‘We moeten een revolutie maken voordat die uitbreekt, een stille revolutie, die kanalen graaft van de burgers en hun frustraties naar de centra van de macht.’ (D66-congres 1968) Hij wilde eigenlijk toneelspeler worden. In plaats daarvan rolde hij de journalistiek in. Temidden van de roerige jaren zestig werd hij gegrepen door het functioneren van de democratie. Een bewogen leven in het hart van de Nederlandse politiek volgde. Hoezeer hij er ook sturing aan probeerde te geven, het leven overkwam hem. Op 11 maart 2010 overleed Hans van Mierlo, één van de gezichtsbepalende Nederlandse politici in de twintigste eeuw. Henricus Antonius Franciscus Maria Oliva van Mierlo wordt op 18 augustus 1931 in Breda geboren. Zijn lagere schooltijd brengt hij door op de rooms-katholieke Sint Laurentiusschool in Ginneken en op het eveneens rooms-katholieke Sint Nicolaas Instituut in Oss. Na de Tweede Wereldoorlog gaat Van Mierlo naar het Sint Canisius College in Nijmegen, een door jezuïeten geleid jongensinternaat, waar hij in 1951 zijn diploma gymnasium-b behaalt. Van Mierlo is voorbestemd om zijn vader op te volgen, die directeur is van de Ettense steenfabriek. Maar na de middelbare school moet hij eerst in dienst. Van Mierlo wordt ondergebracht bij het Regiment Waalhaven. De officiersopleiding moet hij wegens ziekte voortijdig afbreken. Als hij uit dienst komt, meldt Van Mierlo zich bij de Katholieke Universiteit Nijmegen aan voor de studie Nederlands Recht. Hij breekt met het katholieke geloof en zoekt een weg om te ontsnappen uit het Brabantse milieu waarin hij is opgegroeid. In 1957 stopt hij met zijn studie en vertrekt hij naar Frankrijk, weg van de kerk, weg van de vanzelfsprekendheid en autoriteit. Bij l’Independent, een lokale krant in Perpignan, doet hij zijn eerste journalistieke ervaring op. Twee jaar later keert Van Mierlo terug naar Nederland en maakt hij zijn studie rechten af. Hij doet doctoraal examen Nederlands Recht met als bijvak internationaal privaatrecht. In 1960 treedt hij in dienst bij het Algemeen Handelsblad, eerst als redacteur binnenland, later wordt hij redacteur van de opiniepagina. In de daarop volgende jaren maakt Van Mierlo privé een roerige tijd door. In augustus 1961 trouwt Van Mierlo op 29-jarige leeftijd met de 24-jarige Anna Los. Een jaar later wordt hun zoon Olivier geboren. Het huwelijk zal slechts twee jaar stand houden en eind 1964 trouwt Van Mierlo zijn tweede liefde, de negen jaar jongere Olga van Maasdijk. Ze zullen twintig jaar samen blijven en krijgen twee dochters: Marieke (1966) en Stanja (1968). Het zijn de ‘roerige jaren zestig’, waarin een nieuwe generatie zich bevrijdt van de beknellende banden van de verzuilde Nederlandse samenleving. In dit proces herkent Van Mierlo zijn persoonlijke zoektocht en de bevrijding van de autoriteit uit zijn jeugd. Dit proces heeft voeding gegeven aan zijn politieke idealen, die door de maatschappelijke ontwikkelingen een nieuwe impuls krijgen. Onder de noemer ‘Gesprek over gezag en publiek’ organiseert hij een serie rondetafelgesprekken met deskundigen op politiek en sociaal terrein, waarvan hij in het Algemeen Handelsblad verslag doet. Over deze rondetafelgesprekken zal Van Mierlo later zeggen: ‘Dat was voor mij uiterst onthullend, een katalysator in een bewustwordingsproces. Ik kreeg het idee dat er gevaarlijke dingen aan het gebeuren waren. De enorme radicalisering in die tijd, zowel naar links als naar rechts, het succes van de Boerenpartij, de rellen rond het huwelijk van Beatrix en de bouwvakkersmanifestatie in Amsterdam; dit alles voltrok zich niet op grond van inhoudelijke argumenten maar was een uiting van ongenoegen.’ Het besef dat macht niet van bovenaf opgelegd en vanzelfsprekend hoort te zijn, maar van onderop gelegitimeerd, deelt Van Mierlo met Handelsblad-collega Hans Gruijters. In 1966 besluiten zij dat de maatschappelijke vernieuwing een politieke vertaling moet krijgen. Samen met Peter Baehr en Erik Visser richten ze het Initiatiefcomité D’66 op. De nieuwe beweging moet een voorzitter hebben en alle ogen richten zich op Van Mierlo. Die piekert er echter niet over om het voorzitterschap op zich te nemen. Hij heeft totaal geen ervaring met bestuurlijke of politieke zaken en heeft bovendien hele andere plannen. Van Mierlo staat op het punt de hoofdrol te krijgen in de film Het Gangstermeisje van Jan Blokker en is niet van plan om zijn leven als journalist opzij te zetten voor een avontuur waarvan hij zelf niet gelooft dat hij het kan. Maar mede op aandringen van Gruijters zwicht Van Mierlo en neemt hij het voorzitterschap van het Initiatiefcomité op zich. Het initiatief wordt een succes en op 14 oktober 1966 wordt de Politieke Partij Democraten ‘66 opgericht. In december houdt de nieuwe partij haar oprichtingscongres. Dat loopt ontzettend uit en aan het eind zijn de kandidatenlijst noch het verkiezingsprogramma vastgesteld. Terwijl de congresgangers zich richting huis begeven, klimt Van Mierlo in de hal van de congreslocatie in een kunstwerk en roept iedereen op om de dag na kerst terug te komen om het congres af te ronden. Tot zijn eigen verbazing blijkt vrijwel iedereen dat te willen. Volgens velen redt Van Mierlo daarmee die nieuwe partij, die anders waarschijnlijk niet van de grond zou zijn gekomen. Van Mierlo, die in de media al ‘de Nederlandse Kennedy’ wordt genoemd, is tot op dat moment nog steeds niet van plan op de actieve politiek in te gaan, maar behalve hijzelf twijfelt niemand eraan dat hij de meest geschikte kandidaat is om lijsttrekker van de nieuwe partij te worden. En zo gebeurt het. De Democraten kiezen de jonge ‘mr. Hans van Mierlo’ tot lijsttrekker. Het is het begin van een politieke loopbaan die ruim dertig jaar zal duren, al kan niemand dat op dat moment nog voorzien. Een carrière als toneelspeler mag dan aan Van Mierlo voorbij zijn gegaan, kort na de oprichting van D66 speelt hij wel de hoofdrol in de promotiefilm die D66 maakt voor de zendtijd voor politieke partijen. Daarin wordt de lijsttrekker met de camera gevolgd op weg naar de studio, onderweg hardop denkend over wat er allemaal mis is met de democratie. Eenmaal bij de studio aangekomen richt Van Mierlo zich rechtstreeks tot het publiek om de boodschap van D66 over te brengen. Van Mierlo’s filmdebuut zal één van de beroemdste promotiefilms uit de Nederlandse politieke geschiedenis worden. Onder leiding van Van Mierlo maakt D’66, dat uit is op de ‘ontploffing’ van het bestaande partijbestel, in februari 1967 met zeven zetels haar entree in de Tweede Kamer. Het is een opmerkelijke verkiezingsoverwinning in de tot dan toe zo rustige Nederlandse politiek. Een dag na de verkiezingen prijkt Van Mierlo onder de kop Star rises in Dutch politics op de voorpagina van de New York Times. Begin jaren zeventig is Van Mierlo de motor achter de samenwerking tussen drie progressieve partijen: D’66, PvdA en PPR. Van Mierlo droomt van een Progressieve Volkspartij ‘die geen versmelting is van bestaande partijen, maar een werkelijk nieuwe partij, die geestverwanten van verschillende inspiraties samenbrengt in een nieuw programma.’ Maar Van Mierlo’s droom verdeelt zijn achterban tot op het bot. Veel D66’ers vinden dat de partij teveel van haar eigen identiteit inlevert en de verkiezingsuitslag in 1971 valt tegen. Van Mierlo probeert zijn achterban nog wel enthousiast te maken voor wat hij een ‘krankzinnig avontuur’ noemt, maar tevergeefs. Op het partijcongres in 1972 schaart – na hevige discussie – slechts een krappe meerderheid zich achter de koers van Van Mierlo, die na het congres vervroegd met vakantie naar Zuid-Frankrijk vertrekt. Later zal blijken dat de partijleider deze dagen overweegt om af te treden. Bij de verkiezingen in 1972 valt D’66 terug van elf naar zes zetels, maar Van Mierlo weet van D’66 toch voor het eerst in haar bestaan een regeringspartij te maken. Zijn positie in de fractie is tijdens de formatie echter onder druk komen te staan. Hij is de grip op zijn verdeelde partij kwijtgeraakt. Als na de formatie blijkt dat Van Mierlo steun geven aan het kabinet als de belangrijkste taak voor zijn fractie ziet, barst de bom. De rest van de fractie wil een dualistische houding tegenover het kabinet innemen. Van Mierlo vindt de voltallige fractie tegenover zich. Na afloop van de eerste fractievergadering na het aantreden van het kabinet-Den Uyl besluit Van Mierlo dat hij de fractie niet langer kan voorzitten. Hij treedt af als fractievoorzitter en politiek leider van D’66, maar blijft wel lid van de tweedekamerfractie. Na de verkiezingen in 1977 verlaat Van Mierlo de Tweede Kamer. Hij wordt lid van het Comité Ontwikkelingssamenwerking Nederland-Suriname (CONS) en de Adviesraad Defensie-aangelegenheden (ADA). Daarnaast maakt hij samen met Marcel van Dam voor de VARA het televisieprogramma ‘De achterkant van het gelijk’. De politieke carrière van de charismatische politicus – die hij ondanks zijn aanvankelijke tegenzin is geworden – lijkt voortijdig tot een einde te zijn gekomen. Lijkt, want in 1982 neemt Van Mierlo’s leven opnieuw een verrassende wending. D’66 neemt deel aan het kabinet-Van Agt 2 en Van Mierlo maakt daarin als Minister van Defensie zijn rentree in de Nederlandse politiek. Maar het kabinet is geen lang leven beschoren en Van Mierlo’s terugkeer lijkt van korte duur. In 1983 wordt Van Mierlo, die in december 1982 is benoemd tot Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, voor D’66 lid van de Eerste Kamer. Met zijn partij gaat het dan al geruime tijd bergafwaarts en zowel binnen als buiten D’66 nemen de geruchten over een mogelijke terugkeer van Van Mierlo als partijleider toe. Volgens velen is er maar één persoon die de partij weer nieuw leven kan inblazen. Dat beseft de senator ook. In juni 1985 maakt hij bekend dat hij bereid is om opnieuw het lijsttrekkerschap van D66 op zich te nemen. In een visionaire toespraak voor het partijcongres schetst Van Mierlo een beeld van de samenleving en de positie van D66 daarin: ‘We leven in het land van doen alsof. We doen alsof de verzorgingsstaat een stabiel bouwwerk is dat met wat stutten en bijspijkeren overeind kan blijven, en verstikken zodoende het creatief nadenken over alternatieven. We doen alsof de overheid nog steeds de bestuurder van de samenleving is, alsof de grote beslissingen nog steeds door de politiek worden genomen, terwijl de politiek allang de greep op de bureaucratie heeft verloren en de bureaucratie de greep op de werkelijkheid.’ Op 24 januari 1986 wordt Van Mierlo formeel tot lijsttrekker gekozen. Meteen na zijn terugkeer wordt duidelijk hoe belangrijk Van Mierlo voor D66 is. Het ‘ongewenste kind uit de gemeenschap der zuilen’ (citaat Van Mierlo) begint zich direct electoraal te herstellen. Bij de verkiezingen in 1986 haalt D66 negen zetels, gevolgd door twaalf zetels in 1989. In dat jaar verwacht iedereen dat D66 weer zal gaan meeregeren, maar Van Mierlo stuit op het CDA, dat hoe dan ook een meerderheid in het te vormen kabinet wil. Na lang onderhandelen breekt Van Mierlo de gesprekken af: ‘We hebben zo lang mogelijk geprobeerd, binnen de grenzen van ons zelfrespect, constructief mee te blijven denken. De overmacht van het CDA kan ik accepteren, maar ik hoef er niet aan onderdoor te gaan.’, zo verklaart hij na afloop. Tot 1994 blijft Van Mierlo voorzitter van de tweedekamerfractie van D66. Onder zijn leiding groeit de partij in de opiniepeilingen uit tot de tweede partij van Nederland. Begin 1991 is D66 goed voor maar liefst 32 zetels. In de media wordt de vraag al geopperd of Van Mierlo de volgende premier van Nederland zal zijn. Een kabinet-Van Mierlo zal er nooit komen, maar bij de verkiezingen in 1994 behaalt Van Mierlo met D66 wel een historische verkiezingsoverwinning. De partij groeit naar 24 zetels in de Tweede Kamer. Hiermee wordt de weg vrijgemaakt voor de vorming van een coalitie zonder het CDA, een lang gekoesterde wens van Van Mierlo. Van Mierlo zelf wil het liefst fractievoorzitter in de Tweede Kamer blijven. Maar PvdA-leider Kok is zo bevreesd voor de electorale aantrekkingskracht van de D66-leider dat hij hem dwingt om in het kabinet plaats te nemen. Iedereen verwacht dat de partij, die al bijna dertig jaar pleit voor bestuurlijke vernieuwing, de minister van Binnenlandse Zaken zal leveren, maar de twee coalitiepartners (PvdA en VVD) staan dit niet toe en claimen dit ministerie beide zelf. Van Mierlo legt zich erbij neer. Achteraf zal Van Mierlo verklaren dat dit de prijs is die hij moet betalen om het door hem zo vurig gewenste ‘paarse’ kabinet voor elkaar te krijgen. Wat er gebeurd zou zijn als de D66-leider, die de sleutel tot de kabinetsformatie in handen had, de zaak op scherp had gezet door Binnenlandse Zaken te claimen en de eis van Kok af te wijzen, zal nooit duidelijk worden. De totstandkoming van het ‘paarse’ kabinet is het hoogtepunt van Van Mierlo’s politieke carrière. Zijn eigen ministerschap zal dat echter niet worden. Achteraf erkent Van Mierlo dat de zware combinatie van vice-premier, minister van Buitenlandse Zaken èn partijleider van D66 hem parten heeft gespeeld: ‘Een minister van Buitenlandse Zaken moet in de eerste plaats minister van Buitenlandse Zaken zijn. Terwijl je de voorman bent van een politieke partij, zit je dus in een uiterst kwetsbare positie. Plus dat je veel in het buitenland zit. Je hebt de tijd niet. Het is zo’n krankzinnig vak. Achteraf vind ik dat het toch een slechte combinatie was.’ Met name het partijleiderschap lijdt onder de zware portefeuille van Van Mierlo. ‘Het klopt dat ik een aantal problemen binnen de partij daardoor niet heb kunnen oplossen’, zal hij achteraf toegeven. Door het functioneren van Van Mierlo als minister van Buitenlandse Zaken en de vrijwel continue kritiek daarop ontstaan in de loop van de kabinetsperiode speculaties over een mogelijk terugtreden van de partijleider. In maart 1997 maakt Van Mierlo aan die speculaties een einde met de aankondiging dat hij niet langer beschikbaar is voor het lijsttrekkerschap van D66: ‘Ik ben tot de conclusie gekomen dat de partij een nieuw gezicht moet hebben. En ik heb ook de indruk dat er steeds meer mensen zijn in de partij die dat eigenlijk ook vinden.’ Van Mierlo wordt nog wel in de Tweede Kamer gekozen, maar de voormalig partijleider weet dat voor hem het moment is gekomen om zich geheel uit de politiek terug te trekken. Op 18 augustus 1998 laat Van Mierlo in een brief aan de voorzitter van de Tweede Kamer weten zijn lidmaatschap van de Kamer te beëindigen: ‘Mevrouw de Voorzitter, hiermede bericht ik U dat ik het lidmaatschap van de Tweede Kamer der Staten-Generaal met ingang van heden beëindig. (…) Na tweeëndertig jaar beëindig ik hiermee mijn politieke loopbaan. Ik heb het steeds een grote eer gevonden om lid te zijn van het parlement en ben dankbaar voor bijna alles wat ik er heb geleerd en afgeleerd.’ Het is een bescheiden afscheid uit de politieke schijnwerpers voor iemand die zo lang zijn stempel op de Nederlandse politiek heeft gezet. De erkenning voor zijn politieke verdiensten volgt later. In oktober 1998 wordt Van Mierlo benoemd tot minister van Staat. En op het voorjaarscongres in 1999 wordt hij benoemd tot erevoorzitter van D66. In 2002 wordt Van Mierlo in het ziekenhuis opgenomen om een levertransplantatie te ondergaan. Tijdens zijn ministerschap van Defensie heeft Van Mierlo bij een bloedtransfusie het hepatitus-c virus opgelopen. Een onbehandelbaar virus dat sindsdien zijn lever heeft aangetast. Van Mierlo herstelt goed van deze zware ingreep, maar gaandeweg gaat zijn gezondheid achteruit. Hoewel nog altijd zeer actief, treedt Van Mierlo minder in de publiciteit en brengt veel tijd door met schrijfster Connie Palmen, met wie hij sinds 1999 een relatie heeft. In november 2009 trouwt de 78-jarige Van Mierlo met zijn nieuwe liefde. Van Mierlo mag dan geen partijleider meer zijn, ‘mister D66’ zal nog enkele malen een opvallende, zo niet cruciale rol spelen in de moeilijke jaren die zijn partij aan het begin van de 21e eeuw doormaakt. Als D66 in 2005 een kabinetscrisis veroorzaakt omdat het voorstel voor invoering van de gekozen burgemeester is gesneuveld en het partijcongres van D66 grote moeite heeft met het zogenoemde ‘Paasakkoord’ dat de partijtop met CDA en VVD heeft gesloten om de coalitie te redden, is het Hans van Mierlo die in een doodstille zaal zijn steun aan het akkoord uitspreekt en de stemming daarmee het beslissende zetje in de goede richting geeft. Het is duidelijk: Van Mierlo’s stem weegt nog altijd zwaar binnen D66. Bij het veertigjarige bestaan van D66, in oktober 2006, doet Van Mierlo opnieuw van zich spreken. Aan de vooravond van het jubileumcongres geeft hij een interview dat in de media wordt uitgelegd als een pleidooi om D66 op te heffen. Het levert hem veel kritiek op, vooral vanuit zijn eigen partij, maar op het congres laat de voormalige partijleider er geen twijfel over bestaan dat D66 door moet gaan: ‘Het is een kenmerk van D66 dat het nimmer z'n bestaan als vanzelfsprekend heeft gevonden. Je verdringt die vraag niet. Je stelt hem en beantwoordt hem. Als we de juiste lessen trekken uit het verleden, dan is er geen haar op m'n hoofd die twijfelt aan ons bestaansrecht. Voor velen zou er een gat vallen in het politieke spectrum als D66 er niet meer zou zijn. Dat zeg ik niet als een oprichter die maar geen afstand kan doen. Maar als burger die niet meer zou weten, waar hij op moet stemmen.’ Volgens Van Mierlo is weinig veranderd sinds hij veertig jaar eerder politiek actief werd. ‘Wat we nu helder kunnen zien, voelden we en vermoedden we toen: het langzaam, maar onverbiddelijk weglekken van een vertrouwde, veilige en unieke ordening van onze zuilenmaatschappij, en een politieke cultuur, die de illusies daarvan hardnekkig overeind zou willen houden. Wij kwamen met voorstellen voor staatsrechtelijke en partijpolitieke vernieuwing. Om het gat te vullen dat ontstond na het wegvallen van die zuilen, moest de democratie directer en persoonlijker worden.’ Net als bij zijn rentree als partijleider in 1985, wijst Van Mierlo erop dat we leven in ‘het land van doen alsof’: ‘Doen alsof je een veelsoortig parlement kiest, dat een premier aanwijst, terwijl in werkelijkheid de race gaat om de vraag wie er minister-president wordt: Bos of Balkenende. Wat formeel onthouden wordt aan de kiezers - het rechtstreeks kiezen van de premier, wordt door een achterdeur binnengehaald ten koste van de andere partijen.’ Komend vanuit een politieke en maatschappelijke cultuur waarin macht als vanzelfsprekend werd gezien, heeft Van Mierlo zijn hele politieke leven gestreden tegen die ‘vanzelfsprekendheid van de macht’. Tot zijn dood blijft hij er van overtuigd dat de structuren van de macht in Nederland slechts gericht zijn op het instandhouden van die macht en niet in staat om oplossingen te bieden voor een veranderende maatschappij. Als er één besef is dat Van Mierlo op de dag van zijn overlijden achterlaat is het dat het vraagstuk van democratische legitimiteit nog altijd actueel is. Hans van Mierlo, een inspiratiebron en een voorbeeld voor velen. Een visionaire filosoof-politicus die mensen op onnavolgbare wijze wist te boeien. Intelligent, scherpzinnig, geestig en charmant. Eén van de grootste Nederlandse politici van de twintigste eeuw is niet meer. Hij zal nog vaak gemist worden.
Hans van Mierlo Linkshttp://nl.wikipedia.org/wiki/Hans_van_Mierlo |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|