Volgens de Amerikaanse schrijver en onderwijzer Laurence J. Peter, grondlegger van het befaamde Peter Principle, is democratie ‘het proces waarbij burgers vrij zijn om de persoon te kiezen die (later) de schuld krijgt’. Zonder de realiteitszin van deze stelling volledig te willen ondergraven ben ik er sterk van overtuigd dat democratie een andere, betere invulling verdient. Een meer liberale invulling. Binnen een goede maand is het opnieuw zo ver: de alles inpalmende hoogmis van de democratie ligt in het verschiet. Na de federale stembusslag in 2007 worden er dit jaar andermaal verkiezingen georganiseerd. Op 7 juni duiden we onze vertegenwoordigers aan voor het Europees Parlement en de regionale wetgevende organen. Voor dogmatische democraten iets om reikhalzend naar uit te kijken. Liberalen, van nature uit kritisch van geest, moeten zich echter bezinnen over het concept ‘democratie’ en de actuele concrete uitwerking ervan bij ons . Vooreerst lijkt het mij belangrijk om een onderscheid te maken tussen twee vormen van democratie : de eerste vorm betreft democratie in zijn meest gekende, enge zin, te weten de staatsrechtelijke methode waarbij de meerderheid beslist. In de tweede, ruime zin, is democratie eerder een totaalconcept die wederkerigheid en participatie veronderstelt en waarbij een bepaalde ethiek is verfijnd in grondrechten en politieke gewoonten. In België en Vlaanderen dringt een hervorming zich voor beiden op. Democratie in zijn enge betekenis Dat een wijziging van democratie in zijn meeste enge zin voor liberalen nooit een taboe mag zijn, spreekt voor zich. De geschiedenis leert ons immers dat ook democratisch verkozen overheden niet bestand zijn tegen totalitaire uitwassen. Bovendien wezen Hayek en verschillende (rechts-)economen ons erop dat een overheid er nooit perfect in kan slagen om de uiteenlopende politieke en niet politieke voorkeuren van alle burgers te verenigen, laat staan dit in een passend kiesstelsel te gieten. Democratie, als kiessysteem, is dus louter een middel en nooit een doel op zich. Het komt er dus op aan, zeker voor liberalen, om een systeem te bedenken dat het best de individuele rechten van de burger beschermt en de mogelijkheid tot echte participatie en burgerzin verhoogt. Op deze manier wordt daarenboven ook de democratie in de brede zin van het woord versterkt. Het Belgisch systeem voldoet op vele vlakken niet aan deze eisen. Zo bestaat in ons land nog steeds de stemplicht of beter, de opkomstplicht. Het is frappant dat in een modern land de vrije keuze van de burger op zo’n grove manier wordt geschonden. Het recht om te gaan stemmen zou evenzeer het recht moeten betekenen om niet te gaan stemmen. Dat de stembusslag in ons land minder representatief zou zijn en dat politici enkel rekening zouden houden met de middenklasse en de rijken is een historische dwaling. De opkomst zal in cijfers uiteraard lager zijn, doch zou de afschaffing van de verplichting om te gaan stemmen er zeker niet toe leiden dat met de belangen van minderheden of zwakkeren geen rekening wordt gehouden. Tegenstanders van het stemrecht onderschatten schromelijk de competitieve kracht, uitgaande van een stelsel van stemrecht, die politici ertoe zouden aanzetten om rekening te houden met alle potentiële kiezers. De versoepeling van de immigratiewetgeving in de Verenigde Staten (waar stemrecht de regel is) door toenmalig president Bush, die rekening hield met de Hispanics bevolking, illustreert dit perfect. De opkomstplicht moet men dus laten varen, wil men de betrokkenheid tussen burger en politiek verhogen. Een andere vaststelling is de zwakke band tussen de uitslag van de verkiezingen en de later gevormde regering. Ons kiesstelsel, tot op heden nog altijd proportioneel van aard, vergroot de macht van de onderhandelaars en technocraten en verkleint de impact van de stem van de burger. De traditionele partijen doen, zoals momenteel opnieuw wordt bevestigd, reeds in pre-electorale tijden liters water bij de wijn om het toekomstig regeerprogramma niet te hypothekeren. Een ware verkiezing moet over fundamentele zaken gaan en erin slagen om ideeën op een vreedzame wijze te laten botsen. Het kiesstelsel, die partijen verplicht te dingen naar de gunsten van de fictieve mediaankiezer, noopt echter tot een keuze tussen het status-quo en het populisme. Waarom bijgevolg niet opteren voor een klassiek meerderheidsstelsel, zoals in vele Angelsaksische landen en Frankrijk? Dit geeft de burger de mogelijkheid om te kiezen tussen meer staatsbemoeienis en afhankelijkheid of meer vrije markt en meer individuele vrijheid. De mogelijke verschraling naar een tweepartijensysteem is daarenboven niet verzekerd, getuige het zweepeffect van bijvoorbeeld de Liberal Democrats in het Verenigd Koninkrijk. Bovendien zijn de grote partijen eveneens verplicht om bepaalde minderheidsstandpunten in hun programma te incorporeren, daar dit het verschil tussen regeren of niet regeren kan betekenen. Concreet kunnen we in de huidige constellatie opteren voor het hanteren van het meerderheidsstelsel in kleinere kieskringen, zeg maar districten. Op federaal vlak zouden eventueel nog 15 volksvertegenwoordigers individueel en dus evenredig kunnen worden verkozen zoals voorgesteld door de Paviagroep. Een dynamische democratie heeft nood aan een duidelijk en helder kiessysteem. Een meerderheidsstelsel is reeds een eerste stap in de goede richting. Democratie in de brede zin van het woord Bovenstaande noodzakelijke hervormingen zullen reeds een gedeelte van het democratisch deficit wegwerken . Desalniettemin is er mijns inziens veel meer nodig. Een democratie is immers meer dan ‘stemmen’ alleen. Individuele rechten dienen te worden beschermd tegen de ‘tirannie van de meerderheid’, zoals Alexis de Tocqueville reeds zei. Deze opvatting signaleert op een heldere wijze de plaats waar liberalen en democraten elkaar ontmoeten, genoegzaam bekend als de rechtsstaatgedachte of ‘the Rule of Law’. Het democratisch stemmen vereist constante externe beperkingen veruiterlijkt in onafhankelijke rechtbanken en gerechtshoven, verankerd in een grondwet. Overigens kan (zoals Fareed Zakaria meesterlijk aantoonde in zijn vijf jaar oude boek The Future of Freedom) democratie enkel gedijen in een samenleving waar een cultuur van vrijheid bestaat en een vrije markt hand in hand gaat met burgerlijke en politieke rechten. Ons huidig politiek bestel heeft, naast een verscherping en uitdieping van bovenstaande abstracte concepten, evenzeer nood aan een herwaardering van de politieke ethiek en meer specifiek van het maatschappelijke en politieke debat. We stellen immers jammer genoeg vast dat het politieke gebeuren, zowel in de media als bij de politici zelf, wordt gedomineerd door kortetermijndenken en oppervlakkige ingrepen. Denken we maar aan de recente onsamenhangende antwoorden op de financiële en economische crisis en het uitblijven van een fundamentele visie op de vergrijzingsproblematiek . Deze symptomen wijzen op een veel dieperliggende oorzaak. De evident toe te juichen ontzuiling leidde immers tot een ontwrichting en ontkoppeling van de verschillende belangengroepen en de politiek. Evenwel constateren we dat partijen zich vandaag niet meer beroepen op hun verknochte achterban om hun politieke visie te ontwikkelen en te staven, maar zich vooral gaan richten op het oordeel van de man in de straat, gedestilleerd uit een vakkundig georganiseerd politiek marketingonderzoek. Daarbovenop versterkt de onmacht van vele verkozen parlementsleden, om zich af te zetten tegen de partijhoofdkwartieren en de uitvoerende macht, deze spijtige gang van zaken. De evolutie naar populisme en particratie is zonder meer schrijnend. Een ware democratie verdient zoveel beter. Zonder de stem des volks te willen negeren dienen politici opnieuw hun plaats in te nemen als aparte pijler in het democratische veld. Ideeën stoelend op een welomlijnd ideologisch referentiekader moeten worden getoetst aan de praktijk en de publieke vraag. Democratie dus, als een dynamische wisselwerking tussen burger en kiezer, die verder gaat dan de waan van de dag. Geen eenrichtingsverkeer, maar verantwoordelijk tweerichtingsverkeer moet opnieuw de leidraad worden voor het politieke handelen. Dit vereist een herwaardering van de politieke mores, te beginnen bij de politici zelf, die opnieuw ideeën op de voorgrond dienen te plaatsen. Het armageddon van de ware democratie, in al zijn facetten, is gelukkig nog niet nabij. Een koerswijziging is echter noodzakelijk wil de democratie zichzelf op lange termijn beschermen en vrijwaren. De boven geschetste hervormingen zijn perfect uitvoerbaar en de evolutie naar een eenzijdige en populistische politieke cultuur is niet onomkeerbaar. Democratie is een evidentie, een liberale democratie vooralsnog een schaars goed.
Patrice Viaene Patrice Viaene Linksmailto:patriceviaene@gmail.com |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|