De vrije markt als utopisch streefdoel

essay vrijdag 18 mei 2007

Edwin Verberght

De twintigste eeuw was een eeuw waar de vrije wereld, onze wereld, het opnam tegen allerlei vormen van totalitaire regimes. Steeds opnieuw won de liberale rechtstaat tegen haar vijanden omdat het gedragen werd door de bevolking en omdat het een systeem in leven riep waar mensen hun eigen verantwoordelijkheid moesten dragen. Totalitaire regimes van communistische of zelfs van katholieke aard werden steeds in vraag gesteld door het liberalisme en waren verplicht zich aan te passen of te verdwijnen door de vrije competitie van meningen.

Hoelang heeft het niet geduurd dat mensen zich moesten conformeren aan het dogma dat de aarde plat was? Waren mensen vroeger niet verplicht om in een mislukt huwelijk te blijven op risico van uitstoting door een grotere gemeenschap? Waarom kregen mensen in de talrijke voorbeelden van het communisme geen keuze waar ze mochten werken, wat ze moesten studeren, wat ze moesten geloven? Waarom moesten andersdenkenden vervolgd worden? Waarom hebben alle andere alternatieve systemen gefaald tot hier toe? Om in de geest van Fukuyama te blijven, ‘het liberalisme heeft gewonnen’ en dat zeer terecht.

De mens is inherent enkel gebonden aan zijn vrijheid en eist enkele belangrijke natuurrechten zoals een eigen lotsbeschikking, een eigen bewustzijn, een eigen ontplooiing en tevens het Kantiaanse begrip van eigendom. De mens is daarom niet asociaal, hij heeft anderen nodig. Anderen die op hun beurt beroep doen op dezelfde rechten. Anderen die er enkel zijn, als jij bereid bent om er ook voor hen te zijn. Liberalisme is daarom zeer sociaal, het is gewoon eerlijk en het beantwoordt aan de burger van de 21ste eeuw. Netwerking is toch een voorbeeld van een sociaal kapitalisme, niet waar?

Het individu draagt deze opvattingen in zich en durft het collectief luidop in vraag te stellen en volgens eigen impulsen te handelen. Liberalisme laat dit toe. Het cultiveren hiervan gebeurt niet in scholen of door andere vormen van indoctrinatie. De kiemen zitten vanaf de geboorte in iedereen. Helaas komt niet iedereen tot zichzelf. Helaas wordt veel van het individu onderdrukt. En helaas ontdekt niet iedereen zijn of haar talent(en). Liberalisme, in vergelijking met andere ideologieën, biedt meer mogelijkheden om zichzelf te ontdekken en dat voor een veel groter aantal mensen dan bij andere systemen. Totalitaire systemen dwingen het individu in verzet en zijn daarom op termijn onstabiel omdat ze niet voldoen aan een sociaal contract waar de rechten van de burgers in gevrijwaard zijn. De grote totalitaire regimes vielen uiteen in chaos gedurende die twintigste eeuw. Ze verloren de strijd tegen het succesvolle liberalisme. Helaas was het enkel een veldslag.

Liberalisme wordt vandaag opnieuw onder druk gezet door allerlei aanvalsgolven. Waar het vroeger één doctrine was, is het nu een meervoud van culturen, religies en ideologieën, die de strijd aanbinden. Wereldwijd wordt het liberalisme aangevallen en in vraag gesteld door entiteiten, door collectiviteiten die zich agressief opstellen ten aanzien van de moderne tijd en haar individualisme. Daar ligt net de constante uitdaging van het oprechte liberalisme. De tolerantie ten aanzien van opvattingen die het liefst liberalisme verbieden en onderdrukken. Het durven trotseren op een beschaafde manier van andere meningen doorheen dialectiek en wetenschap. Het durven aankaarten van de onzin van religieuze symbolen en de historische dwaasheid van één dominante interpretatie van een geloofsboek, en dat in alle vrijheid.

Dat dit denken een impact heeft op de keuze van economisch bestel, is niet meer dan logisch. De consument dient tevens vrij te zijn in de keuze van het product en de producent moet vrij zijn om dit te produceren. Dit is de ideale situatie, een utopische situatie en praktisch onmogelijk. In werkelijkheid treedt er een belangrijke interactie op tussen vraag en aanbod waardoor de vrijheid van beiden in een evenwichtspunt begrensd wordt.

In die wisselwerking tussen vraag en aanbod is er tevens een interessante competitie van meningen. Steeds meer consumenten wensen bijvoorbeeld producten die milieuvriendelijk geproduceerd worden waardoor producenten steeds meer genoodzaakt worden om hier aan te voldoen. Dit is een ideale situatie in een vrije markt. Helaas wordt een vrije markt vaak verstoord door allerlei ongunstige effecten. In een markt waar er bijvoorbeeld weinig aanbieders zijn, kan men allerlei neveneffecten verwachten waardoor de consument in het extreme geval geschaad wordt in zijn kans tot zelfontplooiing door ontbering van meer welstand. De prijzen zijn in zulke markt abnormaal hoog waardoor men de opportuniteit verliest van het teveel betaalde geld. Vrij vertaald, men wordt afgezet. Andere mogelijke aanbieders worden uit de markt geweerd door de gecreëerde statusquo van de reeds bestaande aanbieders. Deze ondernemingen zijn niet gebaat bij een wijziging van de bestaande situatie, dus ze houden de toegangspoort gesloten.

De Belgische Telecom is hier een mooi voorbeeld van. Belgacom en Telenet verdelen netjes de internetmarkt tegen tweemaal de tarieven in Nederland en dat tegen een belachelijk lage verbindingssnelheid. De consument wordt genaaid… het Belgacom-marktaandeel bestaat dankzij de overheid. Ironisch genoeg, is het net die overheid die als corrigerende instantie dient op te treden om in dit geval haar eigen rotzooi op te ruimen.

Een echte vrije markt voldoet aan enkele evidente voorwaarden volgens mij en volgens bijna elke cursus economie. De markt moet toegankelijk zijn en dat voor vele aanbieders en vragers. Zoveel mogelijke transparantie is een derde belangrijke voorwaarde. Een markt is pas flexibel op de vraag van de consument, als men een realistische prijszetting hanteert. Een markt waarvan de prijszetting onduidelijk is, is weinig toegankelijk en kan vooral kleine ondernemingen moeilijk maken om te overleven. Als men niet weet wat de concurrentie vraagt, hoe kan men als individueel bedrijf dan een competitieve prijs vaststellen. Vooral in zeer snel veranderende markten kan dit het geval zijn.

Transparantie is hierbij nodig als motor van innovatie, competitiedrift en een zo groot mogelijke werkgelegenheid. Een vrij ondernemingsklimaat schept het meeste banen en daardoor groeit de economie. Door deze groei blijft het interessant om te investeren in die economie waardoor er meer aanbieders op de markt kunnen komen, waardoor er meer mensen werk hebben en waardoor er meer welvaart wordt gegenereerd. Een liberale visie op de economie is belangrijk omdat een echte vrije markt zoveel mogelijk mensen een zo groot mogelijk deel van de welvaart kan geven. Een markt die dit niet biedt is geen vrije markt.

De globale economie is daarom geen vrije markt. Hele ontwikkelingslanden kunnen zonder pardon worden stilgelegd door hun eigen overheid, door een grotere mogendheid of door één groot bedrijf. De handel die men drijft met bijvoorbeeld Afrika, voldoet zelden aan de eisen van transparantie of toegankelijkheid. Eigendomsrechten worden zelden gerespecteerd. De interactie tussen vraag een aanbod wordt verstoord en er treden irrationaliteiten op. Een effectieve corrigerende instantie dient dan volgens mij tussenbeide te komen… zoals een overheid of een rechtbank.

Los van het beleidsniveau, ontleent een overheid enkel en alleen zijn legitimiteit als het kan bewijzen dat het op een efficiënte manier antwoorden kan bieden op deze uitdagingen. Een overheid moet enkel ingrijpen vanuit een concreet ik-perspectief en niet vanuit een abstract wij-perspectief. De overheid dient steeds vanuit het individu te denken en niet vanuit een hoogstens temporele opvatting over de definitie van het collectief. In het Nederlands betekent dit dat het belangrijkste de burger zelf is en niet de categorie waar hij of zij in geduwd wordt: ‘de massa, het ras, de vakbond, het geslacht, de kerk of het volk’. Slechts dan en alleen dan heeft een overheid een bestaansreden.

Van de protectionistische maatregelen van de EU over de eigen landbouwmarkt tot de gemanipuleerde lage prijs van Afrikaanse grondstoffen, van boeren die verjaagd worden van hun gronden, van kinderarbeid en milieuvervuiling tot de gedwongen nationalisering van de oliebron - exploitatie door Chavez in Venezuela, enzovoort. Dat zijn stuk voor stuk uitdagingen waar het hedendaagse liberalisme tegenover staat. Zoals Johan Norberg schreef in zijn boek Leve de globalisering: “Deze wantoestanden komen niet door het liberalisme maar zijn juist het resultaat van een gebrek aan liberalisme.”


De auteur is student Maritieme Wetenschappen, Licentiaat Politieke wetenschappen en was praeses van het LVSV-Antwerpen 2005-2006

Edwin Verberght

Edwin Verberght

Links
http://www.edwinverberght.eu
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be