De Amerikaanse hegemonie loopt op zijn einde

interview vrijdag 29 januari 2010

Adam Haslett

“Ik kon mijn ogen niet geloven,” zegt Adam Haslett, “na vijf jaar naarstig werken had ik eindelijk mijn eerste roman klaar en een maand later stond de plot ervan op de voorpagina van The New York Times.” Het is oktober 2008, de crisis slaat hard toe in het Amerikaanse bankwezen en de voorzitter van de Federal Reserve heeft net een spoedvergadering bijeengeroepen in zijn New Yorkse kantoren. Haslett leest er in de krant een artikel over en denkt dat hij zijn boek opnieuw aan het schrijven is. Surrealistisch, noemt hij het gevoel dat toen door hem heen ging, en verontrustend, want hij wist niet of hij zichzelf diende te feliciteren omdat hij het allemaal voorzien had, of dat hij zichzelf in tegendeel voor zijn kop moest slaan omdat de originaliteit van mijn roman finaal aan diggelen lag. “Maar ik hield er ook een geruststelling aan over,” aldus Haslett, “er zou nu alvast niemand nog een opmerking maken in de zin van: wie schrijft er nu een roman over de Federal Reserve?

In Union Atlantic, Hasletts tweede boek na de fantastische verhalenbundel Je bent geen vreemde hier, maken we kennis met Doug, een ex-militair die dienst deed op de USS Vincennes toen op 3 juli 1988 vanop dat schip in de Perzische Golf een Iraanse Airbus A300 uit de lucht werd geschoten, waarbij alle 290 burgers aan boord omkwamen. Wroeging voelt hij daar niet over en eens uit het leger gaat hij in de bankwereld werken. Zijn carrière neemt een hoge vlucht en na een decennium staat hij aan het hoofd van de afdeling expansie van Union Atlantic, een van de vier grootste banken van de V.S. Hij woont in een grote, lege villa op het platteland van Massachusetts, waar hij een gewelddadige seksuele relatie opbouwt met de lokale jongen Nate en in conflict komt met zijn naaste buurvrouw, de gepensioneerde lerares Charlotte die niets moet weten van die upstart die op een slinkse wijze in het bezit gekomen is van wat altijd haar vaders grond is geweest. Wanneer Doug verneemt dat het de verkeerde kant op gaat met een aantal grote Aziatische beleggingen van Union Atlantic probeert hij dat potje aanvankelijk gedekt te houden, tot de verliezen zo groot worden dat ze het voortbestaan van de bank zelf in gevaar brengen. Dan dient de Federal Reserve ingeschakeld te worden, met aan het hoofd daarvan ene Henry, en laat dat nu net de broer van Charlotte zijn.

“De Federal Reserve houdt zich met twee zaken bezig,” legt Haslett schertsend uit, “intrestvoeten vastleggen en crisissen oplossen. Nu ben ik me ervan bewust dat ik heel wat aankan, maar een roman over intrestvoeten, dat ging me toch te ver. Zelfs Tolstoj zou daar moeite mee gehad hebben. Het drama verbonden aan het verplaatsen van een decimaal, nee, dat kon ik niet op papier krijgen, dus koos ik maar voor de crisis. Wat ik me daarbij steeds afvroeg is waarvoor degenen die daarmee bezig zijn warm lopen. Fictie moet zich immers over de vraag gaan wat het betekent om in onze hedendaagse wereld te leven, en daar maakt de Federal Reserve een belangrijk deel van uit. Ik wou de lezer binnenvoeren in de Fed en hem mee laten kijken over de schouder van de voorzitter. Die ziet de wereld immers anders dan wij. Niet alleen heeft hij een bredere, wereldomspannende blik, hij ziet alles ook in economische termen. Hij leidt immers geen bedrijf, maar een hele economie. Als gewone mensen horen we iedere dag allerhande zaken over de economie, maar het vogelperspectief ontbreekt ons om dit goed te kunnen plaatsen. Wij beseffen niet welke gevolgen het veranderen van een cijfertje achter de komma kan hebben op het leven van honderdduizenden burgers. Misschien lijkt het uitbreken van de crisis een meevaller voor mijn boek, maar het kan ook een gevaar inhouden. Mijn roman gaat immers over veel meer dan een beurscrash, maar doordat hij vaak op die manier in het nieuws komt bestaat de kans dat hij louter zo gelezen wordt, en dat zou jammer zijn.”

Er is inderdaad Charlotte, die de traditionele verlichtingswaarden voorstaat en door de nieuwe rijken alleen maar als een obstakel op hun weg naar de top wordt ervaren. Ik neem aan dat zij niet toevallig een lerares geschiedenis is.

Adam Haslett: Amerika heeft een rare verhouding tot zijn eigen geschiedenis. Het laatste decennium zijn we overspoeld door boeken over de Founding Fathers en de grote presidenten. Het was allemaal koren op de molen van ons ego natuurlijk en het bewees volgens sommigen nog maar eens hoe uniek Amerika is. Anderzijds is er vooral veel onwetendheid over onze geschiedenis. We zijn nu eenmaal een land dat vooruit kijkt en dat makkelijk vergeet. En toch, soms blijkt dat ook weer niet waar te zijn, denken we bijvoorbeeld maar aan het presidentschap van Bush. De mensen die toen aan het hoofd van ons buitenlands beleid stonden, Cheney en Rumsfeld, stamden uit de Ford- en Nixontijd. Zij hielden er een wereldvisie op na die dertig of veertig jaar oud was. De conservatieve beweging waar Bush de apotheose van was, ging trouwens al terug op reacties tegen de New Deal.

Amerika is inderdaad het land van de vele mogelijkheden, waar je steeds opnieuw kunt beginnen en de sociale mobiliteit groot is, denken we dan. Kijk naar Doug bijvoorbeeld, de zoon van een poetsvrouw die het tot bankdirecteur heeft geschopt.

Adam Haslett: Dat is meer mythe dan realiteit tegenwoordig. Uit de recentste statistieken blijkt bijvoorbeeld dat er praktisch geen verschil meer is met Europa. De kloof tussen rijk en arm wordt steeds groter en het wordt ook steeds moeilijker om het van nergens ergens te brengen. Het is iets wat we onszelf graag wijsmaken op tv en in films, maar het is niet zo. Het doet me denken aan de tentenkampen in de buurt van Calais, vol Pakistanen en Afghanen die veel geld betaald hebben om naar Groot-Brittannië gesmokkeld te worden. Dat land is de hemel op aarde, is hen verteld, terwijl we allemaal weten dat het, zeker sinds de crisis, verre van dat is.

Bestaan er klassenverschillen in de V.S.?

Adam Haslett: Amerika is zogezegd de eerste klassenloze maatschappij ter wereld, maar dat is natuurlijk een leugen die vooral de rechterzijde ten goede komt. Zo kan die de lagere klassen achter zich scharen, ook al worden zij in realiteit nooit goed bediend door de Republikeinen. Tijdens mijn studietijd heb ik me bijvoorbeeld verdiept in successierecht. De Republikeinen willen al twintig jaar van die belasting af omdat ze zogezegd immoreel zou zijn. Niet iedereen betaalt immers. De ‘dodentaks’, zoals ze die noemen, werd in het begin van de twintigste eeuw ingevoerd als een progressieve maatregel gericht op de herverdeling van het toen wel heel onrechtvaardig verspreid zittende kapitaal. Tegenwoordig betaalt ongeveer één procent van de Amerikanen successierechten. Dat moet immers pas bij een erfenis van drie miljoen dollar of hoger. Uit een enquête blijkt echter dat vijfenveertig procent denkt hem te zullen moeten betalen. Wat de Democraten niet begrijpen is dat ze de boodschap dat de modale Amerikaan wel vaart bij die successierechten niet verkocht krijgen. Maar volgens mij is dat logisch. Hey, reageert zo’n Amerikaan dan, kom je mij vertellen dat ik tegen de dag dat ik sterf geen vijf miljoen bij elkaar gespaard zal hebben? Dat bedoel ik met op de toekomst gericht (lacht). Zolang iedere Amerikaan denkt dat hij als een Rockefeller zal sterven, zullen de Republikeinen massaal veel stemmen halen. Er zijn dus wel degelijk klassenverschillen in Amerika, maar die zijn niet gebaseerd op geboorte, zoals hier in Europa. Ze hebben meer te maken met de universiteit die je bezocht hebt. Stel dat jij naar een topuniversiteit gaat en je kinderen nadien ook, dan heb je het gemaakt, en niemand die aan je kinderen zal vragen waar hun ouders vandaan komen. Op zo’n moment behoor je duidelijk tot een andere klasse dan de metaalarbeider een paar wijken verder. En dat is vandaag zo verontrustend, dat die metaalarbeider ver weg woont van de naar een afgesloten en met hekken omringde gemeenschap verhuisde rijkaard. Dat zegt veel over de maatschappijvorm waar we naartoe evolueren.

Heeft de crisis op dat vlak geen veranderingen gebracht?

Adam Haslett: Dat weet ik niet, maar ze zullen er wel moeten komen. Het economisch patroon dat de Verenigde Staten de voorbije halve eeuw doorlopen hebben is niet vol te houden. De Amerikaanse hegemonie loopt op zijn laatste pootjes. De hoge levensstandaard die tot nu toe een beveiliging geweest is tegen sociale conflicten zal verdwijnen. Welke kant het land op zal gaan weet ik ook niet, het kan links of rechts zijn. Momenteel lijkt het goed te gaan, met Obama aan het stuur en de Republikeinen die elkaar zowat verscheuren, maar de vraag is hoe lang dat zal duren.

In uw eerste boek, de verhalenbundel ‘Je bent geen vreemde hier’, exploreerde u een aantal extreme machtsrelaties, zoals bijvoorbeeld die tussen een masochistische jongen en zijn sadistische vriend. In feite doet u hier hetzelfde en toont u hoe extreem ons kapitalistische bestel is geworden.

Adam Haslett: Je zou kunnen zeggen dat in Doug de twee belangrijkste cultuurfenomenen van het laatste decennium samenkomen, risicokapitalisme en militarisme. Volgens mij spruiten beide voort uit eenzelfde bron: mannelijke agressie. Zijn relatie met Nate berust op macht, niet op liefde. Intimiteit ziet hij als machtsontplooiing. Misschien dat dit als metafoor voor de manier waarop de V.S. de rest van de wereld behandelen wat ver gaat, maar er is toch zeker iets van aan. En in feite is dat een zielige bestaanswijze, zoals blijkt uit het leven van Doug. Je kunt hem geen gezond mens noemen. Hij heeft zichzelf niet in de hand.

Op de beurs zorgde die mannelijke agressie wel voor een gigantische zeepbel.

Adam Haslett: Net voor de crisis losbarstte stonden de banken in voor 40 procent van het Amerikaanse bbp, en dat terwijl zij nuchter gesproken niets produceren. Ik vind het verbijsterend dat we dit zo ver hebben laten komen. Het heeft zijn redenen natuurlijk. Het Chinese overschot moest ergens naartoe vloeien, en dat heeft vooral gediend om de Amerikaanse schulden te financieren. Het lijkt nu alsof we ons lesje geleerd hebben en er regels zullen uitgevaardigd worden waardoor dit nooit meer kan gebeuren, maar ik heb daar zo mijn twijfels over. Het kapitalisme heeft de natiestaat overwonnen, en dat komt vooral doordat het kapitaal internationaal is gegaan. Vroeger zat het verankerd en diende het te voldoen aan de regels opgesteld door de politiek. Nu pakt het zijn biezen en verkast het naar een land met lossere regels. Begin 2000 vaardigde de Amerikaanse beurswaakhond een stel nieuwe regels uit om een nieuwe dotcombubbel te vermijden. Het resultaat was dat het aantal beursbewegingen in New York sterk terugliep en spectaculair steeg in Londen. De enige politieke coördinatie die we het voorbije jaar gezien hebben was het redden van de banken door er immens veel geld in te pompen, en ik denk dat dit in de toekomst niet anders zal zijn. Ik ben dus niet optimistisch. Het is nog niet voorbij. Sterker zelfs, het ergste moet nog komen. De enige reden waarom de Amerikaanse economie het vandaag opnieuw relatief goed doet, is de massa geld die de regering er constant inpompt. We leven in een consumptie-economie waarin momenteel niet geconsumeerd wordt. Zo’n economie krimpt.

Maar wat doe je eraan?

Adam Haslett: Het verontrustende is dat ook de bankiers gezien hebben dat de staatsinterventie gewerkt heeft. Onze economie is niet ingestort. Hun bereidheid om echte veranderingen door te voeren is daardoor bijzonder klein. Oké, denken ze wellicht, we hebben misschien wat overdreven, maar fundamenteel zaten we juist. Het was een griepje, en dat komen we wel te boven. Maar dat was het niet.


Recensie door Marnix Verplancke

Dit interview verscheen eerst in Uitgelezen, de boekenbijlage van De Morgen

Adam Haslett, Union Atlantic, Atlas, 2009, 286 p., 22,50 euro.

Links
mailto:marnixverplancke@skynet.be
Share |

De welvaart en trots van naties

Liberales organiseert op dinsdag 28 mei (20u) een gespreksavond met Olivier Boehme over zijn laatste boek 'De welvaart en trots van naties'. Klik hier voor meer info en inschrijven.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be