“Either order in the cosmos is real, or all is chaos” - Russell Kirk - “Political philosophy is…the attempt to replace opinion about the nature of political things by knowledge of the nature of political things” - Leo Strauss - Het Goede, het Ware en het Schone in de status-quo Volgens de Leidse Hoogleraar rechtsfilosofie prof. Dr. A.A.M. Kinneging (2005) wordt het conservatisme beschouwd als de dark horse onder de (politieke) Weltanschauungen. Hiermee verwijst hij naar het feit dat helaas nog veel mensen, zeker in Nederland, het conservatisme als fout, benepen, provincialistisch en achterlijk beschouwen. Voor de faculteit in Leiden waar ik studeer, het bastion der moderne sociale wetenschappen, een faculteit die zich heeft opgesloten in het natuurwetenschappelijke paradigma dat gekenmerkt wordt door de distinctie tussen Is en Ought, is het conservatisme te normatief. Het krijgt er dan ook geen aandacht. Het ‘wetenschappelijke’ socialisme en het indifferente (culturele) liberalism, beide kinderen van de Verlichting en politieke bondgenoten van het positivisme, zwaaien er de scepter. Het is tijd om kennis te maken met iemand die gehakt maakt van deze dwaling. Het is tijd voor Edmund Burke, de godfather van het zelfbewuste conservatisme. Leven en werk Edmund Burke is geboren op1 januari 1730 in Dublin, en was een katholieke Ier uit een middenstandsmilieu. Hij kreeg zijn academische opleiding aan het Trinity College in zijn geboortestad. Na het behalen van zijn bachelorgraad ging hij werken bij een rechtbank in London. Daar vond hij zijn weg naar de Londonse high society. In 1766 deed hij zijn intrede in het Britse lagerhuis, namens de ‘Rockingham’ Whigs. De Whigs waren tegenstanders van arbitraire, monarchale macht, proponenten van interne hervorming van het overheidsapparaat en over het algemeen sceptisch over de buitenlandse avonturen van het Groot-Brittannië. De partij had banden met de commerciële klasse alsmede de grootgrondbezitters. Hun speerpunten bestonden uit vrijheid onder de rule of law, een gebalanceerde orde in de commonwealth, een grote mate van religieuze tolerantie, en de intellectuele erfenis van 1688 (Glorious revolution). Ze wezen zowel despotie als democratie van de hand. Russell Kirk (1985) meent dat Burke zich heel zijn leven heeft ingezet voor vrijheid en rechtvaardigheid, twee principes die volgens Burke nauw met elkaar verweven zijn. Hij heeft de vrijheden van de Engelsman verdedigd tegenover zijn koning, de vrijheden van de Amerikaan tegenover de Engelse koning en het parlement en de vrijheden van de Hindoes tegenover de Europeanen. Deze vrijheden waren volgens Burke een antieke erfenis, geen ontdekkingen van de Verlichting. Burke was een fel criticus van de abstracte Rights of man, het wapen van radicalen als Thomas Paine en de Franse revolutionairen. De enige abstractie die hij toe liet, was die van het geloof in een universele menselijke natuur, waaruit je bepaalde natuurlijke wetten en rechten kan deduceren, maar waarvan de proclamatie, uitvoering en omvang afhangen van prescription en lokale omstandigheden. Burke heeft drie grote werken geschreven. In 1756 publiceerde hij A Vindication of Natural Society, zijn aanval op het politieke rationalisme; een jaar later A philosophical Enquiry into the Origin of Our Ideas of the Sublime and Beautifull, een verhandeling over estethica; en in 1790 publiceerde hij Reflections on the Revolution in France, het boek waarin hij de pogingen van de philosophes en het gepeupel om met een armed doctrine de samenleving radicaal te transformeren bekritiseert, en definitief zijn naam als vader van het conservatisme vestigt. Collectieve wijsheid Maar wat maakt Burke nu zo conservatief? En wat houdt dat in? Volgens Kirk stond Burke voor de conservering van de Britse constitutie, met z’n traditionele machtenbalans, de erfenis van de Glorious Revolution. Maar, voegt Kirk er aan toe, het intellectuele gedachtegoed van Burke is niet louter een verdediging van Britse de politieke instituties, het is toepasbaar op alle mensen. Kirk meent dat Burke’s werk kan worden gezien als een universele constitutie van beschaafde mensen. De hoofdpunten zijn: eerbied voor de goddelijke oorsprong van de sociale ordening, vertrouwen op traditie en vooroordelen als leidraad in het publieke en private leven, de overtuiging dat mensen gelijk zijn voor het oog van God, maar alleen gelijk op deze manier (morele gelijkheid), toewijding tot persoonlijke vrijheid en privaat bezit en verzet tegen doctrinaire verandering (van de sociaal-civiele orde). De samenleving is volgens Burke een spirituele eenheid, een eeuwig partnerschap, dat rechten schenkt, maar ook veel plichten vereist. Volgens de Nederlandse historicus Dr. B.J. Spruyt (2003) heeft Burke als laat-achttiende-eeuwer het pre-moderne en pre-ïndustriële traditionalisme uitgewerkt tot een politieke ‘theorie’ die bekend is gaan staan als het conservatisme en waarvan het constitutionalistische gedachtegoed één van de belangrijkste kenmerken is. Zijn conservatisme bestaat uit twee principes: de natuurwet (orde der dingen) en het historische gegroeide als de geaccumuleerde voorraad van ervaring en wijsheid (traditie), of zoals Burke het zelf stelt: “The individual is foolish....but the species is wise..”. Het werk van Burke draait volgens Spruyt om de discrepantie tussen een theorie en een sociale werkelijkheid; het contrast tussen de samenleving zoals zij is en het abstracte systeem dat die werkelijkheid denkt te regeren. Kirk meent dat Burkes conservatisme een reactie was tegen drie verschillende radicale stromingen: het rationalisme van de philosophes, het romantische sentimentalisme van Rousseau en zijn discipelen en het utilitarisme van Bentham. De rationalisten menen dat zolang een individu vertrouwd op zijn eigen private stock of reason en zich totaal ontdoet van alle vormen/invloed van traditie, hij per definitie goed en wijs handelt. Dit leidt tot de visie dat het contractualisme en economie de grondslag vormen van de samenleving. De Romantici benadrukken individualiteit, uniciteit en de spontane, subjectieve emoties en appetites, waardoor de individuele behoeftebevrediging centraal komt te staan. De utilitaire denkers benadrukken het grootst mogelijke nut voor de grootst mogelijke meerderheid. De oplettende lezer zal direct opmerken dat de moderne, hedendaagse Weltanschauung het hybridische product is van bovenstaande stromingen. Burke zou dit product waarschijnlijk monstrous gevonden hebben. Waarom zou Burke dit hebben afgekeurd? Burke begint met het punt dat de menselijke (politieke) realiteit een afspiegeling is van een morele orde. Maar wel een imperfecte afspiegeling. Ook de menselijke wetten zijn dat. De wetten zijn louter verklarend, ze hebben geen macht over de inhoud van original justice. Hij verwierp de notie van een wereld die louter het subject is van tijdelijke impulsen en begeerten, en zette het idee uiteen dat de wereld geregeerd wordt door een sterk maar subtiel doel. Openbaring en Rede, en een zekerheid voorbij onze senses, vertellen ons dat er een Auteur is van ons bestaan, en dat die auteur alwetend is; de mens en de staat zijn de creaties van zijn liefdadigheid. Gods purpose among men wordt kenbaar via de ontvouwing van de geschiedenis. Hoe kunnen we de geest en de wil van God kennen? Door de implantatie van vooroordelen en tradities, die millennia van menselijke ervaring met de goddelijke middelen en oordelen bevatten, in de geest van het menselijke ras. En wat is dan ons doel? Deze gepreserveerde, collectieve wijsheid bestuderen, in ere houden en aangrijpen om de Goddelijke ordening te dienen, en niet te verwerpen ten behoeve van onze eigen begeerten. Het mag geen verassing zijn dat de God waaraan Burke refereert, de Christelijke God is. Tevens is er een sterke ontologische overeenkomst met de klassieke oudheid. Zijn roep om vroomheid weerspiegelt de eeuwenoude waarschuwing dat de Politeia ten onder kan gaan aan Hybris, of hoe Libertas kan worden vervangen door Licentia. De Verlichting, de Age of Reason was in de ogen van Burke een ‘Age of Ignorance’, aangestuurd door hoogmoedige radicalen die de costly fabric of society zouden vernietigen met behulp van hun eigen metafysische waanzin, en zouden vervangen met een bloederige anarchie eindigend in een tirannie. Niet veel later, met de komst van figuren als Robespierre en Napoleon, kreeg Burke gelijk. Om toekomstige Jacobijnse bloedbaden en tirannieke onderdrukkingen te voorkomen zal de mens dus een bepaalde vroomheid aan de dag moeten leggen die hij dreigt te verliezen onder de invloed van dwaalleren die een absolute vrijheid of een gelukkige, bezitloze natuurstaat in het vooruitzicht stellen. Dit betekent een erkenning van de hiërarchische aard van de wereld. Wil men toch een vorm van gelijkheid, die zo dicht mogelijk in de buurt komt van het ideaal van absolute gelijkheid, dan moet men dit idee met zo veel mogelijk voorzichtigheid (prudence) de samenleving in loodsen. Volgens Burke is Liberty ontstaan via een met zorg uitgebreid en delicaat proces, dat alleen kans heeft op een succesvol voortbestaan als bepaalde gewoonten van gedachten en gedrag, die de mens in zijn baarbaarse (door impuls gestuurde) toestand laat opstijgen naar de rank van de civiel-sociale mens, worden behouden. Onze cultuur heeft dus alleen toekomst als we haar, en onszelf niet vervreemden van haar oorsprong en fundamenten. Een oorsprong die sterke normatieve ideeën bevat over (deugden als) wijsheid, rechtvaardigheid, moed en gematigdheid (klassiek) en hoop, geloof en (naasten)liefde (Christelijk). De moderne sociale wetenschappen hebben echter al bepaald dat bovenstaande fundamenten in de natuurwetenschappelijke realiteit niet statistisch te meten zijn, dus onwetenschappelijk zijn en daarom maar verlaten moeten worden als objectieve maatstaven. En dat zegt misschien meer over de moderne sociale wetenschappen, en de bril waarmee zij naar de realiteit kijkt, dan over de fundamenten zelf. Alleen denkers als Burke kunnen ons de weg naar de normatieve maatstaven wijzen waarmee wij, aan een instituut als de faculteit sociale wetenschappen, Goede staatsmannen kweken, in plaats van louter politiek commentatoren die ‘iets’ kunnen zeggen over de allocatie van opinies en stemmen.
Edmund Burke Linkshttp://www.blupete.com/Literature/Biographies/Philosophy/Burke.htm |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|