Veel moslims zijn het terrorisme beu

interview vrijdag 28 april 2006

Yasmine Allas

Er broeit wat onder de moslimvrouwen in het Westen. Ze laten zich steeds kritischer uit over hun weinig benijdbare positie binnen de islam. Het gaat niet alleen om de zelfverzekerde politica Ayaan Hirsi Ali, maar ook om activistes en auteurs als Chahdortt Djavann, Fadela Amara, Nahed Selim, Naema Tahir, Naima El Bezaz en Irshad Manji. Bij hen heeft zich nu ook de schrijfster Yasmine Allas gevoegd. Allas werd in 1967 geboren in Somalië. Haar vader werd vermoord toen ze tien was. Ze vluchtte naar het buitenland en kwam in 1987 via België in Nederland terecht, waar zij onder meer als actrice werkte. Ze acteerde bij verschillende gezelschappen en trad op met een soloprogramma. In 1998 debuteerde ze als schrijfster met de succesvolle roman Idil, een meisje. Haar tweede roman De generaal met de zes vingers (2001) werd in de literaire kritiek buitengewoon lovend ontvangen. Haar derde roman De blauwe kamer (2004) vertelt het aangrijpende verhaal van twee jonge vrouwen. Ditmaal komt ze uit de hoek met een indrukwekkend manifest Ontheemd en toch thuis waarin ze snoeihard uithaalt naar de misstanden binnen de moslimgemeenschap. Dirk Verhofstadt had een interview met haar in Amsterdam.

Hoe ben je in Nederland terecht gekomen?

Yasmine Allas: Ik wou als jong meisje weg uit Somalië. Het was mijn bedoeling om naar Canada te trekken maar via België kwam ik eerst terecht in Nederland en dat land wou ik absoluut bezoeken. Mijn opa was een zeeman en die vertelde thuis steeds over Holland. Hij beschreef het land als één grote boerderij met prachtige koeien en kleurrijke tulpen en hij beweerde dat de vrouwen er in de zomer uit de kleren gingen. Dat wou ik wel eens zien maar het bleek om vrouwen te gaan die in badpak op het strand lagen te zonnen (lacht). Zo ben ik als bij toeval in 1989 hier terecht gekomen.

Waarom besloot je om in Nederland te blijven?

Yasmine Allas: Het was liefde op het eerste zicht. In Amsterdam voelde ik me meteen thuis en had ik voor het eerst het gevoel een vrij individu te zijn. Daarop ben ik snel taalles gaan volgen want de kennis van de taal is een essentiële sleutel om je als nieuwkomer hier te vestigen. Integratie zonder kennis van de taal is immers onmogelijk. Ik zocht ook snel contact met mensen van hier om het Nederlands zo goed mogelijk onder de knie te krijgen want ik wou de toneelschool volgen. Ik acteerde bij verschillende gezelschappen en trad op met een soloprogramma. Nadien voelde ik de behoefte om romans te schrijven.

Je eerste roman ‘Idil, een meisje’ gaat over een meisje dat wordt uitgehuwelijkt aan een vieze, oude man die haar misbruikt en mishandelt. Idil ontmoet later een blanke, ongelovige man die zij heel aardig vindt, waarop haar man hem vermoordt. Is dit gebaseerd op feiten?

Yasmine Allas: Neen, het is fictie en al helemaal niet autobiografisch. Maar toen ik dit boek schreef zat ik met allerlei vraagtekens over de islam, over het gebrek aan vrijheid om zelf je levenspartner te kiezen, over de besnijdenissen van meisjes, over het feit dat je als vrouw weinig of niets te vertellen hebt over je eigen lichaam. Al die zaken zaten me dwars en vanuit die frustratie is mijn eerste roman er als vanzelf gekomen. Reeds als jong meisje was ik begaan met de vrijheid van elk individu en het recht om zelf keuzes te maken in het leven. Die ideeën vind je natuurlijk terug in mijn boek. Zo wou ik het ook hebben over de liefde. Voor mij heeft liefde niets te maken met geloof of kleur, het is een hoogst persoonlijke beleving.

Uit je roman ‘De generaal met de zes vingers’ onthoud ik de moeilijkheden die migranten hebben om zich hier te integreren. Hoe sta je tegenover de toenemende roep naar assimilatie van nieuwkomers?

Yasmine Allas: Er is iets heel raars aan de hand in dit land. Mijn familie heeft van nabij meegemaakt hoe ze als vluchtelingen destijds werden opgevangen. Toen stonden de meeste Nederlanders met een groot hart klaar om te helpen. Ze wilden de nieuwkomers op alle manieren ten dienste zijn, hen opvoeden, zelfs hoe ze op een wc-pot moesten zitten. Maar niemand vroeg je om de taal te leren en niemand vroeg je om iets te kennen van de Nederlandse cultuur. Die cultuur bestond volgens hen helemaal niet en de taal leren was niet nodig want iedereen sprak toch Engels. ‘Doe maar aan’, zo zei men. Onder Pim Fortuyn keerde die houding compleet. Plots klonk het: ‘Je bent Nederlander of je bent het niet’ en ‘Hoe komt het dat je onze taal niet kent?’ Plots was er geen begrip meer voor eigen normen, waarden en geloof. Het was een ware omslag van een open naar een gesloten samenleving.

Hoe is die omslag er volgens jou gekomen?

Yasmine Allas: Nederland was steeds een open samenleving, tolerant, nieuwsgierig en met de blik naar buiten gericht. Maar sinds 11 september, de moord op Pim Fortuyn en nadien op Theo Van Gogh is de angst binnengeslopen. We kennen nu een vorm van ontwijking. In plaats van elkaar echt te leren kennen en naar elkaar te groeien trekt iedereen sinds die gebeurtenissen zich terug op zichzelf en ontwijken we elkaar. En de Nederlandse politiek speelt daar gretig op in, in de stijl van ‘wie niet voor ons is, is tegen ons’. Kijk maar hoe ons integratiebeleid zo radicaal veranderd is. Weet je, ik heb er al die jaren dat ik in Nederland was nooit bij stilgestaan dat ik een Somalische vrouw was. Maar door die terroristische aanslagen en moorden werd ik plots gedwongen om ‘kleur’ te bekennen. Vanaf dan zaten we in een positie van ‘wij’ tegen ‘zij’.

Voelde je zich ook in een hoek gedrumd?

Yasmine Allas: Zeker en vast. Opeens voelde ik me een islamitische vrouw, alhoewel ik mij voordien nooit aldus beschouwde. Ik was Yasmine, een vrij individu, en geen onderdeel van een of andere groep. Ik voelde mij een schrijfster die boven het maatschappelijk debat stond, maar plots drong men door tot in mijn hersenen. Iedere dag opnieuw, via dagbladen, radio en televisie, sprak men over ‘de allochtonen’, over ‘de islamieten’ en over ‘zij’. Plots werd ik in een kamp geduwd. Ongewild. En net daarom heb ik beslist om er nu ook over te spreken en te schrijven. Vandaar dit manifest Ontheemd en toch thuis. Omdat ik niet langer wil zwijgen.

Op 2 november 2004 werd Theo Van Gogh op klaarlichte dag vermoord door Mohamed B. Hoe heb je die dag ervaren?

Yasmine Allas: Die dag was ik in Utrecht voor een vergadering en mijn mobieltje stond af. Pas tijdens de pauze zag ik 45 berichten dat ik dringend moest terugbellen omdat er iets heel naars gebeurd was. Mijn man vertelde me dat Theo Van Gogh vermoord was en ik wou hem eerst niet geloven. En toen ik het wel geloofde hoopte ik dat het niet door een islamiet was. Maar al snel werd duidelijk dat de dader een djellabah droeg en uit islamitische hoek kwam. Het leek of het plafond op mijn hoofd terecht kwam en toen dacht ik: ‘het wordt oorlog’. De situatie was toen heel explosief en er heerste enorme paniek.

Je noemt jezelf een ‘zwarte liberale moslimvrouw’. Wat bedoel je daarmee en hoe staat men daar tegenover binnen de moslimwereld en bij de autochtone Nederlanders?

Yasmine Allas: Ik wil een individu zijn die aan niemand toebehoort. Dat gebeurt niet vanzelf. Zeker als moslimvrouw moet je vechten voor de vrijheid waar je als mens recht op hebt. Het recht om zelf te bepalen wat je met je leven doet. Dat bedoel ik met een ‘liberale’ vrouw. Maar tegelijk betekent het respect opbrengen voor andersdenkenden. Ik ben islamitisch maar dat is mijn privé zaak en ik zal mijn geloof niet opdringen aan anderen. Ook als jong meisje kwam ik op voor mijn vrijheid en mijn moeder vroeg zich af wat ze had misgedaan dat ik zo buiten de lijntjes liep.

Hoe reageerde ze toen je in Nederland huwde met een ongelovige man.

Yasmine Allas: De dag ze naar Nederland kwam had ik me uren lang gedoucht en allerlei lekkere geurtjes aangedaan om mijn familie op te vangen. Maar toen ik haar omhelsde zei ze me dat ik vreemd rook. ‘Je bent onrein’, zo zei ze. Ik wist meteen hoe laat het was. Ze zag me niet meer als haar dochter van vroeger. Ik was een van de eerste Somalische vrouwen die met een Nederlandse man trouwde. Mijn moeder vond het uiteindelijk goed als hij zich maar tot de islam bekeerde. Dat heb ik haar meermaals beloofd maar toen ik op de trein naar mijn huis terugkeerde dacht ik: waarom zou ik hem bekeren? Ik was net op die man gevallen omdat hij was wie hij was, een ongelovige atheïst. Uiteindelijk ben ik burgerlijk getrouwd maar dat wist mijn moeder niet, dat heb ik haar pas nadien gezegd. Voor haar gold dat echter niet. Voor haar beging ik een zonde omdat ik met iemand samenleefde. Maar ik was zo blij toen ik voor de gemeenteambtenaar stond en dat ik luidop kon roepen ‘ja, ik wil hem’. Dat is pas de ultieme vrijheid.

Je schrijft dat moslimmannen in de Arabische wereld en in Afrika zich realiseren dat hun macht verschuift naar de vrouwen. Waaraan zie je dat en is dat de reden voor de toenemende radicalisering onder moslimmannen?

Yasmine Allas: Veel moslimmannen zijn in paniek want de vrouwen die ze al die tijd als domme schapen in een hok vasthielden, hebben de vrijheid geroken. Die hebben het groene gras aan de overkant gezien en ze kunnen dat niet meer tegenhouden. En dat groene gras staat symbool voor kennis. Dat is een belangrijke reden waarom die mannen nu radicaliseren. Moslimvrouwen zijn lang bang geweest en hebben veel vernederingen moeten ondergaan. Maar langzamerhand en stilletjes zijn ze beginnen uitbreken. En diezelfde evolutie stellen we ook vast onder moslima’s in het Westen. Ze stellen hun vaders gerust dat ze niets verkeerds gaan doen, kunnen zo studeren en dan ontdekken ze de wereld. Het is opvallend dat het vooral de moslimmeisjes zijn die in Nederland, België en andere Europese landen naar school gaan, studeren en een diploma halen.

Tegelijk zie je toch dat het aantal hoofddoekjes onder moslima’s toeneemt. Is dat dan geen contradictie?

Yasmine Allas: Het klopt dat heel wat van die moslimvrouwen, ook hoogopgeleiden, de hoofddoek gaan dragen. Zolang ze mij daar niet toe dwingen heb ik daar geen enkele moeite mee. Dat bewust dragen van de hoofddoek komt ondermeer omdat die vrouwen zich hier niet meer op hun gemak voelen. Ze worden voortdurend gedwongen om te kiezen voor de Nederlandse gemeenschap. Veel vrouwen hebben het gevoel dat deze maatschappij hen niet wil, trekken zich terug in hun eigen ‘veilige’ groep en kiezen voor een soort collectieve identiteit. De harde regels en de harde taal van de voorbije jaren maakt moslima’s sterk bewust van hun eigen islamitische identiteit. Na de gebeurtenissen van 11 september en de moorden op Fortuyn en Van Gogh heeft men die mensen in een hoek geduwd terwijl men ze net had moeten uitnodigen.

Maar die regels zijn toch gericht op een betere integratie van de nieuwkomers en niet om ze af te stoten?

Yasmine Allas: Elke nieuwkomer moet zich afvragen: ‘wat kan ik voor dit land betekenen’? Integratie kan nooit vrijblijvend zijn, er moeten eisen gesteld worden. Meer nog, het is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van diegene die naar hier gekomen is om inspanningen te doen en om de taal te leren. Dan moet je aanvaarden dat je in een totaal andere cultuur leeft en dat je kinderen in deze samenleving zullen opgroeien. Dat betekent dat je de eigen identiteit die je hebt meegekregen voortdurend moet bijstellen. Want het gaat niet alleen om jou maar ook om je kinderen. Elk kind heeft recht om zijn eigenkeuzes te maken. Ik hoop dat ouders dat goed realiseren en hun kinderen die ruimte gunnen.

Heel wat kinderen hebben die keuzemogelijkheid niet. Integendeel ze moeten al heel jong een hoofddoek dragen en trekken naar aparte islamitische scholen.

Yasmine Allas: Dat klopt en dat zorgt voor een toenemende segregatie in onze samenleving. Na alles wat gebeurd is zou je verwachten dat de overheid ervoor zou zorgen dat mensen meer onder elkaar gemengd worden. Nu gebeurt het tegenovergestelde. Mensen keren terug in hun eigen gemeenschappen, eigen scholen, eigen winkels, eigen woonzones. Een kind uit zo’n wijk gaat dan naar een islamitische school en daar begint de segregatie. Kinderen die op islamitische scholen zitten, leren geen autochtone leeftijdsgenoten kennen, alleen moslims. Als die kinderen later in de samenleving komen dan kennen ze de Nederlandse wereld niet. Eigenlijk zou het beter zijn dat er geen aparte scholen bestonden, geen katholieke en geen islamitische, maar enkel openbaar onderwijs.

Jouw zus groeide net als jij op in Nederland, maar zij wil dan weer weg.

Yasmine Allas: Mijn zus heeft voor arts gestudeerd maar op een dag begon ze volledig vrijwillig een niqaap te dragen, zo’n doek waardoor je alleen maar de ogen ziet. Zij is intussen getrouwd met een Somalische man, dwingt hem om vijf keer per dag te bidden en volledig volgens de islam te leven. Binnen enkele weken gaat ze weg uit Nederland om zich in Kenia te vestigen. Ik heb daar veel respect voor want het is haar eigen beslissing. Ze meent dat ze hier niet gelukkig kan zijn en neemt dan ook haar verantwoordelijkheid om elders te wonen en niet de schuld te leggen bij de Nederlanders.

Je houdt in je boek een pleidooi voor seksuele vrijheid voor moslimvrouwen. Wat is het huidige probleem en wat wil je daarmee bereiken?

Yasmine Allas: Het grote probleem is die verplichte maagdelijkheid. Opmerkelijk is ook dat moslimvrouwen zelf dit instandhouden ten aanzien van hun familie en hun kennissen. Heel wat moslima’s hebben natuurlijk voorhuwelijkse betrekkingen gehad maar dan wordt er alles aan gedaan om op de huwelijksnacht te simuleren dat ze nog maagd zijn. Ik denk dat op dit vlak heel wat te winnen valt voor moslimvrouwen. Er bestaat nu eenmaal behoefte om seks te hebben. Als we net als mannen zouden zeggen dat alles ons door Allah is gegeven en dat alles wat je meemaakt door Allah is bedacht, dan heeft Allah ons ook die behoefte aan seks gegeven. Waarom mag ik dan geen seks hebben? Natuurlijk wil ik niet zeggen dat vrouwen losbandig moeten zijn maar geef verliefdheid en de lichamelijke behoeftigheid tenminste een kans. Ik ben ervan overtuigd dat als je moslimmeisjes wat meer vrijheid zou geven dat ze nog steeds heel loyaal zullen zijn tegenover hun ouders en zullen wachten om seks te hebben. Maar net omdat ze zo onder druk staan, niet op straat mogen lopen en geen verkering mogen hebben, doen ze het heimelijk en onoprecht. Hun broers mogen dat intussen allemaal wel. Mijn oma zei ook steeds: ‘de wereld is voor God en voor de mannen’.

Is een modernisering van de islam volgens jou mogelijk? Kan er wel een islam bestaan zonder de aanvaarding van een reeks dogma’s?

Yasmine Allas: Ik ben er echt van overtuigd dat de islam zich alleen van binnenuit kan moderniseren. Er zijn heel veel moslims die zich niet kunnen herkennen in de gewelddadigheid van het moslimterrorisme. Zij zijn dat fanatisme grondig beu en willen vreedzaam kunnen leven met anderen. En die groep wordt steeds groter. Het probleem is echter dat ze door de ganse wereld in dezelfde hoek worden geschoven als de fundamentalisten. Nu voelen alle moslims zich aangevallen en moeten ze aan dezelfde kant gaan staan met terroristen waar ze niets mee te maken willen hebben.

Vroeger schreef je alleen romans, maar met dit manifest stap je wel mee in het politieke en maatschappelijke debat. Ben je de laatste jaren veranderd?

Yasmine Allas: Ik dacht vroeger dat ik me achter mijn laptop kon verschuilen en gewoon wat boeken schrijven. Maar intussen zijn er heel akelige dingen gebeurd. En nu wil ik meer in het maatschappelijke debat treden.

Je spreekt zelden over je ouders. Jouw vader stierf toen je tien was en je moeder leefde lange tijd in Nederland. Hoe stond zij tegenover jouw levenswijze?

Yasmine Allas: Mijn moeder heeft door de oorlog in Somalië haar huis, haar land en alles wat ze tijdens haar leven had opgebouwd, moeten achterlaten. Die vlucht heeft zij nooit kunnen verwerken. Ze kwam hier terecht in een land dat ze niet kende en waar ze helemaal niet wilde zijn. Weet je dat ze nooit haar koffer heeft uitgepakt? Ze kwam in 1991 naar hier en wou zo snel mogelijk terug. Later is ze hier naar de taalles geweest en leerde ze enkele Nederlandse vriendinnen kennen. Alles verliep goed en de kinderen gingen naar school, eigenlijk hadden we een aangenaam leven. Maar op een dag begon ze op vrijdag naar de moskee te gaan om er te bidden en kwam ze terug met geluidsbandjes waarop uitleg over de koran stond. Toen ging ze kleren voor zichzelf maken die steeds dikker en langer werden. Op een dag zei ze mij dat ze hier de ware islam had ontdekt. Blijkbaar had ze heel moeilijk dat haar kinderen haar ontglipten, dat ze een eigen weg insloegen en dat het gezin niets meer voorstelde. Steeds meer luisterde ze naar die bandjes met angstaanjagende teksten over hoe je als vrouw in de hel komt als je niet gehoorzaamt. Vreselijke mannenstemmen die met hun geschreeuw als het ware een geweer op het hoofd van de luisteraar drukten. Ze liet me die bandjes horen om mij op het rechte pad te krijgen – althans in haar ogen – maar ik kreeg er kippenvel van. Het bezorgde me een schuldgevoel. Telkens als ik haar huis verliet vroeg ik me af wat ik fout had gedaan. Tussen mijn moeder en mijzelf zat die gillende man op die bandjes. Zij leed voor mij want ze dacht dat ik in de hel zou belanden.

Denk je dat jezelf in de hel terechtkomt?

Yasmine Allas: De islam verbiedt je om te moorden, te stelen of anderen te benadelen. Dat doe ik niet. Ik beschouw mezelf als een keurige, goede moslimvrouw. Dus kom ik in het paradijs terecht (lacht).


Interview door Dirk Verhofstadt



Yasmine Allas, Ontheemd en toch thuis, De Bezige Bij, 2006

Yasmine Allas

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

4de Karl Popperlezing met Hans Achterhuis

Deze lezing vindt plaats op dinsdag 5 oktober om 20u in het Liberaal Archief, Kramersplein 23 te Gent. Na de lezing is er een receptie. Toegang is gratis, maar gelieve wel in te schrijven op verhofstadt.dirk@telenet.be.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be