Na Zwitserland, Frankrijk, de VS, Canada en Groot-Brittannië, is nu ook in Nederland Tariq Ramadan aan de orde. Daar heeft de eerste Marokkaans-Nederlandse burgervader van Rotterdam erop gestaan om hem aan te werven om te bemiddelen en de integratie te bevorderen. Is er dan geen enkele Nederlandse moslim met lekenachtergrond en voldoende openheid van geest te vinden zodat men verplicht is een zo fundamentalistische en betwiste predikant als Ramadan in te huren? Het is altijd ongeveer hetzelfde stramien. In het begin intrigeert, ja soms fascineert Ramadan. Zijn gematigd discours, met moderne en geruststellende accenten, zijn charisma, maken hem tot een gewilde gast in de media. Journalisten die hem alleen maar interviewen stellen hem gewillig voor als een islamitische intellectueel voorstaander van een moderne, zelfs modernistische Europese islam, die het voor de Europeanen met moslimroots mogelijk maakt hun identiteit en burgerschap te verzoenen. Is het niet wat we allemaal wensen in een Europa verscheurd door de excessen van integristen en racisten? Nochtans zijn er andere stemmen, ondermeer van andere Arabische intellectuelen die wat meer geïnformeerd zijn over het parcours en de referenties van Ramadan, en die sedert jaren waarschuwen voor zijn gespleten tong: in de media modernist en bedaard, maar voor een moslimpubliek fundamentalist en reactionair. Wie moet men nu geloven? Een misleidend discours Jarenlang heeft Ramadan geklaagd dat niemand de moeite zou doen hem eens aandachtig te lezen en dan te beslissen. Als onderzoeksjournaliste die speciaal begaan is met het discours van integristen, voornamelijk van christelijke allooi, heb ik lange tijd zijn teksten en voordrachten onderzocht om klaarheid te scheppen. Ik heb negen maanden besteed aan de lectuur van zijn boeken en het beluisteren van zijn audiocassettes - opgenomen tijdens zijn conferenties voor een ingewijd publiek en verkocht in islamistische boekenwinkels. Dit alles om een vergelijking kunnen maken met zijn verklaringen voor de massamedia. Het resultaat van dit onderzoek ligt besloten in mijn boek Frère Tariq: discours, méthodes et stratégie de Tariq Ramadan met 426 bladzijden en bij de 600 voetnoten, nu ook beschikbaar in het Engels. Ik beweer zeker niet dat ik het intiem of psychologische mysterie van Tariq Ramadan ontrafeld zou hebben. Ik heb mij gewoonweg verdiept in zijn voordrachten, hun complexiteit, en hun tegenstrijdigheden. Zo heb ik een Tariq Ramadan ontmoet die heel wat reactionairder is en veel dichter bij de het gedachtegoed staat van Hassan El Banna dan ik verwacht had. El Banna is de stichter van het intussen bekende Moslimbroederschap, de beruchte politieke beweging die in 1928 in Egypte de grondslag heeft gelegd voor een fundamentalistische islam met totalitaire inslag. Dit is geen groepering of een partij met een lidkaart, maar een denkschool waar verschillende stromingen met diverse min of meer internationalistisch of nationaal getinte strategieën samenkomen met als gemeenschappelijke deler de bewondering voor Hassan El Banna, zijn fundamentalistisch reactionaire islam en zijn politieke methode die het inwijden beoogt van een gestaag groeiend aantal gelovigen en dit ‘stap voor stap’ (inbegrepen de dissimulatie). Ambassadeur van het gedachtegoed van de Moslimbroederschap Ik houd mij sedert 2003 bezig met Ramadan en zijn gedachtegoed en heb er nu geen enkele twijfel meer over dat Ramadan een gekuist, elliptisch, ja zelfs misleidend discours voert in de media terwijl hij ‘intern’ standpunten predikt die trouw zijn aan de strategie van de Moslimbroederschap. Dat is trouwens precies de aanbeveling van Hassan El Banna, een man die gevormd werd in een soefi genootschap en die zijn getrouwen de aanbeveling meegaf een bepaald discours te houden voor binnen en een ander voor buiten. Ik zou dit feit nooit ontdekt hebben, mocht ik geen kennis gekregen hebben van een cassette waarin Ramadan zelf daarop alludeert. Inderdaad, het mondeling seminarie van Tariq Ramadan ten behoeve van zijn partizanen begint met twee cassettes die bijna uitsluitend gewijd zijn aan een man die hij voorstelt als ‘de grootste hervormer van deze eeuw’, zijn held en model Hassan El Banna. Ramadan spreekt graag van een verdachtmaking van het plegen van een ‘genetisch misdrijf’ wanneer men hem die afstamming verwijt. Nochtans beperkt hij zich niet tot het louter ‘zijn’ van El Banna'as kleinzoon, maar doet meer dan dat: hij leert hem aan. In zijn cassettes, in zijn boeken zoals Aux sources du Renouveau musulman beschrijft hij de stichter van de totalitaire islam als een na te volgen voorbeeld en het Moslimbroederschap als een ‘bevrijdingsbeweging’. Tevergeefs beluister en herbeluister ik zijn opnamen; op geen enkel ogenblik komt de geringste kritiek dit apologetisch beeld verstoren waarmee hij uitnodigt om deelachtig te zijn in zijn begeestering en bewondering voor de strategie uitgekiend door zijn grootvader (die hij bij gelegenheid ook in de media verdedigt). Zo verklaart hij in een boek met gesprekken met Alain Gresh L'islam en question: “Ik heb de ideeën van Hassan El Banna in de diepte bestudeerd en ik verloochen niets van mijn afstamming. Zijn relatie met God, zijn spiritualiteit, zijn mysticisme, zijn persoonlijkheid en zijn kritisch denken over recht, politiek de maatschappij en het pluralisme blijven voor mij referenties voor het hart en de intelligentie”. En verder: “Zijn inzet blijft mijn eerbied en bewondering wekken”. In een woordenlijst als bijlage van zijn boek Etre musulman européen gaat hij zelfs zo ver om zijn grootvader als een ten onrechte bekritiseerd martelaar af te schilderen. “In het Westen kent men hem vooral van wat van hem gezegd werd door zijn politieke vijanden, inzonderheid de engelse kolonisatoren en de zionistische militanten.” Een politieke islam, meer reactionair dan progressist Hoewel hij door zijn opstelling als derdewereld-man en anti-Amerikaan doorgaat als een progressist, is Tariq Ramadan minder een Martin Luther King dan een Jerry Falwell (een fundamentalistische leider van de Moral Majority). Hij is geen separatist in de zin dat hij de Europese moslims wel degelijk oproept om fier te zijn op hun dubbele status van Europeaan en moslim, en zich daarom nog beter als burgers in te zetten om de samenleving waarin zij staan vooruit te stuwen naar ‘meer islam’. “Men moet zich inzetten op alle gebieden waarin wij thuis zijn en waar men de dingen kan doen veranderen naar meer islam”, aldus Ramadan. Een lezer die hem eerder gunstig gestemd is, zal onthouden dat Ramadan oproept tot eerbied van de wetten iets wat hij vaak benadrukt in zijn boeken. “Een moslim, resident of staatsburger moet zich beschouwen als gebonden door een moreel en sociaal contract met het land waar hij verblijft”, aldus Ramadan. Of anders gezegd, hij moet de wetten naleven. Maar in zijn cassettes vraagt Ramadan aan de moslims om de religieuze identiteit ‘boven alles’ te plaatsen. Hij preciseert dat de Grondwet en wet weliswaar moeten geëerbiedigd worden, maar dit voor zover zij niet in strijd komen met een islamitisch principe dat erboven staat. Eigenlijk is hij een voorstaander van een diep retrograde visie op de islam die op vele punten onverenigbaar is met het moderne leven. In een cassette over de Grote zonden waarschuwt Ramadan jongelingen - zij zien in hem een soort Messias - voor seksualiteit voor of buiten het huwelijk. Hij gaat zover hen te waarschuwen voor de verleiding om gemengde zwembaden te bezoeken waar hun blikken zouden kunnen vallen op wat zij niet gerechtigd zijn te aanschouwen: “je mag daar niet naartoe gaan omdat je blik zou kunnen vallen op dingen die je niet mag zien. Maar je gaat er toch naartoe omdat het je uiteraard aantrekt. Dus moet men plaatsen ontwikkelen waar het wel gezond is, waar er zwembaden zijn die wel eerbied opbrengen voor onze ethische principes.” In klare tekst: hij pleit voor niet gemengde zwembaden. In een van zijn recente boeken Peut-on vivre avec l'islam, steekt hij zijn afkeer voor gemengde huwelijken - moslimvrouw niet-moslims man - niet onder stoelen of banken. Tariq Ramaden heeft ook het voorwoord geschreven voor een verzameling fatwa's waarvan er een de man veroorlooft zijn vrouw bepaalde relaties te verbieden en abortus als illegaal veroordeelt. In zijn inleiding waarschuwt Ramadan overigens de moslims om niet voortdurend te zoeken naar ‘het gemakkelijkste, het eenvoudigste, het meest gematigde’ en dat zij daarin geen voldoening zullen vinden want iedereen moet zich volop inzetten om te voorkomen dat men ‘een afgeprijsde islam, een islam… zonder islam’ zou voortbrengen. Hervormer maar…. Fundamentalist Zoals elke Moslimbroeder is hij geen literalistisch fundamentalist zoals dat bij heel wat salafisten voorkomt (salaf in het Arabisch betekent fundamenten), maar wel een salafistisch hervormer. En dat is niet hetzelfde. Hij kan zich zeer kritisch opstellen tegenover sommige niet islamitische tradities (bijvoorbeeld excisie) en de contextualisering verdedigen van de voorschriften van de islam. Maar voor hem betekent contextualisering zeker niet ‘actualiseren’. Hij verwerpt iedere hervorming die anachronistische principes wil opheffen die de individuele vrijheden fnuiken omdat hij integendeel gelooft dat men de islam slechts kan hervormen door een terugkeer naar zijn fundamenten. Wat bij Jacques Jommier, een priester Dominicaan en islamoloog die zoals ikzelf de teksten van Ramadan zeer nauwkeurig heeft uitgepluisd, de bedenking ontlokt dat ‘het voor hem absoluut niet gaat om het moderniseren van de islam maar wel om het islamiseren van de moderniteit’. Zijn islam gaat hoofdzakelijk in de clinch met die van de modernisten, een islam die hij beschrijft als decadent, wanneer hij het niet heeft over een ‘liberale islam’ of een ‘islam zonder islam’. Er is niets dat hem meer irriteert dan ‘het reducerend en volledig westers discours’ van een Taslima Nasreen, die zijn medestanders steevast als ‘islamofobe’ kwalificeren om ze zo des te beter bloot te kunnen stellen aan de banvloek van afvalligen vreters. En over Rushdie denk hij niet veel beter. Trouwens, Ramadan heeft een jaar kunnen studeren aan de campus van een islamitische organisatie, de Leicester Foundation, die in Engeland een bikkelharde campagne heeft gevoerd tegen Rushdie. Die stichting die hij in de inleiding van de Franse en Engelse versie van Etre musulman europeen bedankt voor het warm onthaal, is bekend voor het verspreiden van het gedachtegoed van Mawdudi (de Pakistaanse El Banna) en van Sayyed Qutb, de meest radicale denker van de Moslimbroederschap, de man die het recht om ‘huichelende tirannen’ te vermoorden, erkend heeft en de inspiratiebron is van Bin Laden. Er kan nog zoveel meer gezegd worden over zijn parcours, ondermeer over zijn grenzeloze bewondering voor zijn vader, Saïd Ramadan, de uitverkoren discipel van Hassan El Banna en de man die het netwerk van moslimsbroeders in ballingschap heeft ontwikkeld. Spijts zijn ontkenningen is Tariq Ramadan nog steeds lid van de Raad van Bestuur van het Centre Islamique de Genève het hoofdkwartier van de Moslimbroederschap in ballingschap die gesticht werd door zijn vader en geleid wordt door zijn broer Hani. De affiniteit van dit centrum met leden van het FIS (ondermeer mensen die belast zijn met de executie van intellectuelen in Algerije - de FIDA) behoeft nu geen bewijs meer. Dat heeft hem trouwens in 1995 toen de aanslagen van het FIS bloed deed vloeien in Parijs, een tijdelijk verblijfsverbod op het Franse territorium opgeleverd. Vandaag staat hij nog altijd onder beroepsverbod in de VS omwille va zijn steun en giften aan Hamas (dit is de gewapende tak van de Broederschap in Palestina) en zijn eerste cel werd opgericht door Saïd Ramadan, een wapenfeit waaraan Tariq met fierheid herinnert in zijn geschriften. Tenslotte, en vooral, voor alles wat theologische meer diepgaande problemen betreft, verwijst hij zijn auditorium naar de wijze raadgevingen van Youssef Al-Qaradhawi, de huistheoloog van Al Jazira en de Moslimbroederschap. Al-Qaradhawi is de man die ook een fatwa heeft uitgevaardigd waaraan Hamas zich inspireert en die een officiële goedkeuring geeft aan zelfmoordaanslagen in Palestina, de man die in zijn boek Le licite et l'illicite, de bijbel van Ramadan's partizanen, ook de vraag stelt of men bij homoseksuelen de actieve dan wel de passieve partner in de eerste plaats moet doden. Te noteren ook nog dat er voor Al-Qaradhawi ‘geen andere dialoog kan zijn tussen ons en de Joden, tenzij met zwaard en geweer’. Betreffende de leugens over zijn critici Al wie het waagt zijn strategie uit te pluizen ondergaat systematisch zijn banbliksems. Maar sedert het verschijnen van mijn boek heb ik de eer om vooraan op de lijst te staan. Ik heb met nogal wat binnenpretjes zijn recht op antwoord gelezen dat hij in de Nederlandse pers heeft verspreid en waarin hij zoals altijd, enkele regels aan mijn persoontje besteedt. Eigenlijk toch eerder wat gerelativeerde binnenpret want in de loop van de zeven jaar die ik nu met zijn uitspraken en retoriek begaan ben, is mij dat nu genoegzaam bekend om er nog door verrast te worden. In alle contreien waar de polemiek hem telkens weer inhaalt blijft zijn verdedigingslijn dezelfde. In Zwitserland, Frankrijk, Engeland… altijd weer luidt het dat niemand het bewijs heeft van zijn dubbel discours, dat men zijn citaten verdraaid en dat hij het slachtoffer is van een samenzwering, een complot waarvan alléén de oorsprong - nu eens ‘zionistisch’ dan weer ‘holebi’ - naargelang de locatie varieert. Een pro-Palestijnse journalist die het gewaagd had te waarschuwen voor zijn fundamentalisme beschuldigde hij van hand en spandienst voor de zionistische lobby. Wanneer het er op aankomt, schuwt Tariq Ramadan ook geen leugens. Dit bleek ondermeer op de Franse televisie waar hij beweerde zijn proces tegen een andere journalist gewonnen te hebben, terwijl die hooggeachte Libanese journalist die hem ervan beschuldigde met een gespleten tong te spreken, door de rechter in het gelijk was gesteld. In 2004 heeft het verschijnen van mijn boek zand in zijn propagandamolen gestrooid en sedertdien moet hij proberen ergens anders een nieuwe maagdelijkheid op te bouwen. Ik vind het heel leuk, ondermeer wanneer ik van zijn hand lees dat mijn boek ‘een miskleun’ is, een nogal lichtwegend argument om op kritiek te beantwoorden en daarenboven volledig in strijd met de waarheid. Mijn boek werd uitgebracht door een grote uitgever, heeft de voorpagina van een belangrijk tijdschrift gehaald en kon op een grote belangstelling rekenen in de pers, zodat het vandaag in het Engels werd vertaald. Maar van de heer Ramadan moet ik vernemen dat het in Engeland zou ‘genegeerd en geridiculiseerd’ zijn. Dat klinkt nogal tegenstrijdig. Ofwel wordt een boek genegeerd ofwel wordt het geridiculiseerd. In beide gevallen is dat nog altijd geen argument, maar wel een onwaarheid. Wellicht alludeert Tariq Ramadan op intrigristische websites die steeds bereid zijn hem door dik en dun te verdedigen. Ik kan ook begrijpen dat hij zijn intolerantie ontkent. Racisten die van zichzelf verklaren racist te zijn komt men niet dikwijls tegen, idem voor fanatici die voor hun fanatisme zouden uitkomen. In verband met homoseksualiteit bijvoorbeeld verspreidt Ramadan een religieuze leer die veel weg heeft van wat men bij christelijke predikers van religieus rechts Amerika hoort: ‘veroordeel niet de zondaar maar de zonde’. Met zijn oproep tot verdraagzaamheid moet hij wel spreken over homoseksuelen, maar die verdraagzaamheid heeft grenzen. ‘Voor de islam is homoseksualiteit onnatuurlijk en begeeft zij zich buiten de lijn van de normen ter verwezenlijking van het menselijk leven in Gods aanschijn. Dit gedrag getuigd van een storing, een disfunctie, een onevenwichtigheid’, aldus Ramadan. In een interview voor een moslimzender verklaarde hij onlangs dat ik hem aanval omdat ik ‘homoseksueel en feministe’ ben. Voor één keer heeft Tariq Ramadan niet helemaal gelogen. Ik ben inderdaad gay en feministe maar ook antiracist, ecologist… journalist en seculier. Vooral die twee laatste hebben mij gedreven om negen maanden lang te werken op die voordrachten en cassettes om eens en voor goed uit te maken of hij nu inderdaad een dubbel discours hanteert. Tijdens deze enquêtes heb ik dikwijls zitten twijfelen, maar vandaag is mijn intieme overtuiging gevestigd en gestaafd door bewijzen: Tariq Ramadan is geen modernist maar een predikant die een modern en intellectueel discours gebruikt om een retrograde en onverdraagzame politieke islam te promoten. Voor al wat dienen kan wil ik nog even preciseren dat ik naast mijn job van journaliste ook nog les geef bij Sciene-Po Paris, en dat de retoriek van Ramadan mij boeit omwille van haar complexiteit en ontzagwekkende handigheid. Opzet van mijn boek is daarom het ontrafelen en niet het vereenvoudigen van die complexiteit. Wie het gelezen heeft zal daarvan oprecht kunnen getuigen. Het boek is nu beschikbaar in het Engels zodat iedereen er zich een opinie kan over vormen. Ik wel enkel nog preciseren dat in tegenstelling met wat Ramadan beweert, alle citaten uiteraard volledig juist zijn en steeds hun bron vermelden. Hij heeft mij trouwens nooit een proces aangedaan noch kunnen bewijzen dat één enkele van de aangehaalde citaten al was het maar verdraaid zou zijn. Zijn belangrijkste tactiek bestaat uit een abstracte kritiek op mijn boek om daarna over te gaan tot algemeenheden waarbij hij valse citaten aanhaalt (die niet uit mijn boek of van mij komen) om ze schijnbaar te kunnen weerleggen. Zodoende kan hij wat tijd winnen, vooraleer de waarheid, zoals altijd, hem achterhaald.
Caroline Fourest Linkshttp://www.prochoix.org |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|