Watertekort: privatiseren kan helpen, maar is geen mirakeloplossing

essay vrijdag 26 maart 2004

Marc Verwilghen

Tegen 2015 zou het aantal mensen dat geen toegang heeft tot drinkwater gehalveerd moeten zijn. Zo luidt één van de acht centrale doelstellingen die de Verenigde Naties omschrijft in de strijd tegen de armoede, beter bekend als de ‘Millenniumdoelstellingen’. Een enorme uitdaging. Zeker als je weet dat er op dit moment 1,2 miljard mensen zijn die geen toegang hebben tot veilig, drinkbaar water. Bovendien beschikt meer dan het dubbel van dit aantal mensen niet over een sanitair basisnet (met verbeterde hygiëne-installaties, opvang en verwerking van afvalwater, aansluiting op het rioleringsnetwerk). Verontrustende cijfers.

Water en sanitaire voorzieningen zijn een basisrecht, maar om die te kunnen verlenen zijn in de eerste plaats grote middelen nodig, zoals bijvoorbeeld leidingen, winningplaatsen, boorputten, distributienetwerken, enz. voor de watervoorziening. Zelfde verhaal om de sanitaire kwaliteit van het water te garanderen of voor de verwerking van het afvalwater,… Dit vraagt natuurlijk om honderden miljarden dollars aan hulp. Ontwikkelingslanden hebben jaarlijks honderdtachtig miljard dollar nodig volgens Vision 21 en gelijkaardige studies. Meer dan een verdubbeling van de huidige investeringen in infrastructuur en watermanagement dus.

Eén optie om deze noodzakelijke financiële middelen te vinden, is dat de overheden zich richten tot de private sector, door een gehele of gedeeltelijke privatisering. In veel gevallen heeft de private sector namelijk gemakkelijker toegang tot kapitaal dan lokale overheden. Maar de privatisering van watersystemen is niet nieuw. Private ondernemers of bedrijven leveren al lang water en waterdiensten aan verschillende delen van de wereld. Nieuw is het aantal privatiseringen en de omvang ervan. Bijna alle privatiseringen vonden plaats in de laatste tien tot vijftien jaar. Tegen het eind van 2000 hadden ten minste 93 landen geheel of gedeeltelijk hun water- en saneringsdiensten geprivatiseerd, waaronder Argentinië, Chili, China, Colombia, de Filippijnen,Zuid-Afrika, Australië, het Verenigd Koninkrijk en delen van Oost-Europa. Niettemin wordt op dit moment minder dan tien procent van al het water beheerd door de private sector.

De resultaten van de privatiseringen in water en sanering zijn gemengd. Privatisering leidde in vele gevallen tot hogere tarieven, soms zelfs van de ene dag op de andere. Dit had dikwijls rampzalige gevolgen voor de lokale bevolkingsgroepen. Zo brak in augustus 2000 in de provincie KwaZuluNatal van Zuid-Afrika een cholera-epidemie uit die veertienduizend mensen besmette, en het leven vergde van tweehondervijftig mensen. De epidemie brak uit nadat de lokale autoriteiten de waterbevoorrading afsneden van degenen die zich de nieuwe hoge tarieven niet konden veroorloven. Het Ministerie van Waterzaken erkende dat de gewijzigde prijspolitiek de cholera-epidemie verergerde. Als voorbereiding op de privatisering van de waterdiensten, veranderde Zuid-Afrika haar beleid van lage tarieven en het negeren van niet-betaling. Maar die wijziging gebeurde van de ene dag op de andere, zonder bijkomende maatregelen om de financiële last voor arme mensen te verzachten.

Toch zijn niet alle privatiseringen mislukkingen. In Afrika, ten zuiden van de Sahara, verhoogden publiekprivate partnerschappen de waterkwaliteit. Het succes van privatiseringen voor de arme bevolking hangt voornamelijk af van de politieke wil. Zo werden in La Paz en El Alto in Bolivia waterconcessies toegekend aan de bieder die beloofde de meeste nieuwe aansluitingen te maken in de arme buurten. De winnende partij was dan verplicht om 72.000 families aan te sluiten op de waterleiding en 38.000 families op het saneringsnet, in een periode van vijf jaar. Naast contractuele verplichtingen om de diensten uit te breiden, kunnen de overheden ook de middelen gebruiken die vrij komen door de privatisering om de arme gezinnen te subsidiëren. Subsidies van de Chileense overheid verzekerden dat geen enkel gezin meer dan vijf procent van hun inkomen moest spenderen aan water.

Privatiseringen alleen zullen helaas nooit volstaan om de benodigde middelen te vinden. Sinds 1996 is de internationale private financiering voor water en sanering aan het afnemen. En men vreest dat die daling zal voortduren. Bovendien staat vast dat private ondernemingen nooit bereid zullen zijn om waterdiensten te leveren in landelijke gebieden en lage inkomenslanden. Die gebieden zijn namelijk niet winstgevend genoeg.

Overheidsgelden blijven dus essentieel. Aangezien de regeringen in ontwikkelingslanden kampen met krappe begrotingen, is ontwikkelingshulp onontbeerlijk om de noodzakelijke investeringen te kunnen doen. Het is essentieel dat er meer hulp gaat naar water- en saneringsdiensten.

Het beleid van de lokale overheden is cruciaal voor de billijke terbeschikkingstelling van drinkwater aan de bevolking. De ontwikkelingssamenwerking moet zich daarom richten op de versterking van de instellingen in ontwikkelingslanden. Dit moet ertoe bijdragen dat de overheid zijn regulerende en controlerende rol vervult in deze vitale sector met voldoende garanties voor de kwetsbare en arme bevolkingsgroepen. In die omstandigheden kan men op gepaste wijze de bijzondere kennis en middelen die binnen de particuliere sector aanwezig zijn, aanwenden.

Maar meer geld alleen volstaat niet. De beperkte middelen moeten ook beter ingezet worden. Dit kan bijvoorbeeld door beter gebruik te maken van de Belgische expertise in de watervoorzieningsproblematiek. Ons land beschikt over heel wat expertise, zowel wat de winning betreft, als de distributie en het beheer. Deze expertise vinden we terug zowel bij de openbare watervoorzieningsbedrijven, als in de particuliere sector, onder meer bij de verschillende NGO’s .

Meer nog dan in het verleden moet bij de uitstippeling van het beleid nagegaan worden hoe de verschillende actoren een meerwaarde kunnen leveren bij watervoorzieningsactiviteiten. Net als de watervoorzieningsbedrijven, de NGO’s en andere betrokken partijen, vind ik dat er een overlegplatform moet komen om de samenwerking met de ontwikkelingslanden te optimaliseren.


De auteur is Minister van Ontwikkelingssamenwerking


Marc Verwilghen

Marc Verwilghen

Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be