Saul Friedländer (1932) overleefde als knaap de Shoah in een strenge katholieke kostschool in Frankrijk. Zijn ouders werden in Auschwitz vergast. Na de oorlog werd hij lid van Irgun, de zionistische verzetsbeweging die tegen de Britten streed. In 1964 deed hij voor het eerst stof opwaaien met een boek over paus Pius XII en de Joden. Vandaag doceert hij geschiedenis aan de UCLA in Californië. Friedländer is al sinds 1967 voorstander van de terugtrekking van Israël uit de Bezette Gebieden. Als lid van de Peace Now Movement pleit hij onverdroten voor een onafhankelijke Palestijnse staat. Voor Nazi-Duitsland en de Joden ontving hij dit jaar de prestigieuze Vredesprijs van de Duitse Boekhandel. De uitroeiing van de Joden in Europa is de ultieme maatstaf geworden waaraan alle kwaad kan worden afgemeten. Wie Nazi-Duitsland en de Joden van Saul Friedländer leest, begrijpt dat dit geen loze kreet is. Het boek is zonder twijfel Friedländers magnum opus. Bijna duizend bladzijden tekst en vierhonderd bladzijden noten en bibliografische gegevens, alles samen een overweldigende samenvatting van twaalf jaar terreur en moord op een haast niet voor te stellen schaal. Twaalf jaar ook van Hitlers obsessie met de Joden. Hitler, aldus Friedländer, bedreef een verlossings-antisemitisme, een unieke vorm van Jodenhaat waarin hij een moorddadige woede koppelde aan een idealistisch doel: de totale vernietiging van wat hij de joodse pest noemde. Friedländer is een gematigd intentionalist. Hitler mag dan wel de Joden hartsgrondig gehaat hebben, hij had bij zijn aantreden als kanselier in januari 1933 geen uitgewerkt plan om de Joden systematisch uit te moorden. De weg naar Auschwitz was ‘een wisselwerking tussen intenties en onvoorziene omstandigheden, tussen waarneembare oorzaken en toeval.’ Maar wat Friedländers boek zo aangrijpend maakt, is dat hij zweert bij een Alltagsgeschichte van het Derde Rijk en haar Endlösung der jüdischen Frage. Daarom veel aandacht voor dagboekgetuigenissen van de slachtoffers en brieven van toeschouwers en beulen. Een alledaagse werkelijkheid die naar de keel grijpt. Wat was de politiek van de daders? Hoe reageerde de Duitse bevolking? En hoe keken de Joden tegen de vervolging aan? Hitlers Derde Rijk was geen aberratie, aldus Friedländer, de Shoah geen vergissing. Wat beschaafde mensen toen lieten gebeuren, kan opnieuw gebeuren. Uw boek is een bijbel van gruwelen. Hoe slaagt u erin als historicus objectief en neutraal te blijven? Saul Friedländer: Mag ik beginnen bij het begin? Ik ben door zuiver toeval in deze materie terechtgekomen. Tijdens opzoekwerk voor mijn dissertatie over de politiek van Hitler vis à vis de Verenigde Staten vond ik in het archief in Bonn een document over paus Pius XII. Ik was zo kwaad dat ik ter plaatse besloot om mij te verdiepen in het Vaticaan en de Joden. Toen mijn boek af was, beloofde Jérôme Lindon, de uitgever van Editions de Minuit, dat hij er een wereldwijde bestseller van zou maken. Maar Lindon bedreef een radicale anti-kerkelijke politiek, en omdat ik geen militant pamflet wilde, begreep ik dat ik een vergissing zou begaan als mijn boek bij hem zou verschijnen. Uiteindelijk ben ik terechtgekomen bij Paul Flamand, stichter en uitgever van Le Seuil en een liberale katholiek. Omdat Flamand net als ik een objectief boek wilde, heeft hij mij geholpen om mijn boosheid uit de tekst te halen en er afstandelijkheid in te brengen. Vanaf dan heb ik er altijd zorgvuldig voor gezorgd dat mijn objectiviteit als een huis stond. Tegelijkertijd geef ik toe dat de materie zo naar de keel grijpt dat niemand onberoerd kan blijven. De kunst is om de dingen, die vaak zo verschrikkelijk zijn dat ze ons begripsvermogen overstijgen, zo te presenteren dat er een evenwicht ontstaat tussen betrokkenheid en neutraliteit. Bent u daarom zo spaarzaam met de beschrijving van gruwelijke taferelen? Saul Friedländer: Toen mijn boek in Duitsland verscheen, was er een jonge recensent die zich afvroeg waarom ik zo weinig voorbeelden gaf van de Apocalyps, zoals hij het noemde. Twee redenen. Ten eerste vind ik het persoonlijk heel moeilijk om daarover te schrijven, en ten tweede vind ik het niet nodig in de bloederigste en meest sadistische details te treden om duidelijk te maken wat de Shoah werkelijk was. Zoveel boeken over dit thema zijn vulgair en zoeken alleen sensatie. Daniel Goldhagen deed het, Jonathan Littell doet het, zelfs historische werken stapelen de gruwelen op. Misschien heb ik het bij het verkeerde eind, maar ik denk dat we genoeg stapels lijken hebben gezien. ‘De werkelijkheid was absurd en onheilspellend tegelijk,’ schrijft u, ‘het was een volkomen groteske en huiveringwekkende wereld onder het vernis van een nog huiveringwekkender normaliteit.’ Saul Friedländer: Dat is zonder twijfel het meest bloedstollende aspect van de hele zaak. Miljoenen Europeanen waren ervan overtuigd dat zij beschaafd en fatsoenlijk bleven terwijl er op industriële schaal Joden werden vermoord. Zo staat het als een paal boven water dat de meerderheid van de Duitsers op de hoogte was van de slachtingen. Wir haben es nicht gewusst? Dat is een naoorlogse mythe. En de soldaten die in hun brieven naar huis melding maakten van de massamoord, waren niet geschokt maar geamuseerd. Aan de ene kant had je dus het normale dagelijkse leven, aan de andere kant onvoorstelbaar onmenselijke misdaden. De afstand tussen die twee groeide en bleef groeien tot het einde. Voor velen van ons is de Shoah een reeks begrippen, zoals Kristallnacht of Auschwitz. U laat zien dat er achter die woorden ‘een aaneenschakeling van vervolging, segregatie, emigratie en verdrijving’ zit, ‘een opeenvolging van vernederingen en terreur, van verlies en beroving.’ Saul Friedländer: Er waren tienduizenden anti-joodse maatregelen. In Duitsland alleen al meer dan drieduizend. En het merkwaardige is dat er zelfs voor de meest buitengewone anti-joodse maatregelen een juridisch kader werd geschapen. In de beruchte elfde verordening van het Reichsbürgergesetz werd gestipuleerd dat iedere Jood die het Duitse rijk verliet, niet alleen zijn staatsburgerschap verloor, maar ook al zijn bezittingen. Die verordening kwam er pas in november 1941, op een ogenblik wanneer de deportatie van Duitse Joden op gang was gekomen. Er werd dus naar een wettelijke weg gezocht om alle goederen van de gedeporteerde Joden naar de Reichsbank of het Reichssicherheitshauptamt over te hevelen. Verordening dertien van dezelfde wet maakte het zelfs mogelijk om alle bezittingen van dode Joden te recupereren. De Endlösung was dus ook pure roof en plundering? Saul Friedländer: Natuurlijk! Maar ze zochten desalniettemin naar een wettelijke tekst om die roof te rechtvaardigen. De administratie moest in orde zijn. Het werd allemaal nauwkeurig bijgehouden. In Hamburg alleen arriveerden in 1942 tweeënveertig scheepsladingen met in beslag genomen Joodse goederen, voor een exact totaal van 27.227 tonnen. Het is een van de unieke elementen van de Shoah: een met wetten bekrachtigde moord op grote schaal. Surrealistisch, nietwaar? Toch wil ik nog dit toevoegen. De Joden werden niet alleen tot de vernietiging veroordeeld, maar ook tot Auslöschung, ze moesten uitgewist, weggeveegd worden. Alles wat ze voortbrachten, alles wat ze aanraakten of creëerden diende met wortel en tak te worden uitgeroeid. Daarom werden de libretto’s van de opera’s van Mozart hervertaald omdat ze ooit door een Jood waren geschreven. Nog ongelooflijker is dat het de Joden in het getto van Warschau wekenlang verboden werd om muziek te maken omdat een aantal van hen was betrapt op het luisteren naar Duitse muziek. Het luisteren alleen al besmette die muziek. Begrijpt u dat? Wat was de rol van Adolf Hitler in die waanzin? Saul Friedländer: Wie Hitler was kan ik niet zeggen. Wil ik niet zeggen. Ik doe niet mee aan al die psychologische hypotheses. Maar wat ik wél weet is dat hij een centrale rol speelde. Hij was de driving force die tot het bittere eind, tot en met de laatste regel van zijn testament, erop stond dat de wereld de strijd tegen de joodse pest zou voortzetten. Vanaf 1919 is hij nooit van dat idee ook maar een millimeter afgeweken. Het joodse probleem was zijn obsessie. En omdat hij de Führer was, een man die zo goed als alle Duitsers blindelings gehoorzaamden, slaagde hij erin om zijn verwerpelijke ideeën ingang te doen vinden. Maar laten we niet vergeten dat zijn opvattingen nooit wortel hadden geschoten als het volk dat niet gewild had. Hitler in zijn eentje was niet verantwoordelijk, hij is niet de duivel die de anderen naar zijn pijpen liet dansen. De bevolking accepteerde wat hij riep en schreeuwde, de bevolking voerde uit wat hij van hen eiste. Alles en iedereen deden mee: de kerken, het gerechtelijk apparaat, de universiteiten, de wetenschappelijke instituten, de industrie, de banken, het leger, de partij. Hitler noemde de Joden wereldbrandstichters. Natuurlijk was hijzelf de enige brandstichter. Maar het bos zou niet in vlammen opgegaan zijn zonder de talloze vuurtjes die zijn volgelingen mee hebben gestookt. Men was bereid om mee te doen, men stond klaar om te vervolgen en te roven en te moorden. Waarom namen de Duitse katholieke en protestantse Kerken het niet op voor de Joden? Saul Friedländer: Er was hier en daar protest, maar dat werd nauwelijks gehoord. Bovendien waren zelfs de zogenaamde Jodenvrienden, zoals Dietrich Bonhoeffer en Marin Niemöller, diep in hun hart antisemitisch. Ook zij vonden dat de Joden een overdreven grote invloed op de Duitse cultuur hadden en een toontje lager moesten zingen. En vanuit theologisch standpunt waren ze het ermee eens dat de Joden pas écht konden gered worden als ze zich bekeerden, een opvatting die, als ik dat mag zeggen, ook vandaag nog bij het overgrote deel van de christelijke theologen wordt gepredikt. Wat is uw oordeel over paus Pius XII? Saul Friedländer: Als je paus Pius XII louter beschouwt als een politicus en diplomaat, dan kun je zijn houding begrijpen. Voor hem was het bolsjewisme erger dan het nazisme. Door zijn manoeuvres is hij erin geslaagd om zijn Kerk overeind te houden. Als je hem ook als een geestelijk leider wilt zien, als de opvolger van Christus op de wereld die de goede boodschap aan de hele mensheid moet brengen, dan heeft Pius XII deerlijk gefaald. Zijn stilte was oorverdovend. Het ontbrak hem compleet aan morele moed. Hij heeft de Joden in de steek gelaten. Zou de Endlösung zijn doorgevoerd als er geen wereldoorlog was uitgebroken? Saul Friedländer: Ik denk het niet. De oorlog gaf Hitler de mogelijkheid om zijn moordplannen uit te voeren. Als er geen oorlog was geweest, waren de Duitse en Oostenrijkse Joden natuurlijk verder getreiterd en gediscrimineerd geweest maar zouden ze, denk ik, op den duur allemaal op een of andere manier het Reich verlaten hebben. Ik neem wel aan dat Hitler vanaf het begin van zijn politieke carrière fantasieën had waarin hij de Joden allemaal uitmoordde. En er is natuurlijk ook zijn beruchte toespraak in januari 1939 wanneer hij voorspelt dat hij de Joden zal vernietigen als ze er opnieuw in zouden slagen een oorlog te ontketenen. Maar zelfs toen waren er nog geen vastomlijnde plannen voor massamoord. Die plannen werden pas tegen het eind van 1941 uitgewerkt. Een cruciale periode. De oorlog in het oosten gaat niet volgens plan, want de Russen voeren een tegenoffensief uit voor de poorten van Moskou, en in het westen schieten de Amerikanen de Britten ter hulp. Een oorlog op twee fronten dus, iets wat Hitler altijd had willen vermijden, want dat was wat Duitsland in de Eerste Wereldoorlog de das had omgedaan. Op dat ogenblik heeft Hitler beseft dat hij de interne vijand, in casu de Joden, moest vernietigen, want het waren ook de Joden die volgens hem de schuld droegen voor de nederlaag in 1918. Op 17 december 1941 schrijft Himmler naar Hitler in verband met het joodse probleem. Judenfrage, mein Führer? Ausrotten als Partisanen, antwoordt Hitler. Overal vernietigen. In heel Europa. Is het mogelijk dat Hitler de oorlog is begonnen om de Joden te kunnen uitschakelen? Al in 1935 zei Hitler tegen Walter Gross dat hij bereid was om welke maatregel dan ook tegen de Joden te nemen mocht er een oorlog uitbreken. Saul Friedländer: Dat is de stelling van Lucy Dawidowicz. Ik onderschrijf die niet. Hitler wilde de Joden dan wel dood, maar hij diende wel te wachten tot die gelegenheid zich aanbood. Na zijn machtsovername in 1933 valt hij de Joden jarenlang niet in het openbaar aan. Hij doet zich voor als een echte staatsman, hij is bezorgd over de economie en de werkgelegenheid. Eerst na de Olympische Spelen van 1936 begint hij in alle ernst met zijn retoriek tegen de Joden. Toch weet hij zijn fanatisme altijd aan zijn tactiek aan te passen, hij is in de eerste plaats een cool calculator. In 1937 schrijft een Duitser in een lezersbrief in een krant dat Hitler joodse winkels van een merkteken zou moeten voorzien. Kort daarna antwoordt Hitler in een toespraak. Ik zal die man eens bij mij roepen, zegt hij, en hem vragen wie hier eigenlijk de bevelen geeft. Ik heb die toespraak beluisterd, ze staat op een plaat in Yale. Dan begint Hitler te tieren. Ik wil niet zomaar strijd leveren tegen de Joden, schreeuwt hij, ik wil ze in de hoek drijven en eerst dan mijn dolk recht in hun hart stoten, den Dolch ins Herz hinein. Das ist es! Iedereen in de zaal veert recht en jubelt en applaudisseert. Een hysterische gekte breekt los. Was Hitler een politiek genie? Saul Friedländer: Hij was in ieder geval een politiek dier. Zijn retoriek vond weerklank in alle lagen van de bevolking, dat was knap. Herinnert u zich Hitler-.eine Karriere, de film van Joachim Fest? Geen goede film, maar tot daar aan toe. Fest vraagt zich af of Hitler een groot man was. Als hij in 1938 of 1939 was gestorven, vindt Fest, zou hij wellicht een van de grootste Duitse staatslieden aller tijden zijn geweest. Wat een dwaze uitspraak! Tegen 1939 had Hitler al lang zijn ware gezicht getoond. Hij was al vanaf het begin een misdadiger en een moordenaar. Waarom zag Fest dat niet in? Saul Friedländer: Voor zijn generatie was dat een normale opvatting. Wat waren de Duitsers blij dat ze in de jaren’30 opnieuw de sterkste en de grootste in Europa waren! Ook Fest is in die val getrapt. Hitler was razend populair in de jaren’30. De vervolging van de Joden deed voor de gewone Duitser geen afbreuk aan de populariteit of het aanzien van de Führer. Joden waren quantité négligeable, maar dat neemt niet weg dat het regime van meet af aan misdadig en moordzuchtig was. Toch was Hitler geen politiek genie. Een genie weet wanneer het moet stoppen. Hitler heeft dat nooit geweten, hij heeft altijd gedacht dat hij risico na risico kon nemen zonder dat hij daar ooit voor zou moeten boeten. Bismarck daarentegen was een echt genie. Zijn Realpolitik hield rekening met het mogelijke, Hitler probeerde het onmogelijke. Vroeg of laat zou hem dat zijn kop hebben gekost, maar dat heeft hij nooit willen zien. De geallieerden mogen Hitler eigenlijk dankbaar zijn dat hij onverantwoorde risico’s nam. Wat is uw oordeel over het Duitse verzet tegen Hitler? Saul Friedländer: Het Duitse politieke en militaire verzet tegen Hitler stelde al bij al weinig of niets voor. Het was niet alleen slap en totaal inefficiënt, het kon zich bovendien niet losmaken van de ergste vooroordelen tegenover de Joden. Ze gingen er weliswaar niet mee akkoord dat alle Joden vermoord dienden te worden, maar ze waren het er grosso modo wel mee eens dat ze het land moesten worden uitgezet of tenminste als tweederangsburgers dienden behandeld te blijven, ook na de oorlog. De geallieerde regeringen zijn de Joden niet of nauwelijks ter hulp gesneld. Joden waren ook voor hen van geen belang. Maar waarom hebben de Joden in Palestina nooit een helpende hand uitgestoken? Saul Friedländer: Ik heb geen goed woord over voor de houding van het leiderschap van de Yishuv, de Joodse gemeenschap in Palestina. Ben Gurion speelde een centrale rol in het geheel. Volgens hem hadden ze de Joden in Europa willen helpen, maar konden ze niet. Ik zou hier de mening van Antek Zuckerman willen geven. Zuckerman was de man die de Joden in het getto van Warschau van wapens probeerde te voorzien. Hij overleefde de Shoah en emigreerde naar Israël. Een bitter man. Dat de leiding van de Yishuv geen duizend man naar Europa had gestuurd, zei hij, kon hij begrijpen, de Joden in Palestina waren niet met velen. Hij kon ook begrijpen dat ze er geen honderd hadden gestuurd, of geen tien. Maar dat ze zelfs niet één man hadden uitgestuurd om te zien hoe er hulp geboden kon worden, dat had hij Ben Gurion blijvend kwalijk genomen. Uiteindelijk was Ben Gurion alleen geïnteresseerd in een joodse staat en gaf hij impliciet toe dat de Europese Joden reddeloos verloren waren. Maar dat is net het punt van Antek Zuckerman, en ik ga met hem helemaal akkoord. Natuurlijk zou Ben Gurion er niet in geslaagd zijn de Joden te redden, maar dat hij het zelfs niet geprobeerd heeft, dát is onvergeeflijk.
Saul Friedländer Linksmailto:egbert@liberales.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|