De Blauwe Zaal in het Liberaal Archief in Gent zat afgeladen vol voor de amusante avond over Vrolijk Atheïsme door Jean Paul Van Bendegem. Liberales en het LVSV-Gent organiseerden op woensdag 12 oktober deze lezing in het kader van ‘De Maand van de Spiritualiteit’ van SPES (SPiritualiteit in Economie en Samenleving). De missie van SPES is om bezieling en spiritualiteit als publiek goed voor zoveel mogelijk mensen toegankelijk te maken. Volgens SPES is er immers een grote behoefte aan inspiratie en zingeving, en dat is dan ook het uitgangspunt voor het initiatief ‘De Maand van de Spiritualiteit’. Door zichtbaar te maken hoe men op diverse en creatieve wijze vorm geeft aan zingeving, religie en levenskunst kunnen mensen een bijdrage leveren die tegemoet komt aan die behoefte.Van Bendegem is hiermee uiteraard niet aan zijn proefstuk toe, getuige zijn boek over dit thema dat binnenkort verschijnt. Jean Paul Van Bendegem is zowel wiskundige (logicus) als filosoof, en zou als dusdanig bijzonder sterk geplaatst zijn om op logisch-wetenschappelijke wijze bijvoorbeeld de onzin van godsbewijzen te kunnen toelichten. De professor legde echter het accent op een meer persoonlijke getuigenis, een prima idee gezien de wellicht toch al redelijk kritische ingesteldheid tegenover religie van het aanwezige publiek. Hij deed dit uiteraard op de 'Van Bendegem way', namelijk een gepassioneerd betoog ondersteund door kwinkslagen, anekdoten en een paar pikante plaatjes. Maar zijn argumenten houden steek. Hij opende met de stelling dat humor de machtsverhoudingen in een maatschappij blootlegt. Niet zozeer individuen maar vooral instituten zien humor dan ook als een bedreiging. Geloof en humor gaan vanuit deze hypothese dan ook moeilijk samen. Aldus ontstaat een vreemde associatie: het geloof als instituut moet zich afschermen van de lach. Voor de atheïst Van Bendegem is het een heuglijke vaststelling dat hij zich een vrolijk atheïst mag noemen. Geïnspireerd door zijn leermeester Leo Apostel, zijn ook voor Van Bendegem het wereldbeeld en zelfbeeld essentieel voor het individu. Het ligt dan ook niet in zijn aard om zich te beperken tot een zelfbeeld dat enkel zou uitgaan van een afwijzing. Voor Van Bendegem is atheïsme meer dan een loutere afwijzing van God. De logicus beweert dan ook dat we volledig afstand moeten nemen van het oude mensbeeld dat gebaseerd is op macht en tegenstellingen, willen we een volwaardig atheïstisch mensbeeld kunnen formuleren. Het positief zelfbeeld, niet de macht, moet de mens een beeld verschaffen over zijn plaats en in het universum. Dat beeld van de mens is uiteraard niet eenzijdig positief. De mens - zo stelt Van Bendegem - is een prutser. Het alledaagse, doordeweekse doet immers afbreuk aan schoonheid en laat het menselijke afglijden naar banaliteit. Maar Van Bendegem behoudt een goed oog voor de geleverde prestaties en stelt vast dat we beter kunnen. En het moet gezegd, sommige prestaties zijn fenomenaal. En deze brengen ‘joie de vivre’. Een aantal creaties van de kunst zowel als de ontdekkingen (of zijn dit ook creaties?) van wetenschap en techniek, tillen het mensbeeld naar een hoger niveau. Het brengt de filosoof ertoe de mens uit te roepen tot Geniale Prutser. Van Bendegem stelt dat atheïsme de mens toelaat om mee te evolueren met wetenschap en techniek. Als de filosoof zicht richt tot de waarneembare buitenwereld, blijkt de mens - een minuscuul kleine nietigheid - in staat zich met behulp van die wetenschap en techniek een beeld te vormen dat reikt tot de grenzen van het waarneembare (zo kunnen we tegenwoordig zelfs nauwelijks waarneembare fluctuaties in de achtergrondstraling van ons universum detecteren) . Dit beeld, dat empirisch is opgebouwd confronteert ons met de mediocriteit van onze achtertuin. Onze enige levensbron, de zon, blijkt slechts een 'Aldi'-ster, ons zonnestelsel blinkt niet uit van elegantie, en zelfs onze melkweg is een galaxie van eerder bedenkelijk allooi. Dat lijkt misschien wat tegen te vallen, toch voor godenkinderen, maar volgens atheïst Van Bendegem voelen we ons nu net daarom zo goed in deze wereld. De onvolkomenheden vormen geen reden tot minder zingeving te komen, er is geen sprake van vervreemding. In tegendeel, de vooruitgang in wetenschap en techniek wekken steeds meer ontzag op voor de schoonheid en de complexiteit van de natuur. En het is de mens, niet de wiskundige logicus die hier aan het woord is. Hij stelt dat iedereen wel zulke momenten meemaakt waarop alles op zijn plaats lijkt te vallen en op wieltjes lijkt te lopen, waarbij je een opstoot van geluk ervaart, en hoopt dat het zou mogen blijven duren. Wetenschap en techniek staan ver, maar dus niet zo ver dat ze de vervreemding kunnen wegnemen. Neem nu een professor in de supermarkt. Als we het gedrag van dit specimen in zijn totaliteit willen vastleggen en beschrijven dan moeten er heel wat personen in zijn kielzog lopen. Van Bendegem sommeert voor deze opdracht: een bioloog, een psycholoog, een socioloog, uiteraard een econoom, een wiskundige, enz. Daarop volgt een vingerwijzing naar het onbegrensde geloof in onbegrensde capaciteiten van wetenschap en techniek en meer bepaald de exacte wetenschappen. Met de uitspraak "Kopenhagen is geen smeltende gletsjer" verwijst hij naar een eerder opiniestuk van zijn hand uit 2009. Humane en sociale wetenschappen hebben wel degelijk ook een rol te spelen in het debat over onze toekomst op deze planeet. Maar een God hoeft niet bij te schuiven aan de discussie. Voor moraliteit hebben we voldoende aan mensen. Religie, zo stelt Van Bendegem is slechts een uiting van moraliteit. Jean Paul Van Bendegem herkent zichzelf in de ander en voelt zich verwantschap met de anderen. Een atheïst hoeft niet eenzaam te zijn en atheïsme an sich roept niet op tot een solitair bestaan. Maar - stellen de vraagstellers naar het einde van de avond - is het atheïsme wel voldoende combatief, en is de katholieke zuil niet sterker aanwezig in de sociale structuren? De filosoof beaamt min of meer deze vaststelling maar wijst er op dat het atheïsme vrij jong is. Van Bendegem geeft toe dat de radicale filosofen van de Verlichting al aardig op weg waren en verwijst daarbij naar de salons d'Holbach met Diderot (beschreven door Philipp Blom, 'Het verdorven Genootschap'). Maar atheïsme heeft nog een weg af te leggen en daarbij zullen bestaande mensbeelden moeten worden aangepast. Er is, opnieuw verwijzend naar Apostel, een nieuw mensbeeld nodig en een ineenvloeiing van alle mogelijke wetenschappen. Er is nog zo veel te ontdekken... Wetenschap en techniek in samenhang met atheïsme, ze kunnen wel degelijk inspiratie en zingeving bieden. Dit moet zelfs kunnen op een sociale manier, die plaats geeft aan de lach. Het eeuwige geluk heeft Van Bendegem vooralsnog niet gevonden, au contraire, een restfractie protestantse koppigheid zorgde ooit voor een bijna-dood-ervaring, maar dat is een ander katten verhaal. Naast het verstandelijk atheïsme verdient het ervaringsatheïsme een plaats. Tot slot kijkt deze vrolijke atheïst even terug op zijn voorbije prestaties, mislukkingen en levensweg en stelt vast dat er geen nood is aan een vervolgscenario, zeker geen eeuwig ('hopelijk wordt er wel nog even over mij gepraat tijdens de koffietafel bij mijn crematie'). Jean Paul Van Bendegem staat stevig in dit leven -het enige- maar hij staat er niet alleen, hij is een sociale atheïst, en bovendien een atheïst met levensvreugde!
Linksmailto:info@liberales.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|