|
Willy De Clercq sluit na de Europese verkiezingen deze zomer zijn politieke carrière af. Premier Verhofstadt noemt hem zijn politieke vader. En vermoedelijk lopen er nog een heel pak VLD'ers rond die hij in de politiek heeft gebracht. Voor mij is hij de man op televisie, de opvallende jonge minister, de partijvoorzitter die kan praten als een conferencier. Toen ik nog journalist was viel hij mij vooral op als de onderhandelaar, de Europese Commissaris die met Amerika en Japan in de clinch ging en geduldig werkte aan een compromis zonder op het essentiële toe te geven. Als collega parlementslid ken ik hem als een wijs man met inzicht en gezond verstand. Voor dit interview ontmoet ik hem in mijn kantoor in Straatsburg met zicht op het Zwarte Woud en de Vogezen. VLD-voorzitter Dirk Sterckx interviewt Willy De Clercq. Dirk Sterckx: Nu hoor je veel van jonge gasten die in het buitenland geweest zijn, in uw tijd moet dat toch helemaal anders geweest zijn. Willy De Clercq: Ik was een van de eersten, het was 1950. Mijn eerste ontmoeting met Europa dateert van tijdens mijn studies maar vooral van mijn reis naar Amerika. Zodra ik mijn doctoraatsstudies in de Rechten en mijn licentiaat in het Notariaat in Gent gedaan had, ben ik vertrokken met een beurs voor een jaar,waar ik heb vertoefd aan de Syracuse University, die gevolgd werd door een stage en waar ik merkte dat als we naast en met die Amerikanen iets wilden betekenen in de wereld, we best zouden samenwerken onder een entiteit. Dat was dan de entiteit Europa. Dirk Sterckx: Daar heb je het belang van een Europese samenwerking gemerkt... Willy De Clercq: We kregen daar gedurende een kleine maand een cursus over de ‘American way of life’. En we werden uitgenodigd door families in de omgeving. De bedoeling was om je Engels bij te schaven, want mijn Engels was zoals Vanderpoorten zei ‘I put my pencil in the pencil box’. 's Ochtends hadden we cursussen in het Engels, 's namiddags waren we vrij: dan deden we aan sport of werden we uitgenodigd door die Amerikaanse families. Ik denk trouwens dat die ‘way of life’ van de Amerikanen toen anders was dan nu. Toen was Amerika ongenaakbaar, ongeëvenaard, untouchable, de bevolking was zeker niet imperialistisch, maar alles was er ‘happy’. Dat is nu wel een beetje anders. Ik denk dat moest ik nu naar Amerika terugkeren, ik het verschil wel zou merken. Die vreemde studenten werden graag gezien, omdat ze iets gingen leren van hen: namelijk dat zij goed waren en hoe goed ze alles wel deden. Dirk Sterckx: Hoe is dat dan de eerste keer in politiek omgezet? Willy De Clercq: Ik moet zeggen, toen ik minister van Financiën geworden ben, was dat natuurlijk een gelegenheid om veel internationale contacten te hebben. Er waren de fameuze conflicten met de Japanners en met de Amerikanen, we zijn ook bijna twee of drie keer in een handelsoorlog verwikkeld geweest. Ik heb er vooral veel vermeden en er is veel te danken aan de persoonlijke relatie die ik had met de Amerikaanse minister van Handelspolitiek.Wij hadden een persoonlijke band die zeer hecht was en die op vertrouwen gesteund was. Hij wist hoe ver ik kon gaan en ik wist hoe ver hij kon gaan. En we trachtten om mekaar niet te bedriegen. Er waren zaken waarvan ik wist dat hij ze niet kon aanvaarden en hij wist dat van mij ook.We gingen dus zover dat het koordje niet brak langs de twee kanten en dat lukte zeer goed. Zo heb ik dat altijd gedaan, ik ben nooit agressief geweest, niet pretentieus maar wel to the point. Als het belangrijk was zei ik dat het niet kon.We zijn bondgenoten en het is niet dat wij op gebied van buitenlandse handel iets van de Amerikanen moeten leren hé, wij zijn de eerste handelsmogendheid in de wereld, zij niet, wij zijn dat. Dus we waren geen kleine jongens op dat domein en we konden beslissen omdat het landbouwbeleid en de buitenlandse handel van bij het begin een communautaire bevoegdheid geworden is, en dat is belangrijk. Dat bewijst dat als je geen bevoegdheid hebt op communautair niveau, je afhangt van de goodwill van één of andere regering, om niet te zeggen van de regeringen. Dirk Sterckx: Eén van de dingen die je altijd zegt en ik herinner me nog veel van vroeger van toen je minister en later commissaris was, is dat Europa niet het buitenland maar het binnenland is. Willy De Clercq: Binnenland in die zin dat het niet waar is wat de meeste denken en aanvoelen dat het de ‘ver van mijn bed show’ is. Europa is geen ‘ver van mijn bed show’ want ik denk niet dat er één internationale organisatie in de wereld bestaat die een zo directe impact heeft op het dagelijkse leven van elke burger. Europa maakt tenslotte wetten die direct toepasselijk zijn en in de materies waarin Europa bevoegd is mag men zeggen dat gemiddeld zeventig procent van de nationale wetgevingen afgeleide Europese wetgeving is." Dirk Sterckx: Bij ons zijn de politici daar moeilijk van te overtuigen. Willy De Clercq: Zeker in onze tijd. Dat gaf ook de faciliteit dat je een zekere bewegingsvrijheid had. Weet je dat ik, gedurende de periode dat ik commissaris geweest ben, bij mijn weten geen één telefoontje gekregen heb van een Belgische regering? Ik vond het ongehoord, ik was Europees commissaris, van Belgische afkomst en ik had toch ook een verleden, ik was toch geen nieuwkomer in de politiek hé. Dirk Sterckx: Eigenlijk is dat toch raar,want ik heb nu ook de indruk dat heel veel mensen met verantwoordelijkheden, of dat nu in de administratie is of in de politiek, dat eigenlijk nog niet goed beseffen. Willy De Clercq: Het gaat natuurlijk een flink stuk beter dan tien, vijftien of zelfs vijf jaar geleden, men maakt vooruitgang. Ik ging in mijn speech naar aanleiding van de manifestatie in Gent - die ik helaas niet heb kunnen meemaken - zeggen, ‘vraag eens aan Fientje Moerman, onze minister van Economische Zaken, hoeveel keren ze in aanraking komt met Europa.’ En je zult verwonderd zijn. Dirk Sterckx: Een tweede punt dat je dikwijls aanhaalt is : Europa is dé garantie voor vrede in Europa. Willy De Clercq: En vandaar het belang van de uitbreiding. Want ons project is tot hier toe, door omstandigheden, een West-Europees project geweest en geleidelijk aan zijn we van een exclusief West-Europees project naar een pan-Europees project geëvolueerd waar Centraal- en Oost-Europa ook bij betrokken zijn.We hebben toch het bewijs geleverd dat sedert de Tweede Wereldoorlog de Europese integratie begonnen is.We hebben nu al zestig jaar geen oorlog meer en de oorlog is helaas niet verbannen uit de geschiedenis hé. We moeten niet zover gaan, een duizendtal kilometer en we hebben Kosovo, Bosnië-Herzegovina in Europa zelf. Hoedanook, de vrede is geen zekerheid, de vrede is geen gave, de vrede is een opgave, men moet iets doen om vrede te hebben, men moet een structuur creëren en men moet mentaliteit kweken. De Europese Unie is de structuur die het praktisch onmogelijk maakt om oorlog te voeren binnen de Europese Unie wegens de verstrengeling van de economische, industriële en financiële belangen en de mentaliteit van de burgers. Dat kan niet meer, we kunnen geen oorlog meer hebben. En als we dat project kunnen uitbreiden tot gans Europa, dan hebben we de waarborg dat in gans Europa, voor het eerst sedert de wereldgeschiedenis, er eindelijk eens geen oorlog zal zijn." Dirk Sterckx: Liberalen.Wij zijn in de Benelux eigenlijk vaak bevoorrecht.Wij hebben grote liberale families in die landen, terwijl je in Europa dikwijls ziet dat er een tweeledig politiek systeem bestaat; een sociaal-democratische vleugel en een conservatieve vleugel en het liberale centrum dat een beetje samengedrukt wordt. Willy De Clercq: Het is een feit dat de invloed die we uitoefenen in Europa, een buitengewone invloed is, rekening houdend met onze politieke macht.Wij zijn zeer sterk in België en Nederland en Denemarken, en we zijn behoorlijk sterk in sommige andere Skandinavische landen. Maar we zijn behoorlijk zwak om niet te zeggen zeer zwak in Zuid-Europa en we zijn zwak in grote lidstaten. Daarom, rekening houdend met onze politieke macht ben ik eigenlijk aangenaam verrast door de verwezenlijkingen die we kunnen waarmaken en de invloed die we kunnen uitoefenen en dat is wellicht omdat de basis van het project zelf liberaal is. Dirk Sterckx: Er zijn heel veel mensen die daar kritiek op hebben hé, die zeggen dat Europa té liberaal is. Willy De Clercq: Ja, ik vind niet dat iets te liberaal is. Ik ben tegen de chaos en ik ben tegen de alleenheerschappij en de monopolies. Maar liberaal is geen synoniem van chaotisch, liberalisme is geen hegemonie van een bepaalde groep of een bepaalde tendens of een bepaald instituut. Het is nooit té liberaal. Het kan uit de hand lopen omdat het té kapitalistisch is, of omdat het bijvoorbeeld té monopolistisch is, maar dat is geen synoniem van liberalisme. Liberalisme is tegen die twee, liberalisme gedijt in een kapitalistische wereld zoals het socialisme en de christelijke politiek maar dat is geen synoniem van kapitalisme. Het is het resultaat van een activiteit van een organisatie, van een structuur, van een economische beweging, van een economische activiteit, maar is geen leerstelling. Wij zijn voor de vrijheid maar ook voor de verantwoordelijkheid.Wij zijn voor de opening maar niet de chaos.Wij zijn voor het respect van de mensen, maar dat impliceert dat we aan de vrijheid, als het moet, bepaalde grenzen moeten stellen. Wij zijn tegen de absolute vrijheid, dat bestaat trouwens niet, dat kan niet goed werken, maar wel de vrijheid als basiselement. Dirk Sterckx: Een bepaalde rol voor de overheid… Willy De Clercq: Vooral stimulerend, de overheid moet de mensen en de bedrijven de ruimte geven om zich te ontwikkelen, mag niet betuttelen en mag zich niet in de plaats stellen, maar moet toch waken dat de private sector, binnen redelijke grenzen die respect opbrengen voor het milieu, voor de omgeving, voor de rechten van de mens en vooral voor de zwakkeren in onze maatschappij, kan functioneren. Dirk Sterckx: Dat ondernemerschap, ik heb soms de indruk als we hier discussiëren in het Europees Parlement en ook in België, de mensen denken dat dat vanzelfsprekend is. Willy De Clercq: Er is een gebrek aan respect, op dit ogenblik toch, ook in ons land, voor het ondernemerschap. Men is altijd bereid om de voordelen na te streven, men vergeet dat de taart die men wil opeten eerst moet gebakken worden, en het bakken van de taart hangt voor een zeer groot deel af van de welvaart van de economie, geen sociaal paradijs op een economisch kerkhof, en dus van privaat initiatief en van de ondernemer. Dirk Sterckx: Gij neemt afscheid van de politiek, het is je laatste mandaat. Je doet dat op een moment dat we met de partij moeilijke momenten doormaken. Willy De Clercq: Zeer moeilijke. Dirk Sterckx: Wat zou je aan de liberale militant zeggen op dit moment. Willy De Clercq: Ik zou eerst en vooral zeggen nooit het vertrouwen in het liberalisme te verliezen.We hebben problemen, we hebben een kleine crisis doorgemaakt, laat ons dat niet overdrijven maar laat ons ook niet doen alsof het niet bestaat, het is een signaal geweest dat we moeten opletten. Het is een signaal dat eigenlijk zo oud is als de mensheid. Ruziemakende partijbonzen moeten niet verwachten dat ze het vertrouwen van hun kiezers gaan krijgen.We hebben goede ideeën, we hebben goede mensen en we hebben trouwe militanten en we spreken de bevolking aan voor zoveel de bevolking voelt dat wijzelf geloven in ons eigen project en dat we niet gaan kibbelen gelijk straatvechters en mekaar en de partij uithollen. Als wij geen goed resultaat zouden hebben, maar ik geloof het niet, dan hebben wij dat niemand te verwijten buiten onszelf. Dirk Sterckx: U bent jaren voorzitter geweest, wat zou u een voorzitter die nu enkele weken voorzitter is als goede raad geven? Willy De Clercq: Ik zou zeggen : doe zo voort ! Want ik denk dat gij dat zeer goed doet en ik ben niet de enige die dat denkt.Wees bescheiden, en dat doet ge want ge zijt zo, maar vastberaden en ge zegt eenvoudig : ‘kijk, als je wil dat we sociaal vooruitgaan, dat we kunnen waarborgen wat we verworven hebben en dat we een sprong voorwaarts kunnen maken naar vooruitgang, welvaart en welzijn, denk eraan, de liberalen kunnen u dat waarborgen omdat ze voorzichtig zijn, omdat ze niet willen lopen, daar waar men moeilijk kan gaan, maar tezelfdertijd omdat ze willen gaan en willen vooruitgaan.’
Willy De Clercq |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|