Dames en heren, Geachte aanwezigen, Laat mij beginnen met een klassieke uitdrukking: ‘Het is voor mij een grote eer en een genoegen’. Voor mij is dit geen inhoudsloze zin. Het is voor mij inderdaad een grote eer de tweejaarlijkse prijs van het vrijzinnig humanisme in ontvangst te mogen nemen, temeer wanneer ik vaststel wie mij is voorafgegaan en waarvoor zij stonden. Zij hebben zich allen onderscheiden door hun baanbrekend werk. Dit geldt zowel voor de drie filosofen: Leo Apostel, Hubert Dethier en Jaap Kruithof als voor de geneesheren Willy Peers, Raymond Matheys, de politica Lucienne Herman-Michielsen en de auteur Hubert Lampo evenals voor Régina Beer die de Holocaust overleefde en voor Hein Picard die de allereerste prijs in ontvangst mocht nemen. Het Wereldcentrum Zuiderpershuis die de dialoog tussen de verschillende culturen stimuleert en het humanisme in de praktijk brengt, mocht in deze rij van laureaten niet ontbreken. Maar ik heb ook gezegd dat het voor mij een groot genoegen is deze prijs te mogen ontvangen. Ik zou natuurlijk schijnheilig en onbeleefd voorkomen moest ik zeggen dat deze onderscheiding mij onberoerd zou laten. Ik beken dat ik nooit op deze prijs had gerekend, omdat ik weet dat er zovele zijn, zoals ik, ‘die als de sjouwers van de stenen bouwen aan de kathedraal, zonder ooit te weten wanneer het werk zal af zijn’. Ik wil dan ook allen danken die mij in mijn actie voor de verdere opbouw van het vrijzinnig humanisme hebben gesteund. Uiteraard gaat mijn dank in de eerste plaats naar mijn echtgenote, die het met mijn zienswijze eens was nog vóór zij mijn echtgenote werd; mijn kinderen en kleinkinderen, die er voor zorgen dat mijn kritische geest scherp blijft; mijn vrienden, die met mij filosoferen over hoe de wereld te verbeteren: mijn medewerkers van de Oudervereniging voor de Moraal, ten tijde van mijn voorzitterschap; evenals deze van de Raad voor Inspectie en Begeleiding voor de niet-confessionele moraal; mijn kabinetsmedewerkers op het ministerie van Cultuur, waar wij beleidsvisies op vrijzinnig humanistische wijze hebben kunnen doordrukken; mijn politieke vrienden; en zoveel anderen... Zonder hun medewerking zou ik nooit hebben kunnen realiseren wat ik gedaan heb. Hoe ben ik tot mijn filosofische overtuiging gekomen? Dit heeft te maken met de Tweede Wereldoorlog. Tot 1940 leefden wij in België in een kunstmatig veilige wereld gebaseerd op een papieren neutraliteit, ons opgedragen door Hitler Duitsland. Het ontwaken, ná 10 mei 1940 was des te pijnlijker, wanneer wij geconfronteerd werden met een militaire en politieke bezetting. Het nationaal-socialisme werd ons op brutale wijze opgedrongen, waarbij zelfs de vrijheid van opinie bestreden werd. Ik kon niet neutraal blijven tegenover dit hardvochtig beleid van de nazi-bezetter en was bereid dit te bestrijden, in de mate van mijn mogelijkheden. Ik besefte dan ook dat aan mijn strijd - met het beëindigen van de oorlog - geen einde mocht komen en dat die ononderbroken verder gezet moest worden. Gelukkig was ik niet alleen en vond ik mensen met wie ik kon samenwerken, of die met mij wilden samenwerken. Ik werd een adept van de humanistische gedachte, meer bepaald van het vrijzinnig humanisme. Een vrijzinnige is, zoals het woord het aantoont, iemand die vrij is in het geven van een zin aan zijn leven, hij is zingever van zijn leven. Hij moet uitgaan van een vrije keuze en kan geen dogma's aanvaarden. Vrijzinnigheid is dus geen synoniem van atheďsme. Het humanisme in zijn moderne betekenis verschilt zeer weinig van vrijzinnigheid, het steunt niet op een godsdienst maar op het vrij onderzoek en onderschrijft de waarden van de Verlichting. Nochtans koppelen sommigen het humanisme aan een godsdienst. Zo is er bijvoorbeeld sprake van een katholiek humanisme en van een protestants humanisme. Zelfs de islamieten beseffen dat zij het humanisme niet kunnen blijven negeren en hebben, als onderdeel van het humanisme, een ‘Islamitische Verklaring van de Rechten van de Mens’ afgekondigd in het kader van de Unesco te Parijs. Maar volgens de islamieten moeten de Rechten van de Mens in overeenstemming zijn met het islamitisch geloof, wat het beginsel van universele rechten volkomen ondermijnt. Alle vormen van humanisme, die verwijzen en steunen op een godsdienst kunnen geen universele waarden hebben. Het geloof in een God heeft trouwens niets te maken met het humanisme of met het nazisme. Zo was het hoofd van de Gestapo te Lyon, tijdens de nazi-bezetting, berucht om zijn wreedaardig optreden, een overtuigde protestant, terwijl bepaalde SS-ers overtuigde atheďsten waren. Zowel de protestant als de atheďst waren beide overtuigde nazi's, géén adepten van het humanisme. In onze gewesten is trouwens het begrip vrijzinnig humanisme beter bekend dan de Verlichting, terwijl in het buitenland de Verlichting meer algemeen gekend is, in tegenstelling tot het vrijzinnig humanisme. Als vrijzinnig humanist heb ik onlangs een boek geschreven over de Verlichting. Voor hen die het boek gelezen hebben zal het duidelijk zijn dat de Verlichting een grote overeenstemming vertoont met het vrijzinnig humanisme, of omgekeerd dat het vrijzinnig humanisme past in het kader van de Verlichting. Indien zulks niet het geval was, zou ik als vrijzinnig humanist, geen boek over de Verlichting hebben kunnen schrijven. Hoe zijn wij in West Europa tot het vrijzinnig humanisme gekomen? Sinds mensenheugenis was in West Europa het beheer van de gemeenschap gekopieerd op de organisatie van de katholieke kerk. Dit betekende dat zo weinig mogelijk personen over zoveel mogelijk macht beschikten. Concentratie van macht leidt tot corruptie. Wat is rechtvaardig, wat is de waarheid? Ik wil trachten een eenvoudige bepaling van rechtvaardigheid te geven. Trouwens, alles wat niet eenvoudig kan weergegeven worden, bewijst dat het, ofwel niet correct is, of getuigt van onwetendheid. Rechtvaardig is datgene dat een evenwicht houdt tussen de belangen van het individu en van de gemeenschap. Maar in het verleden hebben machthebbers steeds bepaald dat wat in hun voordeel was, ook rechtvaardig was. Hoe meer de macht geconcentreerd was, hoe meer een klasse - rechtvaardigheid ontstond. Bijgevolg hoe meer de macht verdeeld wordt, over zoveel mogelijk instanties, hoe meer het ideaal van de absolute rechtvaardigheid zal benaderd worden, hoe beter de corruptie voorkomen of bestreden kan worden. Tegen deze machtsconcentraties kwamen tal van personen in opstand, behorende tot verschillende disciplines: de politiek, de filosofie, het rechtssysteem, de wetenschap, verspreid over tal van West-Europese landen: Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland, Het Iberisch schiereiland, Nederland en later de Verenigde Staten van Amerika en dit gedurende een periode die drie eeuwen zal duren, om uiteindelijk tot een afgerond geheel, bij het begin van de 19de eeuw te komen. Het is een levensopvatting die alle vormen van machtsconcentratie voorkomt en streeft naar een harmonisch evenwicht tussen de belangen van de gemeenschap, de overheid, de staat en de belangen van het individu. Aldus ontstond - niet uit theoretische overwegingen - maar om praktische redenen: de parlementaire democratie met de scheiding van de drie machten: de wetgevende, de uitvoerende en de gerechtelijke macht; de rechtsstaat (basis voor het gerecht), de scheiding van kerk en staat, werden de ‘Rechten van de Mens’ afgekondigd als tegengewicht voor de rechten van de overheid, nam het wetenschappelijk onderzoek een hoge vlucht en werd de religieuze tolerantie een feit. Bijgeloof, slavernij en martelingen werden bestreden. De Verlichting, het vrijzinnig humanisme, is het geheel van al deze vormen van één levensopvatting in een geheel. Vrijheid zonder gelijkheid is geen Verlichting, evenmin als gelijkheid zonder vrijheid. Voor hen die hiermede geen vrede konden nemen, gaf de Pruisische filosoof Immanuel Kant, een intellectuele en filosofische bovenbouw. In zijn talrijke geschriften, waarvan de belangrijkste De kritiek van de zuivere rede is, verdedigt Kant de Verlichting. Hij wordt dan ook de filosoof van de Verlichting genoemd. Dit alles - ik herhaal het - is het werk van vele generaties. Vandaag bevinden wij ons in een overgangsperiode tussen de oorspronkelijk Joods-christelijke traditie en een maatschappij op basis van vrijzinnig humanisme. Dit wil zeggen: de strijd heeft reeds eeuwen geduurd en het zal nog eeuwen duren alvorens er een maatschappij tot stand komt op basis van de idealen van de Verlichting, van het vrije humanisme. Dit alles belet niet dat de opbouw van de maatschappij met ups en downs verloopt. Er was vooreerst, bij het begin van de 19de eeuw, de ontsporing binnen de Verlichting van het economisch manchesteriaans liberalisme en van het marxisme naar Sovjet model. Dit betekende niet het einde van de Verlichting, zoals de postmodernisten beweren, maar gaf het bewijs dat een regime dat slechts één aspect van de Verlichting benadrukt, met verwaarlozing of het negeren van alle andere aspecten, geen Verlichtingsregime is. Vervolgens in de eerste helft van de 20ste eeuw kwamen de aanvallen van politieke dictaturen: van het fascisme en het nazisme. Het einde van de Tweede Wereldoorlog betekende de nederlaag van de politieke dictatuur in West Europa; dus een overwinning van het humanisme. De oprichting van de VN, gebaseerd op principes van de Verlichting, moest nieuwe perspectieven openen. Bijzonder in Vlaanderen, door de toepassing en uitbreiding van die principes, is in ons landsgedeelte een veel opener maatschappij ontstaan. Wat de vrijheid betreft wordt in de katholieke kerken niet meer gepredikt voor welke politieke partij men moet stemmen of niet mag stemmen, terwijl in het kerkportaal geen berichten meer uithangen welke dagbladen men mag lezen of niet lezen. In de dagbladen wordt niet meer gezegd tot welke studentenvereniging men niet mag toetreden wat in Gent het geval was voor 't Zal Wel Gaen. De lijkenverbranding en de asverstrooiing is ingeburgerd wat een halve eeuw geleden verboden was. Abortus is bij wet geregeld en voor euthanasie is een begin van wetgeving opgemaakt, die echter verder uitgebreid zal moeten worden. De verplichting, bij een gerechtelijke eed ‘zo helpe mij God’ uit te spreken werd verwijderd. In het officieel onderwijs werden lessen in moraal van een structuur en een inhoud voorzien. Voor wat de gelijkheid aangaat, werd in ons land een sociaal beleid uitgewerkt dat o.m. de ziekten en de werkloosheid tracht te voorkomen of te bestrijden, maatregelen die als een voorbeeld voor elk ander land mogen beschouwd worden. Men mag niet vergeten dat tal van onze naburige landen niet zo ver geëvolueerd zijn zoals in ons land het geval is. Deze positieve bijdragen hebben niet kunnen beletten dat het vrijzinnig humanisme thans met een nieuwe vijand af te rekenen heeft. Maar opnieuw wordt het vrijzinnig humanisme aangevallen, enerzijds door de fundamentalisten binnen de drie monotheďstische godsdiensten; Christendom, Islam, Orthodoxe Joden, en anderzijds door de postmodernisten. Zelfs politieke regimes, zoals dit van de Verenigde Staten van Amerika, met een grondwet gebaseerd op de Verlichting, kunnen ontsporen. Hiervan getuigt de Guantanamo-gevangenis, volkomen in strijd met alle rechtsbeginselen. Men heeft destijds een president van U.S.A. afgezet voor minder dan het schenden van de mensenrechten. Maar wij hebben ook af te rekenen met een Joods-fundamentalisme. Zo las ik in het februari-maart nummer van dit jaar in het tijdschrift van de Belgische Diamantnijverheid: ‘De Verlichting, die de maakbaarheid en derhalve de kneedbaarheid en manipuleerbaarheid van de mens vooropstelt, heeft het fascisme en het communisme de geestelijke basis geschonken op grond van die denkrichtingen meenden met recht en rede over leven en dood te mogen kunnen beslissen... De uitmoording van de intellectueel gehandicapten in nazi-Duitsland en de industriële afslachting van Joden en zigeuners in de concentratiekampen, maar ook de massamoorden van Stalin zijn de ultieme uitvloeisels van de Verlichting!’... dus ook van het vrijzinnig humanisme! Dit proza bewijst dat wij de vijanden van een vrijzinnig humanisme niet alleen moeten zoeken in een geďmporteerd islamitisch fundamentalisme, al of niet door terrorisme ondersteund, maar dat het ook huist in onze onmiddellijke omgeving, bij stadsgenoten die een orthodox Joods fundamentalisme cultiveren, even nefast is als dit van de Islam. Deze derde aanval komt zowel van links als van rechts, en men vindt deze kritiek in heel wat landen terug. Het is daarom noodzakelijk dat, in plaats van op onze lauweren te rusten, alle verdedigers van de Verlichting, terug in het strijdperk treden. De Amerikaans-Duitse filosofe Suzan Neiman, stelt in haar onlangs verschenen boek Morele Helderheid, dat de Verlichting ononderbroken aangevallen wordt met de meest absurde beschuldigingen, en geeft daar tal van voorbeelden van. Zo zou de vernieling - die in 2005 de orkaan Katrina aanrichtte in New-Orleans - volgens de Britse schrijver Ballard aantonen dat de Verlichting gefaald heeft! Een natuurramp aangrijpen als het ultieme falen van de mens, getuigt van filosofisch cynisme, en weigert de vooruitgang van de mensheid te aanvaarden. Suzan Neiman daarentegen schrijft ondermeer: ‘Een herwaardering van het morele denken, voor een Verlichting die zich niet beperkt tot de fletse, krachteloos geworden waarden van tolerantie en eerlijkheid, maar die de aanspraken van geluk, rede eerbied en hoop onvermoeibaar hoog houdt’. Daartoe grijpt zij terug naar de Verlichting zoals die op het einde van de 18de eeuw geformuleerd werd. Vrijzinnigheid laat een diversiteit van meningen toe, wat betekent dat men langs verschillende wegen tot hetzelfde doel kan komen. Verschillende wegen, dat zijn diverse accenten, maar geen tegenstrijdigheden. Ik geloof - voor zover dat woord door een vrijzinnige mag gebruikt worden - in ‘de perfectibiliteit van de mens’ m.a.w. in de mogelijkheid tot vooruitgang. Een vergelijking voor wat betreft de organisatie van de maatschappij en de levensvoorwaarden van elke mens tussen bijvoorbeeld de 16de eeuw en heden, bewijst dat vooruitgang op alle vlakken mogelijk is. Vandaag hebben wij af te rekenen met een aanval van fundamentalisten van de Islam en van evangelische Christenen in de U.S.A. maar dergelijke aanvallen mogen ons niet ontmoedigen, integendeel moeten ons aanzetten om met nog meer hardnekkigheid de Verlichtingsidealen, het vrijzinnig humanisme te verdedigen. Uit de tegenslagen moeten wij leren wat er verkeerd is gelopen, opdat wij in de toekomst niet meer dezelfde fouten zouden maken. Wij mogen ons niet laten meeslepen door een of andere vorm van ontgoocheling, van pessimisme, en weigeren rekening te houden met de lessen van de geschiedenis. Dat onderstreept het belang van de geschiedenis, door sommigen nochtans ten onrechte verguisd. Want belangrijker dan de gebeurtenissen, waarover de geschiedenis gaat, zijn de ideeën. Laat mij besluiten met een citaat van Karl Popper: ‘Optimism is a moral duty’. Als vrijzinnig humanist ben ik een optimist, en denk dat iedereen die de Verlichting en het vrijzinnig humanisme genegen is, een optimist in wezen is. Wie gelooft in de perfectibiliteit van de mens getuigt van optimisme.
Karel Poma Karel Poma Linksmailto:andreas@liberales.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|