Geef ambtenaar meer middelen en kom dan met kritiek

interview vrijdag 23 november 2007

Eyndels en Herman

Voor wie er zou aan twijfelen. Meer dan ooit is een vrije overheidsvakbond noodzakelijk. Door de verdergaande privatisering van de overheidsbedrijven en de roep, vooral uit politieke hoek, om het overheidsapparaat drastisch af te slanken, komt de overheid onder druk en is de ambtenaar aangeschoten wild. Algemeen voorzitter VSOA Jan Eyndels en secretaris-generaal Henk Herman winden er dan ook geen doekjes om: ‘Tegen het uit politieke hoek vaak gehoorde discours in, dat alle ambtenaren luieriken, nietsnutten en onbekwamen zijn, blijven we verdedigers van een sterke en goedwerkende overheid. Ook morgen zal een land niet zonder een overheidsapparaat kunnen functioneren. Pas als de ambtenaar meer middelen heeft gekregen, dan willen we wel eens praten over die kritiek van de politiek. Laat het duidelijk zijn, voor ons is de ambtenaar een hardwerkend iemand met veel zin voor verantwoordelijkheid en liefde voor zijn werk, die ondanks de beperkte middelen die hij krijgt zijn job met heel veel inzet uitvoert.’

Argument, het lijfblad van het VSOA, ging met Jan Eyndels en Henk Herman terug in de geschiedenis van 35 jaar VSOA en 80 jaar vrij syndicalisme. Het VSOA kwam tot stand na enkele woelige jaren van strijd om syndicale erkenning en vaak hardleers verzet van de twee grotere broers, de socialistische ACOD en de christelijke CCOD. Maar die tijden zijn lang geleden. VSOA is vandaag een moderne, toekomstgerichte en dienstverlenende organisatie die haar plaats aan de onderhandelingstafel heeft veroverd. Een interview door Bert Cornelis met beide topmensen uit de vrije overheidsvakbond maakt dit meer dan duidelijk.

Wat staat er op het feestprogramma?

Jan Eyndels: We zijn bescheiden. Op 19 november is er in het Atomium een kleine viering met onze permanente medewerkers. Er zijn ook vertegenwoordigers van ACLVB uitgenodigd met de bedoeling de banden met het VSOA aan te scherpen. We moeten in de toekomst nog nauwer gaan samenwerken. Er zijn een aantal boeiende sprekers gepland. We brengen in ons ledenblad Argument een speciaal bijvoegsel met daarin de geschiedenis van de vrije overheidsvakbond. In het ledenblad van december wordt daarover een uitgebreid verslag gebracht.

Eigenlijk is het liberale syndicalisme in 1923 uit het socialistische Nationale Syndicaat gegroeid. Een beetje zoals dat op politiek vlak gebeurde: enkele liberale radicalen die zich van de socialisten afscheuren en een liberale partij oprichten?

Henk Herman: De gelijkenis gaat niet helemaal op. Het vrij syndicalisme ontstond eind 19de eeuw als een antwoord op het opkomende socialisme en het Daensisme. De industriestad Gent was de bakermat waar een sterke arbeidersbevolking aanwezig was. Het klopt dat de radicale liberalen grote interesse betoonden voor het sociale liberalisme. Zij zorgden voor een belangrijke doorbraak van de ontwikkeling van het stedelijk onderwijs.

Waarom is het vrije syndicalisme vooral ontstaan in de spoorwegen? Pas later volgden het gemeentepersoneel en het onderwijs?

Henk Herman: Er bestond een sterke kern van sociaal-liberalen bij de spoorwegen.

Jan Eyndels: De roots van het vrije syndicalisme bij het openbaar ambt ligt in Mechelen. Daar was een afdeling met spoorwegmensen en ambtenaren actief. Maar je kon dit geen syndicaat noemen in onze betekenis van het woord. Het ging eerder om een organisatie die mensen bijeen bracht uit sociale overwegingen. In 1927 werd door hen het LSAOD, het Liberaal Syndicaat der Agenten van Openbare Diensten, opgericht. Later zijn daar andere openbare diensten aan toegevoegd.

Het heeft tot 1972 geduurd alvorens twee vrije vakbonden, die elkaar lange tijd bekampten, gingen samenwerken.

Jan Eyndels: Tot 1960 bestond er slechts één vrij syndicaat. Eind jaren ’50 brak een intern conflict uit binnen het LSAOD. De ACLVB weigerde om de financiële schulden van LSAOD op zich te nemen, wat later als oorzaak van de splitsing werd uitgelegd. Toen besliste ACLVB om de actie van de openbare dienst onder te brengen onder de vlag van LSOD, het Liberaal Syndicaat der Openbare Diensten. Verzoeningspogingen van onder meer Omer Vanaudenhove haalden niets uit. Daarbovenop kwam nog dat LSAOD door de politieke liberale partij PVV werd erkend. Pas in 1971 sloegen LSOD en LSAOD de handen in elkaar en ontstond in juni 1972 het VSOA. Je moeten weten dat het begin van de jaren zestig zeer woelig was, met de stakingen tegen de Eenheidswet en het slechte sociaal-economische klimaat. De beweegredenen achter de fusie hadden natuurlijk veel te maken met de invoering van een nieuw syndicaal statuut voor de openbare diensten waarin de normen qua representativiteit waren opgenomen. Zo moest immers 10% van het totale personeel vertegenwoordigd zijn. De twee vrije vakbonden hadden er dus alle belang bij om samen te werken.

Henk Herman: Er was ook een verschil van ideologie. Moest het VSOA onafhankelijk zijn of moest het onder de koepel van de ACLVB? Het VSOA wilde duidelijk weg van de politiek en een onafhankelijke koers varen onder leiding van figuren die uit verschillende horizonten kwamen zoals Frans Mievis, de latere voorzitter, Guy De Witte, Fernand Mouillard en Raoul Bonnel. Het waren moeilijke tijden. In die periode was de politiek immers niet zo happig op de komst van een vakbond voor het openbaar ambt. De overheid werd door de politiek als een soort van uitvoerende arm van de politieke wereld gezien.

Waarom duurde het dan nog tot in 1984 alvorens het VSOA ook effectief aan de sociale onderhandelingstafel kon plaatsnemen?

Henk Herman: Wel, toen het eigenlijke syndicale statuut op 19 december 1974 wet werd, brak de strijd met de twee grote vakbonden pas goed los. Zij weigerden het VSOA aan de onderhandelingstafel. De hetze bereikte haar hoogtepunt toen in maart 1978 secretaris-generaal van het VSOA Guy De Witte naar de Koning trok om de ‘ondemocratische houding’ van ACOD en CCOD aan te klagen. Pas in december 1984 verschenen met de nodige steun van minister Louis Waltniel de uitvoeringsbesluiten op het syndicaal statuut en werd het VSOA een gelijkwaardige partner. Een en ander heeft ook te maken met de desinteresse van de liberale wereld voor het liberale syndicalisme. Dankzij mensen zoals Louis Waltniel, Emiel Flamant en mijn moeder Lucienne Herman-Michielsens kwam daar verandering in.

Het huidige VSOA beklemtoont vooral de toekomstgerichte aanpak, weg van het oude barricadesyndicalisme. Henk Herman: Als we naar een efficiënt syndicalisme willen streven, dan moeten we afstappen van het radicaal syndicalisme en ons richten naar de dialoog en de argumentatie, met altijd de solidariteit in gedachten.

Jan Eyndels: Het syndicalisme is enorm geëvolueerd omwille van nieuwe tendensen in de samenleving. Vroeger had de syndicalist vooral de taak om steeds “neen” te zeggen en om tegen alles te zijn wat door “de baas” werd voorgesteld. Die tijd is lang voorbij. Wij evolueren meer en meer naar een individuele benadering van de dienstverlening aan de leden. Dit wordt almaar belangrijker. Het collectieve is niet meer het enige dat telt. Het is eenvoudig om tegen alles zijn. Maar daar bereik je niets mee. Bovendien leven de vakbonden ook in een gemondialiseerde wereld waar er bijvoorbeeld ook met Europa moet rekening gehouden worden, waar buitenlandse werkgevers zeggen wat er gebeurt met in België gevestigde bedrijven. Ik geloof daarom eerder in een participatiesyndicalisme, met een sterke sociale inslag.

Dus de vakbond heeft zich aangepast aan nieuwe maatschappelijke evoluties?

Henk Herman: Klopt. We streven naar een menselijke benadering van de dingen. Wij proberen in alle omstandigheden de sociale dialoog gaande te houden. In een omgeving waar overheidsbedrijven privatiseren en Europese regelgeving van boven af wordt opgelegd, is dit zeer belangrijk.

Jan Eyndels: U weet dat ik een koele minnaar ben van Europa. Men kent daar de sociale dialoog niet. Voor de vakbonden is er op dat niveau dus nog veel werk. Ze moeten gezamenlijk trachten de nefaste regelgeving te beïnvloeden om de sociale dimensie overeind te houden.

Liberalen streven naar almaar minder overheid. Hoe bekijkt u dit gegeven als vrije vakbond die uitgerekend de werknemer van die overheid vertegenwoordigt? Overigens staat de overheid onder druk: er is de liberalisering van de overheidsbedrijven en liberale politici willen de ambtenarij afbouwen en afslanken om bijvoorbeeld een belastingverlaging te kunnen financieren. Wat zeggen jullie hiervan?

Jan Eyndels: Een aantal liberale excellenties laat zich de jongste tijd nogal opnaaien door werkgeversorganisaties. Hun discours over de afbouw van het overheidsapparaat wordt nogal gemakkelijk overgenomen. Het openbaar ambt bestaat volgens vele politici blijkbaar nog alleen uit luieriken, nietsnutten en onbekwamen. Je kunt natuurlijk alles afbouwen. Maar je gaat ook morgen om dat land goed te besturen nog een sterke overheid nodig hebben om met de nodige middelen haar taak uit te voeren. En die middelen zijn niet altijd beschikbaar. Dat de politiek vooreerst die middelen voorziet en dan kritiek levert. Neem maar als voorbeeld het ministerie van Financiën of het ministerie van Justitie waar dikwijls nog met onaangepast materiaal gewerkt wordt. Bovendien hebben ambtenaren met een dubbele leiding te maken: ze moeten rekening houden met wat hun administrateur-generaal zegt en wat er door de kabinetten wordt beslist. Kabinetten die men overigens ging afschaffen, maar die nog nooit zo groot geweest zijn als vandaag. We gaan in de toekomst meer naar samenwerking tussen de overheidsdiensten en de privésector. Bij De Post, Belgacom en de spoorwegen is dit zo al. Anderzijds merk ik een omgekeerde beweging. Het afgestoten Taxipost komt terug naar De Post. Proximus zou opnieuw bij Belgacom ondergebracht worden. De privé moet dan toch niet zo ideaal geweest zijn. Als vakbond merken we dat privé en overheid meer en meer aan elkaar raken. Dit betekent ook dat VSOA en ACLVB nog meer zullen moeten samenwerken. Een overheidsvakbond moet ook weten wat er op sociaal vlak in de privésector gaande is.

Henk Herman: Ik hoor de politiek veel spreken over het te veel aan ambtenaren en de slechte werking van de openbare diensten. Justitie werkt niet zoals het hoort. Dat weten we al lang. We hebben een vrij goed geslaagde politiehervorming achter de rug, maar justitie volgde niet. Maar dat kan ook moeilijk als je het manifeste gebrek aan investeringen sinds 1974 bekijkt. De politiek was niet bereid om de nodige middelen te geven. Achteraf op de ambtenaren schieten, dat is dan toch al te gemakkelijk. Wij begrijpen ook dat door de automatisering van financiën er een sociaal passief zal ontstaan. Maar dat moet gespreid worden om sociale drama’s te vermijden.

De politiek wil de overheid afslanken en jullie geven de overheid nog een belangrijke sociale rol als werkgever. Dit botst toch?

Henk Herman: Voor de politiek betekent een betere werking van de overheid altijd ‘minder personeel’. Maar de middelen die er nodig zijn om alles beter te laten draaien met minder mensen komen er niet. Ik ken belastingkantoren waar ambtenaren individueel verantwoordelijk zijn voor 16.000 dossiers per jaar. Zeg mij hoe je dat op een degelijke manier kan verwerkt krijgen? En dan beweert men dat de ambtenaren van financiën onbekwaam zijn?

Jan Eyndels: Ik zie inderdaad een belangrijke sociale rol voor de overheid. Ofwel beoordeel je de overheid zoals de privésector en streef je naar maximale winst. Ofwel zorg je er voor dat er genoeg geïnvesteerd wordt en dat mensen die op de privémarkt uit de boot vallen, bij de overheid de kans krijgen om werk te vinden. Zelfs in een situatie zoals vandaag met een lage werkloosheid, moet de overheid in staat zijn om die mensen kansen te geven.

Jullie pleiten beiden voor een sterkere samenwerking tussen VSOA en ACLVB. Kan dit al in het kader van de komende sociale verkiezingen? Jan Eyndels: Er zijn voorstellen om sociale verkiezingen in de openbare sector te houden. Ik pleit er voor om op dat vlak de privé- en openbare sector strikt gescheiden te houden. Het zou al te gemakkelijk zijn om het organiseren van sociale verkiezingen in de overheid te gebruiken om die overheid als een privébedrijf te beschouwen. Daarvoor waarschuw ik ten stelligste. Wij willen de ACLVB echter wel helpen bij de sociale verkiezingen die in mei 2008 zullen plaatsvinden. Het is belangrijk, ook voor ons, dat de ACLVB in zoveel mogelijk bedrijven aanwezig is en dat ze blijven groeien.

Henk Herman: De samenwerking tussen VSOA en ACLVB is evident en het voorbije jaar steeds gegroeid. Wij hebben overigens één belangrijk en gezamenlijk doel: een goede dienstverlening voor onze leden. We kunnen van elkaar leren en aanvullen. Ieder heeft op zijn domein veel ervaring. Dus laten we die uitwisselen.

Kunnen jullie ons elk, bij wijze van afsluiter, twee elementen geven om het verschil met de andere overheidsvakbonden te omschrijven?

Henk Herman: De persoonlijke benadering van de leden en de eerder vertrouwelijke en vriendschappelijke samenwerking met alle geledingen van het VSOA.

Jan Eyndels: Vrij, onafhankelijk en solidair. En we zijn er altijd voor onze leden.


Interview door Bert Cornelis

Eyndels en Herman

Links
mailto:egbert@liberales.be
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be