Oxford, een medespeler in de Belgische politiek

essay vrijdag 21 december 2007

Walter Prevenier

Mocht de titel van mijn bijdrage als vraag gesteld zijn in ‘De slimste mens’, zelfs Annelies Rutten had er haar been over gebroken. ‘Oxford in België’, hooguit had Annelies gevonden dat ene Frank Vandenbroucke er in 1999 een doctoraat produceerde, net voor hij minister werd in het eerste Belgische paarsgroene kabinet, en dat is al behoorlijk dicht bij mijn verhaal. Mijn titel is echt iets voor insiders, hier nagenoeg allen aanwezig. Hier kan ik straffeloos praten over het venerabele basischarter van de liberale Internationale, als Manifest van Oxford geboren op 14 april 1947. Het speelt al 60 jaar een niet onaardige rol als component in de Belgische politiek, maar niet in het felle zonlicht, wel in de coulissen van de ‘charme discret’ die ware ideologen zo dierbaar koesteren. Het Manifest verscheen niet op de frontpagina van de kranten, het koketteerde veeleer met de verborgen agenda van de ‘hidden persuasion’. Deze discretie ten spijt is een update van Oxford 1947 urgent. Er wordt, stel ik vast, enthousiast aan gewerkt. De historische verdienste van de ‘oude’ tekst is echter even evident.

Om het discours van de ‘Verklaring van Oxford’ naar zijn juiste waarde in te schatten, is het goed te beseffen dat het 14 april 1947 was toen liberale prominenten uit 19 landen aan de Universiteit van Oxford die tekst goedkeurden, en in één moeite de ‘Liberale Internationale’ stichtten. Zo kort na de Wereldoorlog, en met de hete adem van Hitler en Stalin in de nek, koesterden de liberalen in Oxford een onweerstaanbare honger naar een sociaal en progressief liberalisme, als alternatief voor het staatssocialisme in de toenmalige Sovjet Unie en als verademing na de morele depressie die Nazi-Duitsland in Europa had veroorzaakt. Vandaar een statement als: ’De mens is eerst en vooral een wezen dat de macht bezit onafhankelijk te denken en te handelen’. Het is geen onschuldig gegeven dat diplomaat en mensenrechten-voorvechter Salvador de Madariaga de pen hield. Het Oxfordse kader speelde allicht ook mee om de tekst in progressief-liberale zin te kleuren, het Angelsaksische liberalisme was sinds Lord Beveridge steeds socialer getint dan de Latijns-Europese variant. Oxford 1947: ‘Beveiliging tegen de wisselvalligheden van ziekte, werkloosheid, werkonbekwaamheid en ouderdom. Rechtsgelijkheid van man en vrouw. Een voortdurende verbetering van de arbeidsvoorwaarden, van de huisvesting en van de omgeving der arbeiders is van noodzakelijk belang’.

Een van de penvoerders in Oxford, naast de Madariaga, was Julius Hoste jr., toen directeur-eigenaar van Het Laatste Nieuws en gewezen Minister van Onderwijs in de Belgische regering in ballingschap in Londen. Tijdens die oorlogsjaren in Groot-Brittannië had Hoste scherper dan ooit de waarde leren inschatten van het liberalisme als dam tegen totalitaire avonturen, en had hij zich dus ook de betekenis gerealiseerd van een liberale krant. Samen met zijn vertrouwensman Albert Maertens voorzag Hoste een Stichting die na zijn dood zou garanderen dat Het Laatste Nieuws een liberaal-humanistisch blad zou blijven, ook indien erfgenamen of latere eigenaars andere opvattingen zouden aankleven.

Sinds 1955 heeft deze Stichting er inderdaad over gewaakt dat de opeenvolgende eigenaars dit princiep van trouw ondertekend hebben, en wat meer is, dat alle hoofdredacteurs, alle journalisten bij de krant, vóór haar of zijn aanwerving verklaard hebben dat ze de Verklaring van Oxford aanvaarden en in hun professionele praktijk zullen respecteren. Men onderschatte het gewicht niet van een medium dat elke dag meer dan één miljoen Vlamingen bereikt. Men onderschatte ook niet de constante dialoog tussen Stichting en journalisten telkens de journalistieke creativiteit even boven of buiten het ideologisch-liberale doel dreigt te schieten. Stichting en krant hebben zich weliswaar onafhankelijk opgesteld tegenover de opeenvolgende partijen van liberale strekking, maar ideologisch zitten ze op dezelfde golflengte. De redactionele vrijheid moet ruimte worden gelaten, want de tijd van een partijgebonden pers is voorbij. In de plaats kwam een moeilijke maar heilzame evenwichtsoefening om tegelijk de fundamenten van het liberalisme veilig te stellen en kritische voetnoten te plaatsen bij de dagdagelijkse partijpolitieke vertaling van die grote beginselen, misverstanden bij politici van liberalen huize ten spijt, geloofwaardigheid bij de publieke opinie als bonus.

De journalisten van Het Laatste Nieuws ondertekenen dan wel het Manifest van Oxford, maar delen van de tekst vertonen stilaan een oubollige bijklank. Daarom kregen de redacteurs van de krant af en toe een actualiserende toelichting, zoals in oktober 1992 door Frans Grootjans: “Liberalen zullen de markteconomie verder verdedigen. Maar zij is een te enge basis voor het hedendaagse liberalisme, dat veel meer is dan een economisch systeem. Het is een allesomvattende levensvisie. Basiselementen zijn: het respect voor de medeburger, het open houden van voldoende ruimte voor de individuele creativiteit, het opbrengen van een positieve tolerantie, het aanvaarden van het risico, de beloning van de inspanning, de bekommernis voor diegenen die het moeilijk hebben in het leven, de zorg voor het leefmilieu’. In september 2006 mocht ook ik, aan de hand van Oxford, de zin van de Stichting HLN voor de journalisten vertolken: ‘De werking van de Stichting is niet enkel van belang voor de directie, redactie en journalisten van de krant. Ze is ook maatschappelijk betekenisvol. Wat zou je anders kunnen verwachten van een krant met één derde van alle Vlaamse krantenlezers. HLN waarborgt aldus de continuïteit van een spreekbuis van het liberalisme in Vlaanderen, en het voortbestaan van een instrument van duiding in mensentaal van de humanistische waarden, waardoor de brede lagen in de samenleving die deze opvattingen genegen zijn, verzekerd blijven dat ze die krant in de bus krijgen die hun ideologisch lief is. Bovendien weten, door de aanwezigheid van de Stichting, de medewerkers van de krant precies waaraan ze toe zijn bij het vervullen van hun delicate taak, namelijk het aanwijzen van relevante facetten in de samenleving vanuit een ruim humanistisch perspectief, en het reflecteren hierop door een kritisch liberaal prisma’.

Nu mijn tweede luik. Was er wel impact van het Manifest van Oxford op de Belgische politiek na 1947? Zeer zeker. Het was ook best nodig. Zowel partijpolitiek als ideologisch was het liberalisme in dit land na W.O. II een puinhoop. De liberale partij haalde rond 1950 een schrale 11 %., zonder veel uitzicht op of veel ambitie tot aanpassing aan de veranderende samenleving. Het is niet onschuldig dat Vlaamse deelnemers, zoals Julius Hoste, het doorgeefluik waren voor het ideologisch platform van Oxford. De eerste veldslag werd door het Liberaal Vlaams Verbond geleverd, nl. die voor een volwaardige Vlaams-liberale stem in een totaal door Franstaligen gedomineerd partijcenakel. Na Hoste’s dood vond Albert Maertens, de nieuwe directeur van HLN, in de kweekvijver van het LVSV geschikte jonge Turken, en hij lanceerde met zijn krant en met Het Volksbelang, Vanderpoorten, Grootjans, Poma. Ze waren allen overtuigd dat de liberalen in Vlaanderen nooit een brede volkspartij konden worden indien de boodschap niet in de taal van die Vlaamse publieke opinie werd vertolkt. ‘Eerbied voor de taal en het geloof van de nationale minderheden’ stond er inderdaad in Oxford. ‘Eerbied voor het geloof’ dus ook, een tolerantie-idee die door Omer Vanaudenhove in de praktijk werd gebracht in 1961 toen hij het aloude anti-clericalisme in de partij afzwoer en het tweeluik godsdienst en politiek ontkoppelde; in de eerste verkiezing na de operatie van 1961, in 1965, sprong de PVV van 11 naar 16.5%, in Wallonië zelfs naar 25, in Brussel naar 30. De droom van een brede centrum-partij kon nu starten.

Oxford trok nog diepere groeven in het Vlaamse liberale landschap, Vlaams inderdaad, want het blijft een merkwaardig gegeven dat de opeenvolgende ideologische aggiornamento’s zich telkens het eerst bij de Vlaamse liberalen voltrokken, en pas met vertraging, en vaak afgezwakt, bij hun Franstalige partijgenoten, ten dele omdat de Vlaamse liberalen meer toegang hadden tot andere talen en culturen. Grootjans en de zijnen grepen sneller dan hun Franstalige collega’s naar Beveridge, Hayek en von Mises; Verhofstadt en diens generatiegenoten grepen, in recenter jaren, sneller naar Karl Popper, Amartya Sen en Martha Nussbaum. Een sleutelzin uit het Oxford Manifest, volkomen wishful thinking in 1947, ‘de vrije uitwisseling van gedachten, nieuws, goederen en diensten tussen de naties, evenals vrijheid van verkeer binnen en tussen alle landen, ongehinderd door censuur’ kreeg een schitterende actualiteitswaarde in de Golden Sixties. Het is geen toeval dat Willy De Clercq, Frans Grootjans, Herman Vanderpoorten en Karel Poma, toen in 1968 de verbeelding aan de uniefs van Berkeley, Parijs, Leuven en Gent aan de macht was gekomen, de kans van hun leven grepen om een onafhankelijke Vlaamse liberale partij door te duwen. Op eigen vleugels, niet als een doel ‘an sich’, wel als een medium voor een breder ideologisch platform, een ethisch-progressief programma, dat definitief komaf maakte met het muffe voor- en na-oorlogse katholieke obscurantisme. Vrijdenkend Vlaanderen, het was een revolutie.

Op het onvergetelijk congres van Blankenberge uit 1972 waren de liberalen vooruit op hun tijd. Frans Grootjans, Herman De Croo en Annemie Neyts drukten het anticensuur DNA van Oxford door met toen erg uitdagende stellingen over abortus, homoseksualiteit, alternatieve vormen van familieleven, maar ook toen al, dankzij Poma, het milieu. Veel ervan werd luttele jaren erna omgezet in een open-society samenlevingsmodel, dankzij de wetgeving van minister van Justitie Herman Vanderpoorten en zijn kabinetsmedewerkster Lucienne Herman-Michielsens. Oxford proclameerde reeds in 1947: ‘Rechtsgelijkheid van man en vrouw’ en ‘Persoonlijke vrijheid, gewaarborgd door de onafhankelijkheid van de rechtsbedeling en van het gerecht’. De opeenvolgende ministers van Cultuur Karel Poma en Patrick Dewael verwezen de notie censuur in de culturele wereld naar de rommelmarkt, en openden in de media de open concurrentie. In de lijn van Oxford: ‘Wij aanvaarden staatsbezit slechts voor de ondernemingen, waartoe het privaat initiatief ontoereikend is of waarin de mededinging niet langer haar rol kan vervullen’. Willy De Clercq als minister van Financiën rond 1980 bracht een anti-travaillistisch, maar tegelijk een sociaal-liberaal, alternatief voor het toen opflakkerend populistisch Poujadisme. Verhofstadt en Dewael sloten er naadloos bij aan met hun toen als radicaal gepercipieerde, niettemin fluwelen, revolutie van Kortrijk 1979. Ook liberalen zijn kinderen van hun tijd. De Golden Eighties van Thatcher en de economen van Chicago maakten een meer dan gemiddelde dosis anti-travaillisme en anti-etatisme mogelijk.

De kritiek van Verhofstadt, als vice-premier in Martens VI, op het sociaal-economisch middenveld leidde in Poupehan toch tot een kortsluiting. Maar het intellectuele avontuur van de vier Burgermanifesten is niet enkel een ongeëvenaard prototype van een risicogeladen creatief proces, het is tevens een merkwaardig exempel van dialectiek tussen politicus en wisselende samenleving, van een fascinerende dialoog tussen een Realpolitiker en zijn kiezers. Er is nog meer denkwerk verricht op hoog niveau bij de Vlaamse liberalen. Annemie Neyts ontdekte, in haar Brussels Wonderland, waarom vrouwen nodig zijn in de politiek. Ze dacht ook diep na bij opeenvolgende staatshervormingen, en werkte mee aan de geniale vondst om voor de Brusselaars een gesofistikeerde, maar uiterst werkzame ontkoppeling te realiseren van persoons- en plaats-gebonden materies. Ook dat is puur Oxford: ‘De eerbied voor de persoon als mens is de ware grondslag van de maatschappij’. De trein van de Vlaamse liberale open society is nooit meer gestopt. De ethische revolutie van de PVV in de Gouden Seventies heeft zich met nog grotere felheid herhaald, dankzij de VLD, in de acht jaren van de twee opeenvolgende paarse kabinetten Verhofstadt. Met de CVP was deze diepgaande mentale omslag nooit mogelijk geweest. Deze open society is het omgekeerde spiegelbeeld van de bange, naar het verleden gekeerde, gesloten, puriteinse, a-humanistische, intolerante samenleving die Vlaamse en andere Blokken en Belangen propageerden, of zoals het elders in Europa, in het puriteinse Polen, overleefde. De paarse schwung maakte België tot de leading lady van het progressieve denken in Europa. Bovendien was het een irreversibel proces.

Een cruciaal keurmerk van de Vlaamse liberalen is hun kosmopolitisme. Ze puurden niet enkel hun honing uit Oxford en andere buitenlanden. Ze brachten omgekeerd hun exegese en hun variaties op het Manifest succesvol ook over op het internationale forum. Jarenlang waren Willy De Clercq en Annemie Neyts voorzitter van de Liberale Internationale (met zetel in Londen) en van de European Liberal Democratic Party (de Europese liberale partij). Zij stelden er de ‘human rights’ nadrukkelijk centraal als liberaal ‘core business’, zoals in het Oxford Manifest (‘eerbied voor het recht van iedere natie om te genieten van de menselijke vrijheden’), en ook Karel De Gucht heeft dit pad met zijn redelijke onverzettelijkheid en onverbiddelijk scherpe analyses bewandeld. De meest spectaculaire bijdrage tot het imago van het Europees, èn van het Belgisch, liberalisme, is uiteraard het optreden van Guy Verhofstadt op het Europese forum, met diens verklaring van Laken, na de even succesvolle interventies op de Europese top in Nice. De domper van de mislukte referenda en het net gemiste voorzitterschap is inmiddels alweer geschiedenis, nu de ideoloog Verhofstadt mag genieten van de zoete recuperatie van zijn ideeëngoed op de jongste top van Lissabon, en van de erkenning van de waarde van dat Europees weer- en vuurwerk uit zijn zopas met de prijs ‘Esprit d’Europe’ bekroond essay ‘De Verenigde Staten van Europa’.

Het liberalisme dat hij op Europese en internationale fora, met verve, met wils- en overtuigingskracht, neerzette is een radicaal geactualiseerde en voor de toekomst beloftevolle variant op de principes van Oxford: de genocide in Rwanda, globalisme en ontwikkelingshulp, de CO² uitstoot en het taboe van een al te rigide arbeidstijd. Het is warempel niet te geloven hoe zijn oproep in de VN-veiligheidsraad in september l.l. tot arrestatie van de Oegandese ronselaar van kindsoldaten Joseph Kony in een handvol mensentaal-woorden de ideologische essentie van het probleem vertolkte, zo glashelder dat zelfs George W. Bush het verstaan had. Dezelfde Bush, die enkele jaren voordien niets had begrepen van de reactie vanuit het Oude Europa, niets van de liberale boodschap vertolkt door Guy Verhofstadt en Louis Michel over het nut van echte diplomatie en rationele analyses in het vermijden van de oorlog in Irak (en nu alweer in Iran), over het nodeloos offeren van duizenden Amerikaanse en honderdduizenden Iraakse slachtoffers door de hypocrisie van zelfgemaakte leugens rond vermeende sporen van massa vernietigingswapens en door het pseudo-geloof in de immorele manipulaties van een gecorrumpeerde CIA, om de moraalridders van de religieus rechtse achterban te plezieren. Ook hiertegen had de Verklaring van Oxford 60 jaar voordien reeds gefulmineerd: ‘De oorlog kan slechts afgeschaft worden en de wereldvrede en de economische welvaart hersteld, indien alle naties de volgende voorwaarden vervullen: getrouwe aanhankelijkheid aan een wereldorganisatie van alle naties’.

U merkt het, ik koester grote bewondering voor de creativiteit waarmee het liberalisme in België, en meer bepaald in Vlaanderen, zichzelf telkens opnieuw uitvond. voor hun ontembare behoefte aan een spitante dialoog met elkaar en met de kiezer Sinds Wereldoorlog Twee maakte het niet minder dan vier aggiornamento’s door: de ontkoppeling godsdienst-politiek, de ethische revolutie van de jonge Vlaamse PVV, het Manifest van Kortrijk met de vier Burgermanifesten, het Paars avontuur. Het wijst op grote spankracht, op flexibiliteit, op intellectueel niveau. De andere politieke families in dit land kunnen dit maar beter benijden. Bij hen is het vaak armoe troef, stug immobilisme, conservatisme, populisme of dorpsfilosofie van rond de kerktoren. Ik heb begrepen dat het liberaal proces niet stopt. Het LVV en Liberales zijn denktanks bij uitstek, de kanalen voor hun vrije woord talrijk en waardevol. Ik wens hun alle succes toe, en nog veel meer.


De auteur is voorzitter van de Stichting Het Laatste Nieuws

Walter Prevenier

Walter Prevenier

Links
mailto:egbert@liberales.be
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be