Op donderdag 18 september 2008 opende Liberales het nieuwe werkjaar met het actuele thema overheidsefficiëntie. Het is de overtuiging van Liberales dat dit onderwerp hoog op de politieke agenda moet staan. Het toeval wou dat bewuste week het thema overheidsefficiëntie veel persaandacht genoot. De aankomende economische recessie, de toenemende overheidsuitgaven en het stijgend aantal ambtenaren zijn daar niet vreemd aan. Deze persaandacht werd extra kracht bijgezet door de vraag naar meer overheidsefficiëntie van de ondernemersorganisaties. VOKA en UNIZO zijn allebei de mening toegedaan dat de huidige publieke dienstverlening op vandaag eerder een remmende dan een stimulerende invloed heeft op de ondernemingszin. Naast de fiscale druk, werkt de administratieve mallemolen remmend voor kandidaat-ondernemers. Liberales kon rekenen op de academische invalshoek van Professor Matthijs, gespecialiseerd in overheidsadministratie en openbare financiën. Afslanken van het ambtenarenapparaat De professor stelt dat er boven alles moet gestart worden met het in kaart brengen van de juiste statistieken. Op vandaag kan niemand in België met zekerheid stellen hoeveel ambtenaren de Belgische Staat telt. Om dit aantal te citeren moet eerst het begrip overheid of ambtenaar juist afgebakend worden. In de enge zin van het woord cumuleer je het aantal ambtenaren die rechtstreeks voor de verschillende bestuurslagen werken (lokale en provinciale overheden, regionale overheden en de federale overheid). Maar in de brede zin, dien je ook rekening te houden met het onderwijs, de zorgsector en de verschillende (al dan niet verzelfstandigde) overheidsbedrijven. De NMBS, De Post en Belgacom zijn de belangrijkste voorbeelden van deze laatste categorie. Volgens deze ruime definitie kunnen we stellen dat er in 2007 om en bij 1.000.000 Belgen de kost verdienen bij de overheid. Dat komt overeen met één op de vier werkende Belgen, wat betekent dat de overheid een zware impact heeft op de Belgische economie. Ook de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) is dezelfde mening toegedaan. Bji een onderzoek naar het overheidsapparaat in veertien landen, bleek dat alleen enkele Scandinavische landen en Frankrijk meer ambtenaren hebben dan België. Het gevolg is dat 70% van al het overheidsgeld in België gaat naar de betaling van lonen. Daarenboven komt dat het aantal ambtenaren de voorbije jaren sterk is toegenomen. Een voor de hand liggende verklaring is de staatshervorming. De regionalisering van (al dan niet homogene) bevoegdheden, gaat gepaard met een nieuw ambtelijk apparaat dat zich over deze bevoegdheden moet ontfermen. Naast de staatshervorming werd de grootste groei vooral opgetekend bij de lokale en provinciale overheden én in de gezondheidszorg. Nochtans is er op korte termijn een unieke opportuniteit om dat toegenomen ambtenarenapparaat te reduceren zonder een sociaal bloedbad tot gevolg. Vijfenveertig procent van de ambtenaren is ouder dan vijftig jaar. Deze pensioengolf is een drama voor de federale schatkist (alle pensioenuitgaven zijn immers ten koste van de federale overheid), maar anderzijds een unieke kans om het ambtenarenapparaat af te slanken. Hoeveel jobs er bij de overheid moeten verdwijnen, zonder de dienstverlening in het gedrang te brengen, is niet helemaal duidelijk volgens professor Matthijs. Als illustratie verwijst de professor naar de FOD Financiën die 30 jaar geleden 20.000 ambtenaren telde. Vandaag zijn dat er 30.000 en zijn de prestaties van de FOD niet met 50% toegenomen. De professor stelt dat deze anekdote echter niet naar analogie mag toegepast worden op alle overheidsdiensten. Zo is er, volgens de professor, een tekort aan ambtenaren bij de douanediensten en de diensten van het kadaster. Hoe kan de overheid efficiënter werken ? Professor Matthijs schetst 4 mogelijkheden om de overheid efficiënter te laten werken. Je kan verschillende overheidstaken gaan outsourcen. Dit betekent dat de overheid voor bepaalde taken niet langer zelf de personeelsuitgaven en werkingskosten moet dragen, maar deze taken uitbesteedt aan de private sector. Toch is transparantie hier een essentiële voorwaarde. Zo moet de huidige grijze zone tussen de private en de publieke sector doorzichtiger worden. Op vandaag zijn er heel wat actoren (vzw’s edm.) – vooral in de sociale sector - die met overheidsgeld werken. Naast privatiseren is deregulering een belangrijk aandachtspunt. Een voor de hand liggend voorbeeld van overregulering is het uiterst complex geworden aangifteformulier van de personenbelasting. Minder regelgeving, leidt tot minder ambtenaren en dus tot meer overheidsefficiëntie. Een ander voorbeeld is het volledig opheffen van de administratie van het kinderbijslagfonds en dit te compenseren door een fiscale aftrek op de personenbelasting Ten derde kan een beter beheer van de financiële middelen tot meer efficiëntie leiden. België moet streven naar een ambitieus budgettair beleid voor de toekomst. In 2000 heeft België voor het eerst in decennia een begrotingsevenwicht bereikt. Toch is dit evenwicht - dat in 2000 werd bereikt - onzeker en zal de overheid des te meer in tijden van economische recessie moeten matigen. Een budgettair beleid betekent ook dat het uitgavenbeleid doelgericht moet gebeuren. Zo zijn de voorbije jaren massaal veel middelen in onderwijs geïnvesteerd, maar niet in de core-business van onderwijs, met name “les geven”. Een vierde mogelijkheid om te streven naar meer overheidsefficiëntie is een volwaardig kerntakendebat met een responsabilisering van elke bestuurslaag. De professor verwijst in dat verband naar Finland, dat zijn staat hervormd heeft bestaande uit slechts 2 bestuurslagen. (1 centrale overheid en de lokale besturen). De bestuurskracht van de lokale overheden is veel sterker, met als gevolg dat de gemeenten meer macht kregen. In Finland heeft dit geleid tot een efficiëntere federale overheid, maar opvallend genoeg niet tot een efficiëntere lokale overheid. Ondanks de bovengenoemde analyse en de voorgestelde oplossingen, blijft de professor vrij pessimistisch voor een efficiënte overheid in België. De professor stelt dat België een reputatie heeft van het creëren van bijkomende besturen, structuren, beslissingsorganen en gelooft niet in een radicale ommezwaai.
Herman Matthijs |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|