Tom Boonen als pedagodisch exempel

figuur vrijdag 12 juni 2009

Wim van Rooy

Terwijl zowat de halve wereld slikt, spuit en snuift, er in België alleen al per dag 50.000 doses cocaïne per dag worden ingenomen en wij meer uitgeven aan dat witte poeder dan aan suiker, is de andere helft van de wereld enkele weken gelden aan het moraliseren geslagen over Tom Boonens drugsgebruik. Dat is zeer verhelderend en wel om een aantal redenen die we de laatste weken her en der verspreid in brieven en artikelen terugvonden. Al die verklaringen zijn legitiem, maar wie ze samen legt krijgt een helderder beeld van een dolgedraaide maatschappij.

Ten eerste is het merkwaardig dat Tom Boonen plots gepromoveerd wordt tot pedagogisch exempel. Leerkrachten, rechters en politieagenten bijvoorbeeld moeten een onberispelijk gedrag vertonen. Maar sedert wanneer zijn wielrenners morele voorbeelden geworden? Dat was nooit het geval bij, ik noem maar wat, de twee Rikken - Rik van Looy en Rik van Steenbergen. Die moesten immers koersen, nada mas. De hyperkinetiek van het neoliberalisme, de megacommercialisering, de morele anomie, de bandjir aan prikkels, de toenemende agressiviteit, het zoeken naar kicks, het almaar toenemende narcisme en de monetarisering van veel leefgebieden hebben ertoe geleid dat mensen wanhopig maar permanent op zoek gaan naar al dan niet nieuwe opvoedingsregels, en dat leidt tot een toenenemede pedagogisering van de samenleving, een schouwspel waarin nu ook Tom Boonen als gewone Kempense jongen zijn rol moet vervullen. Leerkrachten studeren daar op door en vele ouders zien het opvoedingsproces niet meer zitten, maar onze Tom moet die nieuwe behoefte dan maar invullen, net zoals televisieprogramma’s die jongeren moeten aanleren hoe kindjes op te voeden. Misschien ook iets voor Tom?

Ten tweede is er, als spin-off van de bovengenoemde pedagogisering, de toenemende impetus en het accelerend en obsessief vermogen van staat en gemeenschap het gedrag van mensen te sturen. Opvoeden is altijd sturen, maar de frenesie waarmee gezondheids- en andere freaks, samen met de lifestyle-industrie, ons gedrag en onze Sitz im Leben trachten te beïnvloeden, leidt tot een nieuwe dwingelandij, een nieuw soort totalitarisme waarbij ook de privacy in het gedrang komt. Bij Tom Boonen gaat deze manie zover dat bekende commerciële en politieke actoren als heuse Big Brothers niet alleen zijn gedrag volledig transparant en zuiver willen hebben - an sich al een fascistoïde bezigheid – maar ook dat ze erin slagen deze spontane volksmens (want dat is hij, spijts zijn riante inkomen, wel gebleven) zich te laten beschuldigen van iets waaraan hij waarschijnlijk niet lijdt, namelijk een verslaving. Boonen traint en presteert haast een heel jaar op een niveau waarvan een gewone sterveling geen idee heeft, maar in goed-Chinees-maoïstische traditie moet hij via een postmoderne dazibao zichzelf aan de schandpaal nagelen en dingen zeggen die gewoon niet kloppen. Iemand die echt verslaafd is, kan immers niet de olympische hoogten bereiken waarop Boonen kan bogen. Stoom aflaten is daarbij een courante bezigheid bij topsporters, daarvan zijn vele voorbeelden, en erg olympisch gaat het daar niet altijd aan toe... Willen we het uit-de-bol-gaan maar meteen afschaffen?

Ten derde is er de latente hypocrisie van teammanagers, sporbobo’s en allen die meer dan een paar grijpstuivers verdienen aan het wielrennen, gelukkig nog steeds een heuse volkssport. Als ware inquisiteurs brengen zij een pervers mechanisme op gang waarvan alleen de coureur de rekening betaalt. Deze postmoderne heksenmeesters hebben naar aloude traditie een aangepaste Malleus Maleficiarum: het Ethisch Charter, de whereabouts en nog wat van die enge inbreuken op de privacy. Maar zodra hogere commerciële belangen in het gedrang komen, verandert het plaatje en ontslaat men de geldgenererende machine die Tom Boonen is toch maar liever niet. In de bijbel sprak Christus ooit van witgekalkte graven. Dat beeld kan meteen op de nieuwe generatie rennersshirts. Commerciële belangen gaan altijd voor op de moraal, maar de renner draait wel op voor de hypocrisie.

Een vierde punt betreft de totale willekeur en de machtsarrogantie van de wielerbobo’s, die zich als echte negentiende-eeuwse bazen gedragen ten opzichte van hun laten en horigen, jongens die zich vandaag moeten laten bijstaan door dure advocaten. Als ze dat niet kunnen, kunnen ze hun carrière wel schudden. Of hoe oude klassenjustitie de toon zet in een sport die meer dan welke andere ook op een perverse wijze geviseerd wordt. Nick Nuyens mag dan wel communicatie hebben gestudeerd en Jürgen Roelants LO, veel valt er over de vorige vier punten bij hen niet te vernemen. Hoe zou het ook? Als zij daarover hun mond opendoen, kunnen ook zij gaan.

Ten vijfde: zoals elders draaien ook in het wielrennen een aardig pak parasieten mee en verdrinkt de core business (het wielrennen) onder de postmoderne parafernalia: de toenemende symbiose van advocaten, sportpsychologen en managers die een nieuwe en lucratieve niche hebben gevonden. Tom Boonen moet zich nu laten begeleiden door een blabla-man, een professie waarvan de macht sinds de negentiende eeuw danig is toegenomen en over wie wijlen de filosoof Michel Foucault erg vooruitziende dingen heeft geschreven, al komen George Orwell, Aldous Huxley, Joseph Heller, Vladimir Vojnovitsj en Franz Kafka ook aardig in de buurt. In die zin wordt Boonen opgesloten, niet in een psychiatrische gevangenis zoals in de oude Sovjet Unie, maar in het eigen hoofd, in een onechte maar gekke wereld én in de perverse mechanismen van een commercieel systeem. Boonen is niet gek, is niet verslaafd, maar de psy staat toch al aan zijn deur te kloppen. Men zou van minder zot worden.



Wim van Rooy

Wim van Rooy

Links
Mailto:wimvanrooy@gmail.com
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be