Shalom Auslander haalt in zijn roman Klaaglied voor een voorhuid fel uit naar het geloof. Hij wordt de nieuwe Philip Roth genoemd, de man die een frisse wind door de Amerikaans-Joodse letteren jaagt en met zijn Foreskin's Lament vandaag doet wat Roth een paar decennia geleden met Portnoy's Complaint deed. Een gesprek met Shalom Auslander over Abraham die het op een akkoordje gooide met god, de reden om seks met een ouwe hoer te verkiezen boven seks met een jonge non en waarom je je Dylan sucks-T-shirt in Woodstock beter in je koffer laat zitten. Interview door Marnix Verplancke.

”Zoals ik het zie kun je de tempel van buitenuit of van binnenin in de fik steken”, zegt Shalom Auslander. “Richard Dawkins opteerde in The God Delusion voor de eerste optie, terwijl de tweede mij meer ligt. Ik ga gewoon binnen en zeg dat ze volstrekt gelijk hebben met hun god. Ik kom niet om te discussiëren over zijn bestaan, maar vraag me alleen af waarom hij zo'n klootzak is.” In Klaaglied voor een voorhuid schrijft de joods opgevoede Auslander op een zeldzaam eerlijke en hilarische wijze over zijn onophoudelijke strubbelingen met god. Aanleiding was de geboorte van zijn zoontje en de vraag of hij hem zou laten besnijden of niet. Moest hij het ventje opvoeden in de joodse traditie of kon hij daar abstractie van maken? "Ik kon hem toch moeilijk zeggen dat we joden wàren? Dat vond ik nogal belachelijk", licht Auslander toe. "Vanouds stelde men dat je je kind moest zeggen dat het joods is en dat het daar ooit voor vervolgd zou worden. Maar dat leek me nu echt niet het beste wat ik tegen een driejarige kon vertellen wanneer ik hem 's avonds instopte in zijn bedje."

Auslander groeide op in het joods-orthodoxe stadje Monsey, New York en ging er naar een streng orthodoxe school die hem niet alleen inprentte wat wel en wat niet door de beugel kon, maar hem ook nog eens opzadelde met een reusachtig schuldgevoel. Zijn voorvaderen, zo kreeg hij keer op keer te horen, hadden persoonlijk verantwoording moeten afleggen aan god, en voor hem zou dat niet anders zijn. "Abraham zat te marchanderen met zijn god over de inwoners van Sodom. 'Ik maak ze allemaal af', zei god. 'Ja, maar', ging Abraham daar tegenin, 'stel dat er vijftig rechtschapen mensen wonen, vernietigt u die dan mee met de slechten?' 'Nee', zei god, 'dat zou niet juist zijn.' 'En veertig', was daarop de repliek van Abraham, 'spaart u de stad ook voor veertig rechtschapenen?' Uiteindelijk zijn ze bij vijf uitgekomen. Zo ging dat vroeger. God kwam bij Mozes en gebood hem om zijn volk uit Egypte te leiden. 'Dat kun je niet menen', antwoordde Mozes, 'waarom ik? Ik praat gek en zo, zou je niet liever mijn broer nemen?' Zo werkte dat, het hele Oude Testament door. Jacob ging op de vuist met een engel die god hem stuurde. En hij won nog ook, waarna de engel zich vlug zijn ladder weer op haastte. Als dat voor die anderen zo was, redeneerde ik, waarom dan niet voor mij?

Omdat Auslanders ouders het niet zo nauw namen met de joodse religie, kwam er nog een extra gewicht op zijn schouders terecht. Toen de jongen overal in huis porno vond en hij die in de voortuin in brand wou steken, onderging zijn geweten helse tijden, nog eens versterkt doordat de vibrator van zijn moeder maar moeilijk vuur wou vatten. Niet veel later begon echter zijn eigen pubertijd op te spelen en deed hij niet liever dan zich 's avonds opsluiten in zijn kamer met een stel pornovideo's, een zakje hasj en een pot Oil of Olaz. "Ik was gedeprimeerd en eenzaam", schrijft Auslander, "maar mijn genitaliën hadden er nog nooit zo jong uitgezien."

Het hoeft wellicht niet te verbazen dat Klaaglied van een voorhuid niet overal even goed ontvangen is. Bakken kritiek kreeg Shalom Auslander over zich heen, met zijn ouders heeft hij geen contact meer en ook zijn zus mijdt hem als de pest: "Omdat ze niet overweg kon met mijn boek stuurde ze me nog tijdens het schrijven ervan een e-mail waarin ze me vervloekte en uitschold voor rotte vis", zegt hij. "Het was allemaal 'sh&t' en 'f$ck', in plaats van gewoon 'shit' en 'fuck' te schrijven. Op die manier dacht ze de regel dat je niet mag vloeken te kunnen omzeilen. Ik vind het grappig hoe precies de mensen die beweren dat god zo'n ongelooflijke supermacht is zich gedragen alsof hij te stom is om te helpen donderen. Maar in feite gaat mijn boek helemaal niet over het judaïsme, zoals ze dacht, maar wel over een jongen die het moeilijk heeft om volwassen te worden. Wat het religieuze betreft, heeft het niets met enig isme te maken maar gaat het breder. Het maakt niet uit of het judaïsme is, katholicisme of islam, maar als iemand kinderen bijbrengt dat de wereld gerund wordt door een psychotische klootzak die wil dat je doet wat hij zegt en je vermoordt wanneer je dat niet doet, en hij er nog aan toevoegt dat dit maar een schijntje is van het lijden dat je na je dood te wachten staat, dan misbruikt hij die kinderen.

Ik heb er niet voor gekozen om mijn hele leven gebukt te gaan onder het gewicht van god. Ik ben als kind iets ingeprent door degenen die me beschermden en die ik daarom vertrouwde. Dat had ik niet mogen doen, want het waren smeerlappen, maar dat wist ik niet. En ik sta niet alleen met dat idee. Iedere keer als ik een lezing geef, komen er nadien een aantal mensen op me af die vertellen dat ze dat ook allemaal hebben meegemaakt, en meer dan de helft van hen is geen jood. Je zult me niet horen zeggen dat de regels van het judaïsme en die van de islam dezelfde zijn, maar au fond hebben ze het wel over dezelfde god natuurlijk. In die zin vind ik het grappig en tragisch tegelijk dat de joden af willen van de Arabieren, dat deze op hun beurt zo vlug mogelijk de joden willen uitroeien, dat de rest van de wereld stilletjes denkt dat ze toch beter af zouden zijn zonder zowel joden als Arabieren, en dat ze tezelfdertijd allemaal bidden voor en bang zijn van diezelfde stomme god. Al die gelovigen hebben een vergelijkbare structuur in hun leven. Er is echt niet zoveel verschil tussen de heilige boeken van joden, christenen of moslims. De zelfstandige naamwoorden zijn misschien anders, maar de werkwoorden zijn dezelfde: 'puntje, puntje, puntje moet puntje, puntje, puntje vermoorden, want puntje, puntje, puntje is het uitverkoren volk.'

Maar waarom slaat dat idee van die sadistische god dan zo aan?

Shalom Auslander: Ik denk dat het veel met psychologische overdracht te maken heeft. Als kind zul je het slechte gedrag van je vader nooit ter discussie stellen. Hoe wreder een ouder is, hoe beter, want goede ouders zijn streng. Als ik in een wrede en kwaaie god geloof, kan ik daar troost uit putten, want ik weet hoe ik die god kan behagen. Ik, en niemand anders, beschik immers over de vijf boeken van Mozes waarin dat allemaal haarfijn uit de doeken wordt gedaan. God mag dus best een schabouwelijk stuk vreten zijn, maar hij staat wel aan mijn kant. Als er dus iemand met mij begint rond te klooien - of het nu Arameeërs, Egyptenaren of Duitsers zijn maakt niet uit - zullen ze het met hem moeten uitvechten. Mijn god is immers mijn bodyguard, en ik weet dat het een krankzinnige bruut is, maar hij is wel mijn bodyguard. Het is zoiets als de venijnigste hond van de wijk hebben. De meeste eigenaren van pitbulls hebben alleen maar zoete woordjes over voor hun schattebout, 'kijk eens hoe lief hij is', zeggen ze, en dan denk jij: zal wel, dat is zo'n beest dat je de strot over bijt. Ik denk dat het daar iets mee te maken heeft, en met het feit dat we doodsbange mensen zijn natuurlijk. Niets zo erg als door het leven moeten met de wetenschap dat je er uiteindelijk aan onderdoor gaat. Geen enkel ander wezen zit met zo'n last opgezadeld. Dus dan komt daar die god op je af, die je troost biedt en je eeuwige ouder wil zijn, maar die ook verantwoordelijk is voor de shit waarin je zit. Ga je dan geloven dat het een toffe god is die dat allemaal geschapen heeft? Dat kan toch niet. Als ik god was en ik zou hele dagen op de rotzooi moeten zitten neerkijken die wij ervan maken, zou ik tranen met tuiten huilen om de wreedheid van mijn creatie.

Wat steeds terugkeert in uw boek is dat voor echte gelovigen het toeval niet bestaat.

Shalom Auslander: Alles is met alles verbonden en als er hen iets overkomt, is het meteen een oordeel. Het is een verschrikkelijke manier van leven. Stel dat ik 's ochtends de deur uitstap en merk dat mijn autoband plat is. Dan betrek ik dat meteen op mezelf: heb ik spek gegeten bij het ontbijt? 'Hé god, wat is er nou, ik heb me gisterenavond zelfs niet afgetrokken.' Het is gewoon obsessioneel. Als ik een orthodox gelovige zie, zie ik een geterroriseerd mens. Op die manier geloven is een eindeloze post traumatic stress disorder. Iemand heeft je zo bang gemaakt dat je bereid bent belachelijke kleren te dragen en halal of kosjer te eten. Ik vind dat intriest en heb iedere keer de neiging zo'n orthodoxe gelovige uit medelijden een dikke knuffel te geven en hem te zeggen dat het allemaal wel goed komt. En zelfs al komt het niet goed, en heeft hij gelijk over die wrede god, dan nog zal het dragen van vijftiende-eeuwse kleren die god niet opgewekter stemmen. Wat je ook eet of draagt, je gaat er toch aan. We zijn allemaal de pineut, dus kunnen we god maar beter een tijdje vergeten. Maar daartoe zijn ze natuurlijk niet bereid. Gelovigen vertonen immers het Stockholmsyndroom, alsof ze al sinds hun geboorte gegijzeld zijn.

Nu u het toch over die historische kleren hebt die in de drie grote godsdiensten gebruikt worden, het lijkt wel alsof de actualiteit van die religies op een bepaald moment gestopt is en dat ze daarna nooit meer veranderd zijn. Shalom Auslander: En dit irrationele vastzitten in het verleden tref ik niet alleen aan in de wereld van de religie. Hoe meer ik erop let, hoe vaker ik het om me heen zie. Kijk bijvoorbeeld naar de boekenwereld. Vind jij het niet gek dat praktisch iedere bekroonde Amerikaanse roman geschreven lijkt om indruk te maken op Henry James? Dat is het ideaal. Ergens in de negentiende eeuw heeft de literatuur haar hoogtepunt bereikt, en toen is het gestopt. Mij maak je niet wijs dat als James in 1970 geboren was, hij zou willen schrijven als iemand uit de negentiende eeuw. De echte James schreef immers ook niet als iemand uit de achttiende eeuw. Op mijn twintigste verhuisde ik naar Manhattan, en ik zag overal religie. Donald Trump was een god en The Village Voice was de bijbel. Wat er daarin te lezen was, kon niet ter discussie gesteld worden, ook al stond het blad vol advertenties voor transseksuele operaties, naast dat ene of die twee artikels. Wat de Voice zei over boeken of films, was heilig. Waarom doen we dat, vraag ik me dan af, waarom creëren we zulke autoritaire goden, en waarom zijn er zo weinig Abrahams te vinden die opstaan en gewoon weggaan? Momenteel woon ik in Woodstock. Dat festival is nu zowat veertig jaar achter de rug, maar de muren van alle cafés hangen nog steeds vol met foto's van Dylan en uit de luidsprekers schallen de Rolling Stones. Komaan, denk ik dan, heb je echt niets beters gehoord de voorbije vier decennia? Maar zo werkt dat niet. Toen liepen onze goden over de Woodstockse grond en daarna kwam er niets meer. Stel dat ik met een Dylan sucks-T-shirt door Woodstock zou lopen, men zou me behandelen als een homoseksueel in Iran.

Ook al gaat uw boek in feite over een heel ernstig onderwerp, toch is het om te gieren. Kan humor op dit vlak meer dan ernst?

Shalom Auslander: Ik doe het er niet om. Zo denk ik nu eenmaal. Ik herinner me nog hoe een rabbi me in het zevende jaar apart nam en met een blik van zowel angst als bewondering op het gezicht zei dat ik een heel rare kijk op de wereld had. Ik had geen flauw idee waar hij het over had en dacht dat ik weggestuurd zou worden - of verkracht, want dat was nooit duidelijk bij die man. Ik schrijf vanuit woede, alleen komt het er grappig uit. Ik weet ook wel dat er ernstige boeken geschreven worden over religie. Ik heb er zelfs een paar proberen lezen, maar steeds weer kom ik tot de conclusie dat god zoveel ernst niet waard is, daar is hij veel te absurd voor. Als Spinoza een paar grappen had gemaakt, was ik best wel door zijn Ethica heen gekomen. Dat is wat ik lange tijd zo gehaat heb aan het Oude Testament: er wordt nooit in gelachen. God lacht niet. De enige die ooit durfde te lachen was Sara, en ze werd ervoor gestraft met onvruchtbaarheid. Uw wereldvisie doet heel beckettiaans aan.

Shalom Auslander: Grandioze schrijver is dat. Ik ging naar een joodse school waar Beckett ondenkbaar was. Ik moest dus alles zelf zien uit te vogelen en net zoals ik heavy metal-platen kocht om hun hoes, dacht ik dat de boeken van Beckett en Kafka er best duister uitzagen. Maar tot mijn verbazing waren ze heel grappig. Een man die in een kever verandert? Lachen was dat, of twee mensen die in een vuilnisbak leven, hilarisch. Nadat ik alles van Kafka en Beckett gelezen had, ging ik over hun werk lezen, maar dat werd een totale afknapper. Blijkbaar zagen die academici niet wat er zo grappig was. Kafka las zijn korte verhalen in Praag voor op café en hij bescheurde zich iedere keer weer bij die kever. Dat was een van zijn succesnummers. Toen Beckett de eerste Amerikaanse productie zag van Waiting for Godot merkte hij op dat hij niet begreep waarom iemand dat stuk zou willen uitkijken. Hij vond het vervelend en terneerdrukkend. Hij had het als Laurel en Hardy geschreven, als slapstick, en dan haalden die Amerikanen er alle humor uit. Ze maakten van Beckett een god en ontnamen hem zijn lach, en hetzelfde gebeurde met Kafka. Die twee schrijvers stelden diepfilosofische vragen zoals: waarom zijn we hier, maar dat maakte hen niet meteen tot droogstoppels. Dostojevski's Misdaad en straf is nog zo'n boek dat door de academici compleet verprutst is. Ik kwam niet meer bij. Een man vermoordt iemand en maakt zich vervolgens driehonderd pagina's lang zorgen. Ik vind dat grappig. Je kunt je niet voorstellen hoe vaak ik al aan een verhaal begonnen ben en na een paar pagina's dacht: shit, dit is Misdaad en straf weer. Met Candide heb ik dat ook. Het probleem is dat ik verplicht ben om woorden als grappig en humor te gebruiken en dat iedereen daarbij dan meteen een clown met een rooie neus voor ogen krijgt. Maar dat is dus niet wat ik bedoel. Waar ik het over heb is een diepe, opluchtende lach om de absurditeit van het leven.

Lijdt u nog steeds zo erg onder god als vroeger?

Shalom Auslander: Het is verbeterd, maar wanneer er iets misgaat, is het nog steeds even erg. Ik zat onlangs te luisteren naar oude opnames van Lenny Bruce. Een van de grappen ging zo: met wie zou je liever seks hebben, een maagdelijke non of een prostituee met een respectabel aantal dienstjaren? En het antwoord: met die hoer natuurlijk, aangezien zij van de liefde haar beroep heeft gemaakt, terwijl die non zo weinig van mensen houdt dat ze er nooit close mee kan zijn. Maar toch hebben wij altijd het omgekeerde idee: de non is heilig en zuiver, terwijl de hoer vuil is. Intellectueel weet je dat dit fout is, maar emotioneel zit je vast aan die oude ideeën. Hetzelfde geldt voor mijn relatie met het godsidee: intellectueel weet ik dat god flauwekul is, maar emotioneel is er nog steeds die twijfel. Tijdens mijn Amerikaanse tournee langs de grote boekhandels van het land was ik bijvoorbeeld doodsbenauwd dat er iets met mijn vrouw en zoontje zou gebeuren. Niet alleen had ik immers dit blasfemische boek geschreven, ik las er ook nog eens iedere avond uit voor. Echt verlost raakt u dus nooit van de religie waarin u opgevoed bent?

Shalom Auslander: Nee. Het enige goede nieuws is dat ik nogal wat oudere mensen krijg op mijn lezingen en dat die heel troostende gedachten hebben. Zo zei een bejaard vrouwtje me onlangs met bevende stem dat ik me geen zorgen hoefde te maken en dat god steeds onbelangrijker zou worden in mijn leven. Toen ik daartegen bezwaar wilde maken zei ze: 'Het is niet dat je wijzer zult worden of zo, maar wanneer je mijn leeftijd hebt bereikt, zit je nergens meer over in.'


Auslander Shalom, Klaaglied van een voorhuid, Oorspronkelijke titel: Foreskin's Lament, Vertaald door Erik Bindervoet & Michèle Bernard, Meulenhoff, Amsterdam, 271 p., 18,90 euro.



Interview door Marnix Verplancke



Deze tekst verscheen in De Morgen van 5 december 2007

Shalom Auslander

Links
mailto:marnixverplancke@skynet.be
Share |

4 Liberales-sessies over Economie

Om het economisch nieuws beter te begrijpen, organiseert Liberales in januari en februari vier sessies over Economie (te Brussel). De sessies behandelen pensioenen, strategisch gedrag, financieringswet en de financiële crisis. Toegang is 3 euro per sessie. Plaatsen zijn beperkt. Inschrijven via deze link. Meer info onder Activiteiten.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be