Het is de schuld van de wet van de cité

interview vrijdag 11 november 2005

Fadela Amara

De afgelopen dagen had ze amper een ogenblik om te eten, maar nu het wat rustiger is in de getto’s lukte het Fadela Amara (40) tijd vrij te maken om zich te laten fêteren in België. Woensdag 9 november ontving ze voor haar werk de Burgerschapsprijs 2005 van de stichting P&V, volgende week krijgt ze een eredoctoraat van de ULB. Maar de voorzitster van de organisatie Ni Putes Ni Soumises zou liever zo snel mogelijk weer het terrein op gaan. Ayfer Erkul had een interview met haar voor het dagblad De Morgen.

Fadela Amara: Waar we nu mee opgezadeld zitten, is een groot bouwwerf waar opnieuw moet worden gebouwd. Maar met andere stenen dan vroeger.

U bent zelf geboren en getogen in een bidonville. Begrijpt u de jongeren van de getto’s die de afgelopen weken auto’s in brand staken en politie en burgers aanvielen?

Fadela Amara: Natuurlijk! Organisaties als de onze waarschuwen al jaren voor dit soort uitbarstingen. Werkloosheid, uitzichtloosheid, discriminatie... De oorzaken zijn niet nieuw. Toen ik jong was, rebelleerde ik tegen hetzelfde onrecht en stelde ik ook mijn eisen aan de Franse regering. Maar wij maakten destijds gebruik van de werktuigen van de republiek. Wij trokken de straat op in grote betogingen, schreven media aan, lobbyden bij ministers. Daar zit het verschil met onze strijd. De huidige rellen, die ik trouwens met klem veroordeel, zijn het resultaat van een proces van zelfvernietigingsdrang dat al jaren heerst in de getto’s. De jongeren eisen geen tegensysteem meer dat ook hen rechtvaardigheid biedt; zij maken alles kapot. Scholen, crèches, bedrijven in de omgeving. Dat is niet alleen sociale zelfmoord, tegelijk worden daardoor de meest kwetsbaren in deze gemeenschap getroffen: de meisjes en de homo’s. En de publieke opinie heeft zich volledig tegen die jongeren gekeerd.

Dachten de relschoppers dan begrip te krijgen voor het in brand steken van auto’s en scholen?

Fadela Amara: Ik wil hier beklemtonen dat het begin van de rellen niet werd veroorzaakt door delinquenten. Het waren vrienden, sympathisanten en familie van de twee jongens die werden geëlektrocuteerd. Voor het overgrote deel zijn het minderjarige jongens die nooit eerder in aanraking met het gerecht kwamen. Het is geen racaille, maar probeer de Franse bevolking daar nu maar eens van te overtuigen. Iedereen dacht dat de rellen snel zouden stoppen. Maar heel snel sloegen ze over op andere banlieues en daarna op andere steden. En dat is het werk van het echte geboefte. Drugshandelaars, gangsters maar ook (geagiteerd) en zeker de islamisten van de banlieues, die hun uiterste best doen om de rellen te recupereren. Dat is pas geboefte.

U heeft daarbij herhaaldelijk verwezen naar de UOIF, de unie van islamitische organisaties in Frankrijk.

Fadela Amara: Die probeert al een tijdje opnieuw in het openbaar te treden, nadat ze vorig jaar in een hoekje was gedrongen tijdens het grote debat over de openbaarheid van religie. Uiteindelijk was iedereen, behalve de unie, het erover eens dat religie privé is en niet openbaar. Terug naar af dus voor de UOIF, die al jaren bezig was om een politieke islam te promoten in de verpauperde buurten van het land. Na de rellen zagen ze hun kans. Niet alleen riepen ze op tot kalmte, maar de voorzitter kwam zelfs met een heuse fatwa. Alle moslims moesten zich onthouden van gewelddaden, zo klonk het. (verontwaardigd) Begrijp je wel, álle moslims. De UOIF ging volledig voorbij aan het feit dat het niet alleen maar moslims waren die deelnamen aan de rellen. Er waren veel moslims, ja, maar ook jongeren die volledig lak hadden aan religie, katholieken en zelfs joden. Maar als de islamisten kunnen stigmatiseren, zullen ze het niet laten. Des te groter is hun winst op termijn, wanneer de bevolking de moslims met een scheef oog gaat bekijken. Dit soort islamistische organisaties is steeds sterker geworden in de quartiers. Ik ben praktiserend moslim, dus niemand kan mij vijandschap tegen deze godsdienst verwijten. Maar je ziet bijvoorbeeld steeds meer gezinnen een zelfverklaarde imam opzoeken om sociale geschillen in de buurt te regelen. In de jaren negentig heb ik vaak meisjes verdedigd die een hoofddoek wilden dragen. Ik vond dat ze dat recht hadden en dat we hen niet mochten uitsluiten. Enkele jaren geleden ben ik teruggekomen op die mening. Net omdat die hoofddoek een vorm van recuperatie is. Tijdens rellen waarbij allochtone jongeren betrokken zijn, wijst men vaak naar de ouders omdat die hun verantwoordelijkheid niet nemen.

Wat vindt u daarvan?

Fadela Amara: Ik heb medelijden met de ouders die hun kinderen auto’s in brand zagen steken en met stenen zagen gooien. Het is triest voor hen. Zij hebben die jongens bepaalde waarden meegegeven. Vandalisme was daar niet bij. Maar de omstandigheden zorgden ervoor dat de kinderen opgroeiden tot gewelddadige tieners. Bekijk het eens van hun kant: al jaren zegt men tegen hen: jullie zijn schuldig. Schuldig omdat ze werkloos zijn, omdat ze wonen in een rotte buurt, omdat ze hun kinderen niet de baas kunnen, omdat ze het geld niet hebben om hun kinderen cultuur bij te brengen. Ik ken de cités door en door en geen enkele ouder zal te gen zijn kind zeggen dat het zich moet prostitueren of een drugshandeltje moet opzetten om geld binnen te brengen. Dat is de schuld van de wet van de cité. Pas op: ik maak geen slachtoffer van de ouders niet, zeker niet. Zij moeten stoppen met toekijken, zij moeten van passieve naar een actieve burger evolueren. Maar daar hebben ze hulp bij nodig. Zodat ze hun verloren autoriteit terug kunnen winnen.

De laatste dagen wordt vaak geroepen dat het Franse integratiemodel naar de knoppen is...

Fadela Amara: (onmiddellijk en gedecideerd) Non, pas du tout. Het integratiemodel op zijn Frans heeft gewerkt. Niet voor iedereen, maar toch voor een overgrote meerderheid. We beschouwen ons allemaal als burgers die dezelfde rechten verdienen. Er is een middenklasse van allochtonen, die heel divers is. Behalve in een aantal probleemgebieden verloopt de samenleving goed. Het Franse model is volgens mij een van de beste die er bestaat. Liever leef ik in een laïcistische republiek waar ik kan strijden tegen de disproporties dan in een communautaristische maatschappij zoals het Angelsaksisch model, waarin de cultuur van de andere erkend wordt en waar de etnische minderheden zichtbaar zijn, maar waar evenzeer discriminatie bestaat en ook gettoïsering niet wordt uitgesloten. Het is naar dat model dat de Franse getto’s langzaam maar zeker evolueren. Dat is jammer, want zo verliezen wij de mogelijkheid om onze rechten op te eisen als burgers en niet als leden van een gemeenschap.


Interview door Ayfer Erkul



Dit interview verscheen in De Morgen van donderdag 10 november 2005

Fadela Amara

Links
http://www.niputesnisoumises.com/
Share |

4de Karl Popperlezing met Hans Achterhuis

Deze lezing vindt plaats op dinsdag 5 oktober om 20u in het Liberaal Archief, Kramersplein 23 te Gent. Na de lezing is er een receptie. Toegang is gratis, maar gelieve wel in te schrijven op verhofstadt.dirk@telenet.be.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be