Economie zit niet in het verdomhoekje

essay vrijdag 06 november 2009

Philip Verwimp

In een interview in De Standaard van zaterdag 31 oktober bekent Paul De Grauwe ootmoedig dat hij het marktfundamentalisme dat hij zijn ganse carrière heeft aangehangen, niet meer verdedigt. Zijn publieke bekentenis siert hem. Bij het lezen van het interview krijg ik echter de indruk dat de hoogleraar de economische wetenschap reduceert tot een strijd tussen de inzichten van de Chicago School en de Keynesiaanse school. Dag mag kloppen voor de jaren zeventig, maar vandaag de dag klopt dit helemaal niet meer. Meer nog, het beeld dat de economische wetenschap in een verdomhoekje zou zitten, stemt niet met de werkelijkheid overeen, wel integendeel.

De artikels en boeken die ik vandaag de dag lees, schetsen een heel ander beeld van de economische wetenschap dan het beeld dat Paul de Grauwe ervan ophangt. Economen zoals Dani Rodrik (Harvard), Daron Acemoglu (MIT), James Robinson (Harvard), William Easterly (New York) om er maar enkele te noemen hameren op het belang van de institutionele analyse binnen de economische wetenschap. Ver weg van de Chicago School en de Keynesianen beoefenen zij de economie niet als beleidswetenschap (welke maatregelen hebben welk effect), maar als wetenschap van het beleid (hoe bepalen de instituties van een land de mogelijke beleidskeuzes). Dat is een fundamenteel andere invalshoek. Vandaag de dag staan alle toptijdschriften vol met artikels die deze institutionele aanpak - ook politieke economie genoemd - voorstaan. Misschien kunnen we wel spreken van een nieuw soort fundamentalisme in de economie: het institutionele fundamentalisme. Dit onderzoekswerk heeft de economie fundamenteel veranderd. Economen strijden niet meer over de vraag of de markt vrij moet zijn of niet, noch over de vraag of de overheid moet ingrijpen in het economisch leven of niet. De kernvraag vandaag is hoe een land zijn instituties dient te hervormen ten einde een duurzame economische groei mogelijk te maken.

In mijn colleges verwijs ik niet naar handboeken van Friedman of Keynes, maar wel naar One economics, many recipes van Dani Rodrik of naar The economic origins of dictatorship and democracy van Acemoglu en Robinson. Rodrik bijvoorbeeld legt uit dat er niet één universele weg is die naar duurzame economische groei leidt (zoals vooropgesteld door de twee andere scholen); maar dat elk land zelf zijn eigen instituties moet uitbouwen. Deze uitbouw en hervorming dient zodanig te gebeuren dat, rekening houdend met de specifieke politieke en socio-economische geschiedenis van het land in kwestie, die instituties worden gekozen die duurzame groei bevorderen. Rodrik geeft het voorbeeld van China dat op verschillende terreinen de voorschriften van noch de Chicago School, noch de Keynesianen is gevolgd, maar juist die instituties (bijvoorbeeld in het domein van de eigendomsrechten) heeft geïnstalleerd die perfect passen binnen de Chinese cultuur en geschiedenis. Het zijn die politiek-economische keuzes die de fabelachtige groei van China hebben mogelijk gemaakt. De keuze voor of tegen bepaalde instituties is niet hetzelfde als de keuze voor of tegen een bepaalde beleidsmaatregel, maar een keuze die bepaalt hoe het beleid de volgende jaren zal gevormd worden. Acemoglu heeft in 2006 zijn ideeën in Leuven uiteengezet in verschillende gastcolleges.

In het interview met Paul De Grauwe zitten verschillende voorbeelden die het belang van deze institutionele aanpak bevestigen, zonder dat De Grauwe ze kadert binnen de institutionele economie. Hij zegt bijvoorbeeld dat de kabinetten, gezien hun wijzigende samenstelling elke vier jaar, niet opgewassen zijn tegen mastodonten als Electrabel als het op onderhandelen aankomt. Ziedaar een mooi voorbeeld. Het is het bestaan van ‘de kabinetten’ als wezenlijk onderdeel van de Belgische institutionele structuur dat maakt dat België het moet afleggen tegenover de energiereus. Het gaat hier dus niet over de vraag of het kabinet van Paul Magnette foute of goede keuzes heeft gemaakt, maar wel over het feit dat het bestaan van een kabinet an sich tot bepaalde uitkomsten leidt, in dit geval met voor België nadelige uitkomsten. Is het niet typerend en eigenlijk ongelooflijk dat de enige energieregulator die België rijk is (de CREG) en die de nodige kennis in huis heeft om het Electrabel wél lastig te maken in een onderhandeling, door de Belgische kabinetten volledig buiten spel werd gelaten. Dit voorbeeld maakt overduidelijk dat het de aard van de instituties is die bepaalt welke soort uitkomsten je gaat krijgen. En dit soort analyse is alomtegenwoordig binnen de economische wetenschap. Net daarom is het zo een enorm boeiende wetenschap.

Tweede voorbeeld: onze sociale zekerheid. Typisch een product van de Belgische socio-economische en sociopolitieke geschiedenis. De Grauwe heeft gelijk als hij zegt dat die sociale zekerheid ons behoedt voor grote schommelingen in onze welvaart, maar hij zou erbij moeten zeggen dat de analyse van de effectiviteit van de sociale zekerheid als instituut iets is waar economen zich volop mee bezig houden, en al langer dan vandaag. Ten slotte nog dit: De Grauwe beweert dat kuddegedrag niet rationeel is. Dat klopt niet. Het resultaat van kuddegedrag kan voor de maatschappij nefaste gevolgen hebben, maar dat betekent niet dat zulk gedrag voor het individu irrationeel is. Juist in een omgeving van beperkte informatie kan het zeer rationeel zijn voor een individu om anderen te volgen. Dat de som van die gedragingen tot een uitkomst kan leiden die geen van de individuen gewild heeft is in de economie reeds veelvuldig aangetoond.


De auteur is docent internationale economie aan de UA en mandaathouder van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek.



Deze tekst verscheen in De Standaard van 3 november 2009 en is met toestemming van de auteur gereproduceerd.

Philip Verwimp

Philip Verwimp

Links
mailto:Philip.Verwimp@ua.ac.be
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be