De euro is bijlange niet gered

interview vrijdag 24 december 2010

Paul De Grauwe

Econoom Paul De Grauwe (KU Leuven), een autoriteit als het over de euro gaat, vindt het onbegrijpelijk dat de Europese leiders de reputatie van staatsobligaties als veilig beleggingsproduct te grabbel hebben gegooid. ‘Dit is een rampzalig idee dat zal leiden tot nieuwe speculatie tegen eurolanden.’ Vanaf midden 2013 zullen de eurolanden kunnen putten uit een permanent crisisfonds om hun economie te ondersteunen. De staatshoofden en regeringsleiders van de Europese Unie hebben donderdagavond het licht op groen gezet voor het zogeheten Europese Stabiliteitsmechanisme. Het nieuwe fonds zal in werking kunnen treden als speculatie tegen een van de eurolanden de eenheidsmunt in gevaar brengt. Als blijkt dat een euroland zijn schulden niet meer kan betalen, dan kunnen beleggers in staatsobligaties van het betrokken land in de klappen delen en zijn ze een stuk van hun centen kwijt.

Is de euro nu gered?

De Grauwe: Bijlange niet. Er blijven nog veel vragen onbeantwoord. Bijvoorbeeld: hoe groot zal het nieuwe fonds zijn? De Europese leiders hebben nagelaten om duidelijk te maken dat het permanente crisisfonds meer middelen moet krijgen dan het tijdelijke noodfonds van 750 miljard euro (dat in mei van dit jaar werd opgericht om de eurocrisis te bestrijden, JCS). Ook over de voorstellen om dat bedrag te verdubbelen werd niks gezegd. Jammer, want een verhoging van de middelen zou een teken van vertrouwen zijn voor de markten.

Waarom is dat zo belangrijk?

De Grauwe: Het spookbeeld van Spanje hangt boven de markt. Als dat land aanklopt bij het fonds, dan zouden de middelen weleens onvoldoende kunnen zijn. Dan spat de hele eurozone uit elkaar. De markten moeten erop kunnen vertrouwen dat er voldoende middelen zijn om het fonds te spijzen, zodat er bij een crisis steeds kan worden ingegrepen.

Hoe groot is het risico dat de eurozone uiteenspat?

De Grauwe: Dat risico is niet zo groot, maar de markten geloven dat het risico reëel is. De beleggers denken dat de eurozone in gevaar is omdat de eurolanden het voorbije jaar de ene na de andere crisis hebben meegemaakt. Die perceptie moet doorbroken worden, anders volgen de crises elkaar op. Er kunnen best nog lokale crises zijn, maar de Europese leiders mogen geen twijfel laten bestaan over het voortbestaan van de euro. Maar zo ver zijn we duidelijk nog niet.

Verschillende landen zijn voorstander van de invoering van euro-obligaties, schuldpapier dat door de euro landen gezamenlijk wordt uit gegeven. Is dat een goede remedie om de euro te redden?

De Grauwe: Ik ben daar voorstander van. Op die manier geven de eurolanden het signaal dat de eenheidsmunt een gezamenlijk project is. Zo geef je te kennen dat de euro landen met handen en voeten gebonden zijn aan de euro. Als een land in de problemen komt, zijn de andere verplicht om bij te springen. Dat is belangrijk als psychologisch signaal aan de markt. Je geeft te kennen dat de eurozone niet uit elkaar kan vallen. Die credibiliteit moet de euro krijgen. Daarvoor zijn wel institutionele ingrepen nodig. Het volstaat niet om tegen de speculanten te zeggen: we gaan de euro nooit lossen. Dat is cheap talk.

Duitsland is tegen de invoering van euro-obligaties. Berlijn zegt dat de rente op zijn staatsschuld zal stijgen. Snijdt dat argument hout?

De Grauwe: Neen. Vandaag geeft elk euroland zijn eigen staatsobligaties uit en Duitsland betaalt van alle eurolanden de laagste rente. Ze vrezen dat ze meer moeten betalen, maar die vrees is onterecht. Eurolanden kunnen hun schulden bijvoorbeeld tot een grens van 60 procent van het bruto binnenlands product samenbrengen en via Europese obligaties in de markt zetten. Zijn de schulden van een land hoger dan 60 procent, dan blijven die op de oude nationale manier gefinancierd. Het lijkt me logisch dat de Europese obligaties de hoogste rating, AAA, krijgen. Met zo’n rating kan Europa aan dezelfde goede voorwaarden op de markt geld ophalen als de VS en Duitsland vandaag. De Duitsers zullen zeker niet meer moeten betalen. Ook niet voor dat deel van hun schuld dat hoger is dan 60 procent. Hun reputatie is zo sterk dat ze ook voor het nationale deel van de schuld goede voorwaarden zullen krijgen. Duitsland heeft dus niks te verliezen. Hetzelfde geldt overigens voor Nederland.

En België? En zwakkere eurolanden zoals Spanje?

De Grauwe: Voor Spanje zouden euro-obligaties zeer interessant zijn. Het land heeft een schuld van iets meer dan 60 procent, betaalt vandaag een pak meer rente dan Duitsland en kan die rentelast via de uitgifte van euro-obligaties fors naar beneden halen. Ik verwacht wel dat zwakkere eurolanden een hogere rente zullen moeten betalen op eigen, nationale obligaties. Maar aan het einde van de rit zullen euro-obligaties altijd voordeel opleveren. De gemiddelde rente zal een stuk lager zijn. Zo’n mechanisme van euro-obligaties en klassieke staatsobligaties zou een stimulans betekenen voor eurolanden om hun schuld af te bouwen. De schuld boven 60 procent wordt duurder. Dat is een scherp signaal. Dat werkt meer begrotingsdiscipline in de hand dan het Europees stabiliteitspact.

Het stabiliteitspact verplicht landen om hun tekorten en schulden te beperken. Waarom hebt u daar geen vertrouwen in?

De Grauwe: Het stabiliteitspact heeft nooit gewerkt. Toen Frankrijk en Duitsland een paar jaar geleden het pact overtraden, hadden ze een boete moeten krijgen. Maar toen de Europese Commissie hen die boete wou opleggen, hebben ze haar wandelen gestuurd. Grote landen laten zich niet bestraffen.

De Europese Unie heeft beslist om het stabiliteitspact te verstrengen. Zal de nieuwe versie dan ook niet werken?

De Grauwe: Neen. Het stabiliteitspact is niet het juiste instrument om de crisis aan te pakken. Een scherper stabiliteitspact had de crisis in Spanje en in Ierland niet vermeden. Voor de crisis waren die landen bij de beste leerlingen van de klas. Ze hadden overschotten op hun begroting en hun schulden gingen naar beneden. Ze zijn in een crisis geraakt omdat de privé-schulden de pan uit swingden. Die landen zijn verplicht geworden om die schulden over te nemen en de economie te ondersteunen. Vandaag hoor je dan zeggen dat die landen grote potverteerders zijn. Ze moeten boeten voor hun schulden. Voor Griekenland kun je dat zeggen. Maar voor Spanje en Ierland gaat die redenering niet op. Met of zonder stabiliteitspact zouden die landen hoe dan ook in de moeilijkheden zijn geraakt.

Landen als Spanje en Ierland moeten zwaar saneren om uit de problemen te geraken. Dreigt hun economische groei niet stil te vallen?

De Grauwe: Dat gevaar bestaat. Ierland heeft steun gekregen van het tijdelijke noodfonds, maar in ruil daarvoor heeft men het land de duimschroeven aangedraaid. Ierland moeten nu zwaar saneren op een ogenblik dat de economie in recessie zit. Als je dat doet, rem je de economie verder af, dalen de belastinginkomsten en blijf je aan het einde van de rit met een tekort zitten. Ik zeg niet dat je niet mag saneren, maar je moet heel voorzichtig te werk gaan. Je moet de inspanningen spreiden in de tijd. Nu gaat de sanering te snel. Je moet eerst zorgen voor groei. Enkel met groei werk je tekorten weg.

Ierland betaalt 6 procent op de leningen die het uit het noodfonds krijgt. Is dat niet te veel?

De Grauwe: Zo’n hoge rentevoet maakt het voor Ierland moeilijker om uit de crisis te geraken. Bovendien is het een slecht signaal aan de markt. Waarom? Landen als Duitsland en Nederland lenen vandaag aan 3 procent. Die rente is zo laag omdat de markt ervan uitgaat dat Duitsland en Nederland altijd hun schulden zullen terugbetalen. Als de rente hoger ligt, bestaat er een risico van wanbetaling. Met een lening van 6 procent aan Ierland zeggen de andere eurolanden eigenlijk dat ze geen vertrouwen hebben in de mogelijkheid van de Ieren om de leningen terug te betalen. Als je dat doet, moet je niet verwonderd zijn dat de markten geen vertrouwen hebben in de situatie. Lenen aan 6 procent is een heel slecht signaal. Duitsland en Nederland vinden dat Ierland gestraft moet worden. Dat populistisch denken is onverstandig.

Het Europees Stabiliteits mechanisme voorziet dat obligatiehouders moeten meebetalen in geval van wanbetaling. Is dat terecht?

De Grauwe: Dat is een rampzalig idee. Daarom zitten we vandaag opnieuw in crisis. Kijk, op ieder pakje sigaretten staat de waarschuwing: tabak schaadt je gezondheid. In de toekomst zal op een pakketje obligaties staan dat ze je financiële gezondheid kunnen schaden. Wie koopt er dan nog zulke obligaties? Wie koopt er vandaag staatsobligaties? Beleggers die veiligheid zoeken. Maar die veiligheid is straks weg als je je broek kunt scheuren aan obligaties. Dat is toch waanzin.

Zal niemand nog staatsobligaties kopen?

De Grauwe: Dat is overdreven. Maar wie in de toekomst nog in staatsobligaties belegt, zal een premie willen om zich tegen wanbetaling in te dekken. De rente loopt daardoor op. Je gaat speculatie uitlokken. Als een euroland in moeilijkheden middelen van het crisisfonds wil, dan zullen obligatiehouders mee moeten betalen. Je ziet van hier dat daar problemen van komen. Beleggers zullen hun obligaties dumpen en dan beland je van de ene crisis in de andere. Het is een heel slecht idee. Merkel heeft haar Europese collega’s deze nieuwe bepaling door de strot geduwd. De enige die zich verzette, was Jean-Claude Trichet (voorzitter van de Europese Centrale Bank, JCS). Hij had gelijk, want een dag na de beslissing eind oktober barstte de speculatie weer los. De markt werd gedestabiliseerd. Omdat men zulke besluiten neemt, ben ik niet optimistisch over de toekomst van de euro.

Valt de eurozone uit elkaar?

De Grauwe: Ik hoop van niet. Hopelijk schrapt men snel de clausule dat obligatiehouders moeten meebetalen als eurolanden hun schulden niet meer kunnen terugbetalen. Dat is echt een dwaas idee van de Europese overheden. Is men dan vergeten dat diezelfde overheden jarenlang beleggers hebben aangemoedigd om te investeren in obligaties? Die beleggers, dat zijn de banken. Die kregen te horen dat een belegging in obligaties veilig was. Nul risico. En nu moeten de obligatiehouders gestraft worden.

Waarom zou de belasting betaler alleen moeten opdraaien voor eventuele verliezen in zwakke eurolanden?

De Grauwe: Het financieel systeem zit zodanig in elkaar dat als de banken moeten bloeden het hele systeem wordt getroffen. Ik heb niet veel sympathie voor de banken, maar je kunt ze niet over de kop laten gaan. Dan moet je die banken met het geld van de belastingbetaler opnieuw redden. Dat kost hem veel geld. Wie denkt dat de belastingbetaler minder moet betalen als de obligatiehouders meebetalen voor problemen in een euroland, vergist zich.

De fout is gemaakt. Hoe maken we ze ongedaan?

De Grauwe: Als er een nieuwe crisis komt, zullen er nieuwe besluiten vallen. Economen zeggen het al lang: een muntunie kan maar overleven als er ook een politieke unie is, waarin landen elkaar helpen en financieel steunen. Ik schrijf dat al twintig jaar. Ik werd uitgelachen omdat ik waarschuwde voor de risico’s. Nu ondervindt men de problemen aan den lijve. Men doet altijd een stap te weinig. Tot de volgende crisis er weer aankomt. Dan is men verplicht om weer een stap richting politieke unie te zetten.

Wanneer breekt de volgende crisis uit?

De Grauwe: Dat weet ik niet.

Wie kan Merkel op andere gedachten brengen?

De Grauwe: Dat wordt moeilijk. De Duitsers zeggen dat ze al meer dan genoeg hebben betaald voor andere euro landen. Het is juist dat Duitsland als grootste land van de eurozone het meeste bijdraagt aan het reddingsmechanisme. Maar een Duitser betaalt niet meer dan een Belg voor de redding van andere eurolanden. Wie dat verkondigt, bezondigt zich aan populisme. En Merkel doet daaraan mee.

De zwakke eurolanden moeten hard besparen. Zal de bevolking de euro niet beu worden en die bij verkiezingen wegstemmen?

De Grauwe: Dat valt niet uit te sluiten. Men heeft de euro voorgesteld als een fantastische munt. Dat is de euro ook. Maar als je verplicht wordt om jaren door de woestijn te gaan, dan moet je niet verwonderd zijn dat de mensen de munt niet meer willen.

Wat als de euro uit elkaar valt?

De Grauwe: Dat is het doemscenario. Dan keren we terug naar nationale munten en krijgen we er een financiële crisis bovenop. Ik durf er niet aan te denken. We krijgen grote wisselkoers schommelingen. Handel en investeringen zullen daar hard onder lijden. Het wordt moeilijk om de EU bij elkaar te houden. De uitspraak van EU-president Herman Van Rompuy dat de Europese Unie in gevaar is als de euro verdwijnt, is volkomen terecht. Dat is geen doemdenken. We moeten er alles aan doen om dat te vermijden.


Interview door Johan Corthouts

Deze tekst verscheen eerst in ‘De Financiële Morgen’ van 18 december 2010


Paul De Grauwe

Links
mailto:Johan.Corthouts@demorgen.be
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be