|
Mijn Russische ziel is de titel van een nieuw boek van Hans Boland waarin hij ingaat op zijn kennismaking met de voormalige Sovjet Unie, zijn leven in de provinciestad Vologda, zijn verblijven in Sint Petersburg – het voormalige Leningrad – en een recente treinreis die hem naar de verste uithoeken van Europees Rusland voert. Het resultaat is een reisverslag, persoonlijke getuigenis, annex karakterstudie over de vaak geprezen, maar zelden raak gedefinieerde Russische ziel. Boland weet waarover hij spreekt. Hij studeerde Russisch in 1969, reisde naar het hol van de beer in 1972, werd universitair docent en promoveerde op de dichtkunst van Anna Achmatova. Hij vertaalde een berg Russische poëzie, vooral van Alexandr Poesjkin waarover hij een monografie schreef. Van 1991 tot 1997, dus na de val van de Muur, woonde hij in zijn tweede vaderland. Hij leerde er zowel het leven in de provincie als in de grote stad kennen. Dit boek geeft een uitstekend, soms grappig, maar doorgaans wrang beeld van het hedendaagse Rusland waarin de bewoners nog steeds de sporen dragen van zeven decennia onderdrukking en conformering met het gezag. In de pers wordt de laatste jaren bijzonder lovend gedaan over de economische prestaties van China en India. Rusland daarentegen komt zelden positief in het nieuws. Hoe komt dat? Hans Boland: China en India zijn in onze waarneming vooral ontwikkelingslanden, pas daarna grootmachten; bij Rusland ligt dat andersom. Hoewel in de realiteit Rusland amper meer een rol van betekenis in de wereldpolitiek speelt, gedraagt het zich met de arrogantie van een superimperium. Dit wordt door de rest van de wereld logischerwijze als stuitend ervaren. Chinezen en Indiërs lijken van het Westen te willen leren, Russen weten het over het algemeen zelf beter! Daarnaast zijn China en India bezig met een ongekende inhaalslag, die enorm tot de verbeelding spreekt. Rusland daarentegen ontwikkelt zich relatief traag en lijkt na elke stap vooruit een bijna even grote stap achteruit te zetten, zeker op sociaal niveau. De groei van het nationale inkomen is vrijwel volledig toe te schrijven aan de uitverkoop van zijn grondstoffen, wat een stuk minder interessant is dan bijvoorbeeld de productie van een geheel nieuwe – Chinese – auto of de adembenemende bouwactiviteiten van Shanghai. Dan is er het probleem van de democratie. India is de grootste democratie van de wereld, en alleen daarom al sympathiek; van China hopen we allemaal dat het zich in die richting zal ontwikkelen; Rusland, waar de democratie bij wijze van spreken voor de deur stond, lijkt onder Poetin terug te verlangen naar een stalen dictatuur. Maar wat waarschijnlijk het meest onze weerzin wekt, is het schaamteloze nationalisme dat er als nooit tevoren de vrije teugel krijgt. We kunnen moeilijk gecharmeerd zijn van de manier waarop Poetin c.s. met Tsjetsjenië omspringen, of van de berichten over een steeds heftiger neofascistisch geweld tegen zowel ‘gekleurde’ als blanke buitenlanders. Je was in de jaren 60 en 70 regelmatig in de Sovjet-Unie. Wat waren toen jouw indrukken? Hans Boland: Tussen 1972 en 1985 kwam ik er gemiddeld elke twee jaar voor minimaal een week en maximaal een maand. Aan mijn indrukken van die tijd is het eerste hoofdstuk van Mijn Russische ziel gewijd. De belangrijkste facetten waren het gevoel je in een openluchtgevangenis te begeven, en de absurditeit van onze ‘angst voor de Russen’, terwijl diezelfde Russen niet eens in staat bleken een normale weg aan te leggen of een lekker hapje klaar te maken in een publieke eetgelegenheid. Begin jaren 90 stortte het Sovjetsysteem in en verdween het communisme. Toch heb je meer sympathie voor Gorbatsjov dan voor Jeltsin en Poetin. Waarom? Hans Boland: Gorbatsjov heeft de voorwaarden geschapen voor een minder autoritair geregeerde staat. Helaas hield hij dit niet in de hand en werd hij – op ondemocratische wijze – afgezet. Onder Jeltsin liep alles volledig spaak: in plaats van meer democratie, waar Gorby naar streefde, kwam er anarchie. Poetin herstelde de autoritaire, strikt centralistische politieke structuren. Dat wat betreft de politieke ontwikkelingen. Er zit ook een meer psychologische kant aan, die misschien de doorslag geeft als ik mijn sympathie of antipathie weeg. Gorbatsjov was zijn tijd ver vooruit; dat hij zichzelf communist noemde vind ik geen principiële makke – hij was tenminste geen geldwolf en geen machtswellusteling. Jeltsin was dat wél, en voor het overige was hij hooguit een nar, zonder een serieuze visie. Poetin op zijn beurt is uitsluitend gevoelig voor macht; enige gewetenslast schijnt hij niet te hebben, en hij zweert bij de methoden van de geheime politie – rampzaliger kun je het nauwelijks treffen. Wat gebeurde er op economisch vlak onder Jeltsin? Hans Boland: Zoals ik al zei, brak de anarchie los. Tienduizenden Russen begonnen op en neer te vliegen tussen Moskou en Istanbul, waar ze spullen (met name textiel en schoenen) insloegen, die ze vervolgens op straat verkochten. In het hele land schoten markten als paddestoelen uit de modder op. Men bracht er derderangs goederen aan de man die in vergelijking met de tot dan toe monopolistisch verhandelde sovjetwaren eersterangs schenen. Iedereen die zich boven dit maaiveld verhief, kreeg te maken met ‘de maffia’; datzelfde gold voor degenen die poogden zelf iets te produceren. Ondertussen kwamen er in no time zes nullen achter de roebel te staan. Enige verlichting brachten de grondstukjes – zes are per huishouden – waarover de inwoners vrije beschikking kregen, en waarop eigen aardappelen en kool konden worden verbouwd. De huizenmarkt werd onder zulke voorwaarden geprivatiseerd dat het gros van de Russen voor een paar dollar huiseigenaar kon worden; velen verkochten hun appartement om een auto te kunnen aanschaffen of aan hun drankbehoefte te kunnen voldoen. De staatsondernemingen werden omgevormd tot vennootschappen, waarvan de aandelenpakketten al gauw in handen kwamen van enkelingen. Na deze troebele tijden bleef er een oligarchie van extreem rijken over, naast een grote massa mensen die er niet veel beter aan toe waren – soms zelfs slechter – dan onder de bolsjewieken. Van die situatie wist Poetin handig gebruik te maken… Je schrijft dat het land de voorbije jaren veel veranderd is. Op welke vlakken? Hans Boland: De poorten van de gevangenis zijn opengegaan: dat is de meest wezenlijke verandering. Immers, nu kunnen in principe alle Russen kennismaken met de ‘buitenwereld’. Het belang daarvan is moeilijk te overschatten. Ook in de praktijk van alledag is er heel wat veranderd. De algehele verloedering is – of lijkt – een halt toegeroepen. Er wordt veel gebouwd en gerestaureerd, en er worden tal van wegen gerepareerd en aangelegd. Voorts is de publieke service op velerlei terreinen enorm verbeterd. Het aanbod in de winkels is onvergelijkelijk veel uitgebreider dan het ooit onder de bolsjewieken is geweest. Er zijn privé-scholen en privé-ziekenhuizen gekomen. En last but not least, er wordt minder gedronken (dat is althans mijn stellige indruk). In hoeverre deze veranderingen blijvend zijn, valt nog te bezien. De ‘ziel’ is voorlopig niet veranderd! Je schrijft dat de Russen zich na de Tweede Wereldoorlog als de enige echte bevrijders beschouwden. Waaruit bleek dat? Hans Boland: Onlangs was ik voor het eerst van mijn leven in Wenen. Ik stuitte er op een monumentaal gedenkteken waarmee de zege van Stalin en het Rode Leger werd herdacht. Zij worden in marmer gehuldigd als ‘de bevrijders van Europa’. Onder Russen heerst veelal de overtuiging dat de Amerikanen alleen naar Europa kwamen om hun economische belangen veilig te stellen, en dat de westerse geallieerden, in tegenstelling tot het Rode Leger, nauwelijks gevechten hoefden te leveren om door te kunnen stoten tot Berlijn. Zelfs zijn er nog altijd massa’s Russen die weigeren te geloven dat wij Hollanders bevrijd zijn door de Canadezen; ze beschouwen dit als westerse propaganda en antirussische laster. Hoe staan de Russen en de Russische overheid tegenover de holocaust? Hans Boland: Het antisemitisme is in Rusland zo wijdverbreid dat de holocaust botweg wordt ontkend of op zijn minst wordt ‘gerelativeerd’. De meeste Russen verdenken de joden ervan dat ze zich de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog – die in Rusland niet voor niets de ‘Grote Vaderlandse Oorlog’ wordt genoemd – toeëigenen, met het doel de grootsheid en opofferingsgezindheid van de Russen ter discussie te stellen. De Russen menen dat zij, en niet de joden, behalve het door God uitverkoren volk ook het volk zijn dat altijd – en met name in W.O. II – het meest heeft geleden. Het idee dat ‘iedereen ons haat en iedereen van de joden houdt’ leeft heel sterk onder de Russen. Hoe staan de Russen tegenwoordig tegenover Stalin en zijn schrikbewind? Hans Boland: Stalin wordt vrij algemeen gezien als een van de grootste staatslieden van de vorige eeuw, of zelfs van de geschiedenis van de mensheid. Gedenktekens voor de slachtoffers van zijn schrikbewind zijn zeer schaars, met name in vergelijking met de duizenden gedenktekens voor de slachtoffers van de nazi’s, hoewel Stalin op de keper beschouwd een veel grotere ramp voor Rusland is geweest dan Hitler. Wat denken Russen over buitenlanders? Zijn ze verdraagzaam of niet? Hans Boland: De houding van de gemiddelde Rus tegenover buitenlanders is, zacht gezegd, dubbel. Je zou van schizofrenie kunnen spreken. De hele Russische samenleving is dikwijls als schizofreen beschreven. Enerzijds ziet hij enorm op tegen buitenlanders – dat wil zeggen Europeanen en Noord-Amerikanen; Afrikanen en Aziaten ziet hij weinig anders dan als een soort ‘ondermensen’ – en anderzijds wil hij uit alle macht aantonen dat hijzelf niet minder, integendeel, ‘eigenlijk’ veel méér waard is. In dat kader komen het begrip van ‘de Russische ziel’ en het idee dat de nieuwe Messias een Rus zal zijn, als geroepen. In de praktijk betekent deze dubbele houding maar al te vaak dat je als buitenlander erg populair bent tot het moment dat er niets meer te halen valt… Je verwijt de Russen een hang naar megalomanie, racisme en zelfs wreedheid. Waaruit blijkt dit? Hans Boland: Een grappig voorbeeld van Russische megalomanie kwam ik recentelijk tegen in een reclameboodschap van de ‘Russian School of Arts’, een opleiding waarmee Rotterdam blijkbaar is verrijkt. Men beweert daar dat alle kunstopleidingen en kunstmanifestaties in Nederland ernstig ondermaats zijn, terwijl Rusland ‘sinds eeuwen’ een vooraanstaande rol in de podium- en andere kunsten speelt! Zo ook valt in de catalogus bij de Brusselse tentoonstelling ‘Van tsaar tot keizer’, die geheel was samengesteld door de Russische partners, te lezen dat de invloed van de Russische cultuur op de Europese van doorslaggevend belang is geweest en nog altijd is; op die tentoonstelling zie je dan heel veel iconen, die geen enkele invloed hebben gehad op de westerse kunst, en veel architectuur uit Sint-Petersburg, die zuiver en alleen geënt is op de West-Europese bouwkunst. Een ander komisch voorbeeld van Russische megalomanie is de verering voor Joeri Gagarin, de eerste ruimtevaarder, die de Russen beschouwen als een van de grootste mensen uit de wereldgeschiedenis. Over de Russische plaag van het racisme heb ik mij hierboven voldoende uitgelaten. Russische wreedheid komt het heftigst tot uitdrukking in de totale minachting voor het menselijk leven, die de Russische geschiedenis en samenleving altijd heeft gekenmerkt. Zo werden in de ‘Grote Vaderlandse Oorlog’ tienduizenden volledig ongewapende jongens het spervuur van de vijand ingejaagd. En zo ook vriezen er op het moment onbekende aantallen veelal dronken Russen dood, zoals in de zomer de verdrinkingsdood schering en inslag is onder dronken Russen en – het hele jaar door – bedrijfsongevallen jaarlijks duizenden dronken Russen fataal worden; hun landgenoten worden hier niet warm of koud van. Lange tijd beschouwde men Rusland als een reus op lemen voeten. Maar onlangs toonde Poetin met het onderbreken van de gastoevoer aan de Oekraïne dat ze nog meespelen op internationaal vlak. Is Rusland nog een wereldmacht? Hans Boland: Tsjetsjenië is wel de beste illustratie van deze reus op lemen voeten: voor de tweede keer binnen een eeuw wordt de Tsjetsjeense dwerg door de Russische reus met man en macht belaagd – voor de tweede keer is het volk gedecimeerd – maar de Russen spelen er nog altijd niets klaar. De schandelijke toespraak waarmee onze koningin Beatrix Poetin verwelkomde – geschreven door de Groninger Hans van Koningsbruggen, die zijn archiefonderzoek in Moskou blijkbaar veilig wil stellen – illustreert dat velen onder ons nog altijd geneigd zijn de macht van Rusland te overschatten. Wij hebben hun gas nodig, zeker, maar zij hebben onze valuta minstens net zo hard nodig. Als wij, in plaats van de reet van Poetin te likken, hem duidelijk maken dat hij te onzent gerekend wordt tot de grootste mensenrechtenschenders van deze tijd, zal hij heus niet weigeren ons zijn gas – of zijn moeder, of zijn vrouw en kinderen – te verkopen.
Hans Boland Linksmailto:verhofstadt.dirk@pandora.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|