Leven en werk van Mario Vargas Llosa (°1936)

figuur vrijdag 01 oktober 2004

Mario Vargas Llosa (°1936)

De Peruaanse schrijver Mario Vargas Llosa heeft het druk, enkele maanden geleden kwamen er twee nieuwe boeken van hem uit, die nu ook in het Nederlands zijn vertaald. De één is de roman Het paradijs om de hoek, waarin het levensverhaal van de Franse schilder Paul Gauguin en diens oma, de Franse socialiste Flora Tristán, centraal staan. Het andere boek is een verslag van Bagdad vier maanden na de tweede golfoorlog. Hij reisde samen met zijn dochter Morgana, die de foto’s maakte, door Irak en geeft in dit boek weer wat hij daar aantrof.

Mario Vargas Llosa werd in 1936 geboren in Arequipa, Peru. Zijn ouders scheidden vlak na zijn geboorte. Tot zijn tiende dacht hij dat zijn vader dood was en woonde hij samen met zijn moeder in Bolivia. Zijn moeder was een strenge vrouw, met een ijzeren discipline. Toen hij samen met zijn moeder terugkeerde naar Peru en zijn vader zich weer bij het gezin voegde begon de ellende, zijn vader was een gewelddadige man en mishandelde hem. In zijn debuutroman De stad en de honden gaf hij de conflicten in deze periode weer. Met De stad en de honden won hij de Premio Biblioteca Breve en de Premio Biblioteca de la Crítica, Spaanse literatuurprijzen, in 1963.

Na de militaire academie, die hij verplicht moest volgen van zijn vader, begon hij in 1953 de studies Letteren en Rechten aan de Universiteit San Marcos in Lima. Vanaf dat hij studeerde schreef hij stukjes voor verschillende Peruaanse kranten. Ook begon hij in deze periode korte verhalen te schrijven. Op zijn negentiende, in 1955, trouwde hij met zijn dertien jaar oudere tante Julia Urquidi. Over deze periode in zijn leven schreef hij het boek Tante Julia en meneer de schrijver in 1977. Samen reisden ze door Europa op zoek naar een plek waar ze zich thuis voelden. In 1958 ging hij naar Spanje met een beurs om aan de Universiteit van Madrid te studeren, maar na een jaar hield hij het hier voor gezien en besloot hij het in Parijs te proberen. Daar woonde hij zeven jaar. Na drie jaar te scheidde hij van Julia Urquidi. Hij keerde terug naar Lima, trouwde hier voor de tweede keer, ditmaal met Patricia Llosa in 1965, en vertrok met Patricia weer naar Europa. Hij woonde afwisselend in Parijs, Barcelona en Londen.

In 1962 publiceerde hij het boek Kroniek van de Cubaanse Revolutie, waarin hij zijn steun en het geloof in de Cubaanse Revolutie aan Fidel Castro betuigde. Maar in 1971 trok hij zijn steun terug en vanaf dit moment was hij overtuigd anti-communist. Achteraf gezien vindt hij zichzelf in de tijd dat hij Fidel steunde ‘jong en naïef’. Hij zegt zelf dat hij toen niet inzag dat het Fidel niet om oprechte vrijheid ging, maar alleen om zijn eigen macht. Behalve romans, is Mario Vargas Llosa ook literatuurcriticus en schrijft hij columns en essays voor kranten als El País en Le Monde. In zijn essays en lezingen heeft hij vaak een uitgesproken mening, de kritiek die hij daar op krijgt interesseert hem niet, zo vertelde hij in een interview in Vrij Nederland: ‘In mijn dankwoord voor de Jeruzalem Prijs, deed ik verslag van mijn eerste reis in Israël en Palestina, in 1977. ik vertelde dat de Palestijnen behandeld werden als tweederangsburgers, en dat de toestand niet verbeterd was. Er zijn Palestijnen die vast houden aan hun dwaze eis om het hele land voor zich op te eisen, maar ik ben het vooral oneens met de politiek van de Israëlische regering. Hadden ze gedacht dat ik in ruil voor de prijs zou zwijgen? Jammer, zo ben ik niet’, aldus Vargas Llosa.

In 1990 stelde hij zich kandidaat voor het presidentschap in Peru. Hij richtte de partij Movimiento Libertad op en voerde vol goede moed campagne. In zijn verkiezingsprogramma stonden een liberale economie en democratie centraal. Tegenstander Fujimoro kreeg nét wat meer stemmen, waardoor het presidentschap aan Vargas Llosas neus voorbij ging. Hij richtte zich weer volledig op het schrijven na deze tegenslag. Pas na de verbanning van Fujimoro naar Japan, keerde hij terug naar Peru. Momenteel woont hij afwisselend in Lima, Parijs en Madrid, en reist hij ook heen en weer tussen Washington DC en Mexico-Stad, waar hij werkt als docent. Met Patricia is hij nog steeds gelukkig getrouwd, samen hebben ze drie kinderen.

Na veertig jaar heeft Mario Vargas Llosa meer dan vijfentwintig boeken geschreven, waaronder romans, essays en verhalen. De lijst met prijzen die hij in ontvangst heeft mogen nemen hiervoor is oneindig. Dat zijn onder andere de Cervantes prijs in 1994 en de Príncipe de Asturias in 1986, twee belangrijke literatuurprijzen van Spanje. Ook wordt hij getipt voor de Nobelprijs voor de Literatuur. Sinds 1994 is hij lid van de Real Academia Española, het instituut van de Spaanse taal.

In zijn boeken staan het magisch realisme, waar Gabriel García Márquez en Julio Cortázar ook bekend om staan, centraal. Gabriel García Márquez en Mario Vargas Llosa zijn geen vrienden meer zoals jaren geleden: de onenigheid zou bestaan uit verschillende opvattingen en ideologieën: Márquez steunt Fidel Castro nog steeds, terwijl Llosa het regime op Cuba als een aflopende zaak beschouwt en daar aan toevoegt dat het regime van Fidel even erg is als dat van Pinochet in Chili was. Macht is vaak het thema in Llosa’s boeken. Dit thema komt terug in de vorm van dictators in het verhaal. In Vrij Nederland zegt hij dat hij er één van zeer dichtbij heeft meegemaakt: zijn vader, die hem naar de militaire academie stuurde.

Mario Vargas Llosa staat bekend om zijn kritiek op links. Zelf vindt hij dat onzin, de scheiding tussen links en rechts vervaagt steeds meer. Ook hij strijdt tegen armoede, discriminatie en de schending van mensenrechten. Tony Blair noemt hij niet links: ‘Hij is daar (in Groot-Brittannië) de enige liberaal’, net zoals hij de voormalige premier van Spanje Aznar niet rechts noemt: ‘Hij is heel erg opgeschoven naar het centrum’.

In 1966 besprak hij met een vriend, Eduardo González Viaña, de macht van literatuur: ‘Mario was er van overtuigd dat je met literatuur veel kunt bereiken in een land, soms wel meer dan met een leger. Hij zei dat je moet zorgen dat mensen na gaan denken over hoe ze leven en of ze daar iets aan willen veranderen’. Dit standpunt komt (indirect) terug in zijn interview met Vrij Nederland, daar zegt hij: ‘Saddam was nooit aan de macht gekomen zonder de Baath partij, Hitler niet zonder de Duitsers, Mao niet zonder de Chinezen en Fidel is gemaakt door de Cubanen’. Mensen hebben zelf deze dictatoren dus aan de macht geholpen, ze zijn (vaak) zelf verantwoordelijk geweest voor een verschrikkelijke dictatuur. Dat is een hard standpunt, maar wel de conclusie die hij er uit trekt. Met literatuur kun je dingen ook veranderen, heeft hij al vroeg ontdekt, en na zijn mislukte poging in de politiek zal hij via deze weg de wereld proberen te blijven verbeteren.

Het paradijs om de hoek. Het idee om te schrijven over Flora Tristán zat al in zijn hoofd sinds de jaren vijftig. Na het verliezen van het presidentsschap in Peru, besloot hij dat de tijd rijp was om het verhaal eindelijk te schrijven. Flora Tristán (1803) was een Franse socialiste van Peruaanse afkomst. Ze kwam op voor de vrouwen, en wilde de situatie voor hen en voor de arbeiders verbeteren, wat in die tijd een moeizame strijd was, zeker als vrouw. Mario Vargas Llosa ontdekte dat Flora de oma was van de Franse schilder Paul Gauguin, en besloot beide verhalen te vertellen. Gauguin vond Tahiti het paradijs, hij waardeerde de vrije en gelijkwaardige omgangsvormen tussen mannen en vrouwen. In Frankrijk werd juist op dit ‘primitieve gedoe’ neergekeken. De gelijkenis tussen twee levensverhalen van Flora en Gauguin zit hem volgens Vargas Llosa in het zoeken naar het paradijs, naar het volmaakte, hun leven lang. Het tragische is dat ze die beide nooit (echt) gevonden hebben, zeker Flora niet.

Dagboek Irak. Dit boek is, zoals de naam al zegt, een dagboek geschreven over Irak na de val van Saddam. Vier maanden nadat het regime was gevallen, reisde Mario Vargas Llosa samen met zijn dochter Morgana Vargas Llosa, fotografe, door Irak. In dit dagboek geeft hij weer wat hij er aantrof. Hij sprak met de mensen op straat om er achter te komen hoe het dagelijkse leven in Irak er nu uitziet.


Fleur Hoog Antink






Mario Vargas Llosa (°1936)

Links
mailto:f-hoogantink@zonnet.nl http://www.mvargasllosa.com
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be