Peter Venmans en het Liberales boek van het jaar 2008

figuur vrijdag 30 januari 2009

Peter Venmans

Liberales publiceert jaarlijks meer dan honderd besprekingen van interessante boeken. Voor 2008 koos Liberales Over de zin van nut van Peter Venmans tot het beste boek. Uiteraard gaat het hier om een subjectieve beslissing. Het is immers onmogelijk om op basis van objectieve criteria het 'beste' boek te kiezen. Maar Over de zin van nut heeft heel wat kwaliteiten die andere boeken ontberen. De auteur slaagt erin om op een toegankelijke manier het utilitarisme en het pragmatisme te omschrijven. Daarvoor graaft hij in het gedachtegoed van ondermeer Jeremy Bentham, John Stuart Mill, John Dewey en Richard Rorty. Tevens maakt hij duidelijk hoe belangrijk deze stromingen zijn in onze hedendaagse samenleving. Op donderdag 15 januari organiseerde Liberales een gespreksavond met de auteur. Hieronder leest u een verslag van deze avond.

De auteur begint zijn uiteenzetting met Jeremy Bentham. Deze filosoof was een hervormer, een revolutionair die tabula rasa wou maken en zich kantte tegen het Ancien Régime. Hij wil een rationeel, wetenschappelijk systeem uitdenken: het utilitarisme, waarbij geluk, of het nut, het centrale uitgangspunt was. En voor Bentham was geluk een zaak van het individu: groepen kunnen niet gelukkig zijn. In die zin was Bentham een liberaal. Maar volgens Venmans was Bentham veeleer een vijand van de vrijheid. Zo stond in zijn denken het idee van het panopticum centraal: een soort gebouw of systeem waarbij de bewoners op continue wijze in het oog gehouden kunnen worden. Een uitloper hiervan zijn de stervormige gevangenissen, maar voor Bentham was het duidelijk dat dit concept voor de hele maatschappij kon gelden. Zo bijvoorbeeld zouden armen in het panopticum verplicht te werk gesteld moeten worden. In die zin had dit idee een totalitair en erg conformistisch karakter, ook al was het goed bedoeld.

Dat is dan ook de grote verdienste van John Stuart Mill: ook voor Mill stond het individuele geluk centraal, maar hij verbond dit onlosmakelijk met de vrijheid. Het is het individu dat de keuzes moet maken. De auteur geeft als voorbeeld een bejaarde man die niet meer goed te been is en een hoog "valrisico" heeft. Bentham zou de man, ook tegen zijn zin, verplichten om een rolstoel te gebruiken, als het objectief zou vaststaan dat dit beter is. Mill verzet zich hiertegen: zelfs als het objectief beter is om een rolstoel te gebruiken, dan nog mogen we de man hiertoe niet verplichten. We mogen proberen hem te overtuigen, maar uiteindelijk is het de persoon in kwestie die zelf beslist.

Mill was in zekere zin ook principiëler, en de auteur is ervan overtuigd dat Mill het eens zou geweest zijn met Rosa Luxemburg, wanneer die over slavernij zei dat "het niet net van tel is dat slaven goed gevoed zijn, maar dat het enige wat telt is dat er geen slaven zijn". Bentham zou eerder zeggen dat als er nu eenmaal slaven zijn, we er maar beter voor kunnen zorgen dat ze goed gevoed zijn. Volgens Peter Venmans kanten Rosa Luxemburg en Mill zich tegen de fataliteit van de gang van zaken. Mill zal dan ook pleiten voor hervormingen en gelooft in morele vooruitgang, iets waar volgens Venmans ook aanwijzijngen voor zijn, zoals de afschaffing van de slavernij.

Die strijd tegen de fataliteit trekt Mill ook door als hij spreekt over armoede. Voor Mill is armoede een toestand van afhankelijkheid, van onvrijheid waar tegen gevochten moet worden. Ook Bentham wou de armoede aanpakken, maar zijn recepten, zoals het paonopticum, leiden uiteindelijk naar meer afhankelijkheid. Voor Mill, daarentegen, mag een oplossing voor de armoede de autonomie van het individu niet in het gedrang brengen. Mill zal dan ook eerder spreken over kansenarmoede. En als men Mill wil actualiseren, zo voegt Venmans er nog aan toe, dan zal het nodig zijn om ook het economische probleem te bespreken zonder in illiberalisme te vervallen.

Een andere strijd van Mill tegen de fataliteit is de strijd tegen domheid. Die domheid is structureel: we worden allen dom geboren en het is via opvoeding dat we kennis vergaren. Opvoeding is dan ook essentieel. Maar, zo zegt Mill, die opvoeding moet een integrale, totale opvoeding zijn. En dat is Mill ten voeten uit: zijn liberale strijd gaat niet enkel over ideeën, maar ook over levenskunst en over intelligentie. Mill heeft dan ook een veel rijker idee van het concept van het geluk. Hij tracht dit meer in kwalitatieve termen te definiëren, waarbij ook cultuur belangrijk is en waaraan steeds het concept vrijheid verbonden is. En Mill wil dat dit rijke geluk onder zoveel mogelijk mensen vespreid dan worden.

De ambitie van Richard Rorty, de Amerikaanse pragmaticus, is een pak lager. Voor Rorty is wreedheid het ergste dat er bestaat. Verder mag alles. Het is dan ook een soort van negatief utilitarisme, waar ook Popper genoegen mee nam. Bentham was ambitieuzer: voor hem moeten we niet enkel het lijden, het negatieve verminderen, maar moeten we ook het geluk, het positieve, trachten te verhogen. Maar dus ook voor Mill zou Rorty's ambitie niet voldoende geweest zijn: we moeten streven naar volle levens waarvan echter niet kwantificeerbaar is hoe vol die dan wel zijn.

Voor Peter Venmans is dat ook het probleem met het hedendaagse liberalisme: hoe kunnen we dat veelzijdige, gecultiveerde liberale individu linken met een wereld die gedomineerd wordt door het economisch liberalisme, wat voor velen gelijk staat met 'plat consumentisme'? Die zelfontwikkeling vraagt van ons een zeker excellentie waarbij we zelf de norm zijn. Maar in de praktijk begeven we ons op de vrije markt en is er concurrentie. Die concurrentie maakt dat we ook excellent moeten zijn ten opzichte van anderen.


Verslag door Andreas Tirez


Links
mailto:andreas@liberales.be
Share |

De welvaart en trots van naties

Liberales organiseert op dinsdag 28 mei (20u) een gespreksavond met Olivier Boehme over zijn laatste boek 'De welvaart en trots van naties'. Klik hier voor meer info en inschrijven.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be