Milieuvervuiling: de bom onder het Chinese mirakel

essay vrijdag 01 februari 2008

Erik Verreet

China is een economisch zwaargewicht, maar dan wel één op wankele benen. Het milieu gaat naar de haaien, en de Chinezen komen op straat. Kan een milieu-inferno ook ’s werelds grootste economische en politieke motor doen sputteren? In mei en juni trokken grote betogingen door de straten van Xiamen, een miljoenenstad in het zuidoosten van China. De inwoners protesteerden tegen de bouw van een fabriek voor paraxyleen, een aromatische basisgrondstof voor de productie van plastics en polyester. De studenten en de professoren van de lokale universiteit hadden honderdduizenden sms’jes verstuurd om hun medeburgers te mobiliseren. De autoriteiten blokkeerden het sms-verkeer. Toch telden de betogingen 7.000 tot 20.000 deelnemers.

Ze werden gefilmd en verschenen op YouTube. “Dit soort berichten is de grote schrik van de Chinese leiders”, zegt de Amerikaanse Susan Shirk, die al in 1971 betrokken was bij de eerste contacten tussen Nixon en het regime van Mao. Onder Clinton was ze onderminister van Buitenlandse Zaken, vandaag leidt ze het Institute on Global Conflict van de universiteit van Californië. “Het falen van de regering om het milieu te beschermen, kan op een dag de aanleiding zijn voor ruimere eisen van politieke verandering. De catastrofale toestand van het milieu ondermijnt het Chinese economische mirakel en nog meer, de autoriteit van de Communistische partij.” In 2005 waren er 51.000 openbare protesten tegen milieuproblemen, aldus een officieel cijfer. Het aantal ‘massa-incidenten’, zoals betogingen daar heten, steeg de voorbije jaren tot 75.000 à 100.000 per jaar, afhankelijk van de bron. Broeihaard van onrust “China is politiek heel onstabiel. De schrik voor onrust onder de eigen bevolking domineert alle beslissingen van de Chinese leiders. Vanuit hun hoofdkwartier in Peking lijkt de Chinese samenleving een broeihaard van onrust. Nerveus volgen ze alle protesten. Voormalig premier Zhu Rongji vertelde me zelf dat zijn diensten elke dag een rapport krijgen over waar en hoeveel manifestaties er zijn en hoeveel arbeiders er staken.”

Susan Shirk bezoekt regelmatig het land: “Als ik met de leden van de politieke elite praat over mijn boek Fragile superpower (Breekbare supermacht) stellen ze allen het woord ‘supermacht’ in vraag. Maar iedereen is akkoord dat het land politiek bijzonder breekbaar is.” President Hu Jintao trachtte de voorbije jaren de kloof met het arme binnenland te verkleinen. Maar zijn beleid mislukte. Het dagelijks leven werd nog harder. Daarnaast ondergraven de milieuvervuiling, het zwakke financieel systeem en de macht van lokale partijbonzen de greep van Peking. In 1989, tijdens het protest op het Tienanmenplein stond het regime op barsten. Daarna zagen de Chinese leiders alle communistische regimes in Europa instorten en de ‘nabije’ autoritaire regimes (Indonesië, Zuid-Korea, Taiwan en Thailand) werden vervangen door meer democratische versies eenmaal hun economieën zich globaliseerden. Politieke storm met economische gevolgen Vergeet niet dat China niet altijd één land was. Zo begint het klassieke epos ‘De drie koninkrijken’ over het einde van de Han dynastie (rond 196 na Christus) met de zinnen ‘Het rijk, dat zo lang verdeeld is geweest, moet weer worden samengebracht. En wat is samengevoegd, zal weer uit elkaar vallen’. Susan Shirk nuanceert het gevaar voor het uiteenvallen van het land: “De meeste specialisten, waaronder ik, schatten de kans dat China zou opsplitsen vandaag veel lager in dan in de jaren tachtig. We vreesden toen dat China zou desintegreren omdat de belastingheffing naar de provincies ging. Daarna heeft het centrale gezag zich wat versterkt.” Wel zal elke politieke crisis leiden tot afscheuringspogingen van de afgelegen provincies als Tibet en Xinjiang. Maar de rest van China zal zich niet splitsen in losse staatjes zoals in de jaren 1920 en 1930 toen ‘war lords’ het land onder elkaar verdeeld hadden, gelooft Susan Shirk.

Bij de historisch bewuste Chinees zit de verdwijning van de Qing-dynastie in 1912 en van de Chinese republiek onder druk van nationalistische bewegingen, nog vers in het geheugen. Professor Shirk verwacht een gelijkaardige regimewissel. “We moeten er rekening mee houden dat na een internationale of binnenlandse crisis iemand in de volgende jaren de huidige top zal uitdagen, de massa achter zich krijgt en het hele communistische kaartenhuis omver blaast. In mijn ogen is de kans op zo’n wissel hoger dan 50 procent. De Chinese leiders vechten permanent onder elkaar om de macht. Vroeger bleven de interne tegenstellingen verborgen voor het publiek. Vandaag circuleert nieuws over scheuringen in de Communistische Partij direct op blogs en websites. De commerciële media, vooral de kranten van Hong Kong, lekken dergelijke speculaties direct. Een gedreven leider kan snel in de verleiding komen om via verschillende media een grote groep te mobiliseren. Mao zelf gaf het beste voorbeeld met de Culturele Revolutie.” De nieuwe machthebber zal niet zozeer het regime aanvallen, wel de huidige leiders, meent professor Shirk: “Ik zou er niet van uitgaan dat de nieuwe leider pro-westers of democratisch zal zijn. Het kan evengoed een ultranationalist zijn die meer orde wil. De huidige opbouw van het Chinese leiderschap vraagt eigenlijk om zo’n figuur. Misschien ontstaan er tijdens zo’n crisis twee rivaliserende regeringen, met twee verschillende hoofdsteden?” Een politieke storm zou China maanden stilleggen. Zelfs in het Westen zullen we de economische gevolgen van zo’n crisis voelen. Het World Economic Forum berekent in zijn nieuwe studie Global Risks 2008 dat een vertraging van de Chinese economie (van 11 procent nu tot 6 procent) de wereldeconomie zowat 1.000 miljard dollar zou kosten.. Een crisis valt veel duurder uit. En er is meer. Vele Europese ondernemingen hangen af van toelevering uit China. “Het uitbesteden van hun productie geeft bedrijfsleiders de indruk dat ze hun risico verminderd hebben, terwijl soms het tegendeel het geval is”, aldus het nieuwe rapport. Het verwijst naar de aardschok in september 1999 die tot een wereldwijde verdubbeling van de prijzen van de halfgeleiders leidde omdat één grote Chinese chipfabrikant tijdelijk uit productie was gegaan. Grote producenten als Dell en Hewlett-Packard zagen zich gedwongen tijdelijk hun Amerikaanse fabrieken te sluiten.

Susan Shirk: “Ik sta verwonderd hoe weinig rekening de buitenlandse ondernemingen houden met het politieke risico van China. Zij staren zich blind op de grootte van de markt en de snelle groei. Ze zijn verblind, zien hun concurrenten China instormen en ze volgen.” Lokale machthebbers Een andere kracht die China uit elkaar trekt, is de macht van de lokale partijbonzen. Het centraal gezag is een fictie. ‘Er liggen veel bergruggen tussen ginder en hier; Peking is ver weg’, luidt een Chinees gezegde. “De provincies blijven heel sterk want hun bazen vormen het grootste blok binnen het Centraal Comité. Ze vertegenwoordigen dus veel macht binnen de Communistische Partij.” Susan Shirk vindt de situatie intrigerend. “De provinciale leiders worden niet verkozen maar aangeduid door de top. Toch slaagt die top er niet in hun lokale vertegenwoordigers de nationale lijn te laten volgen.” Neem de officiële campagne tegen corruptie: die heeft in de provincies weinig potten gebroken. De plaatselijke potentaten verkiezen het aantrekken van fabrieken en jobs boven campagnes tegen corruptie of voor een zuiver milieu. “Naast de lokale belastingen, hebben ze andere wegen gevonden om hun koninkrijken uit te breiden, bijvoorbeeld door de oprichting van bedrijven, of meer en meer, door de verkoop van land aan de industrie of vastgoedontwikkelaars”, weet Susan Shirk. Maar zolang de groei tegen een sneltreinvaart door het land raast, staat de regering redelijk sterk. “Vandaag stelt de politieke oppositie weinig voor. De jonge mensen die tegen de communisten zijn, werpen zich op het zakendoen en zeggen me: het kon erger zijn. En dat is wat de partijtop wenst”, aldus Chinakenner Paul Cook, directeur van het economisch comité van de parlementaire assemblee van de Navo. Maar die groei mag niet slabakken. Volgens het Ministerie van Arbeid en Sociale Zekerheid worden er bij een groeivoet van 7 procent jaarlijks 8 miljoen jobs geschapen. Dat cijfer verbleekt bij de 20 miljoen stadsbewoners die er in de komende periode jaarlijks hun intrede zullen doen op de arbeidsmarkt. Daarom spendeert de regering meer dan ze binnen krijgt, aldus de analyse van Flanders Investment & Trade: “Met het oog op jobcreatie bouwt ze grote infrastructuurwerken en steunt ze de minder goed presterende delen van de economie.


De auteur is redactiechef van Vacature



Deze tekst verscheen in Vacature van 26 januari 2008

Erik Verreet

Erik Verreet

Links
http://magazine.vacature.com/
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be