De wereld is alweer een moedig denker armer. Op 17 juli 2009 overleed te Oxford Leszek Kolakowski: vooraanstaand filosoof, ideeënhistoricus en kenner van het marxisme. Hij was gedurende vele decennia symbool van de Poolse intelligentsia, een ‘teken van hoop in hopeloze dagen’. In een onbehaaglijke tijd van communistische kneveling en verdrukking was hij dé leermeester van diverse generaties Poolse intellectuelen en dwarsdenkers. De betekenis van Kolakowski reikt echter voorbij de Poolse landsgrenzen. Al in 1968 verliet hij noodgedwongen zijn vaderland en begon hij een indrukwekkende loopbaan aan diverse gerenomeerde universiteiten: Yale, Berkeley, Chicago en ten slotte Oxford, waar hij tot aan zijn dood werkzaam was. Een geboren kreupele, die met de filosofie als geen ander walsen kon, is niet meer. Het verdriet van Polen Kolakowski had al zijn hele leven gezondheidsproblemen. Hij leed al op zijn dertigste aan ouderdomskwaaltjes en een wandelstok werd al heel snel zijn trouwe metgezel. De Spaanse filosoof Fernando Savater noemde hem dan ook veelzeggend een eeuwige kreupele die zijn krukken enkel losliet om met de filosofie te walsen. Ondanks die slechte gezondheid en hoge leeftijd, kwam het overlijden van Kolakowski onverwacht. Een korte ziekte werd hem fataal. In Polen werd zijn dood door velen als een persoonlijk verlies ervaren. Hij was een leermeester van het grote publiek, bracht met zijn boeken- en televisiereeks Wat vragen de grote filosofen ons? de filosofie naar de man in de straat en was als academicus een publiek figuur geworden. Het strekt Kolakowski tot eer dat hij zich daarbij niet aan gemakkelijk populisme bezondigde. In het Poolse parlement werd, zodra het nieuws bekend raakte, een minuut stilte in acht genomen en alle kwaliteitskranten vulden hun eerste bladzijden met nieuws over en bij het overlijden van de grote denker. Het lichaam van Kolakowski werd daags na zijn dood overgebracht naar Warschau waar hij op Powazki, het Poolse Père-Lachaise, te rusten werd gelegd tussen andere grote intellectuelen en kunstenaars. Omgeven door schrijvers als Wladyslaw Reymont (Nobelprijs voor literatuur 1924), Boleslaw Prus en Maria Dabrowska, dichter Zbigniew Herbert, filmmaker Krzysztof Kieslowski en schrijver-journalist Ryszard Kapuscinski, vond Kolakowski zijn laatste rustplaats. Kolakowski werd geboren op 23 oktober 1927 te Radom, een stad niet zo ver van Warschau. Al op jonge leeftijd verloor hij beide ouders: zijn moeder stierf toen hij drie jaar was, zijn vader werd in 1943 door de Duitsers vermoord. Kolakowski werd verder door een tante in Zoliborz (een district van Warschau) opgevoed. Hij begon zijn universitaire studies na de oorlog en al in de jaren '50 wist hij zich een vooraanstaande plaats onder de Poolse intelligentsia te verwerven. In 1953 promoveerde hij aan de universiteit van Warschau op een proefschrift over Spinoza. Kolakowski was nooit helemaal tevreden over dit proefschrift en wilde niet dat het in een andere taal dan het Pools zou verschijnen. Zijn leven lang bleef Kolakowski door Spinoza begeesterd. “Misschien heb ik het geheim van Spinoza’s geest niet onthuld, maar alleszins heb ik hem aangeraakt en veel van die aanraking geleerd”, liet hij zich nog maar recentelijk ontvallen. De fascinatie voor Spinoza en de 17de-eeuwse religieuze diversiteit in de Nederlanden voerde Kolakowski in 1958 naar Nederland. Hij leerde er in korte tijd zowel Oud-Nederlands als Nederlands, maar vond het geenszins evident om zich in die taal uit te drukken. “Afgezien van een telefoongesprek met een Portugese garagist, was een ruzie met een Nederlandse schoenenmaker mijn grootste linguïstische worsteling.” Marxisme Vanaf midden jaren ’50 doceerde Kolakowski geschiedenis van de filosofie aan de universiteit van Warschau. Aanvankelijk wierp hij zich als overtuigd marxist op, maar gaandeweg stelde hij zich steeds sceptischer op tegenover ideologie en bewind. In de tweede helft van de jaren ’60 verhevigde de repressie van Poolse intellectuelen die zich te kritisch over Gomulka en het communistische regime uitlieten. Velen werden het land uitgezet. Zo ook Kolakowski. In maart ’68 moest hij Polen verlaten, omdat hij de studenten aan de universiteit van Warschau zou hebben opgehitst tegen de gezaghebbers. Hij zwierf een tijdje van universiteit naar universiteit om ten slotte in Oxford neer te strijken. Ondanks al deze omzwervingen en een ‘leven in ballingschap’ is zijn verbondenheid met Polen nooit afgezwakt. Hij bleef zich bovenal Pool voelen en voor vele generaties vormde hij samen met priester-filosoof Jozef Tischner en de voormalige paus het morele bewustzijn van het land. ‘Hij was onze hoop in hopeloze dagen’, schreef de historicus Adam Michnik naar aanleiding van Kolakowski's overlijden. Vanaf 1968 tot 1976 werkte Kolakowski aan zijn magnum opus: een driedelige, wijsgerige geschiedenis van het marxisme. Dit werk zorgde in het Westen voor aardig wat controverse onder linkse intellectuelen, omdat Kolakowski op scherpe wijze het deficit van het marxisme beargumenteerde. ‘Kolakowski, dat was de man die het marxisme deconstrueerde’, blokletterde Polska, de Poolse zusterkrant van The Times, de dag na Kolakowski’s dood. Dat Kolakowski zulk een omvangrijke studie van het marxisme heeft geschreven, contrasteert met het feit dat hij vaak een grootmeester van het korte genre wordt genoemd. Inderdaad heeft hij een heleboel korte essays en traktaten geschreven en zelfs filosofische sprookjes. Enkele dagen voor zijn dood nog legde hij de laatste hand aan bundeling essays die hij de titel Is God gelukkig en andere vragen wilde meegeven. In de herfst van dit jaar volgt de posthume publicatie in Polen. De zoektocht naar God, de verschrikking van het totalitaire denken, het probleem van de vrijheid als zegen en vloek, het universele humanisme; het waren de steeds wederkerende elementen in al deze korte werken. De strijd tegen het totalitaire denken, was de strijd van zijn leven. Als ‘anatomist van het totalitarisme’ bestreed hij de totalitaire waanbeelden, gaf hij aanhangers van het totalitarisme een veeg uit de pan (in het bijzonder over Heideggers banden met het nazisme heeft Kolakowski zich uiterst kritisch, maar intellectueel nooit onder de gordel slaand, uitgelaten) en kwam hij op voor een weerbare vrijheid die geen vrijblijvendheid is. Een moedige conservatieve liberale socialist Kolakowski was een groot denker, of men het nu met hem eens was of niet. Hij bezat namelijk datgene waarin een groot denker zich van de anderen onderscheidt: moed. ‘Hij leerde ons de moeilijke moed in het denken over het pad van de eenzaamheid’, reageerde de Poolse aartsbisschop Jozef Zycinski op Kolakowski’s dood. Ook hierin kan men weer Kolakowski’s verbondenheid met Spinoza ontwaren. Beide filosofen betaalden voor hun moed en het vrije denken de prijs van de eenzaamheid. Niet zomaar omschreef Kolakowski Spinoza ooit eens als de meest eenzame aller filosofen. Kolakowski was een moedig denker die zich enerzijds kantte tegen elke dogmatische waarheidsclaim, maar anderzijds ook elk al te vrijblijvend waarheidsrelativisme verafschuwde. Hij beantwoordde vele filosofische vragen met een oprecht ‘nie wiadomo’: dat is niet geweten. Dit niet-weten en deze filosofische vragen moeten daardoor echter niet uit de weg gegaan, maar net opgezocht worden. Wittgenstein op zijn kop en daarin onderscheidt zich de moedige denker bij uitstek: zelfs voorbij de grenzen van het kenvermogen op zoek te gaan naar antwoorden en de onophoudelijke twijfel die daarmee gepaard gaat, dragen als een verworvenheid. De openheid van de filosofie, de verscheidenheid van opvattingen en overtuigingen, beangstigden Kolakowski niet. Hij omarmde die als een wezenskenmerk van de mensheid. Dat laatste verklaart ook zijn goede verstandhouding met de voormalige paus. Zij ontmoetten elkaar meermaals en gingen vriendschappelijk met elkaar om, ook al kreeg Kolakowski het niet over zijn lippen om de paus als ‘Heilige Vader’ aan te spreken. Kolakowski was niet bang om van mening te verschillen. Ook niet met zichzelf. Waar hij aanvankelijk het marxisme beleed, zette hij zich later van het marxisme af en hoewel hij een ongedoopte vrijdenker was, heeft hij veelvuldig het belang van religie en God voor de wijsbegeerte beargumenteerd. Hij omschreef zichzelf ooit eens als een conservatieve liberale socialist. Hij liet zich niet in een hokje duwen, want de waarheid was volgens hem niet in een enkel hokje te vinden. De knipoog van de filosoof Kolakowski schuwde in zijn vele traktaten en essays de knipoog en de kwinkslag niet. Bij weinig denkers vindt men zulk een gevarieerde afwisseling aan diepzinnige gedachten en humorische anekdotes of bedenkingen. Maar deze ‘grappige intermezzo's’ waren nooit vrijblijvend. Zo ook de volgende bedenking over het menselijke altruïsme en de medemenselijkheid die in één van zijn werken opgetekend is: indien een mens over een wonderlamp kon wrijven om zijn wensen te laten vervullen (een mooie wagen, een groot huis, een goede vriend, e.d.), maar onder de voorwaarde dat zijn buurman het dubbele van zijn wens krijgt (twee mooie wagens, een nog groter huis, e.d.), hij zou volgens Kolakowski wensen dat zijn ene oog werd uitgestoken. De gave om met een lach zulk een scherp oordeel over de mens te vellen, is slechts weinigen gegeven. Ook uit de recente gesprekkenreeks tussen Kolakowski en de publicist Zbigniew Menzel blijkt Kolakowski een speelse, maar allerminst lichtzinnige denker. Op de vraag of de 20ste eeuw de meest gruwelijke aller eeuwen was, antwoordt hij dat de mens vermoedelijk niet slechter is geworden, maar de technieken van het kwaad alleen maar beter. Op de vraag of Polen in al die jaren van transitie is veranderd, antwoordt hij met een anekdote van de Russische artiest Aleksandr Vertinsky. Na vele omzwervingen keerde die naar Rusland terug, hief de armen ten hemel en riep ‘O mijn vaderland, ik herken je niet meer’. Toen hij zijn handen liet zakken, waren zijn koffers gestolen, waarop hij reageerde: ‘Maar nu weer wel!’ Zelfs op hoogbejaarde leeftijd was Kolakowski's oordeel scherp en bleef hij zijn opvattingen verkondigen met een ondeugende glimlach. In 2003 werd zijn hele werk bekroond met de Kluge Prize, de officieuze Nobelprijs voor de humane wetenschappen. In 2007 kreeg hij de prestigieuze Jerusalem Prize voor zijn denken over individuele vrijheid binnen een sociale samenleving, waarmee hij in de voetsporen trad van onder andere Bertrand Russell, Isaiah Berlin en Mario Vargas Llosa. Daarnaast was Kolakowski ook ereburger van verschillende Poolse steden. Op de erkenning die hij kreeg, reageerde hij met de speelse nuchterheid die hem eigen was: “Ik heb enkel het geluk gehad om oud genoeg te worden.” Met Kolakowski verdwijnt een voorvechter van een kritisch humanisme en een symbool van het Europese vrije denken.
Leszek Kolakowski Linksmailto:alicja.gescinska@ugent.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|