Afghanistan, Irak, Oost-Congo, maar ook de jongen die een mes in het lijf krijgt omdat hij zijn mp3-speler niet wil afgeven, de vrouw die verkracht wordt door haar eigen man en het kind dat dag in dag uit vernederingen moet slikken. Onze wereld is inherent gewelddadig. De Nederlandse filosoof Hans Achterhuis schreef zijn magnum opus, Met alle geweld. Sinds Hannah Arendts in 1969 verschenen On Violence was het in de filosofische wereld verdacht stil over geweld. Er werd wel nagedacht over De Sade en Bataille, Sartre beval het geweld aan om een einde te maken aan de kapitalistische onderdrukking en zelfs het IRA en de Rote Armee Fraktion konden een paar wijsgeren voor hun kar spannen, maar een diepgravend en tegelijk breedvoerig boek over de bronnen en uitingen van het geweld werd er niet meer geschreven. Hans Achterhuis’ Met alle geweld heeft daar een mouw aan gepast. Op bijna achthonderd pagina’s beschrijft hij de mechanismen van het geweld, citeert hij zowat iedere filosoof die ooit iets over het geweld geschreven heeft, legt hij zijn oor te luisteren bij schrijvers als Tolstoj en Coetzee en komt hij tot het besluit dat de mens evolutionair gezien een gewelddadig wezen is, en dat wie deze gewelddadigheid probeert te onderdrukken met nog grotere problemen komt te zitten. Achterhuis houdt niet van reductionisten en systeembouwers die het hele bestaan tot een enkel principe weten te herleiden. Eén grote oorzaak achter het geweld om ons heen is er dan ook niet, beweert hij, maar hij heeft wel zes principes kunnen ontwaren die aan de oorsprong ervan liggen. Zo is er het doel-middeldenken dat de ander als een obstakel ziet voor het verkrijgen van iets; het mimetisch geweld dat voortspruit uit het geweld dat je om je heen ziet; de strijd om erkenning die nogal eens uitloopt in wat wij zinloos geweld noemen; het wij-zijdenken zoals dit in oorlogen tussen twee staten optreedt; de spanning tussen moraal en politiek die van de vijand een demon maakt die uitgeroeid moet worden; en de niet te ontkennen dierlijke natuur van de mens. Wanneer we de oorlogen overschouwen die momenteel gevoerd worden, lijken twee factoren van doorslaggevend belang te zijn, nationalisme en geloof, waarbij dan meer bepaald de monotheïstische religies de kroon spannen. Achterhuis: “Ik denk dat zulke religies wat geweld betreft inderdaad een stapje verdergaan dan het Griekse veelgodendom of iets dergelijks. Als mijn god de enige absolute god is en jij erkent hem niet, dan moet ik daar toch iets aan doen? Eerst wil ik je misschien nog bekeren, maar als dat niet lukt, zet ik je het mes op de keel. Het Christendom is dat vandaag wat kwijtgeraakt, maar inherent is die religie samen met het Jodendom en de Islam gewelddadig. Maar dat betekent niet dat we nu maar meteen met zijn allen die religies de rug moeten toekeren, want dan krijg je te maken met seculiere religies die minstens zo erg zijn, of misschien nog wel erger, zoals het Marxisme. Als je als individu in de weg zit van het wetenschappelijk socialisme dien je immers meteen uit de weg geruimd te worden.” En nationalisme? Hans Achterhuis: De grote misvatting van president Woodrow Wilson was dat de Eerste Wereldoorlog een oorlog zou worden die een einde zou maken aan alle oorlogen, want eindelijk zou iedere bevolkingsgroep zijn eigen land krijgen. Nou, dat hebben we in Europa dus geweten. Het verenigen van een natie rond taal en er vervolgens een geschiedenis bij construeren die teruggaat tot de Bataven - zoals wij Nederlanders doen - is iets vrij recents. En het blijkt sterk aan te spreken. Naar aanleiding van het uit elkaar vallen van Joegoslavië heeft Michael Ignatieff opgemerkt dat wanneer het centrale gezag wegvalt je als individu verplicht bent om te kiezen voor een bepaalde bevolkingsgroep. Als je tussen Serviër en Kroaat bleef zweven, werd je binnen de kortste keren uitgeschakeld. Ignatieff zegt dat we de zekerheden en veiligheden die nationale grenzen ons schenken nodig hebben om kosmopoliet te kunnen zijn, en dat vind ik een heel mooi punt. In het desintegrerende Joegoslavië besefte hij dat hij pas kosmopoliet kon zijn doordat hij een Canadees paspoort had. Of zoals Adriaan van Dis ooit opmerkte: ‘een American Expresskaart is ook niet slecht.’ (lacht) Kan geweld goed zijn? Hans Achterhuis: Geweld kan soms best wel goed uitpakken, ja, maar dat is nooit op voorhand te voorspellen. De gewelddadige rellen na de moord op Martin Luther King hebben volgens mij een grotere impuls gegeven aan de opheffing van de segregatie dan de geweldloze actie die de man voordien voerde. Ik wil geen propaganda voor geweld maken, maar je moet erkennen dat geweld ook iets positiefs kan voortbrengen. Kijk naar Zuid-Afrika. Nelson Mandela had volstrekt gelijk toen hij een gewapende tak van het al zo lang geweldloos werkende ANC oprichtte. Uiteindelijk heeft dat tot het nieuwe Zuid-Afrika geleid, ook al heeft het onderweg verschrikkelijke zaken in gang gezet. Zou humanitair ingrijpen in Oost-Congo een voorbeeld van goed geweld kunnen zijn? Hans Achterhuis: Op papier wel. Zo’n interventie is een geval van damned if you do and damned if you don’t, zei Dick Berlijn, de voormalige commandant van de Nederlandse strijdkrachten, tijdens de presentatie van mijn boek. Je kunt er geen goed doen. Als er ingegrepen wordt, gebeurt dit omdat er eigen belangen op het spel staan, en dan wordt Irak als humanitaire interventie verkocht. Als het echt nodig is, zoals nu in Darfur, dan wordt er niet ingegrepen. Onder Clinton werd berekend dat het leven van een Amerikaanse soldaat net zoveel waard was als dat van 70.000 Rwandezen en dat ingrijpen tijdens de Rwandese genocide dus niet aan te raden was. Wat ik over Congo weet is dat de VN-troepen daar een stevig mandaat hebben, heel anders dan in Srebrenica bijvoorbeeld, en dat ze redelijk bewapend zijn. Ze zouden dus in staat moeten zijn om Nkunda tegen te houden met de 17.000 VN-soldaten die ze hebben, maar dat gebeurt niet. Die mensen willen niet sneuvelen in Congo. Wat orde handhaven als beide partijen toestemmen in een staakt het vuren, dat wel. En dat vind ik dus heel pijnlijk, maar wel te begrijpen. Ook de Nederlanders wilden niet sneuvelen in Srebrenica. Misschien hadden ze daar Fransen moeten zetten in plaats van Nederlanders. Afgaande op hun traditie waren die wellicht de strijd wel aangegaan. Tijdens de presentatie zat er een generaal in de zaal. ‘Waarom grijpen we niet in in Birma’, vroeg hij. Waarop Dick Berlijn repliceerde: ‘In principe wel, want we hebben de plicht om mensen te beschermen, maar het is volstrekt absurd om te denken dat de VN een leger naar Birma zal sturen om dat land binnen te vallen en daar de onderdrukten te helpen.’ Dat gebeurt niet, net zomin als dat in Congo zal gebeuren. Daar willen de Amerikanen niet voor sneuvelen.” Wat zitten die troepen daar dan te doen? Hans Achterhuis: Ik ga niet zo ver als de Amerikaanse neocons die de hele zaak willen opdoeken, ik vind het nuttig dat er binnen de VN gepraat kan worden, maar het idee dat er via humanitaire interventies een nieuwe wereldorde zou kunnen ontstaan vind ik onzin. Dat is gewoon politiek realisme. Vanaf mijn studententijd was de filosoof Reinhold Niebuhr mijn held omdat hij een politiek realist was en een Christen socialist. Hij probeerde collectief en soms met een beetje geweld verbeteringen aan te brengen aan onze maatschappij. Voor Martin Luther King was hij een voorbeeld, net als voor Barack Obama vandaag. Idealisme is een gevaarlijk iets in de politiek. De realisten waren bijvoorbeeld tegen een oorlog in Vietnam, terwijl de idealisten er zo gauw mogelijk mee wilden beginnen. En hetzelfde gold voor Irak. Een realist als Samuel Huntington was tegen de inval, terwijl alle idealisten voor waren.” Wat zijn volgens u de oorzaken van het geweld in Oost-Congo? Hans Achterhuis: Dat is een combinatie van factoren. Een paar jaar geleden kwam Gunnar Heinsohn met het idee op de proppen dat genocides daar ontstaan waar er een groot overschot aan jonge mannen is. Volgens mij gaat dat ook voor Rwanda en Oost-Congo op. En er is natuurlijk de overbevolking van Rwanda, waar zes miljoen mensen op een oppervlakte wonen die ongeveer zo groot is als België. Dat kan natuurlijk niet in Afrika, waar veel meer mensen dan hier afhankelijk zijn van wat hun lapje grond opbrengt. Dat heeft bij de Rwandese genocide een rol gespeeld en dat zal het in Oost-Congo ongetwijfeld ook doen, naast het feit dat dit gebied rijk is aan grondstoffen natuurlijk. Het problematische is dat wij in het westen zulke oorlogen nog te veel vanuit een Europees verleden beschouwen. Van een oorlog tussen twee staten is er in Oost-Congo geen sprake. We hebben hier te maken met milities geleid door veldheren die bepaalde grondstoffen willen beheersen en maar al te goed weten dat ze in het oog worden gehouden. Soms creëren ze bijvoorbeeld bewust vluchtelingenstromen, want dan komt de hulpverlening op gang en kunnen zij veertig procent van alle goederen opeisen. De Europese ministers gaan nu wel praten met Congo en Rwanda, maar ik denk niet dat Nkunda naar de poppen van Rwanda danst. Die man heeft zijn eigen agenda. En van een Congolees leger is er überhaupt geen sprake meer. De situatie in grote delen van Afrika is nog het best te vergelijken met die van Duitsland tijdens de Dertigjarige Oorlog, waar af en toe wel eens een staat intervenieerde, maar voor de rest krijgsheren brandschattend rondtrokken, de soldaten niet betaald werden en deze dus zelf al plunderend in hun onderhoud moesten voorzien. Humanitaire interventies zijn voorbeelden van oorlogen die gevoed worden vanuit morele verontwaardiging. Dat is spelen met vuur, zegt u daar over. Hans Achterhuis: Het gevaar van beginnen met een morele politiek is dat je op den duur met een heel gewelddadige politiek eindigt. Wanneer je je vijand niet louter als politiek opponent ziet, maar wanneer je die ook haat, ben je tot alles in staat. Vandaag de dag lijkt het wel alsof er geen oorlog meer gevoerd kan worden zonder die morele component. Twee jaar geleden bleek uit een enquête dat maar liefst 83% van de Nederlanders denkt dat de Holocaust de centrale aanleiding was voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Zo kijken de meeste mensen vandaag dus naar oorlogen. Je kunt niet meer bekennen dat je een oorlog begint omdat je je oliebevoorrading veilig wil stellen. Vroeger kon dat zonder enig probleem, dat was een oorlog in staatsbelang, een lifeline for America, maar nu moet daar het stickertje’ humanitaire interventie’ op kleven. Wat doen we aan al dat geweld? Hans Achterhuis: Zeker niet streven naar de geweldloze utopie, want die veroorzaakt nog meer geweld dan ze voorkomt, zoals iedere utopie trouwens. Geweld is een evolutionair mechanisme dat voortvloeit uit onze menselijke natuur. We zijn immers een dier tussen de dieren en het idee dat we onze gewelddadigheid zouden kunnen uitroeien is gewoon kortzichtig. Het komt er dus op aan het geweld te beheersen en het niveau ervan zo laag mogelijk te houden in de samenleving. Hoe doen we dat concreet? Hans Achterhuis: Laat me een voorbeeld geven. Mijn vrouw en ik hebben onze kinderen naar een anti-autoritaire crêche gestuurd omdat we ervan overtuigd waren dat wanneer je je kinderen op een anti-autoritaire manier opvoedt er vanzelf mooie eigenschappen naar boven komen. Dat gebeurt dus niet. Wij dachten ook dat we speelgoedwapens zo ver mogelijk van onze zoon vandaan moesten houden, maar uit recent onderzoek blijkt dat dit helemaal niet zo’n goed idee is. Wanneer je van alles en nog wat streng verbiedt, maak je het alleen maar erger. Nee, probeer tegemoet te komen aan de fantasieën van je kinderen en laat hen die ook uitleven. Dat is beter dan hen het signaal te geven dat zij slecht bezig zijn. Hetzelfde geldt voor mannelijke agressie en seksualiteit. In het pamflet De man, zijn penis en het mes houdt Kristien Hemmerechts een pleidooi voor een wereld waarin mannen niet langer over geweld dromen of fantaseren. Ze eist een geweldloze seksualiteit. Dat vind ik klinkklare onzin. Dat geweld is er en door het te bestrijden wakker je het alleen maar aan. Ik zeg niet dat je als man zomaar de straat mag opgaan om iemand te verkrachten, maar het idee dat je de hersenspinsels die daarover bestaan kunt uitroeien, vind ik gevaarlijk. Wat is er mis aan een beetje fantasie af en toe?
Hans Achterhuis Linksmailto:marnixverplancke@skynet.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|