Religie is als muziek of poëzie

interview vrijdag 05 februari 2010

Karen Armstrong

In haar nieuwste boek, De kwestie God, beschrijft Karen Armstrong religie als een activiteit eerder dan een theorie. Vanaf de eerste getuigenissen, ontstaan ten tijde van de grotschilderingen van zo’n 15.000 jaar geleden, bleek reeds dat religie en het maken van kunst hand in hand gingen. Het was een manier om al doende met de wereld om te gaan en dus zeker geen reeks wetten en regels. Het Judaïsme en de Islam zijn altijd religies van de praktijk gebleven, maar met het Christendom is het in de ogen van Armstrong vanaf de vierde eeuw mis beginnen gaan. Waar het daarvoor een levensfilosofie inhield, werden vanaf dan een aantal mystieke geloofsstellingen geponeerd die deze religie de weg van de rationaliteit opdreef, met haar eigen ondergang als gevolg.

Luther waarschuwde nog wel voor de irrelevantie van rationele godsbewijzen en Pascal kon er maar niet over zwijgen dat God geen klokkenmaker was maar wel een kwestie van het hart, maar het kon allemaal niet meer baten. Door van het Christendom een rationele kennistheorie te maken gaven de theologen de filosofie en de wetenschap vrij spel, waardoor Diderot in de achttiende eeuw al kon beweren dat het belangrijk was het verschil te weten tussen peterselie en dollekervel, maar dat het wel of niet geloven in God volstrekt geen nut had. En zo werd het kind met het badwater weggegoten, aldus Armstrong, want door de religie opzij te schuiven, weerklonk ook de boodschap van de compassie niet meer.

“Hij is het onnoembare,” zegt ze wanneer we haar peilen naar wat God dan wel is, “De menselijke geest heeft de merkwaardige eigenschap om nogal vlug over te stappen op het transcendente denken en het concrete achter zich te laten. Denk bijvoorbeeld aan het beluisteren van muziek. Daarbij ervaar je kennis die niet afhankelijk is van empirisch bewijs of logica. Hetzelfde kun je van poëzie zeggen. Die zoekt de grenzen van onze natuurlijke taal op en het is vaak niet precies meer te duiden wat de dichter zegt. Goede theologie zou gelijkaardig moeten zijn. Die moet geen beweringen doen, maar ze moet je als mens naar de grenzen van het ken- en zegbare begeleiden.”

Sommigen beweren helemaal geen nood te hebben aan dat transcendente.

Karen Armstrong: Dat is mogelijk, maar religie heeft ook nog een andere component. Ze maakt het ons makkelijker om te gaan met levensvragen die geen makkelijk antwoord kennen. In de filosofie en de religie zijn er geen goede antwoorden, zoals je die in de wetenschap wel hebt. De vragen die Plato zich stelde staan vandaag nog steeds open. We zullen allemaal sterven en dat is voor sommigen moeilijk om mee om te gaan. We ervaren allemaal verdriet en wanhoop. Religie helpt ons deze transcendente facetten van ons bestaan handelbaarder te maken. Wanneer ons ego zich bedreigd voelt kan het bijzonder agressief uit de hoek komen. Religie kan een manier zijn om dat ego te overstijgen, waardoor we sereen leren omgaan met ons verdriet en onze pijn.

Dat kun je met filosofie toch ook?

Karen Armstrong: Waarschijnlijk wel ja, maar de klassieke filosofie, zoals die uit de Griekse oudheid veronderstelde een gedisciplineerde levensstijl. Het was geen abstracte metafysische speculatie of linguïstische haarklieverij zoals we dat vandaag kennen. Filosofie was een activiteit. Op de vraag wat rechtvaardigheid is, antwoordde Socrates bijvoorbeeld met de opmerking dat dit niet uit zijn woorden, maar wel uit zijn handelingen bleek. En in die zin heeft de klassieke filosofie iets religieus. Ook religie is immers een activiteit, een ethisch verantwoorde manier van leven, en als ze dat niet is, komt ze niet verder dan een zich zelfgenoegzaam wentelen in het eigen ego, wat weinig met religie te maken heeft. Voor zover filosofie je aanzet tot compassie zie ik dus geen enkel probleem.

Is religie niet iets voor onzekere mensen die op zoek zijn naar een houvast?

Karen Armstrong: Dat is een grote denkfout aangezien religie geen zekerheid verschaft. Religie helpt je omspringen met je onzekerheid, maar ze geeft geen antwoorden. Je gaat niet automatisch naar de hemel wanneer je gelooft. Uit mijn jaren in het klooster herinner ik me nog levendig de doodstrijd van een paar nonnen. Die vochten als leeuwen tegen de dood, ook al geloofden ze dat ze nadien bij God zouden belanden. Het beest zit in ons en het laat zich moeilijk in slaap sussen met verhaaltjes over rijstpap met gouden lepeltjes. Religie kan ons dat soort zekerheid niet verschaffen, maar toont precies wat we niet weten. De grote fout van de theologen die ten tijde van Newton op de kar van de wetenschap sprongen was precies dat ze ervan uitgingen dat religie zekere antwoorden diende te geven. De theologen wilden aan de spits van het culturele gebeuren staan en waren heel erg geïnteresseerd in de nieuwe wetenschap. En dat was ook eeuwen eerder al zo geweest. Kijk bijvoorbeeld naar Thomas van Aquino die het Christendom koppelde aan wat toen je van het was op kennisvlak, namelijk de filosofie van Aristoteles. Ik denk dat de theologen in een roes raakten. Die nieuwe wetenschap zou hen God immers leren kennen via zijn schepping, en zeg daar maar eens nee tegen. Alleen maakten ze zichzelf op die manier op een paar eeuwen tijd volstrekt overbodig, want Newton had God nog nodig in zijn wereldvisie, maar voor Laplace was dat ten tijde van Napoleon een overbodige hypothese geworden. Door die wetenschap te omarmen gingen zij echter lijnrecht in tegen de onzekere natuur van de religie. En dat zie je ook in de Bijbel. Die spreekt zichzelf op zowat iedere pagina tegen, maar hij is dan ook nooit bedoeld geweest als een letterlijke weergave van de werkelijkheid. Zo is men hem pas de voorbije paar eeuwen gaan lezen. Het is een verzameling teksten die uit verschillende tijden en plaatsen komen. Hij is een soort boekenkast. Daarin staan ook verschillende boeken die zichzelf tegenspreken. Dat vond men helemaal niet erg toen men de Bijbel samenstelde. Kijk bijvoorbeeld naar het Nieuwe Testament. Daar staan vier evangeliën in en ze geven vier verschillende beelden van Jezus. Er is dus niet één enkel goed beeld.

Vandaar dat de wetenschap de religie nooit zal kunnen vervangen?

Karen Armstrong: Inderdaad. Een eeuw geleden dachten de grootste fysici dat er nog precies 23 onbeantwoorde vragen waren en dat eens die opgelost we alles zouden weten over het universum. En heel lang zou dat niet meer duren, schatten ze, tot Einstein opdook, het Newtoniaanse systeem naar de prullenmand verwees en er steeds meer onzekerheid opdook. Het niet weten is een belangrijk deel van het menselijk bestaan. Het is pas wanneer we denken dat we alles weten dat we in de problemen geraken.

Wat toch in feite is wat de drie religies van het boek zeggen. Judaïsme, Christendom en Islam beweren elk de enige ware God te vertegenwoordigen en wie het daar in het verleden niet mee eens was, had veel kans het niet te overleven.

Karen Armstrong: Het is waar dat die drie religies veel intoleranter zijn dan religies met meer dan één god. Het monotheïsme lijkt dat uit te lokken, alhoewel we toch enig voorbehoud moeten maken bij de Islam. Die is immers heel pluralistisch. Op een bepaald moment krijgt Mohammed van zijn God te horen dat als Hij gewild had dat de hele wereld hetzelfde geloof aan zou houden, Hij die wereld wel zo gemaakt zou hebben. Mohammed was dus niet gerechtigd om iedereen gedwongen te bekeren. De Koran zegt immers dat iedere religie die compassie predikt van Allah komt. In de praktijk zien we echter dat het verleidelijk is om te beweren dat jouw God de enige is, ook voor moslims. Vandaag lijkt dit soort fundamentalisme alomtegenwoordig, maar er zijn ook andere krachten actief, steeds meer zelfs, ook al zijn die niet telegeniek genoeg om veel aandacht te krijgen. Steeds meer mensen kijken over het muurtje en zijn nieuwsgierig hoe het er in andere religies aan toe gaat. Zo zijn er nogal wat gelovigen die Boeddhistische meditatie proberen zonder daarbij hun Christendom op te geven, of die de joodse filosoof Martin Buber lezen. Er ontstaat dus een religieus pluralisme dat de waarde van andere religies erkent. Zo modereerde ik een paar jaar geleden een interreligieuze conferentie waar de Dalai Lama aanwezig was. Er zaten ook een paar fundamentalistische moslims mee aan tafel die niet wisten wat ze van de man moesten maken, maar wel onder de indruk waren van zijn uitstraling. Zo vroeg een van hen wat hij dacht van homoseksualiteit. ‘Doet geen kwaad’ zei hij. Even later stond er een Amerikaans meisje op die zei tot een boeddhistische gemeenschap te behoren en de Dalai Lama loofde voor zijn opmerkingen over meditatie. ‘Je had je echt niet moeten bekeren,’ zei hij tegen haar, ‘want alle religies zeggen hetzelfde: dat je compassie en medeleven moet betonen voor je medemensen. En wat die hogere sferen van de meditatie betreft, het is de moeite niet om je erheen te bewegen.’ Die man geeft geen antwoorden op vragen, maar zet je aan tot denken. We zien dus in feite een dubbele wereld vandaag. Hoe geglobaliseerder de wereld wordt, hoe meer sommigen zich terugtrekken in hun religie of etnie, maar er is ook iets anders werkzaam, namelijk dat er pluralisme ontstaat en mensen van verschillende afkomst bij elkaar te rade gaan en elkaar helpen.

Moslimfundamentalisme is inderdaad nog jong, zoals u schrijft.

Karen Armstrong: O ja, het is in feite het jongste fundamentalisme van allemaal, ontstaan na de zesdaagse oorlog van 1967. De islam van begin twintigste eeuw zag in het westen een voorbeeld om na te volgen. Die was helemaal niet fundamentalistisch. Hij is het pas later geworden, en wel om politieke in plaats van religieuze redenen. Het was een reactie tegen het nationalisme en het socialisme van de kolonisten, opgezweept door de Israëlische oorlog. Mensen blazen zichzelf niet op omwille van religieuze, maar wel om politieke redenen. Het is politiek vermomd als religie, en de reden daarvoor is dat de religie iets is wat leeft in moslimlanden. Met een Marxistische kritiek van het Westerse handelen wek je daar maar weinig enthousiasme op, met een religieuze daarentegen krijg je een massa volk op de been. Het religieuze discours wordt als prekoloniaal en daardoor authentiek ervaren.

Wat doe je eraan?

Karen Armstrong: Ik was vorige maand nog in de Verenigde Staten, in de bible belt, en het Christelijk fundamentalisme is er nog steeds springlevend, maar toch merkte ik dat er ook tegenstand komt. In het aartsconservatieve Houston, Texas trok mijn lezing meer dan duizend mensen. Wat ik stilaan geleerd heb is dat je fundamentalistische gemeenschappen nooit moet aanvallen, want dan worden ze nog extremer. Fundamentalisme ontstaat immers uit angst. Het is een reactie op een bedreiging van buitenaf, en wanneer je fundamentalisten aanvalt sterk je hen gewoon in hun wantrouwen. Dan hebben ze pas echt redenen om voor hun voortbestaan te vrezen. Ik denk dat er maar één manier is om het fundamentalisme tegen te gaan en dat is de angsten en onzekerheden die eraan ten grondslag liggen serieus nemen. De moderne cultuur heeft winnaars en verliezers gecreëerd. Joden, indianen, zwarten, aboriginals, en ga zo maar door, zij staan al lang aan de kant waar de klappen vallen. En ook in onze eigen samenleving zijn er verliezers. Al die mensen hebben redenen om zich verongelijkt te voelen en wij moeten luisteren naar hun grieven. We moeten tussen de lijnen van het fundamentalistische discours leren lezen, zoals we dat bij een speech van een politicus zouden doen, er een beetje literaire kritiek op loslaten, om te weten te komen waarom mensen in het rijkste land van de wereld massaal geloven dat het einde der tijden nadert en dat zij met zijn allen gered zullen worden door God. Voor een rationeel mens klinkt dat immers als pure waanzin. Wat zit daar achter, dat zou onze grootste bekommernis moeten zijn.

Hen uitschelden voor achterlijke peeënstekers zoals Richard Dawkins en Christopher Hitchens doen is dus geen goed idee?

Karen Armstrong: Ik heb minder problemen met wat ze zeggen dan met de manier waarop ze het doen. Je kunt best zonder religie leven, zoals zij dat doen, maar daarom moet je andere mensen niet onophoudelijk beledigen. Bovendien is Dawkins de laatste tijd flink aan het stoken in de moslimwereld, en daar hebben we al gevoeligheden genoeg, lijkt me. Tot voor kort had de Islam immers geen enkel probleem met Darwin. Vandaag krijg ik op Islamitische websites steeds meer berichten te zien in de zin van ‘Britse atheïst valt Allahs schepping aan’. Dat kunnen we missen als kiespijn. Ik heb niets tegen atheïsme als het inhoudt dat het aanzet tot het in vraag stellen van vaststaande waarheden als ‘God heeft het nu eenmaal zo gewild’, maar het moet ook de ideeën van anderen respecteren. Dat laatste is vandaag veel te weinig het geval.


Karen Armstrong, De kwestie God, De Bezige Bij, 2009, 510 p., 22,50 euro.

Interview door Marnix Verplancke

Dit interview verscheen in Uitgelezen, de boekenbijlage van De Morgen van 10 november 2009

Karen Armstrong

Links
mailto:marnixverplancke@skynet.be
Share |

4de Karl Popperlezing met Hans Achterhuis

Deze lezing vindt plaats op dinsdag 5 oktober om 20u in het Liberaal Archief, Kramersplein 23 te Gent. Na de lezing is er een receptie. Toegang is gratis, maar gelieve wel in te schrijven op verhofstadt.dirk@telenet.be.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be