesproces en de wederopbouw van een land dat bovendien ook nog een grote oppervlakte heeft. Niet onbelangrijk om het hele land onder controle te krijgen, als dat al mogelijk zou zijn. Burgers zouden getroffen worden, waaronder vaak vrouwen en kinderen. Verschrikkelijk. Al kan dat net zo goed gezegd van het opzetten van een schild van kinderen om de zee van kogels als eerste op te vangen. Wie in wanhoop verkeert, is blijkbaar tot alles in staat. Toch is het bedenkelijk om voor deze aanpak te kiezen. In plaats van kritiek te uiten op Bush, zijn regering, maar voornamelijk ten aanzien van zijn Irak-beleid, kunnen we beter stilstaan bij mogelijke antwoorden die de huidige situatie onder controle kunnen brengen of zelfs verbeteren. Niet de gedeeltelijke of volledige terugtrekking van de Amerikaanse troepen uit Irak moet de centrale vraag zijn, wel wat er daarna staat te gebeuren. Welke nieuwe president kan de wonden helen en Irak onder controle krijgen? Een duidelijke, vooruitstrevende visie lijkt het meest aangewezen om op een efficiënte wijze orde en stabiliteit te creëeren. Die kan zowel door een democraat als door een republikein aangereikt worden. De precaire situatie waarin men aan beide zijden een hoog dodentol betaalt, leidt ertoe dat de publieke opinie in Amerika wijzigt. Steeds meer Amerikanen zijn de oorlog spuugzat. Amerika zendt zijn zonen uit, maar velen keren nooit meer terug. Meer dan ooit beseft men dat het anders moet. De eis voor terugtrekking van de troepen uit Irak klinkt steeds luider. Maar is dit ook de beste keuze? De Democraten, die bij de komende verkiezingen het roer van de Republikeinen wensen over te nemen, hebben uiteraard maar één thema waar ze zich op focussen; Irak. Zij spelen handig in op de blunders van de regering Bush die in Irak chaos deed ontstaan. Veel democraten zijn niet zo wild van het republikeinse idee van de ‘terugtrekking bij succes’. Op zich een goed initiatief, dat misschien eerder had kunnen komen. Het probleem is dat slechts weinigen met concrete alternatieve plannen voor Irak komen opdagen. De rest van de wereld, op enkele Amerika-gezinden na, vindt dat Bush en zijn regering op alle vlakken mislukten. Er zou geen rechtvaardiging voor deze oorlog bestaan, net zomin dat er massavernietigswapens in Irak waren. Misschien zijn ze er ooit wel geweest, maar onmiddellijk naar de buurlanden gesmokkeld. We zullen het nooit te weten komen. De strategie die Bush in Irak voert, trekt nergens op. Zo luidt de meeste kritiek. De Republikeinen vonden dat ze na de aanslagen op 11 september moesten reageren. Dat er op cruciale fasen gefaald werd, hebben verschillende vooraanstaande leden van de regering Bush al meermaals openlijk erkent. Voormalig luitenant-kolonel in het Amerikaanse leger, William Bergman, verwoordt dit perfect; “Niemand zegt dat de oorspronkelijke strategie een succes is.” (Terzake, 10 september 2007). Opvallend is dat de Democraten plots een gematigde houding aannemen en de Republikeinen nog even laten genieten van hun stille aftocht. Tenminste, zo beschouwt nagenoeg de hele internationale pers het doel van de nakende Amerikaanse verkiezingen. Weliswaar in 2008, maar de campagnes van de verschillende presidentskandidaten zijn al even op gang getrokken. Op die manier denken de Democraten meer kans te maken om de stem van het Amerikaanse volk voor zich te winnen en met geloofwaardige alternatieven voor de dag te komen. De Democraten beseffen maar al te goed dat ze moeten inspelen op de verlangens van de Amerikanen en de waarden die zij belangrijk vinden. Het is vooral zaak een oplossing te vinden waarin alle Amerikanen zich kunnen terugvinden. De nationale identiteit, een eensgezind Amerika, is daarbij cruciaal. En dat hebben de Democraten begrepen. Als ze deze tactiek tot aan de verkiezingen weten vol te houden, maken ze een goede kans om de nieuwe president te leveren. Of die het beter zal doen, blijft maar de vraag. President Bush krabt voorlopig in de haren en probeert nog het onderste uit de kan te halen, zodat hij mooie resultaten kan voorleggen die aantonen dat hij - wat Irak betreft - op schema ligt om het land veilig en stabiel te maken. Democratisch vooral. De Irakezen hebben die aandrang nooit goed begrepen. Zij zien nog steeds niet in wat die Amerikaan en die Brit in hun land komen zoeken. Generaal Petraeus, die aan het hoofd van de Amerikaanse bevelvoering in Irak staat, ziet dat met de komst van de door hem eerder gevraagde extra manschappen de situatie aanzienlijk verbetert. Al Qaeda trekt zich terug, maar is nog niet helemaal verslagen. Hetzelfde geldt voor sjiïtische milities die voor oproer blijven zorgen. Om van de kwestie ‘Koerdistan’ te zwijgen. Het Iraakse verzet blijkt hardnekkiger dan men ooit had kunnen vermoeden. Petraeus’ reputatie staat op het spel. Met kleine successen hoopt hij de regio onder controle te krijgen en de veiligheid in te stellen, te beginnen in en rondom Bagdad. Dan kan het leven in de Iraakse hoofdstad en in de rest van het land weer zijn gang gaan, kunnen de Iraakse burgers de draad weer oppikken en de wederopbouw van hun land starten. Eens dat voor mekaar is, zouden de Amerikaanse jongens huiswaarts mogen keren en het land voor goed verlaten. Ook voor hen zal het weerzien met hun familie belangrijk zijn. Het blijft hoe dan ook afwachten op een nieuw, hopelijk veel beter en sterker onderbouwd plan voor de wederopbouw van Irak. Dat zal de Amerikanen een pak geld kosten, maar het is een engagement dat ze niet meer uit de weg kunnen gaan en dat ze het Iraakse volk verschuldigd zijn. De Europese Unie zou nu haar politieke daadkracht geloofwaardigheid kunnen geven door de VS hierin financieel bij te staan. Benieuwd of nog iemand de borst vooruit durft te steken. Eén ding staat vast, de Amerikanen zullen Irak nooit meer los laten. Met andere woorden; zij zijn gedoemd nog jaren in Irak te blijven. In dat opzicht kan nog een eeuwigheid over het al dan niet terugtrekken van de troepen gediscussieerd worden. Noch dit, noch het precieze aantal dat terugkeert, doet terzake. Goochelen met Amerikaanse soldaten voor Irak, is naast de kwestie praten. Het gaat niet zozeer om hoeveel Amerikaanse soldaten er nu in Irak actief zijn. Van belang is dat zij die er hun familie voor achterlaten om hun land op andere bodem te verdedigen, in het kader van de ‘War on Terror’, er met reden zijn. Om een duidelijke missie te vervullen. Die missie vereist een andere strategie dan de oorspronkelijke. Waar alle aandacht nu op gevestigd dient te worden, is het opstellen van een zeer sterk onderbouwd en verantwoord beleid. Zodra dat op tafel ligt, kan men zich buigen over het meest geschikte scenario of de beste strategie om die beleidsdoelstellingen te realiseren. Zo’n nieuwe ‘Grand Strategy’ kan dan een tweede fase van de bredere missie in het Midden Oosten aanvatten. “De ‘war on terror’ is slechts schijn,” merken veel verontwaardigde buitenstaanders op. “Misschien had de oorlog helemaal niet moeten beginnen,” stelt men dan. Daar valt wat voor te zeggen. Hoewel hier enige nuance op zijn plaats is. Twee punten spelen een rol. Ten eerste diende de Amerikaanse overheid te reageren op de vergeldingsactie die zo’n drieduizend onschuldige burgers op 11 september 2001 het leven kostte. Iemand zou hiervoor boeten. En Irak, het land van dictator Saddam en de olievelden, dook plots op uit de duisternis. Het tweede punt is dat het land via de terroristische dreiging zelfs helemaal in de schijnwerpers kwam te staan. Die ‘terror part’ is er wel degelijk, al wordt die dreiging sterk uitvergroot. Terrorisme-experten als bijvoorbeeld Claude Moniquet en Professor Rik Coolsaet (UGent), blijven dit benadrukken. Het is duidelijk dat geen enkel land zoveel leed, pijn en verdriet verdient. Dit zal Irak nog een eeuwigheid achtervolgen. Maar we moeten de situatie durven onder ogen zien zoals ze vandaag is. We moeten durven vooruit kijken, blik op de toekomst en op zoek gaan naar oplossingen voor de problemen die zich stellen. Al duurt het generaties vooraleer dit verwerkt is. Ik denk dat dit het waard is. Het Iraakse volk heeft recht op een menswaardig bestaan. Preben Verberckt Linkspreben@liberales.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|