Totaalliberalisme

essay vrijdag 31 oktober 2008

Patrice Viaene

‘The enemies of freedom have always charged its defenders with subversion. And nearly always they have succeeded in persuading the guileless and well-meaning.’ Dit citaat van Karl Popper vat perfect de journalistieke perceptie samen die dezer dagen heerst omtrent het liberalisme en de vrije markt. Het liberalisme als ideologie is volgens velen tanende en zich bevindend in de hoek waar de klappen vallen, getuige de depressie op de wereldwijde financiële markten en de stijgende voedsel- en energieprijzen.

De huidige economische malaise ontkennen is absurd, toch stoor ik mij als enthousiaste jonge liberaal mateloos aan de terminologische verenging die het liberalisme moet ondergaan en de onnauwkeurigheid waarbij de schuld zonder nuancering rechtstreeks bij de vrije markt wordt gelegd. Het liberalisme vernauwen tot een puur economische ideologie, de geliefde tactiek van anti-globalisten en andere etatisten komt op hetzelfde neer als proclameren dat Hugo Claus enkel dichtbundels schreef.

Algemeen gesteld kent het liberalisme drie zeer nauw verbonden pijlers: een ethische, een economische en een politiek staatkundige. Het fundament hiervoor wordt gevormd door het zelfbeschikkingsrecht. Toegepast op de eerste pijler geloven liberalen dat elk individu zo veel mogelijk vrijheid moet krijgen om zelf keuzes te maken in zijn of haar leven. Daarbij aanleunend moet elke burger de mogelijkheid krijgen om op een ongedwongen manier goederen en diensten te produceren, te verhandelen en te consumeren. Tenslotte bepaalt de derde pijler, en dit wordt jammerlijk al te vaak vergeten, dat de vrijheid van elk individu het best wordt gewaarborgd in een democratische rechtstaat (in het Engels ‘a liberal democracy’), een staat waar een democratisch verkozen parlement en een regering gebonden zijn door een grondwet waarin de fundamentele rechten en vrijheden zijn verankerd (de zogenaamde ‘Rule of Law’).

In China of Rusland kan derhalve hoegenaamd geen sprake zijn van enig liberalisme. Het staatskapitalisme ŕ la Chinois ou ŕ la Russe met het liberalisme vereenzelvigen is intellectueel ‘cherry picking’ en bijgevolg oneerlijk. Volgens liberalen kan een land zijn burgers niet zomaar de mond snoeren, de persoonlijke integriteit schenden of privé-eigendom ontnemen. Een dictatoriaal of totalitair bewind staat volledig haaks op de fundamentele beginselen van de vrijheid en het respect voor ieder individu.

Dwingt de huidige financiële en economische crisis ons om het geloof in de kracht van de vrije markt en het kapitalisme te herzien? Allerminst. Volgens liberalen zorgt vrijhandel er immers voor dat wederzijdse belangen worden gecreëerd, de ‘civil society’ herleeft en de vrede wordt gevrijwaard. Of zoals Frederique Bastiat het formuleerde als goederen de grens niet over gaan, zullen soldaten dat doen. De mythe dat vrijhandel en kapitalisme de derde wereld verarmt is daarenboven vals. Landen die resoluut kozen voor vrijhandel en hun grenzen niet gesloten hielden genereerden meer welvaart dan landen die dit niet deden. Denken we maar aan Botswana en Taiwan die een non-dirigistische economisch beleid gebruikten om de welvaart (rijkdom, levensduurte, onderwijs, voeding en zo meer) van hun burgers de laatste 40 jaar gestadig te verhogen. Landen zoals Zimbabwe en Kenia die een gesloten handelspolitiek voerden kampen echter nog steeds met grote armoede en ellende. Vrijhandel alleen zal deze landen niet uit het slop kunnen halen. Het installeren van afdwingbare eigendomsrechten en de rechtsstaat zijn cruciaal voor het welslagen van een kapitalistisch systeem en de verbetering van het lot van iedere burger.

Daarenboven zal het wegwerken van de tolbarričres wel leiden tot meer rijkdom voor derde wereldlanden hetgeen dan weer het ontmantelen vereist van de hypocriete landbouwsteun van westerse landen. Dat het EU-budget voor 2008 nog steeds bestaat uit meer dan 40% marktvervalsende subsidies is tekenend. Tevens wordt de schuld voor de prijsstijgingen in allerlei sectoren volledig bij de speculanten gelegd, het zogenaamde ‘casino-kapitalisme’. Hun aandeel in de wereldeconomie wordt echter sterk overschat. Bovendien zorgt speculatie of ‘hedging’ ervoor dat prijsrisico’s zowel voor consument als producent worden beperkt. Dit zorgt er op lange termijn voor dat de prijs zakt.

Liberalen geloven sterk in de weldaden van de markt, desondanks beseffen we dat diezelfde markt, net zoals een overheid, niet altijd perfect werkt. Meer transparantie en grotere democratisering in de instellingen die de globale markt een institutioneel kader geven dringen zich bijgevolg op. Denken we maar aan de G8, de Wereldbank en het IMF, waar de vertegenwoordiging schrijnend scheef is getrokken. Bovendien kan een goed werkende vrije markt enkel gedijen in een samenleving waar de fundamentele rechten en vrijheden van ieder individu worden gegarandeerd. Het ideologisch liberalisme vernauwen tot een theorie van de absolute vrije markt is daarom wel zeer kort door de bocht. Het economisch liberalisme of kapitalisme kan niet zonder zijn ethische en politieke staatkundige pijler. Het liberalisme zal totaal zijn of zal niet zijn.


De auteur is voorzitter van het LVSV Gent en politiek secretaris van het LVSV Nationaal

Patrice Viaene

Patrice Viaene

Links
http://student.ugent.be/lvsv/
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be