Von Horváth werd geboren is Triëst in 1901. Hij kende met ophefmakende toneelstukken in het begin van de jaren dertig veel succes in Duitsland en de vroegere Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie. Hij werd beschouwd als een van de grootste literaire talenten van zijn tijd en won in 1930 de prestigieuze Heinrich von Kleistprijs. In zijn stukken sprak hij vaak op badinerende wijze over de nazi’s. Na de machtsovername door Hitler in 1933 werden zijn stukken niet meer opgevoerd. Hij ging in exil en schreef in 1938 het boekje Jeugd zonder God. Het werd door de nazi’s verboden wegens te pacifistisch. Enkele maanden later stierf hij bij een ongeval in Parijs. Jeugd zonder God werd onlangs uitgegeven in Nederlandse vertaling bij uitgeverij Veen. Het verhaalt over een schoolleraar geschiedenis en aardrijkskunde die les geeft aan een groep veertienjarige jongens. Als hij bij het verbeteren van een opstel een opmerking maakt tegen één van zijn leerlingen – die schreef dat voor hem alle negers mogen gedood worden – krijgt hij last met diens ouders en de schooldirectie. Daarop keert de ganse klas zich tegen hem. Wat volgt is een indringende beschijving van een samenleving waarin haat, achterdocht, hupocrisie, nationalisme en militarisme de boventoon voeren. Tot de leraar op een dag besluit de waarheid te vertellen. Stefan Zweig noemde het boekje van von Horváth ‘een meesterwerk, belangrijk genoeg om zijn naam ook buiten zijn vaderland beroemd te maken’. De recensent van The New York Times omschreef het als ‘een uitstekende evaluatie van het leven in een totalitaire staat’.
Ödön von Horváth |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|