Nationalisme is hét gevaar voor Europa

interview vrijdag 23 december 2005

Bronislaw Geremek

Bronislaw Geremek is een merkwaardig man. Een persoonlijkheid zoals je er niet veel ontmoet. Hij is één van de mensen die de Europese geschiedenis mee geschreven heeft. Hij was één van de stichters van Solidarnosc, zat daarom in de gevangenis en werd na de val van de muur één van de politici die mee de toetreding van Polen hielp verwezenlijken. Hij is historicus van opleiding en specialiseerde onder meer in de geschiedenis van onze Vlaamse steden in de Middeleeuwen. Dirk Sterckx had een gesprek met zijn partijgenoot in het Europees Parlement..

Bronislaw Geremek: In november 1981 had ik voor de eerste keer een ontmoeting met mensen van het Europees Parlement en de Commissie. Het was een zeer merkwaardig moment in de geschiedenis van Polen. Het was één jaar na de staking op de scheepswerf in Gdansk waarna Solidarnosc tot stand kwam, in een periode van beperkte vrijheid. Wij werden zeer warm onthaald in Brussel, met bewondering voor de Solidarnosc beweging. Ik kreeg er hoop om door te kunnen gaan. Maar ze maakten het ons ook duidelijk dat we in Polen in een andere wereld leefden en dat we de muur tussen Oost- en West-Europa niet konden naar beneden halen.

Heeft dat u toen ontgoocheld ?

Bronislaw Geremek: Nu, 25 jaar later, begrijp ik dat dit logisch was. Solidarnosc en die periode van 500 dagen vrijheid in Polen in 1980 en ‘81, was puur toeval. Iets onmogelijk dat mogelijk geworden was. Ik begrijp dat. Maar die eerste ontmoeting met Europa was een ontgoocheling.

Was u als student of als jonge professor al actief in de politiek ?

Bronislaw Geremek: Ik heb nooit gedacht dat ik politiek actief zou worden. Ik studeerde geschiedenis, eerst wou ik hedendaagse geschiedenis studeren. Maar het gebrek aan vrijheid in dat vakgebied was zo groot, dat ik besloot om Middeleeuwse geschiedenis te studeren. Als onderwerp koos ik voor de geschiedenis van de verstotenen, van de marginalen, van degene die door de maatschappij niet geaccepteerd werden of die zelf de maatschappij niet wilden aanvaarden. Ik had het gevoel dat het een manier was om de samenleving in haar geheel te begrijpen. De sociale geschiedenis van Europa passioneert me, en omdat ik in die tijd geen paspoort kon krijgen en niet naar het buitenland kon reizen, heb ik me, door erover te lezen, laten beïnvloeden door de Fransen. Alles wat ik las tijdens mijn studentenperiode was over Frankrijk. Het leven van de Gentenaars in de 14e eeuw, dat was mijn eerste onderwerp. Mijn thesis ging over Jakob Van Artevelde. Ik leerde de nodige talen om de documenten te begrijpen en ook om te kunnen lezen wat gebeurd was. En dus was mijn kennis, mijn interesse in Europa eerder de interesse van een historicus. In 1956, toen er een kortstondige liberalisering van het regime in Polen was, kreeg ik een paspoort en kon ik, voor de eerste keer, 6 maanden in Parijs gaan studeren. Ik stond in nauw contact met mijn Franse proffen, ik specialiseerde in Europese sociale geschiedenis. Ik heb boeken gepubliceerd over het Parijs van de 14e en 15e eeuw.

Niet over de geschiedenis van Polen ? Had u dan zo’n afkeer van de politiek in uw eigen land?

Bronislaw Geremek: Mijn engagement in de politiek kwam zeer laat. In het begin van 1978 kreeg ik een paspoort voor de Verenigde Staten. Ik werkte er verder aan mijn studie van de armoede in Europa. Maar ik volgde met passie de Amerikaanse politiek door af en toe naar het Amerikaanse Congres te gaan. Ik ben nooit in het Poolse parlement binnen geweest, vóór ik verkozen werd. Ik wist zelfs niet waar het was, ik was niet geïnteresseerd. Mijn lidmaatschap bij de Poolse Arbeiderspartij in 1950 was een engagement zonder politiek belang. Maar in 1968 toen het Warschaupact Praag binnenviel kon ik niet anders dan mijn lidkaart terugsturen. Dan realiseerde ik me dat ik iets meer moest doen. Ik was één van de stichters van de clandestiene universiteit van Polen. Onze universiteit verplaatste zich van het ene appartement naar het ander, daarom had onze universiteit de bijnaam ‘vliegende universiteit’. We doceerden onderwerpen die verboden waren in het officiële onderwijs. Het is als vertegenwoordiger van die universiteit dat ik in 1980 naar Gdansk gegaan ben, enkele dagen na het uitbreken van de staking, om onze solidariteit -de solidariteit van de intellectuelen- met de stakers te betuigen. Ook de brief van de 60 intellectuelen is op mijn klein appartementje in Warschau geschreven.

Op dat moment was u dus nog altijd niet van plan deel te nemen aan de actieve politiek, zoals u dat nu doet?

Bronislaw Geremek: Je moet de tijdsgeest begrijpen. Het enige gevolg van een dergelijk engagement was de gevangenis. Maar omdat de leiders van de staking niet goed wisten wat ze met onze brief moesten doen, vroegen ze ons een comité van experts op te richten. Daarop hebben we een comité samengesteld van juristen, economisten, sociologen en historici en hebben we hebben het Gdansk-akkoord voorbereid. Het parlement sprak op 31 augustus 1980 voor de eerste maal met het volk. De communistische routine werd verbroken. Het is zo dat Solidarnosc is geboren.

Op dat moment was Solidarnosc nog altijd een clandestiene beweging...

Bronislaw Geremek: Inderdaad, het was volledig clandestien. Mensen die zich lieten betrappen door de politie werden veroordeeld tot een gevangenisstraf van meerdere jaren.

Mocht u tijdens uw opsluiting lezen en contact hebben met uw collega’s van de clandestiene universiteit of werd u volledig afgesloten van de wereld waarin u voordien zo actief was?

Bronislaw Geremek: Het gevangenis-regime was er één van volledige afzondering. Het enige contact dat toegelaten was, was een maandelijks bezoek van mijn vrouw en de enige toegelaten lectuur was het legermaandblad, gecensureerde brieven en één boek per maand, daarvoor koos ik natuurlijk het dikste dat ik kon vinden.

Wie waren je medegevangenen, waren dit criminelen of waren het mensen zoals jij, die zich verzet hadden tegen het systeem?

Bronislaw Geremek: De notie van politiek gevangene bestond niet maar in de praktijk werd er wel een onderscheid gemaakt; de intellectuelen genoten een veel aangenamer regime. In mijn cel zat er een dokter die veroordeeld was omdat hij clandestiene abortussen had uitgevoerd. Na mijn verblijf in de gevangenis, in 1989, waren de communistische autoriteiten verplicht om voor de eerste keer semi-democratische verkiezingen toe te laten, dit leidde tot een goede vertegenwoordiging van Solidarnosc in het Poolse parlement. Aan zulke zaken nam ik deel, ik vond het mijn plicht. Want als een intellectueel zich voor iets engageert, is het voor een vrije wereld. Soms voelde ik me niet zo op mijn plaats in het parlement of als kabinetsmedewerker van een minister omdat je je in de politiek niet de vraag mag stellen wat de lange termijneffecten zijn, je moet van dag tot dag denken en dit is voor een historicus niet altijd gemakkelijk. Om mijn werk te kunnen blijven doen, overtuigde ik mezelf dat het voor een historicus interessant is om mee te kunnen schrijven aan de geschiedenis, nu merk ik dat wat ik doe toch zijn waarde heeft.

Ik ben ook anders gaan denken over het nut van politieke partijen. Vroeger was ik ervan overtuigd dat partijen een 19de eeuws fenomeen waren, waar we van af moesten. Ik vond dat de vrijheid moest centraal staan, in alles. Later besefte ik dat dit een utopie was; partijen zijn noodzakelijk voor een democratie. Dus ben ik medeoprichter geworden van ‘De democratische unie’. De partij bevatte meer conservatieven dan liberalen maar toch waren we voornamelijk bezig met het economische. Door ons streven naar vrijheid, was geen moeite te veel om de planeconomie om te vormen tot een vrije markteconomie. Mijn Franse leermeester, Fernand Braudel, een groot historicus, zei me altijd dat er drie voorwaarden zijn voor het menselijk geluk; broederschap, politieke vrijheid en een vrije markt. De vrije markt was volgens hem de meest ideale organisatie van de economische activiteiten van de mens.

Heeft u er nu, als lid van het Europees Parlement, een evenwicht gevonden tussen de ‘vrijheid’ en de ‘partij’ ?

Bronislaw Geremek: Ja en neen. Hetgeen me bevalt aan het Europees Parlement is de anarchistische schoonheid van het parlementaire leven. Ik denk dat er geen enkel parlement ter wereld zo vrij, zo anarchistisch is. Wat me heeft afgestoten en me nog altijd afstoot, is dat het Europees Parlement gevangen lijkt te zitten in haar eigen routine. Het is nog een zeer jonge instelling, maar ze had al een routine ontwikkeld in de periode toen ze nog geen bevoegdheden had.

Ik ken Polen niet goed maar op het eerste zicht zijn er veel parallellen met hier. Wij zijn in Vlaanderen wel erg conservatief, we houden niet van grote risico’s. Lijken Polen en Vlamingen op mekaar?

Bronislaw Geremek: Ik heb een studie gemaakt van de dagboeken van een handelaar uit Krakau die reist tussen zijn stad en Brugge. Hij schrijft dat hij zich in Brugge perfect thuis voelde. In de 14de eeuw, was de afstand tussen beiden minder groot, dan nu. Vlaanderen is erg geurbaniseerd; zelfs de Poolse studenten die de 14de eeuw bestuderen, bestuderen vooral de Vlaamse steden. Ik stel vast dat het vroegere plattelandsleven zijn sporen heeft nagelaten in de hedendaagse Vlaamse mentaliteit. Vlamingen hebben iets behoudsgezind. Vlaamse stedelingen en Poolse kleine edellieden zijn alle twee zeer gehecht geweest aan hun vrijheden, dit is deel van hun cultuur. Er zijn in Polen trouwens ook streken, zoals Silésië, waar de Vlamingen hun sporen hebben achtergelaten; Vlaamse kolonies installeerden er zich en brachten nieuwe technieken mee, ze introduceerden er een modern irrigatiesysteem en veranderden zo de landbouw.

Er is nog een parallel die me opvalt; die van het extreme nationalisme. Daarin schijnen Vlaams en Pools extreem rechts mekaar te vinden.

Bronislaw Geremek: Ik deel uw vijandigheid ten overstaan van het nationalisme want het huidige, steeds agressievere nationalisme is hét gevaar voor Europa. Er zijn duidelijke parallellen tussen de slogans van het Vlaams Belang en die van zijn Poolse tegenhanger. Het probleem van onze tijd is dat een deel van de samenleving zich uitgesloten voelt van het economische proces en dit is de ideale voedingsbodem voor het gedachtegoed van dergelijke partijen. In Polen is het gevaar nog dreigender dan in de traditionele lidstaten doordat de democratische structuren er nog zo kwetsbaar zijn. Het gevaar is dat mensen die zich uitgesloten voelen, aangetrokken worden door de nationalisten, en zo de vijanden van Europa worden, omdat ze zich daar uitgesloten voelen. Dat is een reflex die sinds de 12de eeuw niet veel veranderd is.


Interview door Dirk Sterckx


Bronislaw Geremek

Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be