Leven en werk van Albert Mechelynck (1854-1925)

figuur

Albert Mechelynck (1854-1925)

Met Willy De Clercq en Guy Verhofstadt heeft Gent prominente partijvoorzitters geleverd. Willy De Clercq was daarenboven de eerste voorzitter van de Vlaamse PVV en Guy Verhofstadt lag aan de basis van de VLD. Maar Gent heeft tachtig jaar geleden, in de persoon van Albert Mechelynck, ook de eerste voorzitter van de Liberale Partij geleverd.

Hij werd geboren op 28 december 1854 als de zoon van Louis Mechelynck en Pauline Delehaye, een dochter van de vroegere Gentse burgemeester Josse Delehaye. Hij studeerde aan het Atheneum aan de Ottogracht, vervolgens aan de Gentse universiteit, waar hij in 1876 doctor in de rechten werd. In 1879 schreef hij zich in aan de balie, waar hij al heel vlug naam maakte als een advocaat met een grote dossierkennis.

De eerste sporen van zijn politieke loopbaan vinden we in 1879. Hij werd lid van het dagelijks bestuur van de Association libérale, constitutionelle et démocratique de l’arrondissement de Gand-Eeclo, een mondvol voor de toenmalige arrondissementsfederatie. In 1884 stapte hij de verkiezingsarena binnen als kandidaat voor de provincieraad en werd onmiddellijk verkozen. Hij bleef raadslid tot 1904. In die twintig jaar bouwde hij een politiek netwerk uit dat enerzijds alle liberale tenoren uit zijn tijd en anderzijds veel gematigde oppositiefiguren bereikte. In 1904 zette hij de volgende stap: hij stelde zich kandidaat voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers en werd opnieuw direct verkozen. Opnieuw werd een periode van twintig jaar ingeluid. Tot zijn overlijden in 1924 bleef hij ononderbroken lid van de Kamer, waarvan hij tussen 1919 en 1924 ondervoorzitter was.

Pas tijdens de Eerste Wereldoorlog maakte het grote publiek echt kennis met Mechelynck. Hij engageerde zich onmiddelijk om de door de oorlog getroffen bevolking bij te staan. In mei 1915 was het Comité national de secours et d’alimentation in Brussel gestart met de organisatie van steun aan de werklozen en men besliste vrij snel om in de grote geïndustrialiseerde centra lokale comités op te richten om efficiënter te kunnen werken. In Gent werd een plaatselijk comité opgericht onder leiding van Mechelynck en de organisatie ervan verliep vlekkeloos. Reeds einde mei werden in Gent immers de eerste uitkeringen toegekend en Mechelynck bleef deze functie tot het einde van de oorlog vervullen. Daarnaast speelde hij een niet onbelangrijke rol in het verzet tegen de Duitsers. Hij was een actief lid van het Comité voor Vaderlandslievende Acties (dat het morele verzet tegen de bezetter wou stimuleren) en als advocaat droeg hij onder meer zijn steentje bij door regelmatig juridische bijstand te verlenen aan diegenen die voor de Duitse tribunalen moesten verschijnen op verdenking van alle mogelijke anti-Duitse vergrijpen. Als vooraanstaand jurist had hij in 1915 het boek Convention de La Haye gepubliceerd, waarin hij uitgebreid verwees naar de internationale rechtsregels waaraan oorlogvoerende partijen zich dienden te houden. De impliciete verwijzingen in dit boek naar door de Duitsers geschonden rechtsregels zetten ongetwijfeld kwaad bloed en op 29 juni 1916 was de maat blijkbaar vol.

Mechelynck werd bij zijn thuiskomst uit Brussel door de Duitsers gearresteerd, naar de Nieuwe Wandeling overgebracht en op secreet geplaatst. Onmiddellijk protest van onder meer oud-schepen Marc Baertsoen haalde niets uit en op 1 juli kwamen zijn collega-advocaten in het geheim samen in het Huis der Notarissen in de gelijknamige straat. De leden van de Gentse balie waren furieus om dit volgens hen willekeurige arrest en beslisten als steunmaatregel Mechelynck aan te duiden tot de nieuwe stafhouder van de Gentse balie. Bij het afsluiten van de vergadering bleek dat Mechelynck echter net was vrijgelaten. Op de algemene vergadering van de balie op 22 juli werd de beslissing officieel bevestigd en Mechelynck werd aangesteld tot hoofd en woordvoerder van de Gentse advocatuur.

Twee jaar later, in februari 1918, deed de activistische Raad van Vlaanderen een laatste wanhopige gooi naar de macht en kondigde aan de bestuursmacht te willen overnemen. Niet één klassieke partij was bereid dit te slikken en in Gent kwamen, op initiatief van burgemeester Braun, de volksvertegenwoordigers en de senatoren van alle “democratische” partijen samen om een protestbrief aan de Duitse keizer te ondertekenen. Auteur van de protestbrief was opnieuw Albert Mechelynck. Als de krijgskansen keerden en de Duitsers tot een overhaaste terugtocht werden gedwongen, pakten zij doorheen België vooraanstaande burgers als gijzelaars op. Op 31 oktober 1918 klopte de Feldpolizei dan ook aan bij Mechelynck, die samen met een groep andere notabelen gedurende korte tijd werd opgesloten in het Hotel Ganda in de Brabantdam, op enkele huizen van zijn eigen woning. Enkele dagen later was de oorlog gedaan en Mechelynck richtte zijn aandacht nog meer dan tevoren op de nationale politiek.

Zijn belangrijkste naoorlogse aandachtspunt was ongetwijfeld de werking van de Liberale Partij, opgericht in 1846 en de oudste politieke partij van België. Deze partij vertoonde echter heel weinig gelijkenissen met de huidige partijen. Een vaste omkadering of een duidelijke structuur was onbestaande. De nationale werking steunde volledig op de zeldzame congressen die men organiseerde en op de informele contacten tussen de liberale voormannen. Om het hoofd te kunnen bieden aan de totaal nieuwe electorale situatie na 1918, ontstaan door de invoering van het algemeen enkelvoudig stemrecht voor mannen, moest de partij volgens Mechelynck grondig worden hervormd. In eerste instantie was het noodzakelijk om de krachten echt te bundelen, wat de structurering tot een nationale partij veronderstelde. Na talloze contacten met de verschillende lokale leidende figuren slaagde hij er blijkbaar in om allen samen rond de tafel te krijgen en een nationale organisatie in de steigers te zetten. Hij werd dan ook terecht door Edouard Pecher bestempeld als de grote architect achter de eengemaakte Liberale Partij, waarvan hij in 1920 de eerste voorzitter werd. Na het overwinnen van een aantal kinderziekten slaagden zijn opvolgers Edouard Pecher en Albert Devèze er in de loop van de jaren ’20 in om de partij definitief een eenheidsvorm te geven.

In tweede instantie zag Mechelynck duidelijk in dat de kiesstrijd zich voortaan in elke wijk en in elke straat zou gaan afspelen, de grote massa kreeg een doorslaggevende rol bij de aanduiding van mandatarissen en dus bij de verdeling van de politieke macht. Als tweede poot van zijn partijstructurering had hij dan ook een sterke lokale werking voor ogen. Onder zijn impuls werden in de Belgische steden honderden nieuwe wijkgebonden liberale kringen opgericht, die meer dan ooit gericht waren op het directe contact met de gewone man. Zo vinden we in 1928 in Gent bijvoorbeeld reeds meer dan vijftien dergelijke kringen terug. Mechelynck zelf was van 1879 tot zijn overlijden lid (en later secretaris-generaal) van het hoofdbestuur van de liberale arrondissementsassociatie Gent-Eeklo en hij was lid van de Liberale Kring van de 4e Wijk. Naast deze politieke kringen onderschatte hij ook het belang van het socio-culturele verenigingen niet. Zo was hij onder meer erevoorzitter van het Van Crombrugghe-Genootschap.

In de winter van 1924 werd Mechelynck zwaar ziek, op 9 maart overleed hij. Op die zelfde dag viel hem nog een grote eer te beurt. Koning Albert I, die klaarblijkelijk regelmatig informeel beroep had gedaan op de adviezen van Mechelynck, benoemde hem tot minister van staat, wat heel uitzonderlijk was voor een politicus die nooit een ministerfunctie had vervuld. Zijn begrafenis op 13 maart bracht een massa volk op de been. De hoogste vertegenwoordigers uit de politieke wereld en de magistratuur trokken zij aan zij met de talrijke vertegenwoordigers van de lokale liberale verenigingen naar de Westerbegraafplaats waar hij werd bijgezet in de familiekelder.

Een maand na zijn overlijden reeds nam een comité onder de leiding van Camille De Bast en Victor Carpentier het initiatief om, met de steun van het stadsbestuur, een monument voor Mechelynck op te richten. De geldinzamelactie en de organisatie verliepen heel vlot en in 1925 verrees het standbeeld, gemaakt door Hippolyte Leroy, op het Sint-Annaplein. De inhuldiging op 7 juni lokte opnieuw een massa hoogwaardigheidsbekleders en tientallen liberale verenigingen naar Gent.

Dit verhaal heeft echter een staartje. Tijdens de tweede wereldoorlog wekte het bronzen borstbeeld van Mechelynck, dat als bekroning bovenop het monument staat, klaarblijkelijk de afkeer van een aantal Duitsgezinde Gentenaars op. Ze verwijderden het borstbeeld, transporteerden het naar de Visserij en dumpten het werkstuk van Leroy in de Schelde. Na de oorlog werd het borstbeeld terug bovengehaald, opgeknapt en opnieuw op zijn sokkel geplaatst. Deze gebeurtenis ging echter niet onopgemerkt voorbij. Voor de herinhuldiging van het borstbeeld werd liberaal Vlaanderen opnieuw gemobiliseerd aangezien de Gentse liberalen besloten hadden de afsluiting van hun campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen van november 1946 te verbinden met de figuur van Mechelynck. Een volksfeest op muziek van de fanfare van de Liberale Kring Rabot zorgde, zoals La Flandre Libérale poëtisch omschreef, voor een mooie liberale dag in Gent. Kort daarna volgde helaas de kater. De liberalen verloren twee van hun zes gemeenteraadszetels en de CVP’er Emile Claeys werd burgemeester van Gent.


Bart D’hondt

Wetenschappelijk medewerker Liberaal Archief


Albert Mechelynck (1854-1925)

Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be