|
De Europese bevolking vergrijst razendsnel. Om het aantal inwoners van de Europese Unie in de toekomst op een gelijk peil te houden hebben we 2,1 kinderen per gezin nodig. In Vlaanderen zijn er dat momenteel 1,7, in Spanje 1,3 en in Italië slechts 1,2. Daarenboven bedraagt de gemiddelde levensduur momenteel 76 jaar voor mannen en 81 voor vrouwen. Alles wijst erop dat die levensverwachtingen in de komende jaren zullen toenemen. De gevolgen zijn reusachtig. De verhouding tussen werkenden en senioren kent zal een dramatische wijziging kennen. Steeds minder werkenden zullen de middelen kunnen opbrengen om de niet-werkenden te onderhouden. Vandaag ontvangen de senioren een goed pensioen en de jongeren hopen later op hetzelfde. Maar is dit alles wel houdbaar? Kan het bestaande pensioensysteem dit verzekeren? Hoe is het mogelijk dat steeds minder actieven het nodige geld opbrengen om de niet-actieven te voorzien in een gelukkige oude dag? Professor Marc De Vos is een van de weinigen die het probleem onderkent. Hij beklemtoont de nood aan fundamentele hervormingen, en bepleit daarbij de omschakeling van het bestaande repartitiesysteem voor pensioenen naar een kapitalisatiesysteem. Liberales had een gesprek met professor Marc De Vos. De vergrijzing slaat toe in alle Europese landen. Op welke manier pakt de Belgische regering dit probleem aan? Marc De Vos: Via opiniebijdragen en extra ministerraden bouwt de federale regering aan een langetermijnstrategie. Over één belangrijk dossier lijken de strategische teerlingen reeds geworpen. Volgens de scharniernota van Frank Vandenbroucke en Johan Vande Lanotte, zal het Belgische pensioengebouw de bom van de vergrijzing doorstaan dankzij een verstevigde fundering met twee pijlers. De wankele eerste pijler, die van het wettelijk pensioen, moet overeind blijven via budgettaire discipline en een verhoogde werkgelegenheidsgraad. Wat budgettair vrijkomt door verdere afbouw van de overheidsschuld zal mee de stijgende pensioenkost dragen, terwijl we met z’n allen meer pensioengeld zullen moeten opbrengen door meer en langer te werken. Maar zelfs dat zal niet volstaan om de pensioenen op een aanvaardbaar welvaartspeil te houden. Een tweede pijler van aanvullende pensioenen dient geheid, met de uitbouw van private pensioenplannen voor alle werknemers in ondernemingen of op sectoraal niveau. Zal dat voldoende zijn om het toenemende aantal senioren in de toekomst op een kwaliteitsvolle manier te kunnen blijven opvangen? Marc De Vos: Of de Paarse pensioenpijlers het juk van de vergrijzing zullen torsen, valt nog te bezien. Maar het is opmerkelijk dat het Belgische pensioengebouw wordt beschermd zonder een debat over grondige renovatie. De vergrijzing hypothekeert ons pensioensysteem immers vooral omdat dat gebaseerd is op een door de overheid georganiseerde omslag of repartitie. De werkenden sparen niet voor een eigen pensioen, maar betalen de pensioenen van de huidige gepensioneerden via het apparaat van de sociale zekerheid. In het Paarse scenario moeten steeds minder werkenden steeds langer werken opdat steeds meer gepensioneerden steeds langer pensioen zouden trekken. Via de tweede pensioenpijler moeten die werkenden daarenboven mee hun eigen pensioen veilig stellen. Tegelijkertijd ontsnapt niemand aan een fiscale druk die wegens de afbouw van de staatsschuld historisch hoog staat, maar die niet kan dalen omdat elke vrijgekomen Euro mee in de pensioenmolen moet. De werkmieren van de welvaartstaat dreigen werkslaven te worden. Bestaat er dan een meer structurele oplossing? Marc De Vos: Er is geen gemakkelijke weg uit het pensioenmoeras waarin de combinatie van repartitie en vergrijzing is vastgelopen. Maar een regering die de lange termijn genegen is, moet vermijden dat toekomstige generaties nog in hetzelfde drijfzand kunnen belanden. De Paarse reddingsoperatie doet dat onvoldoende, want zij ontmantelt niet de demografische tijdbom waarop een pensioensysteem van repartitie structureel berust. Slechts door elke generatie voor haar eigen pensioen te laten kapitaliseren, kan een pensioensysteem grotendeels immuun worden voor demografische schommelingen tussen generaties. De blauwdruk van een kapitalisatiestelsel is zowat het spiegelbeeld van de huidige Paarse pensioenstrategie. De eerste pijler bestaat uit private pensioenplanning, waarbij burgers hun eigen pensioenopbouw organiseren via verplichte spaarquota en pensioenfondsen. Het wettelijk pensioen wordt de tweede pijler waarin iedereen bijdraagt maar die enkel uitkeert aan burgers die zelf geen afdoend pensioen hebben kunnen opbouwen. Een kapitalisatiesysteem is dus de ultieme remedie die onze welvaartstaat tegen de vergrijzing kan beschermen? Tegen de pandemische effecten van de vergrijzing bestaat geen panacee. De invoering van een kapitalisatiesysteem is maar één van de pijlen die de bewindsvoerders in hun koker moeten steken. Kapitalisatie alleen zal het monster van de vergrijzing niet bedwingen, al was het maar omdat de accumulatie van pensioenkapitaal via beleggingen zelf ook niet volledig immuun is tegen de economische effecten van een krimpende bevolking. Kapitalisatie zal het demografisch risico verminderen, maar het niet volledig uitsluiten. Daarenboven kunnen we niet van vandaag op morgen overschakelen van repartitie op kapitalisatie. Die overschakeling zal moeizaam en langzaam zijn, met een overgangsfase waarin het repartitiestelsel slechts geleidelijk uitdooft terwijl de kapitalisatie reeds loopt. Kapitalisatie moet één van de ingredriënten zijn van een “grand design” voor een hervormde welvaarstaat, samen met andere essentiële ingrepen zoals de hervorming van de arbeidsmarkt, een geboortebeleid, een selectief immigratiebeleid en de alternatieve financiering van de sociale zekerheid. Alleen via een cocktail van fundamentele hervormingen kunnen wij de welvaartstaat door de storm van de vergrijzing loodsen zonder dat de competitiviteit van onze economie ten onder gaat. Laten we terugkeren naar het pensioenstelsel. Ondermijnt een kapitalisatiestelsel niet de solidariteit waarop onze sociale zekerheid is gegrondvest? Marc De Vos: Goedmenend links ziet kapitalisatie als de doodgraver van de solidariteit in de Belgische sociale zekerheid. Alleen veelverdieners zouden ervan profiteren, terwijl de noeste werkman pensioenzekerheid zou verliezen doordat zuurverdiende spaarcenten via pensioenfondsen in de beursroulette komen. Deze schrikbeelden zijn echter ideologische waan, geen nuchtere analyses. Vooreerst de solidariteit. In een repartitiestelsel eet iedereen uit de ruif van het wettelijk pensioen. De hooggeschoolden en beter betaalden doen dat meer en langer dan de laaggeschoolden: hun pensioenen zijn hoger en zij leven langer. In het bepleite kapitalisatiestelsel is het wettelijk pensioen een opvangnet waarin iedereen betaalt maar waarvan alleen de behoeftige, wiens persoonlijke kapitalisatie ontoereikend is, geniet. De solidariteit wordt dus niet teruggeschroefd, maar integendeel bevorderd. Daarenboven mag herverdeling geen doel op zich zijn. De bedoeling van een socialezekerheidssysteem is niet te herverdelen om te herverdelen, maar opdat iedereen afdoende beschermd zou worden. Wanneer die bescherming beter kan dan via herverdelende sociale zekerheid, is er geen argument om aan herverdeling vast te houden. Welnu, in de mate dat armen kunnen sparen in de context van een kapitalisatiestelsel, zal dat hen uiteindelijk ook meer opbrengen dan in een repartitiestructuur. Bijdragen die over de loop van een carrière worden belegd aan marktconforme voorwaarden zullen aan het einde van de rit immers een hoger pensioenkapitaal genereren dan in de doorschuifoperaties van een repartitiestelsel. Ook in absolute gelijkheidstermen is kapitalisatie dus te verkiezen. Maar bestaat de vrees niet voor pensioenonzekerheid bij kapitalisatie via beursbelegging? Marc De Vos: Die onzekerheid is ongegrond, of minstens naïef. Zij is naïef omdat een door de overheid gepatroneerd repartitiestelsel zelf geen pensioenzekerheid waarborgt. Het pensioenrisico is dan voornamelijk politiek: de kans dat de overheid de pensioenvoordelen zal beperken of de belastingen of bijdragen zal verhogen. In België ondervinden we die risico’s aan den lijve: de garantie van welvaartvaste pensioenen is een illusie gebleken, de vergrijzing draineert steeds meer belastinggeld richting pensioenen, en de verhoging van de pensioenleeftijd staat in de sterren geschreven. In een geprivatiseerd kapitalisatiesysteem is het pensioenrisico voornamelijk dat van de aandelenmarkt waarop de pensioenbijdragen worden belegd. Maar dat risico wordt getemperd door de duurtijd en de omvang van de investeringen. Pensioensparen gebeurt over een hele carrière en de pensioenfondsen vergaren enorme kapitalen, die een sterke diversificatie van de beleggingen mogelijk maakt. De combinatie van die twee factoren baart pensioenzekerheid, veeleer dan pensioenrisico. Op lange termijn zijn aandelenmarkten immers geen broze, volatiele en irrationele goktenten, maar betrouwbare barometers van economische groei. Tussen 1926 en 1996 zijn de aandelenkoersen in de V.S. jaarlijks gemiddeld met 10,89 % gestegen, en dat ondanks de Grote Depressie, WO II, Vietnam, Watergate, de oliecrisis en de eerste Golfoorlog. Over de kortere periode van een carrière - zeg maar tussen de 20 en 40 jaar - leverde de aandelenmarkt nog jaarlijkse opbrengsten tussen de 3,36% en 17,32 %, afhankelijk van het tijdstip van pensionering. Dat zijn sprekende cijfers. De spreiding over een carrière, alsook de spreiding van de uitbetalingen, vermijden ook dat een volledig pensioen afhankelijk zou zijn van de conjunctuur van de aandelenmarkt op het ogenblik van pensionering. Er zijn dus goede argumenten om de Belgische pensioentanker te wenden in de richting van kapitalisatie. De topprioriteit van de regering is het creëren van nieuwe jobs. Kan de omschakeling naar een kapitalisatiesysteem daarbij helpen? Marc De Vos: Inderdaad. De steven zou daarmee ook richting actieve welvaartstaat staan, tot nader order nog steeds een Paarse bestemming. Een kapitalisatiestelsel verbindt pensioen immers rechtstreeks met persoonlijke productiviteit en bevat zo een werkstimulans die algemene repartitie ontbeert. De primaire pensioenfilosofie is niet langer één van onderhoud door anderen, maar van eigen opbouw. Daarmee krijgen de burgers ook meer vrijheid om carrière, sparen en leven naar wens te plannen. De verschillende generaties zijn niet meer aan elkaar geketend door repartitie, zodat in elke generatie de burgers hun positie op de arbeidsmarkt kunnen afstemmen op de eigen pensioennoden. Zo kunnen de hoge lonen van een competitieve en productieve economie toelaten dat we vroeger met pensioen kunnen gaan; een veel aanlokkelijker perspectief dan de gedwongen verhoging van de pensioenleeftijd, die ons repartitiestelsel met de lippen boven water zal moeten houden. Zal de omschakeling van een repartitie- naar een kapitaalonzekerheid niet leiden tot spanningen tussen aankomende senioren en starters op de arbeidsmarkt? Marc De Vos: De dramatische vergrijzing plaatst de federale regering voor een dubbele pensioenuitdaging. Zij moet niet alleen het bestaande systeem redden voor de generaties die erin vastzitten; zij moet tevens een herhaling van het rampscenario vermijden voor de toekomstige generaties. Doorgedreven kapitalisatie is daarvoor de aangewezen formule, die overigens niet alleen de pensioenen maar ook de Belgische economie zal dienen. Pensioenfondsen genereren immers investeringskapitaal voor de economie. Via de pensioenfondsen zullen de gepensioneerden dus onrechtstreeks mee de lonen van de werkende generatie betalen. Dat is veel gezonder dan de omgekeerde logica van het repartitiestelsel, waarin de werkende generatie niet alleen zichzelf maar ook de gepensioneerden financiert. Die logica, zo blijkt nu, maakt bij vergrijzing de slinkende jongere generatie tot lijfeigenen van het pensioenapparaat. Laat ons deze bittere les heugen en in een vernieuwd pensioenstelsel elke ‘clash of generations’ uitsluiten.
Marc De Vos Linkshttp://www.ping.be/novacivitas/devos.html |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|