‘Ik word geen lid hoor!’ zegt Bas als hij plaats neemt tegen over ons bij het Indonesisch restaurant Kantjil en de Tijger in Amsterdam. Richard en ik zitten als twee Mormonen gereed met boekjes, pen en papier en een enthousiaste glimlach. Bas verontschuldigt zich voor zijn vertraging wegens uitgelopen besprekingen in Leiden omtrent zijn recente benoeming tot hoogleraar ‘Public Understanding of Science’. Het gesprek komt zo geanimeerd opgang dat ik vergeet de recorder aan te zetten. Het interview is meer een ontmoeting dan een journalistieke ondervraging. Een denkbeweging. Bas legt vergoelijkend uit dat hij een scepticus is die structureel twijfelt aan alle clubs. Hij lijkt een Einzelgänger met een boodschap. Welk levensbeschouwelijk etiket zou hij willen hebben? Bas houdt de boot af en noemt drie activiteiten die hij met een persoonlijke consultant heeft gekozen en die zijn levenspad weergeven: denken, schrijven en spreken. Met twee succesvolle boeken, het veelbekroonde Kaas en de evolutietheorie en De ijzeren wil, tal van artikelen en columns is hij een schrijver. Als veel gevraagd publieksspreker en televisiemaker is hij een spreker. De inhoud van zijn publieke activiteiten zijn voorts de manifestatie van denkactiviteiten. Toch zijn de drie gekozen begrippen op zichzelf leeg, inhoudsloos. Bas wil toch wel ergens voor staan? ‘Naturalist’ wil hij zich bij enige aandrang dan wel noemen. Door het geroezemoes in het restaurant versta ik ‘naturist’. ‘Ja, dat ben ik! Het gaat om naakt rondlopen in de wereld!’ Als hij een scepticus is die structureel twijfelt aan clubs wat vindt hij dan van idealistische organisaties als Amnesty International of Greenpeace? Als je je bij geen enkele club aansluit is dat geen vorm van zwakte, werkt scepticisme dan niet verlammend? Bas denkt na. ‘Ik ben een laffe tekkel! Schrijf dat maar op: Ik ben een laffe tekkel! Een ongeïnteresseerde egocentrische lul’. Bas ontpopt zich als een adept van de Verlichting. Hij wil wetenschappelijke kennis populariseren. ‘Minder bang zijn is een mooi doel’ zegt hij. Hij blinkt uit door zijn stijl van communiceren. Zonder academisch jargon kan hij fundamentele wetenschappelijke theorieën aan een breed publiek uitleggen. Hij wil mensen aan het denken zetten door als een Socrates vragen te stellen: ‘Moraal is een idee. Denken is bijzonder.’ Welke denkers inspireren hem? Bas somt een rijtje filosofen en wetenschappers op: Richard Dawkins, Michel Onfray, Daniel Dennett en de latere Ludwig Wittgenstein. Richard vraagt wie zijn rolmodel is. Het antwoord is een tamelijke verrassing: theorie is zijn rolmodel. Als hij dan toch een persoon zou moeten kiezen, dan is dat Maarten van Rossem. Maarten van Rossem is ook een populariseerder van wetenschap, een wetenschapper die kennis, in dit geval historische kennis, voor een breed publiek toegankelijk maakt. Bas benadrukt dat hij geen kader heeft van filosofen. Hij heeft Cognitieve Kunstmatige Intelligentie gestudeerd, een opleiding bij de faculteit wijsbegeerte aan de Universiteit Utrecht en hij weet veel van informatica. Een journalist die Cognitieve Kunstmatige Intelligentie te abstract vond heeft hem ooit als filosoof bestempeld. ‘Ik heb een bètakader’, voegt hij eraan toe. We praten verder over filosofie en de studie filosofie op de universiteit. Op de universiteit bestaat de studie filosofie uit het bestuderen van de geschiedenis van de filosofie. De student wordt er vertrouwd gemaakt met het filosofische canon. De opleiding leidt op tot wat Harry Mulisch ‘filosofologen’ noemt: deskundigen over filosofie, zonder zelf filosoof te zijn. Bas daarentegen houdt zich bezig met filosofische vragen, zoals in de televisieprogramma’s ‘Stof’ en ‘Haring’. We zijn het erover eens dat filosofie op twee manieren benaderd kan worden. Enerzijds historisch, zoals gebeurt bij filosofieopleidingen. En anderzijds systematisch, dat wil zeggen de vraag centraal stellen en vervolgens zoeken naar het antwoord waar dat dan ook mag zijn. De systematische methode komt overeen met hoe mensen zich de levensvragen stellen. Maar er is geen opleiding voor de systematische filosofie. Wat systematische filosofie heet op de universiteit betekent dat er iets recentere filosofen bestudeerd worden. Het blijft echter bij het bestuderen en vergelijken van filosofen. Er zou een alternatieve filosofieopleiding en filosofieonderzoek kunnen komen. Een filosofie benadering die uitgaat van vragen en van daaruit zoekt naar antwoorden bij de diverse wetenschappen. Het zou dus gaan om een interdisciplinair instituut en onderzoeksschool. De geschiedenis van de filosofie zou slechts een klein deel van het curriculum uitmaken. Wanneer bijvoorbeeld het probleem van de vrije wil bestudeerd wordt kan te rade worden gegaan bij de psychologie, de neurologie, de biologie en de natuurkunde. Voor de beantwoording van de vraag wat een rechtvaardige samenleving is, is het interessant om te kijken naar wat er in de geschiedenis, antropologie, sociologie (game theory), psychologie, rechten en zelfs de gedragsbiologie over het onderwerp te vinden is. De filosoof uit deze school zoekt actief naar actuele wetenschappelijke kennis om een concreet probleem (voorlopig) op te kunnen lossen. Deze Nieuwe Filosofie staat dichter bij de (bèta)wetenschap, dan bij de traditie van de humaniora. Wat is de grondslag van de moraal? Bas antwoordt met een aforisme: ‘Leef zo fijn mogelijk, huil soms van geluk!’ Goed, dat is een mooie levenswijsheid, een tegeltjeswijsheid, maar waarom zouden mensen aardig zijn voor elkaar? Hoe kunnen mensen met elkaar zo fijn mogelijk samen leven en soms huilen van geluk en niet alleen van verdriet? Het gaat volgens Bas in de moraal om het voorkomen van fysiek lijden. Het vermogen tot lijden is de grondslag van de moraal. Het verminderen van lijden is het doel van moraal. Hiermee stelt Bas zich in de utilistische traditie van de ethiek, zoals van Jeremy Bentham, John Stuart Mill, Richard Hare en, contemporain, Peter Singer volgens wie de moraal gaat om het verminderen van leed en het vermeerderen van geluk. Daaruit volgt een utopisch beeld van een samenleving waarin ruimte is voor mededogen, bescheidenheid en solidariteit. Bas is meer indirect dan direct bezig met ethiek. Door het populariseren van wetenschappelijke kennis en een breed publiek bekend maken met een wetenschappelijk wereldbeeld neemt hij angst en onwetendheid weg en opent hij de weg naar een rationele levenshouding. Je zou kunnen zeggen dat Bas werkt aan het project van de Verlichting: de marketing van rationalisme en wetenschappelijke kennis en methode. Hij is zich ervan bewust dat mensen niet altijd zitten te wachten op een rationele wereldvisie. Zoals Dennett opmerkt pakt hij ‘mensen hun toververen af’. Door de sexy verpakking van de boodschap hebben mensen misschien niet gelijk door dat Bas een spelbreker is, zoals zijn leermeester Daniel Dennett in diens recente boek Breaking the Spell waarin hij religie in alle vormen van transcendentie vernietigend bekritiseert. De morele agenda van Bas blijkt als hij vertelt over de aanleiding tot het schrijven van Kaas en de evolutietheorie. Hij had gehoord dat mensen redeneerden dat homoseksualiteit ‘niet natuurlijk’ is omdat homoseksuelen zich niet voortplanten. Bas wond zich zo op over dit onbegrip over de evolutietheorie dat hij er een boek over schreef. Hij schrijft begrijpelijk omdat, zo zegt hij, hij niet meer weet dan de lezer. Jan en alleman moeten het kunnen begrijpen. Enigszins tot zijn verbazing werd Kaas en de evolutietheorie als een kinderboek op de markt gezet. Hij wil ‘niet uit zijn nek lullen’ en intern consistent zijn. Hij gaat uit van niks en wil zich alleen baseren op het waarneembare. Daar ontpopt zich dan weer de reductionist en naturalist. Het enthousiasme van Bas is voor het streven naar nieuwe gedachten over de wereld. Hij is oprecht enthousiast over iedereen die dingen op een nieuwe manier ziet. Behalve over de filosoof Dennett is hij ook enthousiast over Johan Cruijf: ‘Dat meen ik serieus!’ ‘Hij kon goed voetballen en hij had goede gedachten.’ Het gaat om het hebben van gedachten die niemand ooit heeft gehad. Meer dan personen zijn voor Bas bronnen van inspiratie wetenschap en de ontwikkeling van processen. Bas is gegrepen door hoe dingen werken, de mechanismen. ‘Wat een kutvraag!’, roept Bas uit wanneer wij hem een van de meest fundamentele vragen uit de filosofie en wetenschap voorleggen: wat is bewustzijn? Bas antwoordt met een boektitel: Daniel Wegner, The Illusion of Conscious Will (2003). Religie is het obstakel dat een wetenschappelijk wereldbeeld belemmerd. ‘Religie is een verkeerd antwoord op goede vragen.’ Bas: ‘Ik geloof in wetenschap, met goede redenen, want wetenschap heeft aantoonbare spin off.’ Als ik hem zeg dat mensen nogal eens zeggen dat ‘atheïsme ook een geloof is’ antwoordt hij robuust: ‘Dat is onzin! Je kunt niet indoctrineren in negatief!’. Wetenschap is fundamenteel verschillend van religie. Religie gaat uit van dogma’s, wetenschap is een open kennismethode. ‘Ik ben voor de waarheid!’, exclameert hij. ‘Vragenschap’ is de term die Bas gebruikt om zijn houding aan te duiden waarin het gaat om het stellen van kritische vragen. Vragenschap houdt de erkenning in van de feilbaarheid van het antwoord. Het gaat om sceptisme, het hebben en koesteren van twijfel. Maar zonder een relativist te worden. Het moet gaan om reële twijfel. Ik vraag Bas naar zijn engagement. Wil Bas zich inzetten voor een betere wereld? ‘De wijze is degene die zijn bek houdt’, antwoordt hij. Bas neigt naar een terughoudende houding ten opzichte van de politiek en de wereldproblematiek. Hij lijkt een moderne Epicureër: teruggetrokken op zijn eiland propageert hij weliswaar wetenschap, maar benut hij zijn capaciteit als rationalist te weinig. Maar dat is mijn mening, prediker zonder parochie.
Bas Haring Linksmailto:florisvandenberg@dds.nl |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|