De Nederlandse lange afstandsloper Kamiel Maase lanceerde onlangs een opmerkelijke stelling: ‘Het zou mooi zijn indien China in de Veiligheidsraad zou meewerken aan resoluties om het geweld tegen vreedzaam protesterende monniken en burgers in Birma te stoppen. Want ergens droomt ongetwijfeld een jonge Birmees ooit de kans te krijgen mee te doen aan de Olympische Spelen. En dat is belangrijker dan winnen. Sport bedrijven en verbroedering verkondigen in een land waar met regelmaat mensenrechten worden geschonden, is niet de keuze van de gemiddelde topsporter.’ Maase hoopt op een versnelling van het democratiseringsproces, in Rangoon én in Peking. Zijn reactie volgt op een debat over de mensenrechten tussen Hein Verbruggen, voorzitter van de coördinatiecommissie van de Spelen van Peking, en Amnesty International. Wie de geschiedenis van de Olympische Spelen bestudeert, ziet een parallel tussen Bejing 2008 en Berlijn 1936, de zogenaamde nazi-olympiade. Beide regimes, destijds én vandaag, steken de draak met de mensenrechten. IOC-functionarissen sloten toen én nu de ogen voor de werkelijkheid. De opstand in Birma roept herinneringen op aan de demonstraties op het Plein van de Hemelse Vrede en wakkert de polemiek over China én over eventuele sancties aan. De kritiek valt niet uit de lucht en was ten overvloede aanwezig in 2001, toen het IOC de Spelen aan de Aziatische grootmacht toewees. Dwaze mensen dansten al in 1989 op het Plein van de Hemelse Vrede. Als ballerina’s voerden ze een dodelijke choreografie op. Flirtend met de tanks. Een danse macabre, als een ode aan de vrijheid. Ze beseften het niet. Ze begrepen niet dat communisten uit de autoritaire school de gave van de zelfspot missen. Die houden niet van tartende dans, van kwetsbare onschuld, van sensuele strelingen, van een ongeknechte geest. De tanks maaiden de dwaze mensen in 1989 van het plein. Sindsdien weet niemand nog waar ze zijn. Ze ijverden vreedzaam voor democratische rechten en liberale privileges in China. Twijfelachtig volgens Hein Verbruggen, in een land met 1,3 miljard inwoners mag een regime de karwats neerlaten. Met een overdonderende meerderheid heeft het IOC in juli 2001 de Olympische Spelen van 2008 aan Peking/Bejing toegekend. China reageerde ‘bevrijd’. Een volksfeest, al dan niet georkestreerd, zette hetzelfde Plein van de Hemelse Vrede in vuur en vlam. Vrijwel onmiddellijk lokte dit mondiale commotie uit. Professor Harry Wu beklom gedecideerd de barricaden: ‘De Chinese autoriteiten zullen de economische en publicitaire effecten van de Olympische Spelen misbruiken ten voordele van hun corrupte regime.’ Harry had recht van spreken want hij is de bekendste dissident van China en bracht 19 jaar door in de strafkampen. Als eerste politieke gevangene openbaarde hij in 1992 de vernederende ervaringen die hij, samen met duizenden anderen, onderging in de Chinese Goelag. In zijn boek Bittere Kou beschrijft hij de troosteloze, zwarte slaap die zijn pariabestaan al die tijd versluierde. In een systeem van zware dwangarbeid, systematische uithongering, marteling en rechteloosheid. Zijn misdaad? Hij raakte verliefd op de verkeerde vrouw, verkoos als student honkbal boven de communistische beginselen en reageerde met ironie op de dwanggedachten van de Partij. Eind jaren negentig registreerde Amnesty International 18.914 executies in China. Talrijke werden voltrokken in uitverkochte sportstadions. Opgevoerd als een totaalspektakel, een tot in de perfectie geregisseerde show. Het voorbije decennium kwamen er nog eens duizenden bij. De Volksrepubliek is er dus klaar voor. De rij schendingen van de mensenrechten is schier eindeloos: willekeurige arrestaties, onrechtvaardige processen, langdurige opsluitingen zonder beschuldiging of verhoor, doodstraf. Volgens Amnesty executeert China bijna meer dan de rest van de wereld samen. De dictatuur stuurt ze met duizenden naar de hel. In de werkkampen worden vakbondsleiders, protesterende boeren, politieke activisten, kunstenaars en schrijvers, voorstanders van de liberale democratie en vrijhandel, leden van etnische minderheden en religieuze groeperingen zonder pardon heropgevoed. Foltering en verkrachting zijn dagelijkse praktijk. De Tibetaanse regering in ballingschap verwierp destijds de IOC-keuze voor Peking als ‘een internationale steunbetuiging aan de gewelddaden van het regime’. De respectabele krant The Times reageerde vlijmscherp op de keuze van de Olympische bobo’s: ‘China zal met zijn 1,3 miljard inwoners de honger naar nieuwe markten van de sponsors moeten stillen. Het IOC lapte de kwestie van de mensenrechten aan de laars en negeerde alle statistieken van Amnesty International. Het IOC is een meester in het dichtknijpen van het ene oog, tot het bewijs van het tegendeel haar in het gezicht springt. Als er niets in Peking verandert, dan zullen de Spelen van 2008 de wereld eerder uit elkaar drijven dan samenbrengen.’ Antonio Samaranch – voorzitter van 1980 tot in juni 2001 en drijvende kracht achter de keuze voor Peking - wees alle kritieken hooghartig van de hand: ‘No one is innocent.’ Respect voor het individu, het zal de hoogbejaarde Olympische vorst worst wezen. Bij deze oudgediende van de fascistische generaal Franco wekte het begrip vrije meningsuiting voornamelijk irritaties op. Samaranch sloot tijdens zijn legislatuur een pact met het bedrijfsleven. De twaalf grootste multinationals ter wereld sloegen, in ruil voor miljoenen dollars, munt uit het Olympische embleem. Het IOC rekende zich rijk aan inkomsten via wereldwijde televisierechten, merchandising en ticketverkoop. China is op dat gebied de laatste onontgonnen kaap van de planeet. ‘Ik zeg het u voor de duizendste keer’, zo schreeuwde Lou Dapeng in 2001 voor de camera’s. De kolderieke woordvoerder van de Chinese Sportfederatie ratelde maar door. De Spelen zouden de netelige mensenrechtenkwestie tegen 2008 eenvoudig oplossen. De voorbeelden uit het verleden bewezen het tegendeel. Het toekennen van internationale sportevenementen aan éénpartijstaten temperde nooit de tirannieke aspiraties. Integendeel. Zowel Mussolini (WK 1934, Italië) en Hitler (OS 1936, Berlijn) als Videla (WK 1978, Argentinië) en Brezjnev (OS 1980, Moskou) sponnen garen uit de combinatie van de wereldwijde media-aandacht en plaatselijke massahysterie. De geschiedenis heeft het IOC duidelijk de ogen niet geopend. Ook die van Hein Verbruggen niet want: ‘de wetten van China moeten worden gerespecteerd.’ En: ‘Volgens de Chinese politici zullen de Spelen zonder twijfel een bijdrage leveren aan de mensenrechten.’ Ze zeggen het zelf! Nou moe, sprak Guust Flater. Van Berlijn 1936 tot Bejing 2008 loopt een ijzingwekkende parallel door het gedrag van de Olympische bondsbonzen. In de zomer van 1936 werd het onschuldige blazoen van de vijf ringen definitief bevlekt door de nazi-Olympiade. Het IOC wees reeds voor de machtsovername van Hitler de Spelen aan Berlijn toe. Aanvankelijk baalden de nazi’s van ‘deze joodse en pacifistische samenzwering.’ Tot Goebbels zijn Führer kon overtuigen van de propagandistische mogelijkheden. ‘The Chancellor is taking an enromous interest in the Olympic Games’, rapporteerde de Britse ambassadeur Sir Erik Phipps in 1935 aan Londen. Phipps verwees naar de pompeuze sporttempel van 100.000 toeschouwers die Hitler liet optrekken als Olympisch Stadion. In Engeland, Frankrijk en Oost-Europa woedde onder democratische krachten het debat over deelname. De roep om een totale boycot klonk, door toedoen van het invloedrijke Joods Congres, het hardst in de Verenigde Staten. Het Amerikaans Olympisch Comité liet zich, op blitzbezoek in Berlijn, wat graag om de tuin leiden:’ Joodse atleten worden in Duitsland niet gediscrimineerd want de Reichssportführer heeft het tot drie keer toe beloofd.’ In zijn boek Hitler’s Games. The 1936 Olympics bewijst auteur Duff Hart-Davis hoe de Belgische IOC-voorzitter de Baillet-Latour op zijn beurt de internationale opinie de loef afstak: ‘There was one man on whom the facts of Nazi life seemed to make no impression at all: the president of the International Olympic Committee Henri de Baillet-Latour.’ Hij verklaarde in 1935 aan The New York Times dat ‘alles in Duitsland in orde is.’ Vragen omtrent de vervolging van katholieken, protestanten en joden deed hij af met: ‘Het IOC is niet geïnteresseerd in deze details.’ Hitler gebruikte zowel de Spelen van de winter, in Garmisch-Partenkirchen, als van de zomer, in Berlijn, om zijn gedeukte internationale imago op te vijzelen. Laat de Olympische gedachte, na ruim een eeuw pendelen tussen de wereldpolitiek en het grote geld, even terugkeren naar zijn oorsprong als beweging van de universele broederschap. Die sluit naadloos aan bij de klare boodschappen van Amnesty International: afschaffing van de doodstraf; vrijheid van mening, godsdienst en vereniging en gelijkwaardigheid van elk individu. Dit simpele betoog voor de rechten van de mens vindt bij de Chinese leiders slechts een dovemansoor. Het is niet Amnesty International dat in deze in de fout gaat. Schenk de wereldwijde pleitbezorger voor human rights het vertrouwen én het toekomstige laatste woord over de toewijzing van de Olympische Spelen! En passant is men verlost van vaak tot corruptie leidende smeergeld-onder-tafel-gekonkel. Vandaag een pleidooi houden voor een boycot van Beijing 2008 is rijkelijk laat en onzinnig want topsporters mogen niet het slachtoffer worden van ongerijmde beslissingen van IOC-superieuren. De oproep van Kamiel Maase mag wel navolging krijgen en een doorgedreven internationale mensenrechtencampagne mét topsporters als ambassadeurs is geen overbodige luxe. Schrijf ze vrij, Kim & Tia! De dwaze mensen op de Pleinen van Peking en Rangoon hebben nog een dans te goed.
Raf Willems Raf Willems Linksmailto:egbert@liberales.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|