‘Elke generatie die theologie studeert, kan niet om het gedachtegoed van Schillebeeckx heen omdat hij toen zo vernieuwend was', zei Peter Vande Vyvere, hoofdredacteur Tertio, in deze krant (De Standaard). Bij het overlijden van de grote theoloog belicht Rik Torfs de nadruk van Schillebeeckx op de geschiedenis en het concrete in het geloof. Waarom is Edward Schillebeeckx uniek, werden zijn boeken door gelovigen en ongelovigen verslonden en citeerde Ruud Lubbers hem bij het voorlezen van een regeringsverklaring? Er is natuurlijk zijn persoonlijkheid. De Nijmeegse theoloog was erudiet en beheerste de klassieke theologie door en door. Beheersing is meer dan kennis, er zit ook analyse en oordeel in. Wantrouwen tegenover abstracte concepten die na een tijd naadloos in ideologie overgaan, heeft Schillebeeckx altijd gekoesterd. Maar hij was niet alleen erudiet, hij was evenzeer in hoge mate geëngageerd. Wat er gebeurde in kerk en wereld kon hem schelen. Daarom noemden sommigen hem een provocateur, terwijl hij alleen maar hoop bracht. Ideologie Wat dacht hij echt? Waar bevindt zich de kern van zijn ideeën? Volgens mij is zijn cruciale thema het volgende: God is voor ons toegankelijk in de wereld en in de geschiedenis van de mensheid. Hij is onderdeel van deze geschiedenis. Hij is dus geen zorgvuldig gepolijst theologisch concept dat in goedbewaakte kerkelijke museumzalen voor het nageslacht wordt bewaard. De geschiedenis, het concrete. Daarover gaat het in zijn meesterwerk Jezus, het verhaal van een levende uit 1974. In Mensen als verhaal van God schreef hij in 1989: ‘Als de levensweg van Jezus geen anticipatieve kenmerken van de verrijzenis vertoont, is zijn dood louter mislukking en het verrijzenisgeloof slechts vrucht van menselijk verlangen. Dan is Pasen een ideologie.' Voor Schillebeeckx had de verrijzenis van Jezus geen betekenis zonder wie Jezus was, wat hij zei, wat hij deed tijdens zijn leven. Geen miraculeuze hoogstandjes zonder een schitterend bestaan. ‘De kracht van God was al werkzaam in het leven zelf van Jezus en daarin deelt zijn dood.' Die nadruk op de geschiedenis, op het concrete, maakt sommige theologen onrustig. Neem nu Joseph Ratzinger, die in 2006, toen hij al paus was, Jezus van Nazareth publiceerde. In dit boek sluimert argwaan tegenover het historische en het concrete, alsof zulks moeilijk te rijmen zou zijn met de kerkelijke aanspraak op absolute exclusieve waarheid. Kortom, terwijl Schillebeeckx in de geschiedenis de waarheid vindt, ziet Ratzinger in diezelfde geschiedenis de relativering ervan. Schillebeeckx wantrouwt abstracte concepten, Ratzinger het concrete en de geschiedenis. Of hoe theologie een kwestie van kennis is, maar ook van temperament. Celibaat Schillebeeckx was niet alleen in theologische disputen gewikkeld. Er was ook de kerkpolitiek. De ervaring leert dat theologische vraagstukken vooral dan tot herrie leiden, wanneer ze een kerkpolitieke weerslag hebben. Schillebeeckx was expert van de Nederlandse bisschoppen tijdens het tweede Vaticaans concilie (1962-1965). Maar twee jaar voordien had hij zijn reputatie in Rome al voorgoed naar de bliksem geholpen. Hij lag immers aan de basis van een bisschoppelijke brief aan de Nederlandse katholieken, waarvan later de Italiaanse vertaling werd verboden. ‘De kerk is slechts het godsrijk in wording', schreef Schillebeeckx, geïnspireerd door kardinaal Alfrink. Die schrapte overigens in de definitieve versie het woordje ‘slechts', waardoor de tekst milder klonk. Het mocht allemaal niet baten: Schillebeeckx zou nooit, anders dan de veel jongere Ratzinger, ‘peritus', officieel expert van het concilie worden. Wel zou hij levenslang de relativiteit van de kerk en haar structuren blijven beargumenteren. God was groter dan de God die godsdiensten of kerken konden beschrijven, vond hij. En hij pleitte op theologische gronden voor een democratisch beheer van de kerk. Dat vinden kerkleiders niet fijn, want zij hebben hun functie niet aan de democratie te danken. Niet verwonderlijk dat Schillebeeckx het vooral aan de stok kreeg met de kerkelijke overheid wanneer zijn ideeën gezagsondermijnend oogden. Zo was er zijn stelling over leken als (uitzonderlijke) voorgangers bij de eucharistie. Of zijn kritische houding tegenover het verplichte priestercelibaat. Hoewel dat laatste onder het pontificaat van Paulus VI wel degelijk wankelde. De paus vertrouwde kardinaal Alfrink toe dat hij niet veel redenen zag om het te handhaven, maar dat hij niet de geschiedenis wilde ingaan als de man die het ophief. De paus van de angst tegenover de theoloog van de hoop. Küng Schillebeeckx moest zich verschillende keren verantwoorden voor de Congregatie voor de Geloofsleer. Hij verscheen daar trouw op het appel en verdedigde zich briljant tegenover mensen die intellectueel niet tot aan zijn enkels reikten. Anders dan Hans Küng, die de convocatie vernederend vond en die in tegenstelling tot Schillebeeckx effectief een sanctie opliep. Schillebeeckx was minder ijdel dan Küng, zou je dan denken, maar het zou net zo goed kunnen dat hij zich, meer nog dan zijn collega uit Tübingen, vrij voelde tegenover de kerkstructuren, waardoor hij hen tegelijk relativeerde en trouw bleef. Ik heb Edward Schillebeeckx ook persoonlijk gekend. Toen ik hem een paar jaar geleden terugzag, complimenteerde ik hem omdat hij er zo goed uitzag. ‘Ach', zei hij, ‘ik heb de schijn tegen. Ik zie er goed uit. Maar ik heb wel kanker.' En hij lachte. Sterven deed hij niet graag. Hij heeft er dan ook zeer terecht lang mee gewacht.
Edward Schillebeeckx Linkshttp://nl.wikipedia.org/wiki/Edward_Schillebeeckx |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|