Het is bon ton om onverholen hebzuchtig te zijn

interview vrijdag 30 april 2010

Sebastian Faulks

“Johannes de doper is een klassiek voorbeeld van een schizofreen,” zegt Sebastian Faulks wanneer we het over de oorsprong van de religie hebben. “Toen een jaar of vijftien geleden de meeste Britse psychiatrische instellingen gesloten werden, kwam je op iedere straathoek wel zo’n Johannes tegen, gekleed in een zwarte vuilniszak, met lange, verwarde en vieze haren, alles etend wat zijn richting uitkwam en onophoudelijk pratend tegen de stemmen in zijn hoofd, een klassiek symptoom van schizofrenie. Ik moet op mijn woorden letten, want ik heb hier problemen mee gehad in Groot-Brittannië, maar toch. Als je bekijkt wat Mohammed gedaan heeft op het vlak van het organiseren van mensen en legers, kun je hem zeker geen gek noemen, maar anderzijds moet je toch toegeven dat het horen van stemmen en religie twee handen op een buik zijn. Ik denk dan ook dat de verhalen over Mozes die de berg opging om met god te praten of over Abraham die zijn zoon Isaak wou offeren omdat god het hem gevraagd had, letterlijk te nemen zijn. Abraham heeft echt een stem gehoord die hem opdroeg zijn zoon te doden, en even later hoorde hij een andere die hem beval Isaak los te maken en een geit te offeren in zijn plaats. Zo’n zaken horen schizofrenen nu eenmaal.”

Sebastian Faulks is, om het voorzichtig uit te drukken, een man met een mening. In zijn nieuwste roman, Een week in december, maakt hij een state of the nation op van Groot-Brittannië, wat tot menige bittere oprisping leidt. Het is een land waar hedgefondsbeheerders fortuinen verdienen door de economie in de soep te laten draaien en niet zien hoe hun kinderen zich ondertussen in een coma drogeren, waar de afstammeling van een pickle-imperium de religieuze toer opgaat en moslimterrorist wordt en een Pizzaketen de literaire wereld regeert. De gebeurtenis die het boek samenhoudt is het feestje dat de vrouw van een lokale conservatieve politicus organiseert en waarop al deze figuren, net zoals een voetbalspeler van een topclub en diens geliefde pornoactrice uitgenodigd zijn. Het was niet helemaal zijn bedoeling toen hij aan het boek begon, vertelt hij, maar uiteindelijk is Een week in december een spetterende satire geworden die - al lachend zegt de zot de waarheid - de vinger op de hedendaagse wonde legt: iPhone en iPod herleiden ons tot een cocon in een steeds virtueler wordende realiteit, en daardoor zien we niet hoe een stel enkelingen uit eigenbelang de fundamenten van onze verzorgingsstaat aan het ondergraven zijn.

Apocalyptisch zou je zijn boek soms kunnen noemen, of op zijn minst het werk van een ouwe knorrepot, maar daar is Faulks het vanzelfsprekend niet mee eens: “Het is een kwaad en satirisch boek, dat geef ik toen, maar ik heb het grootste deel van wat er in staat niet verzonnen. Kijk zelf maar eens om je heen. Een ouwe knorrepot is iemand die klaagt over de manier waarop de caissière in de supermarkt ‘nog een fijne dag’ zegt en daar thuis tegen zijn vrouw een paar uur over dooremmert. Als mens kun je kiezen of je een ouwe knorrepot wil zijn. Voor mijn boek gaat dat niet op. Wat ik beschrijf is onontkoombaar. Het gaat inderdaad over hebzucht en de onwil om zich in de positie van anderen te plaatsen, maar dat is toch hoe mensen tegenwoordig zijn? Niet ver van waar ik woon, is een buurt waar iedereen ten minste tien miljoen per jaar verdient. Fascinerend vind ik dat, dus wil ik wel eens weten wat zij doen om dat waard te zijn, en wat blijkt? Het zijn bankiers. Zij handelden niet in reële zaken, maar sluiten weddenschappen af op de uitkomst van andere weddenschappen die op hun beurt over weddenschappen gaan of een lening wel of niet terugbetaald zal worden. Pure speculatie dus, maar niet zonder enig belang voor ieder van ons aangezien het bankwezen instaat voor een kwart van de inkomsten van de Britse overheid.”

Een van uw personages vraagt zich inderdaad af wanneer hebzucht een deugd is geworden in het wereldje van schrijvers en kunstenaars, daar waar deze een paar decennia geleden nog neerkeken op geld als het slijk der aarde.

Sebastian Faulks: Vandaag de dag is het bon ton om onverholen hebzuchtig te zijn. Vroeger had je filantropisten zoals Carnegie of Rockefeller die miljarden dollars verdienden en die dan in de vorm van toelagen aan muziekgezelschappen en musea terugschonken aan de gemeenschap. Daar is wat mij betreft niets mis mee. Het verschil is dat Carnegie zijn geld verdiende in de staalindustrie. De man produceerde iets en hij deed dit niet op de kap van een ander. Wat je echter bij de huidige bankiers en traders ziet, is dat een groot deel van hun fortuin wel degelijk op de kap van anderen is verdiend. Sommige hefboomfondsen speculeerden openlijk op de ondergang van bepaalde banken, en toen dit werkelijk gebeurde, verdienden ze fortuinen op de kap van de kleine spaarders die hun geld in rook zagen opgaan. Wat we vandaag zien is dat het spaarboekje niet langer 5% opbrengt, maar wel 0,5%, niet omdat de banken tegen een veel lagere rente leningen verstrekken dan vroeger, maar wel omdat ze de kas die de traders hebben leeggeroofd weer willen vullen met het geld van hun klanten. Als de Britse banken tussen 2000 en 2008 20% kleinere bonussen hadden uitbetaald, was er helemaal geen overheidssteun nodig geweest tijdens de financiële crisis. Een trader had dan 4 miljoen gekregen in plaats van 5 miljoen, wat bij mijn weten toch nog altijd een reusachtige smak geld is.

Moet de overheid daar paal en perk aan stellen?

Sebastian Faulks: Dat lijkt me moeilijk. Je kunt niet zeggen dat niemand meer dan vijftig miljoen per jaar mag verdienen. We leven tenslotte in een vrije wereld en ik ben ervan overtuigd dat je brute, bloeddorstige kapitalisten nodig hebt omdat zij wel degelijk rijkdom creëren. Wat wel gedaan moet worden is een onderscheid maken tussen investeringsbanken die nogal graag de casinotoer opgaan en gewone banken waar de brave huisvader zijn spaarcenten deponeert. Zo vermijd je dat die man zijn geld in lucht ziet opgaan.Tot nu toe had je gewone banken met een investeringspoot die zichzelf verplichtten jaarlijks 20% winst te maken voor hun aandeelhouders en daardoor de gekste risico’s dienden te nemen. Als je zo’n winsten wil maken moet je je op de mijnsector werpen in plaats van organisaties die zorg dragen door het spaargeld van Jan met de pet in overdrive te forceren.

Bovendien zou er een transactietaks moeten komen omdat het grootste deel van die transacties zuiver speculatief zijn. 95% van alle geldtransacties gebeuren omdat traders op wisselkoersen willen gokken en niet omdat burgers een andere munt nodig hebben. Op die transacties een half procent taks heffen doet die burger dus geen pijn. Het roomt alleen een heel klein beetje af van de winst van de gokkers, en wat kan daar nu op tegen zijn? Als ik op de paardenrennen wed, betaal ik ook taksen, en veel meer dan een halve procent. Er wordt wel eens beweerd dat dit niet goed zou zijn voor onze economie omdat veel bankiers dan met hun geld naar Zwitserland zouden vertrekken. Maar waarom zou dat een bezwaar zijn? Heel wat bankiers zouden inderdaad beter vertrekken, want het is nu wel duidelijk bewezen dat het niet waar is dat je een bankier tien miljoen per jaar moet betalen. We hebben dat gedaan en kijk waar we zitten. Die vet betaalde bankiers hebben het hele systeem verneukt.

Misschien moeten we hen maar eens een miljoen per jaar beginnen betalen, wat nog altijd heel veel is, en kijken wat ze er dan van bakken. Een van de toplui van de Royal Bank of Scotland, de bank die bijna volledig in handen is van de overheid omdat ze zichzelf het bankroet heeft in gewerkt, vertrok onlangs naar Japan omdat hij op zijn inkomen van tien miljoen pond dit jaar 50% belasting moet betalen en niet 40% zoals voorheen. In Japan betaalt hij maar 35%. De financiële kranten hadden het over het gevaar dat zo’n belasting tot een talent drain zal leiden. Wablief, zeg ik dan, talent? De politie zou die man moeten begeleiden tot op het vliegveld en maken dat hij een ticket enkele reis heeft zodat hij nooit meer terugkomt. Maar zoiets moeten we van Gordon Brown natuurlijk niet verwachten. Dat is gewoon een schertsfiguur. Stel dat je eerst als financieel directeur - een job die toch vergelijkbaar is met zijn vroegere functie als minister van financiën - en daarna als algemeen directeur - het equivalent van premier - je firma naar het bankroet hebt gedreven, dan ben je toch niet in staat om je job te doen en had je vijf jaar geleden toch al ontslagen moeten worden?

Vrijwel de enigen die in uw boek verzet bieden tegen het hebzuchtige wereldje van de Londense city zijn de moslimfundamentalisten.

Sebastian Faulks: Ja, vreemd hé. Ik heb zelfs nog even met het idee gespeeld om een islamitische bank op te nemen in de roman. Volgens de koran zijn woekerwinsten immers verboden, dus hanteren zij een heel ander systeem dan westerse banken, maar uiteindelijk werd het te gecompliceerd en daarom heb ik dat idee laten varen. Het grote probleem met de islam in Groot-Brittannië is dat die te geconcentreerd is. Hele steden zijn islamitisch geworden, wat niet leuk is voor de moslims zelf omdat ze in een getto wonen, noch voor degenen die daar vroeger woonden omdat ze zich verdreven voelen. Dat zorgt voor spanningen. Bovendien heeft een devote moslim steeds een probleem met ieder bestaand politiek systeem. Je kunt een goede christen of jood zijn en om het even waar ter wereld wonen. Misschien zul je niet akkoord zijn met het politieke systeem, maar je zal het niet tegen heug en meug omver willen werpen. Bij moslims ligt dat anders. Wie daar echt devoot is, aanvaardt alleen de wetten van de sharia. Hoe geloviger je bent, hoe ongelukkiger je wordt, en dat kan een aantal jonge heethoofden - uitzonderingen tussen de honderdduizenden ongevaarlijke moslims - naar het terrorisme leiden. Het is jammer dat er altijd een paar demagogen zijn die van zo gauw er culturele verschillen ontstaan de boel opstoken voor hun eigen persoonlijke redenen, en daarom beginnen zaniken over stemmen in hun hoofd en andere gekkigheden.


Sebastian Faulks, Een week in december, vertaald door Mario Molegraaf, Prometheus, 415 p., 24,95 euro.



Interview door Marnix Verplancke



Dit interview verscheen eerst in 'uitgelezen', de boekenbijlage van De Morgen.

Sebastian Faulks

Links
mailto:marnixverplancke@skynet.be
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be