August Hans den Boef. Vrijdenker van het Jaar 2010figuur vrijdag 22 oktober 2010August Hans den Boef
Vrijdenkersvereniging De Vrije Gedachte werd opgericht in 1856 en heeft in 2006 de prijs Vrijdenker van het Jaar ingesteld die wordt uitgereikt aan een persoon die zich in het publieke domein op opvallende wijze heeft uitgesproken over een vrijdenkersthema, zoals religiekritiek, vrijheid van expressie, of individuele vrijheid. Laureaten zijn uitgever Wouter van Oorschot (2006), liberaal denker Dirk Verhofstadt (2007), journalist-schrijver Max Pam (2008) en bioloog Midas Dekkers (2009). Voor 2010 werd de Nederlandse publicist August Hans den Boef uitgeroepen tot Vrijdenker van het Jaar. Den Boef is literatuurwetenschapper en docent-onderzoeker aan de Hogeschool van Amsterdam. Als geëngageerd publicist en republikein schrijft hij niet alleen over literatuur, maar ook over secularisme, religie en popmuziek. Op 18 september 2010 sprak hij zijn aanvaardingsrede uit. Geachte aanwezigen, Veel mensen die zichzelf beschouwen als ongelovigen. hanteren vaak een ‘religieuzerige’ attitude in allerlei kwesties. Vaak zonder dat zij het beseffen. Twee millennia christendom internaliseren kennelijk. Dat is geen schande voor individuen, maar het is goed als zij daarop zelf eens een reflectie loslaten. Niet-religieuze media zouden dat per definitie moeten doen in de manier waarop ze nieuws brengen. Religieuzerig: het min of meer onbewust hanteren van religieuze waarden, normen en perspectieven door mensen die geen godsdienst aanhangen. Ik heb het over ongelovigen. Uiteraard niet over holisten, ietsisten, gnostici of andere esotherici. Weliswaar zijn die niet georganiseerd in traditionele religieuze organisaties, maar volgens onze criteria zijn dat gewoon gelovigen. Ik bedoel evenmin agnosten. Als ik nu aankondig dat ik zodadelijk wat boven u ga zweven – letterlijk - denkt u waarschijnlijk dat het mij in de bol is geslagen. Een agnost echter zal zeggen, wacht even tot het bewezen is dat levitatie niet bestaat. Een agnost is een muntstuk. De ene kant munt de andere kant – inderdaad – kruis. Ik ga u elf voorbeelden geven van religieuzerig gedrag. 1. Superioriteit van monotheïstisch religies. Een bekende grap onder Joodse (hoofdletter) atheïsten in Amerika: er is maar één God en die bestaat niet. De grap is natuurlijk dat het niets uit maakte hoeveel goden er zijn omdat ze allen bedacht zijn door mensen. Waarom kijken dan ook sommige ongelovigen neer op polytheïsme? Duizenden goden hebben – haha! – de hindoes. Ook ongelovigen doen lacherig over Australische aboriginals die bezwaar maken tegen poepen op hun heilige grond. Over de zuster van ons staatshoofd die met bomen spreekt. Bomen! Over de echtgenote van de vorige Japanse premier die naar Venus is gevlogen en elke dag een stukje van de zon eet. Over ambtenaren bij het Ministerie van VROM die in kabouters geloven. Maar hierin bestaat geen relevant verschil met de opvattingen van joden, christenen en moslims. Ik ben vaak op de Veluwe. Daar zijn veel grafheuvels uit de late steentijd. Ik noem die beschaving liever niet ‘pre-christelijk. Voor mij is het christendom niet de centrale identiteit van de lage landen. Maar op die heuvels wordt gepicknickt. Niet op zondag, uiteraard! Door reformatorische christenen in de bijbelgordel. Het gaat wel om een begraafplaats. Voor de afgodendienaars die ooit zulke fraaie klokbekers konden maken, hoeven we kennelijk geen respect te hebben. Wanneer ongelovigen op dit soort punten een kwalitatieve hiërarchie aanbrengen tussen verschillende godsdiensten, gedragen ze zich religieuzerig. 2. Een lijk toespreken. Een belangrijk verschil tussen gelovigen en ongelovigen is dat de tweede groep bij een begrafenis of crematie het dode lichaam meestal niet pleegt toe te spreken. U kent het wel, ‘Jongen, nu lig je hier in je kist en moeten we een nieuwe vierde man voor het klaverjassen zoeken.’ Er zijn ook gelovigen die dit niet doen, uit het oogpunt van goede smaak. Andere gelovigen reppen in overlijdensadvertenties van ‘afscheid nemen’. De religieuze conventie is dat een lijk wordt gekwalificeerd als het ‘stoffelijk overschot’ van de onsterfelijke ziel. Die kun je toespreken. Wie een conventie of een opvatting blijft volgen die wortelt in godsdienstige tradities die hij niet of niet meer deelt, is religieuzerig. Er bestaan uiteraard literaire kunstgrepen, zoals die van de auteur J. Bernlef. die een brief aan de lang geleden overleden schilder Giorgio Morandi schreef. Of nog mooier, de acteur Thom Hoffman die in de verfilming van Gerard Reves roman De Avonden de hoofdpersoon Frits van Egters speelde en in die dagen brieven aan deze Frits schreef. Op deze manier – schrijven aan een fictief personage – luister ik wel eens naar het EO-programma ‘Brieven aan God’. 3. Afwijzen van kannibalisme. Herinnert u zich de algemene en wereldwijde walging toen een paar decennia geleden overlevenden van een vliegtuigongeluk in de Andes delen van de dode medereizigers hadden geconsumeerd om zich van de hongerdood te redden? Een rationele overlevingsstrategie, als het vlees tenminste niet is bedorven. Montaigne rechtvaardigde – al in de zestiende eeuw - antropofagie als de omstandigheden dat vereisten. Hij wees terecht op de overeenkomst met het consumeren van Jezus’ lichaam tijdens eucharistie. Later zou Montaigne nog hiernaar verwijzen in een totale aanval op de manier waarop de Spaanse kolonisten een hoogontwikkelde beschaving als de Mexicaanse vernietigden door bedrog, roof, moord en jawel… missie. Overigens consumeren ook protestanten tijdens hun heilig avondmaal stukjes van Jezus. Ik heb gemerkt dat veel ongelovigen het vanzelfsprekend vinden dat christenen regelmatig zo’n stukje Jezus eten. Maar stel eens dat degenen die wel degelijk geloven dat het brood tot vlees wordt en wijn tot bloed, zich te buiten gaan aan een kannibalistisch ritueel? Je getuigt van een onaanvaardbaar gebrek aan respect voor godsdienstige gevoelens. Het ten enen male afwijzen van kannibalisme blijft religieuzerig. 4. Een essentieel onderscheid aanbrengen tussen mensen en dieren. Dieren hebben geen ziel. Het massaal dumpen van koeien-, varkens- en kippenlijken kunnen we dan ook geregeld op tv zien. Als de agrarische industrie weer eens een epidemie heeft veroorzaakt. Mensenoffers waren JHWH een gruwel, maar dierenoffers nam hij graag aan. Daarom is uiteindelijk ritueel slachten in Nederland toegestaan. De filosoof Peter Singer stelt dat wie dieren bewust en hevig laat lijden, geen enkel recht van spreken heeft over de ‘heiligheid van het leven’ van mensen. We weten overigens dat die ‘heiligheid’ van een mensenleven – soms spreekt men ook van de ‘onaantastbaarheid’ van het leven - wel losloopt. Dagelijks immers nemen politici, ambtenaren en ondernemers beslissingen waarvan ze weten dat die mensenlevens zullen kosten. Ze hadden hierbij ook andere keuzes kunnen maken, die minder mensenlevens vergen. Maar die keuzes vielen te duur uit of zouden de militaire bondgenoten niet bevallen. Laten we vriendelijk blijven, misschien hadden ze ook een keuze kunnen maken die meer mensenlevens kostte. Wanneer die levens ook daadwerkelijk zijn beëindigd, heerst er een ware obsessie met de ‘stoffelijke resten’ – een religieuze term die verwijst naar de onsterfelijk geachte ziel. Hele heldenverhalen in literatuur en film worden verteld over het vinden van lijken en het bergen daarvan. De overheden laten ook niet graag doodskisten zien met militairen. 5. Het verdedigen van voortplanting als een ongeconditioneerd mensenrecht. Onvervreemdbaar, zeker, maar ongeconditioneerd? Tegen beperking hebben gelovigen bezwaren die men ‘ethisch’ pleegt te noemen, maar die vooral een onbelemmerde voortplanting willen dienen. Ga heen en vervult de gehele aarde, is het gebod voor de christenen. Andere religies doen hetzelfde. De religieuze aanwas komt niet meer als vroeger van de veroveringsoorlogen of van de handelsvoordelen. Zoals bij de Friezen, die zich tot het christendom bekeerden. Bekering houdt tegenwoordig ook niet over, meestal een kwestie van huwelijk. Wat overblijft als groeimodel is de reproductie. Vanuit een humane en rationele ethiek is een reproductiemodel wenselijk dat de kinderen, ouders en samenleving zo weinig mogelijk problemen oplevert. Als ze kinderen willen, produceren volwassen mensen vanuit een stabiele relatie een, twee of drie exemplaren. Wie durft anno 2010 dat maximum van drie als eis te stellen? En nul aan onvolwassenen? Aan armen? Aan mensen met een slechte relatie? Met een ernstige geestelijke beperking? Met een riskante genetische afwijking? Medici proberen hieraan voorzichtig te morrelen – terecht - maar die stuiten op veel verzet. Internationaal gezien, wie stelt die eis van beperking aan ontwikkelingslanden die te gronde gaan aan overbevolking? Dat is paternalistisch en neokoloniaal. Men spreekt schande van de éékindspolitiek in China. Dit taboe op conditioneren van voortplanting is niet rationeel, maar wel religieuzerig. 6. De neiging om in zaken van leven & dood de toon door godsdienstige organisaties te laten zetten. De onschuldigste variant bieden ongelovigen die hun huwelijk laten inzegenen door een eigentijdse pater, met een aardig koortje van misdienaartjes, in een mooi, oud kapelletje. Wat een sfeer. Ik bedoel meer de verplichte attitude om voorzichtig, delicaat en vooral niet aanstootgevend te spreken over abortus, euthanasie, homohuwelijk en stamcelonderzoek. Want in zaken van leven & dood zijn gelovigen immers, en religieuze managers in het bijzonder, per definitie experts. Instinctief (instinctief?) weten die al eeuwenlang hoe in deze zaken dient te worden gehandeld. Ook ongelovigen noemen Moeder Teresa een groot filantroop en de huidige paus een groot theoloog. Hetzelfde bij imams. Hafid Bouazza wees er onlangs op dat het woord ‘moslimgeestelijke’ altijd voorafgegaan wordt door het adjectief ‘vooraanstaand’ of ‘gezaghebbend’. Dat gezag heeft echter een keerzijde. Door hun draconische afwijzing van anticonceptiemiddelen – ook als bescherming tegen AIDS – hebben Agnes Gonxhe Bojaxhiu, Karol Józef Wojtyła en zijn opvolger Joseph Alois Ratzinger indirect bijgedragen aan genocide. Daarop worden ze echter nooit afgerekend. 7. Het toestaan van schenden van de lichamelijke integriteit op religieuze gronden. Dat is bij wet verboden. Maar als het gaat om rites de passage uit een godsdienstige cultuur? Veel mensen hebben geen bezwaar als een besnijdenis religieus is gemotiveerd. Bij meisjes heet het in een negatieve framing terecht ‘seksuele verminking’, maar bij jongens geldt het nog steeds als een toegestane religieuze inwijdingsrite. Dat volwassenen zich laten besnijden, piercings en tatoeëringen laten aanbrengen, hun gelaat opmaken met traditionele oorlogskleuren? Prima en soms zelfs fraai uit esthetisch opzicht. Maar daarover moet wel de volwassen eigenaar van het lichaam over beslissen. Er kunnen medische argumenten zijn voor het besnijden van jongens. Maar een uitzondering maken voor besnijdenis uit louter godsdienstige motieven is religieuzerig. Ik sla nu even de potentiële geestelijke verminking via het confessioneel onderwijs over. Ein zu weites Feld. 8. Tolerantie beschouwen als een deugd. Tolerantie wordt vaak beschouwd als een vorm van waardering voor andere opvattingen en gedragingen dan de onze. Hoezo waardering? Toen Eduard Douwes Dekker in 1859 koos voor het pseudoniem Multatuli, bedoelde hij dat hij veel had geleden. Niet dat hij vanuit een positieve grondhouding naar de Nederlandse koloniale exploitatie keek en als bruggenbouwer daarvoor begrip wilde scheppen. Wij hoeven religie niet mooi te vinden. Woestijngelovigen hoeven homoseksualiteit niet mooi te vinden, maar ze moeten wel hun homoseksuele medeburgers met rust laten. Je kunt tolerantie heel wel formuleren als: ‘Je ergert je kapot aan het gedrag van anderen, maar meent dat ze zich binnen de kaders van een democratische rechtstaat mogen gedragen zoals ze willen.’ Tolerantie en het verlenen van respect zijn religieuze deugden geworden, in tegenstelling tot haat. Je moet niet alleen tolerantie en respect tonen in je gedrag, maar die vooral in je ziel verinnerlijken. Een religieuze deugd die daaruit voortvloeit is vergeving. Die heeft te maken met zielenrust. Degene die jou iets heeft aangedaan, moet kunnen sterven zonder een onvereffende rekening van jouw kant. Jij moet bevrijd worden van je haat. ‘Heb je vijanden lief, wees goed voor wie jullie haten, zegen wie jullie vervloeken, bid voor wie jullie slecht behandelen.’ Aldus Jezus van Nazareth. Vooral dat bidden is kwetsend. Gelovigen zeggen wel eens tegen ongelovigen: ‘Toch bid ik voor je. Dat je God toelaat in je hart.’ In het denken over haat, zoals dat is vastgelegd in wetten en regels, speelt heel sterk een christelijke ethiek een rol. Uiteraard zijn er veel abjecte redenen om anderen te haten. Omdat ze een andere huidskleur hebben, een andere seksuele geaardheid, in een ander land zijn geboren, een andere leeftijd hebben, noem maar op. Situaties waar die mensen niets aan kunnen doen. Terecht worden de overtreders vervolgd. Maar er zijn daarnaast uitstekende redenen om te haten. Denk aan degenen wier leven is vernietigd door individuen, groepen of systemen. Iemand heeft je partner of je kind vermoord. Een groep heeft je familie uitgemoord. Een systeem heeft je etnische groep uitgemoord. Haat is dan uiterst begrijpelijk. 9. Een seculiere meerderheid mag niet zijn wil opleggen aan een kleine religieuze minderheid. Dat de bevindelijke SGP Nederlandse wetten en regels, alsmede door ons land ondertekende internationale verdragen aan haar laars lapt, moet kunnen in een democratische rechtsstaat! Wie deze partij toch wil aanpakken, bedreigt de fundamenten van onze rechtsorde! O ja? Maar hoe zit het dan met pedoseksuelen? Eveneens een kleine minderheid die een grote meerderheid met haar wetten en regels tegenover zich vindt? Maar wie een kleine religieuze minderheid toestaat om wetten en regels te overtreden en even vanzelfsprekend dat recht aan een kleine andersoortige onthoudt, denkt religieuzerig. 10. Klagen over het steeds meer verdwijnen van bijbelkennis bij de jongere generatie. ‘O tempora, o mores’. De Britse dichter en prozaschrijver Sir Andrew Motion, tot vorig jaar poet laureate, is van mening dat schoolkinderen meer over de Bijbel moeten leren omdat bijbelkennis een essentieel onderdeel van hun culturele bagage vormt. Ieder jaar, zo constateert Motion, beginnen studenten aan bijvoorbeeld de studie Engelse literatuur zonder dat zij ook maar iets van de Bijbel weten. Hij neemt het die studenten niet kwalijk, maar zij zijn volgens hem door dit gebrek aan culturele bagage simpelweg niet in staat om de diepe Bijbelse wortels van de literatuur te herkennen en te begrijpen. Motions betoog lijkt erg op een klacht van George Orwell uit 1943. In The English People, tweede paragraaf ‘The Moral Outlook’, constateerde hij tot zijn ongenoegen dat het gebruikelijk is jonge mensen tegen te komen die de verhalen uit de bijbel niet meer kennen. Een halve eeuw later verzuchtte Jaap Goedegebuure in de inleiding van De Schrift herschreven precies hetzelfde over zijn Tilburgse studenten als Motion over zijn Londense. Ik ben het roerend eens met de constatering dat het verdwijnen van bijbelkennis schadelijk is voor onze culturele traditie. Behalve de literatuur wemelt ook de beeldende kunst en de muziek van verwijzingen naar de Bijbel. Toch knaagt er iets. Aan deze klacht zou namelijk een andere moeten worden toegevoegd. Bijna niemand klaagt op dezelfde manier en vooral, met hetzelfde aantal decibels over het steeds meer verdwijnen van de kennis van de Griekse en Romeinse cultuur. Een halve eeuw geleden was een meerderheid van de universitaire studenten bekend met de antieke cultuur, al moeten we het gehalte van die kennis ook weer niet overdrijven. In de loop van de jaren zeventig werd deze groep een minderheid. Tegenwoordig is die academische minderheid nog veel kleiner en gelden gymnasia vooral als een opleiding die de kinderen van de elite van de nieuwe rijken adequater moet voorbereiden op een glanzend carrièrenetwerk. Niet iedereen hoeft van mij Grieks of Latijn te kennen. Men kan de antieke cultuur ook in vertaling leren kennen. Als men maar weet dat het Cicero was die 'Ach, wat een tijden, ach, wat een zeden!' uitriep en bij welke gelegenheid hij dat deed. Wie deze culturele verschraling niet alarmerend vindt in tegenstelling tot die van de afnemende bijbelkennis, is religieuzerig. Het is als die mensen die zich op de borst kloppen als ongelovige, maar daaraan onmiddellijk toevoegen dat zij ze de Bijbel een prachtig literair werk vinden. Dan moet u Shakespeare nog mooier vinden? Shakespeare hebben ze wel eens in een eigentijdse bewerking op tv gezien. ‘Er zijn dingen tussen hemel en aarde...’ Ja, dat onthouden ze wel. Bij het woord beeldenstorm denken velen aan het begin van de tachtigjarige oorlog. Maar wie hebben al die fallussen ook al weer van Griekse en Romeinse beelden laten afhakken? Wie staken de bibliotheek van Alexandrië in de brand? 11. Mensen reduceren tot hun religie. Vaak worden problemen binnen groeperingen of problemen die individuen of groepen in de samenleving daarbuiten veroorzaken, gereduceerd tot louter (aspecten van) hun religie. Dat is nu precies wat gelovigen zo graag willen die hun godsdienst als enige of belangrijkste identiteit opvatten. Clitoridectomie is niet louter islamitisch, niet louter christelijk, maar een tribaal gebruik in delen van Afrika. Dat geldt ook voor pletten van meisjesborsten met een strijkijzer in Kenia. Dichter bij huis: is er een essentieel verschil tussen eerwraak en bloedwraak? De claim van een sharia als parallel rechtssysteem is evenmin louter islamitisch. Denk aan het sharia-achtige oordeel van de Belgische kardinaal Danneels dat de bisschop van Brugge niet hoefde te worden vervolgd voor misbruik van zijn neef omdat een en ander in de familiesfeer was opgelost. Het gaat wel om een strafbaar feit. Het gegeven dat het economisch al heel lang slecht gaat met sommige islamitische landen – Egypte was vlak na de oorlog welvarender dan Portugal – heeft te maken met een rijke elite die niet geïnteresseerd is in de rest van de bevolking. Ook met extreem hoge geboortecijfers. Kijk naar het Pakistan van nu. Terug naar Nederland. Dat onze natuur door opeenvolgende regeringen stelselmatig wordt vernietigd, komt toch niet door het christendom van het CDA, maar door de traditionele invloed van boeren, vissers, projectontwikkelaars en wegenbouwers binnen deze partij. Een omgekeerde reductie tot aspecten van religie - mooie dingen – hanteren we zelden. Wij houden van Brueghel en Bach, Vermeer en Messiaen, niet omdat ze tijdens hun leven als devote christenen golden, maar omdat we hun werk weergaloos vinden. Terzijde: velen onder u menen dat u de democratische rechtsstaat in het bloed zit, maar denken ‘feodalerig’ over de monarchie. Net als Multatuli vroeger. Maar dat is een ander verhaal. Ik wil u nu bedanken voor de prijs. De afgelopen tijd waren er allerlei mensen die vroegen wat vrijdenkers waren. Ik had kunnen verwijzen naar uw site. Maar bedacht dat ik misschien moest antwoorden wat ik zelf van vrijdenkers vind. Met alle begrip voor hun vreselijke situatie, - leven in een totaal door religie gedomineerde samenleving - deel ik weinig met de negentiende-eeuwse zendingsijver om gelovigen te bekeren tot een exit. Zoals de Amerikaanse auteur Cormac McCarthy in zijn laatste roman The Sunset Limited (2006) een personage laat verklaren aan wie hij een grote hekel heeft: ‘The village atheist whose single passion is to revile endlessly that which he denies the existence of in the first place.’ In Nederland moet je niet als de dorpsatheïst dag in dag uit bezig zijn met iets waarvan je het bestaan ontkent. Hier gaat het in eerste instantie om politieke en demografische minderheden die hun macht proberen te behouden door zich te beroepen op het primaat van religie en hun oude glorie van mannenbroeders en het Rijke Roomse Leven. In tweede instantie om gelovigen – ik noemde al de SGP, maar het geldt ook voor sommige moslims – die de grondwettelijke godsdienstvrijheid aanvoeren als argument om wetten en regels te mogen negeren. Bikkelhard moeten we optreden daartegen, zeker. Maar het liefst samen met seculiere gelovigen. Die zijn er. Ze stemmen niet op CDA, ChristenUnie of SGP, omdat ze religie geen determinator voor de dagelijkse politiek vinden. Er zijn katholieken die eisen dat de paus een geestelijk leider wordt zonder meer. Geen hoofd van een soevereine staat. Ook veel ongelovigen past enige bescheidenheid. Geloven is uiteraard een verregaande vorm van cognitieve dissonantie. Helaas heerst cognitieve dissonantie ook onder niet-religieuzen. Ondanks de crisis van de afgelopen jaren, geloven velen nog in de heilzame werking van de vrije markt. In het nut van privatiseren. In de onbeperkte mogelijkheden van de techniek om de problemen op te lossen die economische groei en bevolkingsgroei veroorzaken. Het komende kabinet steunt op twee partijen die niet religieus zijn en desondanks inzake markt, groei en milieu aan eenzelfde vorm van cognitieve dissonantie lijden als het CDA. Somberder nog: de cognitieve dissonantie over vrije markt en economische groei vindt men ook binnen PvdA en D66. The sky is the limit voor de traditionele partijen. Nog steeds. Maar hun God zullen ze daar niet vinden. August Hans den Boef August Hans den Boef Linkshttp://www.devrijegedachte.nl/?p=941 |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|